Albums, Recensies

Beach House – 7 (★★★★½): Enigmatische duik in de nacht

Nadat het geliefde dreampopduo Beach House in 2015 maar liefst twee albums uitbracht (Depression Cherry en Thank Your Lucky Stars), was er hier en daar wel eens de kritiek te horen dat ze iets teveel in dezelfde formule bleven hangen. De etherische sfeer die Beach House schiep, brachten een aantal hemelse albums op, maar op het vlak van instrumentatie hielden Victoria Legrand en Alex Scally iets te halsstarrig vast aan de galmende slidegitaar, drumcomputer en keyboards.

Hoewel Beach House zichzelf blijft en veel van hun gekende elementen ook op hun zevende plaat- die kristalhelder 7 getiteld werd – laat horen, heeft Beach House er een verfrissende werkmethodiek op na gehouden. Op hun vorige albums schreven ze nog alle nummers op voorhand om ze daarna allemaal in één blok zo snel mogelijk te vereeuwigen. Ditmaal had Beach House de luxe om in hun thuisstudio de nummers voor te bereiden en vooral te experimenteren. Daarnaast speelde de legendarische Peter Kember (bekend als Sonic Boom en lid van Spacemen 3) mee een rol in de productie van 7.

De nieuwe aanpak zorgt voor een nieuwe wind die duidelijk hoorbaar is op 7. Binnen de nachtelijke, dromerige wereld die Beach House creëerde, werd er nog meer gebroed op het enigmatische facet, maar ook op de dynamiek. Dat merk je al vanaf de drum-fill die het album opent. Je hoort het goed, het duo heeft de drumcomputer opgeborgen en nu ook in de studio beroep gedaan op een drummer van vlees en bloed. Een zet waarvan we niet begrijpen dat Beach House dit niet eerder gedaan heeft. Het doet alle nummers op 7 bruisen van leven.

Beach House weet van het begin heel groots te klinken op hun zevende langspeler. Zo raast “Dark Spring” binnen met een dikke muur van geluid, maar door de goede productie blijft het geheel van begin tot eind wervelend. Alleen de slim geplaatste gitaarakkoordjes doen het mastodont van een nummer in een nieuwe dimensie buigen. Toch is dit nog maar de kickstart naar wat er nog te wachten staat.

De trip waar het duo ons voert, duikt van de ene dynamiek naar de andere. “Pay No Mind” is een van de vredigste nummers op 7. Het tempo gaat omlaag, de gitaar brengt ons naar de zevende hemel en middenin alle chaos die de wereld bevat, relativeert Victoria Legrand met haar warme stem: “Baby at night when I look at you / Nothing in this world keeps me confused / All it takes: a look in your eyes”. Het werk van Beach House is abstract en zou je als een vorm van escapisme kunnen beschouwen. Hun muziek is echter wel gegrond in gevoelens en observaties. Ze belichten ‘het beste proberen te halen uit een samenleving die niet in harmonie leeft’.

Het buitenbeentje in het spectrum dat Beach House uitstraalt, is zonder twijfel “L’inconnue”. Het nummer – getiteld naar het beroemde dodenmasker van “L’inconnue de la Seine” – is fascinerend en spreekt al evenveel tot de verbeelding als het verhaal dat erachter zit. Dit is het tweetal op haar meest mysterieus. Met een kerkelijke galm bouwt Legrand de ene harmonie op de andere en haalt ze zelfs een streepje Frans boven. De gemanipuleerde gitaar en het orgeltje doen allerlei luiken open en maken deze vier minuten misschien wel de meest buitengewone uit hun oeuvre.

Daar waar Beach House in het begin van de plaat ons nog op een overweldigende manier overtuigde, zijn we tijdens de tweede helft volledig ingepakt en is het enkel nog genieten geblazen. De hoogtepunten zijn rijkelijk verdeeld, maar worden met grote precisie geleverd. Met het ritme van een hartslag komt het wonderlijke “Dive” op gang en is het genieten wanneer de vrije val gemaakt wordt op een waterval van kletterende gitaren, drums en ijle vocals.

Beregend met vreugde worden we dan weer op liedjes als “Lose Your Smile”, waar een akoestische gitaar met veel kleur de lente doet uitbreken. Het is iets dat we wel zouden kunnen horen werken op een nummer van AIR of Zero 7, maar in de context van Beach House fungeert deze als een sleutel tot een glorieus lied. De gekende slidegitaar en troostende vocals zijn de kers op de taart. Ook “Woo” klinkt als een stukje van de hemel. Melodieën in verschillende tempo’s stapelen zich op en de popkwaliteiten van het duo zweven er boven. “You’re my trick of the eye / That passes me by / It keeps on going”, zingt Victoria Legrand met een aangenaam gevoel.

Met het exact – ook een connectie met de albumtitel? – zeven minuten durende “Last Ride” sluiten Legrand en Scally een groots album op een even grootse wijze af. Dat eindigt met een verrassende miniatuur soundscape. In scherp contrast met de grote bravoure waarmee dit album 47 minuten eerder begon, glijden we in een spiraal van feedback en synths naar een oorverdovende stilte om alle pracht van 7 in ons op te nemen.

Beach House veegt alle zorgen rondom de evolutie van hun sound van tafel met wat wel eens hun beste album tot nu toe zou kunnen zijn. Nooit hoorden we hen zo compleet, rijk en vernieuwend zonder hun herkenbare identiteit te verliezen. We mogen zeggen dat wel eens het geluksnummer kan zijn voor het duo. De plaat bezit namelijk precies wat dit duo van perfectionisten nodig had: de vrijheid om te experimenteren, de tijd om ideeën te laten groeien en de moed om andere paden te bewandelen. Het zijn die zaken die dreampop vandaag de nodige vernieuwing schenken.

11 mei 2018

About Author

Jan Kurvers


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter