
Archieffoto Grote Geelstaart © CPU – Joost Van Hoey
De kleine zaal van de Bredase MEZZ wordt vanavond met een optreden van Wodan Boys officieel heropend. Waarom dat nuttige informatie is? Nou, omdat die eigenlijk nu alweer aan een nieuwe opknapbeurt toe is. Gisteravond kwam Grote Geelstaart namelijk langs voor een optreden in de vernieuwde zaal en zonder al te veel op de feiten van dit verslag vooruit te lopen, kunnen we alvast verklappen dat het er niet bepaald zachtzinnig aan toeging. Nu staat het Zeeuwse vijftal er sowieso al om bekend dat het zijn optredens niet bepaald rustig aanpakt, maar met de in september verschenen ep Wij Zinken heeft de band er weer een handvol nummers bij om de boel mee op stelten te zetten. Dat deed het gisteravond dan ook en dat zelfs voor een stijf uitverkochte zaal, waar het met momenten aardig proppen was om een goed plekje te bemachtigen.
Niet alleen in de zaal was het dringen geblazen. Ook op het podium was het passen en meten door het vele materiaal dat het hoofdprogramma al had uitgestald. Voorprogramma Faylo moest het dus ook doen met de resterende vierkante meters, die haast op één hand telbaar waren. Opeengestapeld stond de groep rond zangeres Sammie van Dok, die als ze een meter naar links bewoog, zo met haar neus in de oksel van een van de twee bassisten (ja, deze band heeft twee bassisten in zijn rangen) stond. Aan haar rechterkant had ze hetzelfde probleem, maar dan met de gitarist, die het niet al te makkelijk had gisteren. Hij stootte meermaals zijn hoofd tegen een van de drumstellen als hij met zijn apparatuur bezig was, raakte regelmatig verstrikt in de tientallen kabels op de grond en zag richting het einde ook nog twee van zijn snaren hemelen.
Muzikaal zat het gelukkig beter mee. Na de ietwat rustige opener “How Does One Turn Blue” werd het met tracks als “Wild Pig”, “Bubbles” en “Sir Vive” gaandeweg steeds chaotischer. Hier en daar misschien net iets te arty-farty, maar goed, wat wil je ook van een artrockband? Ondanks de tegenslagen op het podium wist Faylo zich prima staande te houden en kreeg het dan ook een luid applaus toen de groep tijdens het laatste nummer gezamenlijk op een rij ging staan, al had een net iets ruimer podium het geheel waarschijnlijk net iets soepeler gemaakt.
Blijkbaar was bij de verbouwing die MEZZ uitvoerde de kleine zaal een stukje groter gemaakt, al was daar gisteravond weinig van te merken. Ja, het bordje uitverkocht hing aan de deur en de organisatie had zich hoogstwaarschijnlijk ook gewoon aan de capaciteit gehouden, maar het voelde alsof er minstens anderhalf keer zoveel mensen binnen stonden als eigenlijk de bedoeling was. Het was dan ook een hele opgave voor de jonge heren van Grote Geelstaart om zich nog voor de laatste noten van de instrumentale openingstrack “Een Koud Karwei” met de instrumenten in de aanslag op het podium klaar te staan. Al wurmend doorheen het publiek lukte dat uiteindelijk net op tijd, waarna het vijftal met “Kolder!” aan zijn muzikale zeestorm kon beginnen.
Grote Geelstaart had gisteravond duidelijk lak aan de gebruikelijke spelregels der muziek, want het ging alle kanten op. Dan weer linksaf met een tempowisselingetje, dan weer naar rechts met een plotselinge uitbarsting van gitaargeweld en soms zelfs een stukje achteruit met een groove die een haast hypnotiserende werking had, maar zelden met plankgas rechtdoor. Toch raakte de band nergens de controle kwijt en liet het net als op zijn recente ep horen dat het een meer dan prima stuurman is die alles in rechte banen leidt, ook al leken tracks als “Muurvast” en “Maalstroom” qua structuur zo krom als wat. Die laatste deed trouwens nog behoorlijk zijn naam eer aan, want waar de groep op het podium losging op de kronkelige track, veranderde de zaal voor hen in een menselijke maalstroom.
De zaal was één kolkende massa geworden en de moshpit leek met iedere nieuwe tempowisseling alleen maar groter te worden. Maar goed ook dat de band zich op dat vlak geen moment inhield, want ook tijdens “Spookrijden” en “Beton” werd het publiek voortdurend op het verkeerde been gezet. Bij die laatste verruilde Danny Rottier bovendien zijn gigantische hoeveelheid toetsen voor een saxofoon, waarmee hij nog een extra portie muzikale gekte aan het geheel toevoegde. Tegelijkertijd liet het ook meteen zien hoeveel muzikaal vernuft wel niet in de band schuilt, want waar Grote Geelstaart op zijn laatste ep nog een beroep deed op verschillende gastmuzikanten, wist het vijftal die extra instrumenten live grotendeels zelf op te vangen. Of ja, in ieder geval de saxofoon, want of de rest van de band stiekem ook viool- of dwarsfluitlessen volgt om voortaan helemaal zonder gastmuzikanten door het leven te gaan, durven we niet met zekerheid te zeggen.
Grote Geelstaart was ook in de tweede helft van zijn optreden in optima forma. Nergens liet het de teugels vieren en ook met “Kranenborg” en “De Kering” bleef het vijftal stevig doordenderen, zonder daarbij ook maar iets aan zijn muzikale precisie in te boeten. Daarna was het tijd voor “Drie Harige Ratten”, waarbij frontman Luuk Bosma zijn inmiddels vertrouwde monoloog over een angstaanjagende ontmoeting met drie knaagdieren weer van stal haalde, om vervolgens de longen uit zijn lijf te schreeuwen toen het nummer eenmaal in alle hevigheid losbarstte. Die intensiteit werd bij slotstuk “Vracht 7” nog een stapje hoger getrokken, want ook de moshpit bereikte inmiddels zijn kookpunt. Niet heel gek ook, want de track heeft met zijn bijna zeven minuten speelduur alles in huis om de boel nog een laatste keer flink op te schudden. Grillige ritmes, stevige riffs en een ferme bak lawaai kwamen als een tsunami uit de speakers, waarmee Grote Geelstaart zijn optreden nog een stevig slot meegaf. Een slot dat de vuurdoop van de vernieuwde kleine zaal van MEZZ meteen compleet maakte, want amper een dag voor de officiële heropening lag de boel dankzij de heren van Grote Geelstaart alweer aan diggelen.






