
© CPU – Jan Van Hecke (archief)
Na Pukkelpop en Rock Herk, blijft AFF toch nog altijd een ietwat goedbewaard geheim binnen het Limburgse festivallandschap. Zeker als je de affiche van deze editie zag, is het eigenlijk bijna schandalig dat de organisatie pas op de dag zelf het bordje met de letters ‘uitverkocht’ mocht boven halen – en dat voor die prijs! Maar goed, wij hadden onze tickets al lang op voorhand, en terecht, want op de eerste dag bewezen onder meer Westside Cowboy, Boko Yout en Bleech 9:3 al dat er heel wat te beleven viel op het terrein van de C-mine. Ook gisteren was dat overigens het geval, want met DEADLETTER en Ão had AFF niet alleen twee coole headliners, het had daarnaast ook nog een pak hypes van eigen én buitenlandse bodem bij elkaar gesprokkeld. En dat onder een stralend zonnetje, in de schaduw van de mijnschachten. Dat zijn nogal eens taferelen!
King Hay @ Main Stage
Na een ochtendwandeling door de Vennestraat was het aan King Hay om dag twee van AFF op gang te trappen. De groep met roots in het Antwerpse mocht dat doen onder een brandende zon, waardoor de opkomst nog niet per se talrijk te noemen was. De paar tientallen mensen die zich al onder de tent van de Main Stage waagden, kregen wel een leuk halfuurtje om bij wakker te worden voorgeschoteld. Het viertal deed daarbij niet al te zot, maar hield het vooral bij simpelweg vermaken. Dat leverde een ietwat gezapige set op, die schipperde tussen indierock en wat meer fuzzy elementen. Dat de stem van Vincent Lembregts altijd met iets vocoder-achtigs werd bewerkt, hielp alvast bij de lekkere temperaturen. King Hay werkte dus wel, zo in het zonnetje. Het enige wat nog ontbrak was wat zand tussen de tenen, in plaats van steenkool, maar dat nam niet weg dat er wel muziek zat in het geheel. Een soort Iggy Pop meets surfrock, en als je weet dat “My Generation” van The Who ook nog passeerde, zegt dat eigenlijk al genoeg. We waren vertrokken!
King Hay staat op 13 augustus in Café Cabron in Antwerpen.
Les Vagues @ XPRMNT
Op de XPRMNT-stage meteen een thuismatch om de dag mee te beginnen, want Les Vagues kent zijn wortels een vijftiental kilometer verderop in Bilzen-Hoeselt. Dan loop je misschien ook wel vrij snel het risico wat weggezet te worden als een makkelijke opener, maar de punkband wordt hier en daar wel opgepikt. Het viertal was daarom des te meer vastberaden om de verwachtingen in te lossen en probeerde een halfuur lang plankgas te geven. Dat was misschien iets te veel hooi op de vork, al zat de basis wel goed. De frontman had een rasp van een stem waardoor je nooit wist in welke taal hij nu precies zong, maar ook de rest van de band had de nodige uitstraling. En dat was zeker gezien de leeftijd van de leden (als het internet niet liegt, was er geen enkel bandlid ouder dan twintig) wel opvallend. De keerzijde van de medaille is dan natuurlijk ook wel… dat ze allemaal nog héél jong zijn.
Technische problemen waren een rode draad doorheen het korte setje, en het was ons ook niet altijd duidelijk of het nu de bedoeling was dat het soms wat rommelig overkwam. Maar goed, de woede was wel gewoon aanwezig, dus als deze vier het vuur en de wil om samen muziek te blijven maken kunnen blijven aanwakkeren, dan kan er wel eens iets moois uit ontbranden. Gewoon veel blijven spelen en die sound verder blijven uitdiepen, want Les Vagues had eigenlijk best wel veel in hun voordeel. Of laat het ons zo zeggen: mochten de drie mannen en dame bij ons op school hebben gezeten, dan hadden we er maar wat graag bevriend mee geweest.
Neighborman @ Main Stage
Sinds Balthazar (tijdelijk?) werd begraven, zijn er heel wat Belgische bands met het doel in dat gat te springen. Neighborman is een van de jongste exemplaren, al moeten we ons statement meteen wat bijschaven. Het project van Tim Leenards probeert voor alle duidelijkheid geen exacte kopie te zijn, maar een streep americana met het geheel te vermengen. Dat werkte op zich best gemoedelijk onder een al vollere tent, zeker omdat het viertal alsmaar meer zijn stempel op dat geluid begon te drukken. Een vleugje melancholie werkte meeslepend, zeker als de nummers wat The War on Drugs-achtig werden uitgesponnen.
Neighborman had naar eigen zeggen dan ook tijd genoeg gehad om aan zijn nummers te timmeren, daar een aantal ervan al zo’n zes jaar oud waren. Dat Leenards nu slechts een jaartje bezig is onder deze naam, zou je daarnaast allerminst zeggen, want het klonk allemaal best sterk. Hier en daar was het ene nummer nog wat moeilijk te onderscheiden van het andere, maar slecht klonk het nooit. Afsluiter “Last Cigarette” zou bijvoorbeeld wel een opstapje richting iets groters kunnen zijn, niet in het minst omdat het gemaakt werd aan de hand van de succesformule van Warhaus. Er zitten met andere woorden dus nog wat stapjes tussen het punt waar de man uit Herk-de-Stad nu staat en de grote doorbraak, maar laat hem nog maar wat timmeren en groeien. En voor je het weet zit Radio Willy mee op de trein.
Parker Fans @ XPRMNT
Een band zonder gitaren op AFF, en dat uit Nederland. Parker Fans is wel een dingetje, zo bewezen ze bijvoorbeeld ook al op Best Kept Secret eerder dit jaar. In de theaterzaal van de C-mine kreeg het drietal een gematigd publiek voor zijn neus, al deden ze er wel instant alles aan om dat mee te krijgen. De frontman dook al te graag richting de voorste rijen en beval ons met onze kontjes te schudden, wat stukje bij beetje aansloeg. De toevoeging van live bas en bongo’s gaf een exotische draai een het geheel, maar ook het feit dat de elektronica permanent bleef pompen zorgde voor een toffe sfeer.
Stilstaan werd naarmate de set vorderde steeds minder een optie, net doordat Parker Fans ook meer en meer in zijn sas kwam. De zanger eigende zich de zonnebril van een fotograaf toe om er zo nog wat cooler uit te zien, al hielpen zijn bindteksten daar ook wel bij. “Taxi” over de overleden muis van een bandlid die enorm van taxiritjes hield – snap je? – zweepte de sfeer nog wat meer op, maar ook dé hitsingle en crowdpleaser “I Used to Bring the House Down with This One” was helemaal op het einde nog een fijne, luchtige stamper. Het was bij Parker Fans echter vooral het totaalplaatje dat er een leuke set van maakte: een zootje ongeregeld, waarbij het niet altijd even duidelijk was hoe serieus we het moesten nemen. Maar iets zegt ons dat dat precies de bedoeling was van de Nederlanders.
THEATRE @ Main Stage
Bij AFF hadden ze bij het boeken duidelijk een neus voor hypebandjes van aan de andere kant van het Kanaal. THEATRE is in thuisland Ierland al goed op weg, maar lijkt nu ook buiten de grenzen van het Verenigd Koninkrijk stilletjes aan potten te breken. Het vijftal uit Limerick had daarvoor een gloednieuwe ep meegebracht naar Genk. Incarnate passeerde, samen met onder meer hitje “The Fall” echter nogal onopgemerkt, want de groep vergat het om een vorm van indruk te maken. Niet dat het per se slecht was, het was gewoon moeilijk de nummers van elkaar te onderscheiden, daar alles wel héél hard op elkaar leek in de korte tijd die de band kreeg. THEATRE voelde na verloop van tijd zelfs iets te veel aan als een grote brij van meer van hetzelfde, en het feit dat de uitstraling van genregenoten als Wolf Alice nog een beetje ontbreekt, hielp daar ook niet echt bij. De indruk die de Ieren maakten, was dus vooral een vrij saaie.
Grote Geelstaart @ XPRMNT
Het kan aan de brandende zon hebben gelegen, maar wij denken toch vooral ook aan de hype die er rond Grote Geelstaart hangt: het was gevoelsmatig nog nooit zo druk geweest aan de XPRMNT-stage als tijdens hun set. De Nederlanders duiken dan ook alsmaar nadrukkelijker op in de media, waardoor de lat in de theaterzaal op aanzienlijke hoogte lag. Geen enkel probleem voor het vijftal, zo bleek, want ze dropten om het kort samen te vatten een bommetje.
Niet alleen stond het effectief allemaal heel luid, Grote Geelstaart máákte het ook gewoon heel luid. Soms met twee drummers, soms met synths die de boel totaal overstuur hielpen, en een andere keer met een frontman die het midden zocht tussen zingen en schreeuwgeluiden. Het voelde allemaal enorm onvoorspelbaar aan, waardoor je eigenlijk nog geïntrigeerder bleef kijken en opgezogen werd in het geheel. Recentste single “Vracht 7” bevestigde des te meer dat de richting die de band uitgaat nog minder lijn kent dan die al deed. Een aanvaring met een rat was voor de frontman nog maar eens een reden om de boel kort en klein te spelen, al kon hij zijn gebalde vuist aan energie niet meer kwijt op het podium. In het publiek en tussen de wirwar aan kabels toonde hij aan dat Grote Geelstaart niet minder is dan geflipte vis op zevenendertig dopingvarianten. Die zwom zich te pletter tegen alle muren van de C-mine en werd per botsing simpelweg gekker. En dat is gewoon iets dat je zelf moet zien om het te snappen.
Grote Geelstaart staat op 29 oktober in Trix.
Frans Kalf @ Main Stage
Op de Main Stage viel er rond de klok van vijf een ‘Grote Beer van Morgen’ te spotten. Frans Kalf maakte de afgelopen maanden namelijk steeds meer naam en zit bijgevolg middenin een mooie festivalzomer. Op AFF stond het project rond Mika Ram eigenlijk op het perfecte moment geprogrammeerd. Het zonnetje begon onder te gaan, de hitte veranderde in een aangename warmte en de muziek zorgde voor de perfecte soundtrack om daar op ‘t gemak van te genieten. Op het podium wordt de Nederlander bijgestaan door vier extra bandleden, die met plezier een beetje om hem heen jamden.
Met “Nou En” en “Terwijl Je Voor Me Stond” heeft de man weliswaar nog maar twee nummertjes uit, maar de rest ligt wel in een bijzonder leuk verlengde daarvan. Ergens tussen kleinkunst en indiefolk kregen we een ode aan Luxemburg, inclusief ietwat schattig meezingmoment. Het was weliswaar niet zo druk in de tent, daar het grote deel van het publiek het verkoos om achteraan het terrein vooral te genieten van de festivalsfeer. Maar eigenlijk voelde dat nooit erg aan, sterker nog, het droeg alleen maar bij aan het goudgele randje dat er rond Frans Kalf hing. De perfecte set op het perfecte moment.
Alle andere zomerdata van Frans Kalf vind je terug in deze handige Instagram-post.
Bucket @ XPRMNT
De Ierse invasie ging met Bucket naar een volgende ronde, een bijzondere luidruchtige overigens. Als een stelletje bezeten, hongerige dieren beukten de leden zich door ons gehoorkanaal, met opener “Animals”. Compromissen? Daar doet het drietal niet aan en waarom zouden ze ook. De aanhoudende hardheid en snelheid was voor een deel van het publiek te veel van goede, al slorpten ze degenen die bleven wel gewoon mee in een koortsdroom met een overdosis decibels. Na wat kortstondige probleempjes met de pedalen kon Bucket nog een paar versnellingen hoger schakelen. “DNB” en “Strung Out” walsten als een pletwals door de zaal en de druppels lef vulden de emmer verder op.
Door ook weinig rustmomenten in te lassen, zorgden ze op en voor het podium voor een aanhoudende dosis adrenaline en hielden ze de greep onverbiddelijk hard onder controle. Richting het einde liep de emmer ook effectief over, al bedoelen we dat vooral in positieve zin. De druppels werden een onverwoestbare regenbui die bij “Push My” haast apocalyptische proporties aannam. Voor de ene was Bucket een hoop lawaai, voor de ander was het dan weer dat shotje energie en meedogenloosheid waar ze bij het vallen van de avond nood aan hadden. Een tour de force made in Ierland; daarvoor tekende Bucket met dikke vette letters!
Little Grandad @ Main Stage
Ze bestaan nog niet zo lang en het is nog niet echt een klinkende naam, maar op AFF stond Little Grandad vrij hoog geprogrammeerd. De band uit de Engelse hoofdstad toonde echter wel dat ze die positie verdiende, want ze zette een verrassende mooie set neer. Dromerig, met een soms onverwachts ruwer randje en een vleugje melancholie; dat gaat er bij een ondergaand zonnetje al eens goed in. Little Grandad liet het allemaal begaan en lag in zekere zin wat in lijn met Westside Cowboy van een dag eerder, hetzij wat meer laidback.
De trompet was een leuk extra laagje, maar bleek vaak ook de trigger om de chaos te omarmen. En daarin werd Little Grandad naarmate de set vorderde wel enorm sterk in. Dat ze werd ontdekt in de gerenommeerde The Windmill club, zorgt ervoor dat je eigenlijk ook al wat beter weet in welke richting we het zoeken. Het viertal had blijkbaar ook heel wat inspiratie opgedaan bij genregenoten als Man/Woman/Chainsaw en The Orchestra (For Now), want ze bleven maar ontaarden in een wervelwind aan strakheid. Des te jammerder was het eigenlijk dat er zo weinig volk zich in de tent waagde, want Little Grandad was de nog te starten hype al aan het inlossen. Dat de band nog maar een paar nummers op de streamingdiensten heeft staan, was misschien een beetje een achilleshiel. Eenmaal daar verandering in komt, kan dit zomaar eens de volgende next big thing zijn.
C’est Qui? @ Superette Okay
Een nieuw dingetje deze festivalzomer: kleine zijpodia van sponsors. Op AFF had supermarktketen Okay een container neergezet, waar telkens coole bandjes de stiltes aan elkaar speelden. Als een van de laatste acts van het weekend was het het Nederlandse C’est Qui? dat mocht aantreden. Een punkband met het hart op de tong, al was het maar omdat er een Palestijnse vlag prominent aanwezig was op het podium. De groep vinkte daarbij meteen ook een van de hele vakjes van het genre af, maar wilde tussen het rammen toch vooral liefde verspreiden. Het leverde een coole symbiose op, maar vooral ook een strakke set. Een punkset volgens het boekje, zo hebben we ze al eens graag.
Just Mustard @ Main Stage
De eer om voor het laatst de Ierse driekleur te verdedigen op de Main Stage was weggelegd voor Just Mustard. Op zich een cultband, die zelfs al mee op tour mocht met The Cure, maar langs de andere kant staat ze ook niet bekend om de allerbeste optredens. Op AFF viel dat op zich wel mee, als je niet per se oplette dan toch. Het vijftal stond namelijk een klein uur lang statisch zijn set te spelen, zonder enige vorm van beleving. Spijtig, want wat er uit de speakers kwam was wel gewoon enorm goed. De donkerte die Just Mustard ademt, weet het als geen ander om te zetten in zijn nummers. Dat leverde in Genk een bijzonder strakke set op, maar qua concertbeleving blijft er bij de Ieren toch altijd iets wringen. Heel goed, vanop een afstandje.
Mark William Lewis @ Green House
Mark William Lewis moest net na de avondmaaltijd zorgen voor een emotionele touch. Het is namelijk zo dat hij niet de meest beweeglijke muziek maakt, maar soms hoeft dat ook niet. De man heeft genoeg uitstekende songs om iedereen voor zijn kar te spannen. Dat begon al meteen met zijn mondharmonica en akoestische gitaar, waarmee hij de toon voor de rest van de show zette. Nooit overdadig, maar wel vol passie en intensiteit bracht hij de enige prachtige song na de andere. Vol emotionele intensiteit wist Lewis iedere song naar een andere dimensie te dragen. Hij sleurde het talrijk aanwezige publiek mee op zijn emotionele trip en liet nadien niemand nog los. Met een heel intens en zwaar stemgeluid gecombineerd met prachtige rijke arrangementen kon hij niets misdoen. Het was vreemd om op dat uur zoveel intensiteit te verdragen, maar Mark William Lewis kwam er meer dan mee weg.
DEADLETTER @ Main Stage
Met DEADLETTER had AFF nog maar eens een klepper op de affiche weten te strikken. Eerder dit jaar nog in de Ancienne Belgique, nu gewoon op het plein voor de C-mine in Genk – om toch nog maar eens de kwaliteit van de line-up te onderstrepen. Het coolste aan afgelopen weekend bleef toch wel het feit dat ondanks de populariteit van de bands, ze zich niet te goed voelden voor de kleinschaligheid van het festival. Zac Lawrence stond binnen de paar tellen bijvoorbeeld al in het publiek, om daar eigenhandig de moshpit in gang te steken. Zijn T-shirt had de vorige ogenschijnlijk niet overleefd, dus dat beloofde.
“To The Brim” van het recentste album toonde aan dat DEADLETTER alleen maar de goeie richting blijft uitgaan, de saxofoon deed de rest. Op zich is de uitstraling van het zestal uit Londen ook al genoeg. De manier waarop Lawrence tien meter microfoonkabel rond zijn lichaam bindt, om er dan mee rond te ijsberen. Of de bijna asociaale gitaarshreds. “Fit for Work” werd van het midden van de tent gebracht, wat voor een van de grootste stofwolken van het weekend zorgde – hoogtepuntje dat. En eerlijk? die bleven zich een uurtje lang enkel en alleen maar opstapelen. DEADLETTER gaf zichzelf over, het publiek bleef maar moshpits teruggeven. “Binge” vond tegen het einde het midden tussen bombast en vernuft, en vatte eigenlijk daarmee de set perfect samen. Deze Britten lopen niet naast hun schoenen, maar blijven in hun cool wel connectie zoeken met het volk. En daar lag ook gisteren het geheim – geven én nemen.
HENGE @ XPRMNT
De afsluiter van de XPRMNT-stage was meteen ook degene die de naam van het podium alle eer aandeed. HENGE profileert zichzelf namelijk als een band die komt uit andere delen van het universum, met als gevolg dat er effectief een bende aliens stond op te treden. Echte aliens, in fantastische kostuums. De muziek die ze meebrachten, was speciaal aangepast op maat van onze mensheid. Psychedelisch, dat wel. Maar wat had je verwacht van een bende ruimtewezens.
De gimmick is natuurlijk één ding, maar dan moet de muziek ook wel cool zijn. En dat was in de C-mine zeker wel het geval, net omdat het totaalplaatje zo bleef werken. Veelal instrumentaal, met hier en daar een gekke vocoder, groovede HENGE een klein uur de planeet rond. Dat werkte vaak hypnotiserend, maar had op andere momenten ook genoeg energie in zich om tot een voorzichtige moshpit te komen in het publiek. De bindteksten, waarbij we tot crew van het ruimteschip werden uitgeroepen of er werd uitgelegd hoe we ons ruimteschip uit ons zonnestelsel kregen, maakten het allemaal nog gekker. Soms leken nummers ietsje te veel op elkaar en werden ze wat te ver werden gerokken, maar gelukkig zat er dan wel een echte psychknaller tussen verstopt, waardoor het publiek mee bleef in het verhaal. HENGE is dus vooral een band die je live eens meegemaakt moet hebben, want het is echt wel een ervaring.
Ão @ Main Stage
Na tal van Ieren, Britten en Nederlanders, was het alsnog een Belgische band die AFF 2026 op slot mocht gooien. Ão speelde gisterenavond zelfs al zijn tweede set van de dag, want nadat het al op Dranouter had gestaan, haastte het viertal zich naar de andere kant van het land. Met Malandra heeft de groep, die het nog altijd in het Portugees doet, ook effectief een goeie reden voor al die kilometers, zo werd ook in Genk duidelijk. Onder meer “Orgulho” van de nieuwe en “Meninas” van de vorige plaat sloten bijvoorbeeld naadloos aan elkaar aan, met Brenda Corijn als belangrijkste lijm.
Ogenschijnlijk toch, want naast haar innemende stemgeluid, is ook de rest van de band minstens zo belangrijk. Onze muzikale kennis rijkt na al die jaren nog altijd niet ver genoeg om de exacte benaming van al die exotische instrumenten te vermelden, maar ze kregen de temperatuur wel nog altijd evenzeer de hoogte in. En ook daarin merkte je dat Ão enkel en alleen maar stappen blijft zetten. Een leuke twist richting zwoelere genres, dansers en simpelweg een zangeres die zich per concert steeds meer op haar plaats begint te voelen op het podium. Bij dit viertal hoor je de muziek niet alleen, je beleeft ‘m. Zelfs als je er geen enkel woord van begrijpt. En dat is, voor zover we Ão kennen, altijd hun bedoeling geweest. De muziek voelen.
En zo zat AFF 2026 er, mits een dj-set van Eppo Janssen in de Green House alweer op. En die conclusie mag je best letterlijk nemen, want ondanks dat we een tweedaagse achter de kiezen hebben, leek de tijd effectief te hebben gevlogen. En je weet wat ze zeggen; da’s alleen maar zo als je je amuseert. De line-up had daar een enorm aandeel in, want het was vaak onbegrijpelijk wat voor ’n coole bands en artiesten de organisatie naar Genk wist te halen. Rond zowat elke set hing er op voorhand een zekere hype, dus bij deze al kudos naar de boekers. Langs de andere kant strookte de affiche wel niet altijd met de uitstraling van het festival zelf. Oké, we snappen het gegeven dat het gezellig moet blijven, maar ergens voelde het toch een beetje dubbel aan om bands van zulke grote te zien op een podium dat wat weg had van een dorpsfeest.
Desalniettemin deed dat niets af aan de nieuwe setting van AFF, want dankzij de toevoeging van de twee concertzalen van de C-mine, alsook de unieke locatie op het plein voor het cultuurcentrum, kunnen niet veel festivals van deze grootte tippen. Qua drukte (die bottleneck bij de XPRMNT-stage niet meegerekend), eten en gezelligheid zit het in Genk meer dan top. Net zoals met de ticketprijzen. De ‘pay what you can’-formule zorgt namelijk voor minder toeristen en meer mensen die écht voor de muziek komen. En het blijft gewoon sympathiek voor het festival zelf. Nu is de vraag vooral: willen we dat de Limburgse parel ontgonnen wordt, of houden we het liever gezellig klein? De toekomst wijst het uit, al lijkt AFF nooit het festival te worden dat zijn charmes zal verliezen.





