
CESAR SUN bracht onder zijn nieuwe naam eerder al drie singles uit: “Where Is The Wine?”, “Tunacan” en “Paradies”, die vervolgens ook gezamenlijk op een singletje verschenen. Deze drie knallers mogen ook wederkeren op The Palace. Wie CESAR SUN al eens live zag, was misschien wat verrast door de netheid waarmee die eerste singles werden opgenomen en uitgebracht. De band verloor zeker niet aan karakter, maar de productie leek toch enigszins braaf, zeker in vergelijking met de live performance. Op The Palace, echter, weet de band te overtuigen met een zekere charme die vergelijkbaar is met die van zijn optredens. Het album is gewichtig van volle klank, mede door de persoonlijke lading die het draagt van de grond waarop de band gebouwd is.
Het album opent met “Easy Come”, een slow-burn intro die met een bijna gefluisterd refrein onmiddellijk de toon zet. Drums die weergalmen als van een protestmars worden vervoegd door een doelgerichte insprong van gitaar en bas: het is een openingsnummer dat weet dat het iets in gang zet. Naadloos loopt het over in het al bekende “Where Is The Wine?”, een sonische aanval die live een zwetende menigte tot mantra’s drijft, en enkele nieuwsgierigen naar het podium lokt om te komen koekeloeren naar de effectpedalen. Daarna volgt “Paradies”, het nummer dat misschien wel het diepst graaft. De band kaart er genocide, grond en geheugen aan, zonder een te expliciete geografische verankering te benoemen, zodat de regels ook resoneren met andere brandende wonden in de wereld. Muzikaal is “Paradies” een rollercoaster: een sluipend gitaarlijntje dat uitgroeit naar een donkere climax, en een bridge die surft op haar bas en een surreële suspensie oproept, om vervolgens opnieuw open te barsten.
Met “Tunacan” mikt de band op de kapitalistische waanzin van het dagelijkse leven: minimumloon, poppenspelers en kassa-ka-chings. De aanklacht klinkt bitter, maar het nummer zelf bruist van energie door de rammelende drumfills, onheilspellende fuzzgitaren en een stankface-verwekkende basriff. “Piss In Peace” (ook wel: “P.I.P.”) en “Backwards Overbender” (B.O.B.) verleggen de focus naar iets persoonlijkers en eveneens absurdistischers: het eerste klinkt als vintagepunk op hoogspanning, het tweede als een tollende tongbreker waarbij de band zich in een bijna absurde herhaling van de titelfrase stort, geflankeerd door een catchy baslijn die naadloos de draad opneemt.
“Nightshop” is dan weer een curieus intermezzo: het is een fluisterende, kreunende en uiteindelijk roepende reprise van “Where Is The Wine?”; zwaarder, trager, bijna doom-achtig, een minuutje lang. “The Line” is een aanklacht die in het rebelse Gent allicht wel gesmaakt zal worden – het is een nummer over zwartrijden op de bus dat halverwege opzwelt tot iets wat nagenoeg als een strijdkreet klinkt. Het nummer vindt een evenwicht door een samenspel van abnormaliteiten: waar we enerzijds verrast worden doordat de stonerpunk omslaat in iets doommetal-achtig met kreten die grunts worden, worden we anderzijds gewenkt door een knipoog van een gewauwelfragmentje (iets over het station van Poperinge?) dat de spanning doorbreekt.
The Palace onderscheidt zich van zijn genregenoten door zich het stonerpunkgenre eigen te maken, en het staat als een huis. Het album opent met “Easy Come” en sluit af met “Easy Go”; een druilerige, dromerige spiegel van het eerste nummer. De instrumentale kern breekt open naar stonerpunk, versnelt progressief en lost op in twintig seconden aan gitaarfeedback. Cyclisch, bijna cinematografisch. Tussendoor schakelt de band moeiteloos tussen genres: psychedelisch, stoner, punk, doom. Tempowisselingen zijn er geen uitzonderingen maar een bewuste techniek die spanning opbouwt en vrijgeeft.
The Palace is een paleis uit beton en feedback gegoten, bevolkt door spoken van genocide, schulden, verveling en de stille behoefte aan iets wat groter is dan jezelf. CESAR SUN bouwt brutaal, bouwt slim en bouwt voor de eeuwigheid. The Palace en zijn naam zijn dan ook een eerbetoon. Wie weet, weet. Het album wil gevoeld worden, en dat kan je doen op de releaseshow op 7 mei in het Gentse Wintercircus.
Ontdek “Paradies”, ons favoriete nummer van The Palace in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






