
© CPU – Nathan Dobbelaere (archief)
Unknown Mortal Orchestra houdt wel van een uitdaging. Wie de band uit Nieuw-Zeeland ooit al eens live heeft gezien, weet dat ze niet vies is van improvisatie en jammen, en graag ploetert in haar rijkelijk gevulde oeuvre. Dat is doorgaans nog best voedzaam voor boeiende optredens, al durft het viertal aangevoerd door Ruben Nielson ook wel vaak net iets te hard verdwalen in zijn eigen kosmos. We waren dus gewaarschuwd toen we gisteren naar De Roma trokken voor de eerste Belgische zaalshow sinds 2018. Dat de Antwerpse zaal niet helemaal was volgelopen, zal voor een stuk te maken hebben met die eigenzinnige reputatie, al zal het verstoorde treinverkeer in Brussel ook wel voor een paar extra no-shows hebben gezorgd.
Het was ook wellicht door die reden dat er aanvankelijk bedenkelijk weinig volk aanwezig was voor Sean Solomon. De soloartiest uit Los Angeles was nochtans echt een ontdekking. Hij liet zich gisteren begeleiden door een VHS-tape die zowel als visuele ondersteuning, alsook backtrack voor een extra laag zorgde. Solomon grabbelde uitsluitend uit zijn te verschijnen debuutalbum The World Is Not Good Enough en maakte daarmee toch best wel indruk. Vooral ook het feit dat de clips die geprojecteerd werden door hemzelf waren gemaakt, maakte het des te specialer. In zekere zin had Sean Solomon echter evengoed solo op gitaar kunnen spelen, want nummers als “Remember” en “Car Crash” waren tekstueel sterk genoeg om een vollopende zaal stil te krijgen. Na de show kon je zijn nieuwe plaat al op de kop tikken (die overigens pas op 17 april verschijnt) en ook nog eens een handgemaakte tekening van Sean Solomon op die vinylplaat verzilveren. Een verrassend leuke revelatie van de avond.
En dan was het aan Unknown Mortal Orchestra om een kleine twintig minuten na Solomon aan zijn twee uur durende improvisatiemarathon te beginnen. Na een best lange introjam ontwaarden we de vertrouwde klanken van “Hunnybee”, al moesten we toegegeven ook wel echt onze oren spitsen om het nummer effectief te herkennen. Dat de Nieuw-Zeelanders dus een loopje zouden nemen met hun kenmerkende geluid, werd toen eigenlijk al duidelijk, want het leek wel alsof het viertal zijn uiterste best deed om zo ver mogelijk van de originele versies weg te blijven. Na tien minuten “Hunnybee” wisselde de band de munitie en koos ze voor “American Guilt”, al was de geluidsmix echt van een bedroevend niveau. Nielsons stem was zodanig vervormd en lag zo slecht in de mix, dat je hem amper kon verstaan. Of dat nu aan de geluidstechnieker lag of aan de artistieke keuzes van de band is ons een raadsel, al hebben we zo een vermoeden dat vooral laatstgenoemde de doorslag gaf. Zeer gehaast was Unknown Mortal Orchestra overigens niet, want in het eerste halfuur speelden ze welgeteld vier nummers. Ook “The Internet of Love (That Way)”, dat nog best te pruimen was, werd voorzien van een paar zeer lange jamstukken die weinig echte meerwaarde met zich meebrachten.
Los van het tegenvallende geluid was ook de lichtshow behoorlijk storend. In eerste instantie omdat ze vooral veel backlights gebruikten en je dus vooral schaduwen op het podium zag, maar in tweede instantie ook omdat die lichten soms net iets te fel in de ogen schenen. Het is voor de duidelijkheid niet gemakkelijk om tijdens een geïmproviseerd concert een goede lichtshow te voorzien, al was het podium ofwel onderbelicht of verblindden de lichten ons volledig zicht. Van balans was dus geen sprake en dat trok zich ook in de nummer keuzes door. “Secret Xtians” was afstandelijk en log, “No Need for a Leader” werd gekenmerkt door de zoveelste improvisatiejam en “Necessary Evil” was haast helemaal onherkenbaar. Het optreden wou maar geen vaart nemen en ook Unknown Mortal Orchestra hield zich het liefst van al op een afstand. Er werd tussen de nummers door geen woord gerept en pas helemaal op het einde van het optreden, na de laatste noten, werd een korte banddintro gedaan. Op die manier wou er ook maar geen sfeer opkomen in het publiek, al kan je dat onmogelijk iemand kwalijk nemen want het kwartet op het podium maakte er gewoon ook een bijzonder moeilijke avond van.
Op den duur begonnen we ons meer en meer te ergeren aan het optreden. De nummers werden zonder bezieling gebracht en verzandden telkens weer in onsamenhangende improvisaties die stelselmatig begonnen te irriteren en storen. We kregen al bijna de neiging om een garage voor Unknown Mortal Orchestra af te huren om ze daar urenlang naar hartelust te laten jammen, maar gisteren vergaten ze klaarblijkelijk het belangrijkste; dat er een gevulde zaal voor hun neus stond die moest luisteren naar hetgeen ze fabriceerden. “Strangers Are Strange” was als titel bijna metaforisch voor de manier waarop ze zich presenteerden en ook van “Monki” konden we achteraf weinig positiefs zeggen. Zelfs “Multi-Love”, in België veruit hun bekendste nummer, werd zodanig vervormd en rommelig gebracht dat het bijna als een statement aanvoelde. Vooral de schots en scheve intro van Christian Li, de man achter de knoppen, was bijna beschamend en haalde de weinige pret uit de set.
Het viermansorkest speelde met alle respect van de wereld echt een belabberd optreden. We respecteren artistieke keuzes en dat ze hun concerten bouwen rond improvisatie, maar gisteren namen ze toch een paar bochten te ver in hun eigen universum. In het beste geval was de muziek en de sfeer vreemd en eigenzinnig, maar vaak verloor het viertal zich in de ellenlange en doelloze jams. Dat ze ook pas tegen het einde hun bekendste nummers bovenhaalden, was een schamele troost, want “Can’t Keep Checking My Phone” en “So Good at Being In Trouble” konden als laatste twee nummers van het concert de meubelen niet reden. Ze maakten er een onverzorgde indruk, maakten er een zootje van en jamden minstens tien keer te veel. Dat er een hoop mensen de zaal vroegtijdig verlieten, zegt eigenlijk al genoeg.






Ik was een van de mensen die vroeger vertrok en voelde me zo schuldig. Had ze al enkele keren gezien op een festival en vond ze toen echt geweldig. Gisteren vond ik er helemaal niets aan. Het was eigenlijk ook wel te merken aan het publiek, nog niet vaak zo veel gebabbel en verloop gezien. Ik heb mezelf gedwongen om 2 bekendere liedjes te blijven maar zelfs dat is amper gelukt.
Dit was zo een show waarbij het voorprogramma, dat ik jammer genoeg maar 2 liedjes heb gezien, boeiender was dat de main act.
Jammer wel.
De jams werden zo opgebouwd dat de groove van het volgende nummer eruit geboetseerd kon worden, of er werd voor een plots contrast gezorgd. Sommige jams kwamen inderdaad wat uit de losse pols, maar andere waren retestrak. Ik volg de teleurstelling dat de frontman geen verbinding maakte met het publiek, maar de muzikale kritiek vind ik onterecht. Blij dat er nog bands zijn die hun songs niet live van a tot z afhaspelen en durven loslaten en experimenteren.