
© CPU – Chris Stessens (archief)
De Amerikaanse virtuoos Thundercat is al jaren een buitenbeentje binnen de hedendaagse muziek. Als bassist, zanger en producer combineert hij moeiteloos jazz, funk, r&b en alles daartussen, met een herkenbare sound die even speels als technisch indrukwekkend is. Zijn samenwerkingen met onder meer Kendrick Lamar en Steve Lacy maakten hem bij een breder publiek bekend, maar zelf blijft hij een muzikant pur sang die zijn eigen wereld creëert. Met een nieuw album in aantocht groeit ook de nieuwsgierigheid naar hoe dat materiaal zal klinken na eerdere werken als Drunk en It Is What It Is. In een uitverkochte Ancienne Belgique, gevuld met een gevarieerd publiek van kenners en nieuwsgierigen, kregen we al wat voorsmaakjes.
Voorprogramma Femifé mocht de avond openen met een dj-set. Het begon sterk met r&b-georiënteerde nummers die mooi aansloten bij wat nog moest komen, maar gaandeweg week ze uit naar rustigere (Franstalige) hiphop, en later zelfs richting indiepop en invloeden uit Afro- en Latinmuziek. Die variatie hield het interessant, maar zorgde er ook voor dat het geheel wat richting miste. De overgangen verliepen wel steeds soepel, maar echte piekmomenten kwamen er niet van. In de zaal werd er vooral gepraat in plaats van gedanst wat de impact van de set verder afzwakte. Als opwarmer werkte het op zich, maar voor een artiest van het niveau als Thundercat voelde een dj-set toch wat mager aan.
Tijdens de laatste minuten voor de start van de show kwamen de klanken van de soundcheck al door het gordijn heen, wat de spanning in de zaal langzaam opbouwde. Wanneer dat gordijn uiteindelijk openging, werd meteen duidelijk waarom er voor een minimalistische opener was gekozen. Op het podium stond er namelijk een gigantische opblaasbare kat, rechtstreeks uit zijn kattenwereld geplukt, met links iemand op de keys, rechts iemand op de drums en in het midden een doorgang waar Thundercat zelf zou verschijnen. Het geheel voelde speels en bijna absurd aan, maar tegelijk ook volledig in lijn met zijn esthetiek.
De start van de set viel echter wat tegen. Het eerste nummer ging meteen razendsnel, met drums die soms net te gehaast klonken en de groove wat uit balans brachten. Wanneer de baslijnen zich toevoegden, kwam er wel meer samenhang, maar het voelde ook aan alsof ze vooral wilden tonen hoe sterk ze hun instrument konden spelen. Dat gevoel bleef in het begin hangen, zeker omdat veel van de nieuwe nummers opgebouwd zijn rond lange instrumentale stukken. Hoewel dat technisch indrukwekkend bleef, zorgde het er ook voor dat het soms wat eentonig begon aan te voelen. Veel nummers bouwden op een gelijkaardige manier op, waardoor het onderscheid tussen de tracks ook dan nog vervaagde.
Toch vielen er duidelijke hoogtepunten te rapen. Toen hij “I Love Louis Cole” speelde en er zelf bij vertelde hoe groot zijn bewondering is voor hem, voelde je al snel meer een connectie. Klassiekers als “Black Qualls” en “Dragonball Durag” brachten de zaal echt in beweging, met een publiek dat zichtbaar begon te grooven. Bij “Overseas” lukte het hem zelfs om mensen mee te doen zingen, ondanks de complexiteit van het tempo. Met het meer ingetogen “I Wish I Didn’t Waste Your Time” werd er plots ruimte gemaakt voor rust, waarbij de glinsterende keys een mooi contrast vormden met de rest van de set.
Doorheen de avond bleef het publiek hem duidelijk appreciëren, met veel applaus en gejuich na elk nummer. Thundercat zelf bleef eerder ingetogen en was geen grote prater, maar wel iemand die op zijn eigen manier contact probeerde te maken. Muzikaal bleef het niveau constant hoog, al bleef het gevoel hangen dat sommige nummers te lang uitgespeeld werden zoals het nieuwe “A.D.D Through the Roof” en daardoor wat aan impact verloren. Het was pas richting het einde dat alles echt loskwam.
Met “Funny Thing” vroeg hij iemand om te crowdsurfen, wat meteen voor beweging zorgde in de zaal. Die dynamiek werd doorgetrokken naar “Them Changes”, waar hij mensen uitnodigde op het podium. Het zorgde voor een chaotisch maar energiek slot waarin funk, r&b en pure energie samenkwamen. Dat die nummers er in sneltempo doorheen werden gejaagd, voelde ergens jammer, maar tegelijk paste het bij de energie die op dat moment door de AB ging. De keuze om daarna nog een extra nieuw nummer te spelen, was niet slim en zorgde echter voor wat onhandigheid omdat het podium weer leeg moest gemaakt worden.
Thundercat bracht in de AB een concert dat balanceerde tussen pure muzikale klasse en een zekere repetitiviteit. Zijn talent staat buiten deze wereld en live blijft hij een indrukwekkende performer, maar de nadruk op lange, gelijkaardige instrumentale stukken haalde soms de vaart uit de beleving. Toch waren de hoogtepunten meer dan sterk genoeg om te tonen waarom hij zo’n unieke plek inneemt binnen de hedendaagse muziekscene. Het was een avond die niet altijd even toegankelijk was, maar wel een die bijblijft, al is het maar door die onnavolgbare baslijnen.
Op 3 april komt zijn vijfde album genaamd Distracted uit.





