
© CPU – Chris Stessens
Dertig jaar geleden veranderde een collectief uit Staten Island de hiphop voorgoed. Enter the Wu-Tang (36 Chambers) was in 1993 niet zomaar een debuutalbum, het was een seismische verschuiving die het genre en de cultuur naar nieuwe dimensies trok. Met negen MC’s, een onnavolgbare productie van mastermind RZA en een filosofie die even diep in de martial arts als in de straten van New York geworteld zat, groeide Wu-Tang Clan uit tot een van de meest invloedrijke groepen in de geschiedenis van de muziek. Zeven gouden en platina studioalbums, meer dan veertig miljoen verkochte exemplaren wereldwijd en een culturele erfenis die ver voorbij de hiphop (en r&b) reikt. Gisteravond schreef het collectief in een uitverkochte ING Arena het laatste Belgische hoofdstuk van dat verhaal, meer dan tien jaar na het vorige bezoek aan ons land. Wu-Tang Forever: The Final Chamber heet de afscheidstournee, 36 data verspreid over de wereld, een knipoog naar de 36 kamers waarmee het ooit begon. Brussel was de dertiende halte van deze Europese uitbol-/afscheidstour, ingeklemd tussen Zürich en Londen. Het werd een avond van wederzijds respect, zweet, nostalgie en een handen die W’s maakten en nooit hoger in de lucht gingen.
Een echt voorprogramma was er niet, al stond er wel een dj achter de draaitafels die de staanplaatsen geleidelijk aan vol liet lopen. Havoc van Mobb Deep, die op alle Europese data als special guest werd aangekondigd, was op dat moment nog nergens te bespeuren terwijl dat wel officieel gecommuniceerd ‘voorprogramma’ was. Gelukkig wist de man achter de draaitafels wat hij hiermee moest doen. Een aaneenschakeling van hiphop- en r&b-klassiekers uit de jaren negentig en vroege nillies warmden de zaal op alsof hij een tijdmachine bediende met de nodige karekteriserende scratches op het vinyl. Biggie, Snoop Dogg, DMX, Jennifer Lopez, 2Pac: het passeerde allemaal, terwijl het publiek, dat overwegend boven de dertig leek, gewillig meezong en de anticipatie voelbaar opliep. De Clan had op papier al een dikke tien minuten bezig moeten zijn, maar niemand leek zich daar druk om te maken. Bij “Party Up” van DMX barstte een eerste gezamenlijk moment los, want iedereen zong gewillig ‘Y’all gonn’ make me lose my mind’ mee, het geduld begon op de proef gesteld te worden.

© CPU – Chris Stessens
Met een dikke vijftien minuten vertraging rees RZA als het ware uit de grond van het podium, voor een visual van een ondergaande zon met engelachtige achtergrondzangeressen. De architect van het Wu-Tang-universum vroeg meteen om energie en die kreeg hij ook. Wu-Tang Killa Bees, werd gezongen met het publiek, waarna de leden een voor een het podium betraden, elk ingeleid door een eigen vers. De mannen kwamen elk om beurt op: Ghostface Killah, Raekwon, Inspectah Deck, U-God en Masta Killa, Geen Capadonna die er ook in Amsterdam niet bij was. Naar het einde toe kwam de GZA en steeg het volume in de zaal nog een tikkeltje hoger én vlogen de handen en de kenmerkende W-tekens de lucht in. Method Man kwam pas een paar nummers later opgewandeld. Japanse visuals en samoeraithema’s kleurden de schermen, terwijl een sierlijke torii op het podium als poortwachter de Shaolin-esthetiek compleet maakte. Het decor las als een oud Japans verhaal, waarin elk hoofdstuk zijn eigen kleur en sfeer had, verzorgd door een (waar we maar vanuit kunnen gaan) een hele hoop slimme koppen die de visuals en bijhorende kleerwissels in deze show aan elkaar geweven hebben.
Wat meteen opviel was de liveband die achter het collectief stond opgesteld. Geen backingtrack waarop kon worden teruggevallen, zoals dat tegenwoordig bij hiphopshows veel het geval is, maar muzikanten die de iconische beats op een majestueuze manier naar een extra dimensie tilden. De drums dreunden door de ING Arena en gaven nummers als “Shame on a N*gga” en “Protect Ya Neck” een fysieke kracht die je niet enkel hoorde, maar ook voelde. Wie op de tribunes zat, bleef uiteraard niet lang zitten. Method Man bleef het publiek aansporen om de energie hoog te houden en Ghostface Killah, die in een dikke leren motorvest en witte muts het podium deelde, deed ons afvragen hoe de man niet ter plekke bezweek van de warmte. Dat gold trouwens voor het hele collectief: met negen leden, de band en de achtergrondzangeressen stond het podium bomvol, en toch bewoog iedereen zich met een verrassende lichtvoetigheid doorheen de chaos. Soms een beetje ongemakkelijk, want wanneer één lid een vers rapte, stond de rest veelal op de achtergrond wat rond te staren, maar ze vulden elkaar smakelijk aan met adlibs zoals ze dat op hun platen ook altijd gedaan hebben. Het was een constante strijd om de schijnwerpers tussen Method Man, Ghostface en GZA, terwijl RZA als vaderfiguur en mastermind de touwtjes stevig in handen hield en het meeste het woord nam tussen de nummers.

© CPU – Chris Stessens
Een van de meest indrukwekkende verschijningen, was die van Young Dirty Bastard, de eerstgeborene van wijlen Ol’ Dirty Bastard die in 2004 overleed. YDB trok duidelijk zijn gewicht en het was ronduit ongeloofelijk hoe moeiteloos hij de stukken van zijn vader met dezelfde onvoorspelbare flow en stemkleur vertolkte. Geen simpele opdracht, want iedere Wu fan weet dat je ODB’s stem er altijd als eerst zal uithalen. Bij de eerste tonen van “Got Your Money” barstte de zaal los in swingen en zingen. Op de schermen liep een video met de onderkant van ODB’s gezicht, terwijl daarboven dat van zijn zoon verscheen, alsof ze een en dezelfde persoon waren. Het was een emotioneel maar treffend eerbetoon aan het nalatenschap die het enige niet-overlevende originele Wu-Tang-lid achterlaat. RZA schoot ergens in de tussentijd champagne van het podium. Stilstaan was geen optie.
Halverwege de set maakten de Clanleden plaats voor wat op het eerste gezicht een ongewoon intermezzo leek. Wanneer ze allemaal het podium verlieten, werd een trailer getoond van One Spoon of Chocolate, een nieuwe filmproductie van RZA. Het was een vreemde zijsprong voor een uitverkochte hiphopshow, maar Wu-Tang Clan doet nu eenmaal wat Wu-Tang Clan wil. De liveband kreeg daarop een welverdiend solomoment, waarna Tekitha, de zangeres die al sinds Wu-Tang Forever een vaste stem binnen het collectief is, het podium volledig naar zich toe trok. Haar kathedraal van een stem vulde de arena op een manier die de band bijna deed vergaan en voor een golf van verstomming op de gezichten van de mensen deed verschijnen. De tamboerijn in haar handen markeerde het ritme, maar het was haar keel die het zware werk deed; iets wat later nog enkele keren zou terugkomen. “Can It Be All So Simple” werd met zoveel bezieling gebracht dat het een van de mooiste momenten van de avond werd. Het promoten van nevenprojecten tijdens deze pauzemomenten werd doorheen de set een terugkerend gegeven, ook een opkomend videospel Wu-Tang: Rise of the Deceiver en een nieuwe documentaire passeerde de revue, en hoewel het soms door deze ‘pauzes’ aanvoelde alsof we in de voorfilmpjes van de bioscoop zaten terwijl de eigenlijke film nog moest beginnen, paste het ergens wel bij de allesomvattende verhaalwereld die Wu-Tang altijd gecreëerd heeft.

© CPU – Chris Stessens
Na het intermezzo kwamen uiteraard Ghostface en Raekwon als eersten terug het podium op, want de competitie en dynamiek tussen de twee moest hoog gehouden worden, al zagen ze dat zelf eerder als een cypher: een samengeraapt geheel waarin elk lid zijn eigen verzen bracht. De GZA begonnen we hier minder te zien, terwijl het hier een beetje op een driehoeksverhouding begon te lijken. Er kwam een Mobb Deep-segment, en zo was daar opeens toch MC Havoc. Met “Survival of the Fittest” en samples uit het razend bekende Mobb Deep-repertoire bouwde hij naar het onvermijdelijke toe: “Shook Ones Pt. II”, dat minutenlang volledig solo aan hem werd overgelaten. De hele arena bewoog mee op een van de meest iconische beats uit de hiphopgeschiedenis en zo bewees Havoc dat zijn aanwezigheid op deze tour geen formaliteit was, maar een welgemeende ode aan het bredere New Yorkse hiphoplandschap.
Vervolgens keerden alle leden terug voor wat het emotionele hart van de avond zou worden. Method Man kondigde aan dat het tijd was om de liefde die ze altijd van België gekregen hadden terug te geven, waarop hij zijn hoodie uittrok om zijn massieve spierbundels te tonen. Er kwam een Liquid Swords-segment – een album van GZA, alhoewel het bijna even goed een Wu Tang album kon zijn, want op de nummers is een varieté van leden te horen. “Liquid Swords” ingeleid door een duister gesampled stuk uit de Shaolin-films waar hun hele bestaansreden vandaan komt, kreeg de zaal tot een luistermoment. Het publiek zong adembenemend hard mee en “4th Chamber” dat volgde was ons persoonlijk hoogtepunt, al was het jammer dat enkel GZA’s vers aan bod kwam. We hadden van GZA in het totaalplaatje sowieso iets meer verwacht: zijn Liquid Swords-moment was sterk, maar daarbuiten verdween hij te vaak naar de achtergrond voor iemand die als een van de scherpste lyrische messen van het collectief geldt.

© CPU – Chris Stessens
Het publiek, waarvan ruim meer dan de helft in Wu-Tang-merchandise gestoken zat, liet betrekkelijk weinig gsm-schermen zien en dat zal aan de generatie gelegen hebben, dachten we – niet iets wat we gewoon zijn van hiphopshows. Iedereen was er gewoon. RZA nam het woord voor een respectmoment voor alle vergane hiphopnamen doorheen de jaren. Stukjes van hun bekendste songs passeerden, onder meer van Biggie maar ook jongere namen als Nipsey Hussle , terwijl een slideshow met collage-stijl artwork voor elke naam over de schermen rolde. ‘I don’t wanna get too soft, this is a celebration’, sloot RZA het eerbetoon af. Tekitha keerde terug met een vioolinleiding die de zaal nog even in een serene stilte dompelde alvorens “Tearz” met de kenmerkende lach van RZA de arena deed trillen na opnieuw een goed doordacht stukje jongleren met de energie in de zaal.
Inspectah Deck prees de Belgische energie en zo ging eigenlijk alles gisterenavond over dat ene woord: energie. De tempo’s wisselden voortdurend en soms zou je vergeten dat er een handvol vijftigers dik gekleed op dat podium stond. “Triumph” was live een indrukwekkend spektakel en bewees dat het nummer na bijna dertig jaar nog altijd een kracht bezit die je haast fysiek voelt. Dan brak het moment aan waar alle diehards voor gekomen waren. Na een verloting waarbij een cheque werd uitgedeeld aan iemand die de groep gesteund had, vielen de eerste pianonoten van “C.R.E.A.M.” als een bom op de ING Arena. Het nummer dat destijds ook de pop- en mainstreammuziekwereld bij het nekvel pakte, kreeg de volle behandeling: ieder lid zijn eigen stuk, minutenlang wiegend door een uitverkochte zaal die ‘dollar dollar bill, y’all’ uit volle borst meebrulde. De klank was soms wat dof en niet alles was even helder, een duidelijk teken dat dit een oldschoolcollectief is dat zonder vangnet speelt, maar bij “C.R.E.A.M.”, en in alle realiteit de hele show, deed dat er absoluut niet toe.

© CPU – Chris Stessens
Eindigen deed Wu-Tang Clan dus op een hoge noot, want het bleek het laatste nummer te zijn gevolgd door de instrumental van “Triumph” voor nog een ‘praatmomentje’. RZA nam nog een moment voor een motiverend slotwoord en riep nogmaals op om te stemmen voor hun opname in de Rock & Roll Hall of Fame, iets wat enkele keren terugkwam tijdens de show. Hij blikte terug op 1997, de eerste keer dat ze in België stonden voor een sobere twee- tot drieduizend mensen. Hij bedankte het team, special guest Havoc en iedereen die achter hen stond, benoemde elk lid apart en zo wandelden ze sobertjes het podium af. Geen vuurwerk, geen spectaculaire afsluiter, maar een buiging van negen mannen en een team dat dertig jaar hun hart en ziel aan de hiphopcultuur gegeven heeft. RZA is 56, Method man zegt zelf dat hij moe is. Het voelde wel degelijk aan als een afscheid, maar zeker niet met een slecht gevoel.
Wu-Tang Clan liet gisteravond in de ING Arena zien hoeveel indruk het op de wereld achtergelaten heeft, en aan de duizenden W’s die de hele avond door de lucht vlogen te zien, was dat wederzijds. De show was chaotisch, vol, bezweet en werd afgewisseld met goed geplande pauzes die van alles bevatten – van filmtrailers tot respectmomenten. Het was een ouder collectief dat niet meer hoefde te bewijzen wie het is, maar dat wel nog een laatste keer wilde tonen waarom het ertoe doet. Een vaarwel om U tegen te zeggen. Wu-Tang IS forever.
Wu-Tang Clan speelt op dinsdag 17 en woensdag 18 maart in The O2 in Londen en op donderdag 19 maart in Co-op Live in Manchester. Daarna trekt de tour verder naar Dubai en Australië, om op 24 mei in Yokohama definitief het doek te laten vallen.
Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!
Setlist:
Sunlight
Bring da Ruckus
Clan in da Front
Da Mystery of Chessboxin’
Wu-Tang Clan Ain’t Nuthing ta F’ Wit
Method Man
Shame on a Nigga
Protect Ya Neck
Rainy Dayz (Ghostface Killah and Raekwon-cover)
Holla (Ghostface Killah-nummer)
Criminology (Raekwon-nummer)
’97 Mentality (Cappadonna-nummer)
The Way We Were
Incarcerated Scarfaces (Raekwon-nummer)
Can It Be All So Simple
Ice Cream (Raekwon-nummer)
Above the Clouds (Gang Starr-nummer)
Bring the Pain (Method Man-nummer)
Release Yo’ Delf (Method Man-nummer)
All I Need (Method Man-nummer)
I’ll Be There for You/You’re All I Need to Get By (Method Man-nummer)
Liquid Swords (GZA/Genius-nummer)
Duel of the Iron Mic (GZA/Genius-nummer)
4th Chamber (GZA/Genius-nummer)
Gravel Pit
Run (Cappadonna-nummer)
No Said Date (Masta Killa-nummer)
Tearz
Reunited
Shimmy Shimmy Ya (Ol’ Dirty Bastard-nummer)
Got Your Money (Ol’ Dirty Bastard-nummer)
C.R.E.A.M.
Triumph (outro instrumental)





