
© Kyle Berger
Een jaar geleden was Audrey Hobert vooral de beste vriendin van niemand minder dan Gracie Abrams, maar afgelopen zomer zag de Amerikaanse haar kans om ook op eigen naam een plekje in de popwereld te veroveren. Haar je-m’en-foutisme spreekt aan bij tieners en twintigers, en voor ze het goed en wel besefte, verzamelde Hobertd debuutsingle “Sue Me” miljoenen streams. Al gauw volgde met Who’s the Clown een volwaardig album én kondigde ze een heuse tour aan. Tot niemands verbazing mocht de ene na de andere zaal het bordje uitverkocht bovenhalen en hier en daar bleek zelfs een upgrade nodig. Zo was de Orangerie van de Botanique duidelijk een maatje te klein voor de eerste Belgische show van Audrey Hobert en dus werd de fakkel doorgegeven aan La Madeleine.
In hartje Brussel verzamelen de fans van Audrey Hobert zich al vroeg om de gloednieuwe popster in actie te zien. Wanneer om klokslag half negen de lichten van de zaal doven, worden deze in geen tijd vervangen door een zee telefoonschermen. De aanwezigen moeten namelijk het spektakel zo goed mogelijk vastleggen voor degene die er niet bij konden zijn, de socials en uiteraard om na het concert nog uren te terug te kijken en vervolgens met een gezond slaaptekort de laatste dag van de werk- of schoolweek in te gaan. “I like to touch people” blijkt niet alleen de gedroomde opener van de plaat, maar vervult ook live moeiteloos deze rol. De zonnebril die de Amerikaanse uitgekozen heeft, belandt in geen tijd ergens in een hoekje van het podium, waarna ze haar bewegingsvrijheid helemaal teruggevonden lijkt te hebben. Daar moeten de aanwezigen nog even naar zoeken, want het publiek ontdooit maar langzaamaan.
Hobert heeft tijd gehad om naar de artiesten te kijken waar ze achter de schermen mee samenwerkt en weet dus als geen ander hoe belangrijk het is om de aandacht van je publiek niet kwijt te raken. Om de nummers aan elkaar te lijmen, haalt ze soms chaotische verhalen uit de kast, dan weer het geluid van een autocrash. Dat laatste blijkt natuurlijk een dikke vette knipoog te zijn naar “Drive” dat slechts een voorzetje blijkt te zijn voor de song die ons helemaal naar de jaren 2000 transporteert. “Wet Hair” heeft alles waarvan we niet wisten dat het ontbrak in ons leven, maar brengt vooral de aanwezigen aan het zingen. Tot Hobert plots een spoken word-performance in de song verwerkt en zo op heel wat enthousiasme kan rekenen. De artieste verwijst naar thema’s die uit het leven van de aanwezigen gegrepen te lijken te zijn, want wanneer ze met de woorden ‘I looked like shit and he still wanted me’ afsluit zien we niet alleen goedkeurend knikkende hoofden, maar gaat de decibelmeter ook even in het rood.
Na rood is het tijd voor een andere kleur. De zaal wordt in paars gehuld wanneer “Thirst Trap” zich ontpopt tot de ultieme meezinger. Waar de song op de plaat nog een beetje peper kon gebruiken, maakt het enthousiasme van de Amerikaanse live veel goed. Ze benadrukt meermaals hoe fijn ze onze hoofdstad vindt en dat laten de aanwezigen zich geen twee keer zeggen. Voor we het goed en wel beseffen maken de smartphones die vooral in de lucht verblijven tijdens het concert plaats voor gekleurde sterren. Dat Hobert een ster in wording is, zal niemand die bij haar show in La Madeleine was ontkennen. En toch blijkt het allemaal geen evidentie te zijn. Zo vertelt ze dat ze lang heeft getwijfeld of de hele levensstijl die met het artiest zijn samengaat iets voor haar was. Touren leek eng, bijna een noodzakelijk kwaad. Tot ze in de tourbus stapte zo blijkt, want ondertussen lijkt ze niets liever te doen dan haar fans te ontmoeten en haar liedjes live te brengen voor hen.
Dat de Amerikaanse slechts op één album kan teren, lijkt haar bij momenten parten te spelen. De show zit goed in elkaar en het tempo lijkt enkel een beetje in te zakken wanneer een minutenlange pauze gehouden wordt om flesjes water rond te dragen in de zaal, maar toch merken we dat het allemaal nét wat meer had mogen zijn. “Phoebe”, dat zware onderwerpen in een zomers jasje stopt, wordt een tweede keer gespeeld en ook “Sue me” is datzelfde lot beschoren. Al lijkt dat tweede zowaar een evidentie. Hobert vraagt expliciet om het lied, dat tevens het einde van haar set markeert, te beleven en de telefoons even op te bergen. In geen tijd verandert La Madeleine in een dansende en springende massa en lijken we ons écht bij een popconcert te bevinden. Audrey Hobert doet hetzelfde op het podium en heeft daarvoor zelfs een kleine trampoline meegebracht. Het heeft iets chaotisch, maar net dat past zo goed bij het album dat ze ons gepresenteerd heeft en dus hadden we graag wat meer van deze kant van haar gezien.
In amper zestig minuten geeft Audrey Hobert het beste van zichzelf en laat ze zien waarom we maar beter ook haar set op Pukkelpop deze zomer in het vet in onze agenda noteren. De spontaniteit van de artieste werkt aanstekelijk en hoewel het muzikaal allemaal nog net een tikkeltje spannender kan, lijkt het ons een vanzelfsprekendheid dat we Hobert nooit nog in zo’n kleine zaal aan het werk zullen zien. Een geslaagde, doch korte passage in onze hoofdstad smaakt duidelijk naar meer!
Setlist:
I like to touch people
Drive
Wet Hair
Don’t go back to his ass
Bowling alley
Thirst Trap
Sex and the city
Shooting star
Phoebe
Chateau
Sue me
Silver Jubilee
Sue me





