
© Eliot Leblanc-Hartmann
In een kleine, gezellige bistro in Brussel zitten we aan een tafel bij Blu Samu. Salomé Dos Santos, zoals ze officieel heet, beweegt al jaren tussen werelden. Tussen Portugal en België, tussen zingen en rappen, tussen rauw en zacht. Ze brak geleidelijk aan door en groeide uit tot een gerespecteerde naam in de Belgische muziekwereld. Blu Samu is nooit een artiest geweest die zich laat vastpinnen, want ze laat genres moeiteloos door elkaar vloeien. Haar muziek is persoonlijk, gelaagd en vaak eerlijk. Maar vandaag zit ze hier vooral als iemand die tien jaar van haar leven in woorden en klanken heeft gegoten.
Het gesprek voelt al snel minder aan als een interview en meer als een reflectie. Ze praat bedachtzaam, zonder filter, soms lachend en soms zoekend naar het juiste woord. ‘Ik begon laat op mijn twintigste met muziek en nog later pas aan het idee van een album’, vertelt ze. ‘Omdat ik er nog niet klaar voor was. Ik had plezier, ik was aan het experimenteren en wist dat ik nog ervaring nodig had.’ Die wachttijd was geen uitstel, maar voorbereiding. ‘Ik ben er uiteindelijk twee à tweeënhalf jaar non-stop mee bezig geweest. Een jaar daarvan was gewoon zoeken naar de juiste mixer, naar hoe het moest klinken en wie de visuals zou doen. Maar ook vooral zoeken naar mezelf.’
Wat ze uiteindelijk vond, was geen afgeronde versie van zichzelf. ‘Door deze plaat heb ik vrede gesloten met mijn veelzijdigheid. Dat ik soms heel down ben, en soms echt on top of the world. Het maken van (K)NOT was, samen met therapie en alles wat er in mijn leven gebeurde, echt de kers op de taart. Tien jaar lang ben ik eieren aan het breken, en aan het kloppen. En nu valt het samen op een moment waarop ik hard aan het accepteren ben met hoe contrasterend ik ben.’ Ze beschrijft het lichamelijk. ‘Dat moment voor je menstruatie waarop je jezelf haat en dan je ovulatie, waarop je denkt: I’m that bitch en ik kan alles zijn. Dat contrast is vrouwelijk, maar dit gaat over mij en hoe ik daarmee leef.’
Die innerlijke strijd krijgt een gezicht in eerst uitgebracht single “I Hate Myself”. Wanneer Salomé over dat nummer spreekt, wordt haar stem zachter. ‘Dat was de eerste keer dat ik mijn zelftwijfel echt een platform gaf. Ik dacht altijd dat mijn inner critic zou verdwijnen door therapie. Maar het ging er niet om dat hij verdween, het ging om accepteren dat hij er altijd zal zijn en dat ik kan kiezen of ik luister of gewoon zeg: oké, daar is hij weer.’ Het nummer markeert geen overwinning, maar bewustzijn. ‘Vroeger kon ik een maand vastzitten in zo’n negatieve spiraal. Nu is het misschien een week, omdat ik tools heb. All these years of therapy really paid off.’ Ze lacht plots breed. ‘Als ik ooit een Grammy win, geef ik een shout-out naar mijn therapeut.’
Wanneer ze ons verder door het album gidst, doet ze dat niet als iemand die een tracklist afloopt, maar als iemand die herinneringen herbeleeft. ‘”Yearning” is waar ik nu ben’, zegt Salomé. ‘En dan ga ik terug om uit te leggen hoe ik hier ben gekomen.’ “Nonsense” en “Your Girl” situeren zich in een periode waarin ze op zoek was naar validatie. ‘Male validation, female validation, any kind of sexy validation I could get.’ Ze spreekt het uit zonder schaamte, waarna “Deep In The Sea” volgt. ‘Dat is echt: fuck, ik ben overwhelmed en zit op de bodem. Dan bijna ironisch ernaast, staat “Move”.’ Ze lacht wanneer ze dat contrast benoemt. ‘Dat is de bipolairness in mij. De ene dag ben ik kapot. De volgende sta ik boven op de wereld.’
“Move” brengt ons naar Noord-Portugal, waar ze een deel van haar jeugd doorbracht. Haar ogen lichten op wanneer ze over haar roots praat. ‘Wij zijn luid. We schelden veel, maar met liefde. In Lissabon vinden ze dat shocking en in Antwerpen ook soms.’ Ze glimlacht. ‘In Brussel voel ik me vrijer, omdat energie past daar beter.’ Die energie hoor je in het nummer dat in het Portugees wordt gezongen. ‘Vroeger dacht ik dat Portugees alleen voor mijn melancholie was, maar nu weet ik dat alle energieën die uit me komen gewoon in die taal kan uiten.’
Met “Beautiful” verschuift de focus van het persoonlijke naar het maatschappelijke. Salomé herinnert zich hoe ze tijdens protesten van Black Lives Matter werd geïntimideerd door de politie. ’Ik zag hoe ze ons niet lieten vertrekken en dan ben ik plots een crimineel, omdat ik naar huis wil? Het is crazy en nog altijd actueel.’ Toch is het geen nummer vol woede, maar vol menselijkheid. ‘Mensen strijden uit liefde.’ In het tweede deel van de track zit een gedicht dat ze zelf heeft geschreven over haar eerste liefde. ‘Hij kwam altijd op voor de underdog. Hij inspireerde mij en heeft mijn huidige kijk op de wereld gevormd. Het gedicht heb ik zelf geschreven en was slam poet voordat ik muziek maakte.’ Wanneer we haar vragen waarom het nummer zo kort is, antwoordt ze eenvoudig met: ‘Soms zijn dingen af. Ik had gezegd wat ik wilde zeggen.’
“Goodbye to Blu” voelt als een overgang. Geen breuk, maar een zachte verschuiving. ‘Ik zeg vaarwel aan alle verwachtingen en vorige versies van mezelf, want we veranderen constant. Dus goodbye to that chapter and Blu.’ In “Stains” geeft ze zichzelf tijd. ‘Het was zwaar op dat moment. Ik heb het in de grond gestoken, water gegeven, erop gehuild, erop gelachen. Maak je geen zorgen, ik neem mijn tijd en zal verder gaan.’ In het refrein verwerkt ze een katholieke gebedslijn, maar herschrijft die bewust. ‘Glory be to the Father, the Son and the Holy Spirit. Ik heb erna ook nog de moeder en de dochter toegevoegd, omdat.’ Solomé groeide streng katholiek op en die opvoeding heeft dus ook sporen achtergelaten. ‘Toen ik zei dat ik niet in God geloofde, bracht mijn mama me naar de priester.’ Vandaag noemt ze zichzelf wat meer spiritueel. ‘Ik geloof dat er iets is, maar het is te groot voor mijn menselijke kennis. Ik probeer het niet te begrijpen. Ik leef er gewoon mee.’ Het slotnummer “Adeus” is pas de echte overgave. ‘Het betekent letterlijk vaarwel en aan God in het Portugees. Ik geef mezelf over het aan het universum en God. I surrender.’ Het is geen dramatisch afscheid, maar een loslating en acceptatie van alles.
Wanneer we haar nog vragen wat ze wil dat luisteraars meenemen, aarzelt ze even, omdat het album zoveel verschillende lagen bevat dat ze geen eenduidige boodschap kan geven. ‘Ik wil gewoon dat de muziek zijn huisje vindt. Dat het de mensen bereikt die het moeten horen.’ Ze denkt verder even na. ‘Dit zijn de laatste tien jaar van mijn leven. Het is een combinatie van in vrede komen met mijn big ass mood swings. Als er dus waarheid in zit voor jou, hoop ik dat het resoneert.’
Wat begon als een gesprek over een debuutalbum, eindigde eigenlijk als een intieme reflectie over identiteit, geloof, liefde en groei. In die bistro werd duidelijk dat (K)NOT meer is dan een verzameling van nummers. Het is een document van transformatie, of beter gezegd een therapeutisch traject in muzikale vorm. En misschien is dat wel de grootste kracht van Blu Samu, want ze heeft zichzelf durven herdefiniëren en vinden. Dat gezegd hebbende, komt het album op 20 februari uit en speelt ze 21 maart in de Botanique.





