
© Steve Gullick
Het vijftal Cardinals uit Cork is een band die al vanaf zijn eerste single liet horen dat het zijn eigen koers vaart. De groep bestaat uit broers Euan en Finn Manning, aangevuld door hun neef Darragh Manning en schoolvrienden Oskar Gudinovic en Aaron Hurley. Ze combineren rauwe rock, melodieuze weemoed en eigenzinnige keuzes, zoals het prominente gebruik van een accordeon, waardoor ze zich duidelijk onderscheiden van de eerder traditionele gitaarbands. Deze vrijdag verschijnt hun debuutalbum Masquerade: een plaat die zowel groots als intiem aanvoelt, doordrenkt van emotie en passie, met thema’s die variëren van brutale onvrede tot openhartige kwetsbaarheid. Een plaat die vooral een diepe indruk maakt. Enkele maanden geleden spraken we met frontman Euan Manning over dat eerste album, de inspiratie erachter en hoe de band zich door de jaren heen heeft gevormd.
Jullie debuutalbum Masquerade komt in februari uit, hoe voelen deze laatste maanden voor de release? Fans teasen met nieuwe muziek, onuitgebrachte nummers live spelen…
Euan Manning: We waren constant op tour sinds september, het was heel leuk. We speelden de nummers al live voor ze opgenomen waren dus ze bestaan best wel al een tijdje. We weten al zo lang wat het is, dus we willen het nu gewoon naar buiten brengen. We zijn er klaar voor!
Jullie brachten vijf singles voor de release van het album uit. Hoe bepalen jullie welke en hoeveel tracks je op voorhand uitbrengt?
Het is meestal aan het label om te bepalen hoe ze het willen promoten en uitbrengen. Helaas hebben we daar niet echt veel invloed op als band. Ik begrijp de noodzaak om singles uit te brengen en dat ze het beter doen dan de nummers die gewoon samen met het album uitkomen, qua streamingcijfers en dat soort dingen. Toch zou ik het persoonlijk liever anders zien. Als je zoveel singles uitbrengt, is tegen de tijd dat het album verschijnt al bijna de helft ervan bekend, en voelt wat overblijft een beetje als ‘de rest’. Dat vind ik een beetje vreemd, maar het kan altijd erger. Er zijn bands die negen singles uitbrengen en dan blijkt het album elf liedjes te hebben. Dat vind ik waanzin. In mijn ideale wereld is het één, hooguit twee singles en dan het album. Maar ja, het moet tegenwoordig gepromoot worden.
Is er een hoofdthema dat we kunnen vinden in Masquerade?
Daar hebben we het de laatste tijd veel meer over gehad, nu dat we er wat meer perspectief op hebben. Als band zijn we er erg op gebrand om de muziek het woord te laten doen, wat een beetje cliché is en bijna een lui antwoord, maar ik vind dat het voor het grootste deel wel waar is. Eén van de belangrijkste thema’s, waarvan ik niet denk dat het veel weggeeft, is dit idee van dualiteit. Dat zeg ik graag omdat het nog steeds betekent dat je er op zoveel manieren in kunt lezen als je wilt, het dwingt de luisteraar geen interpretatie op. Ook als je kijkt naar de A- en B-kant van de plaat en de albumhoes merk je die dualiteit. Ik heb het gevoel dat dat een vrij duidelijk thema zal zijn als je ernaar luistert.
Je hebt het over de duidelijke A- en B-kant van de plaat: ze evolueert van een behoorlijk levendige eerste helft naar een donkerdere, dreigendere tweede helft. Was dat een bewuste keuze van jullie, of is dat gewoon hoe de nummers uiteindelijk in elkaar vielen?
Ik denk dat het gewoon gebeurde door de manier waarop we het album geschreven hebben. Sommige groepen of artiesten vinden hun eigen geluid en proberen dat vervolgens zo vaak mogelijk te herhalen voor de plaat, maar wij wilden allerlei verschillende richtingen uitgaan omdat we ook allemaal naar verschillende muziek luisteren. Ik heb het gevoel dat er, om het geheel te laten kloppen, wat ruimte en een richtingsverandering tussen de nummers nodig is. Maar het was niet zo dat er per se twee verschillende kanten moesten zijn op het album, dat is gewoon heel natuurlijk zo gekomen.
“Big Empty Heart” is een wals waarvan Oskar (gitarist) de hoofdmelodie schreef toen hij 12 was. Hoe voelt het om zo’n jeugdherinnering om te zetten in een echt lied voor jullie debuutalbum nu jullie volwassen zijn?
Hij brengt een melodie terug die hij als kind zo leuk vond en plaatst het in wat nu onze wereld en onze muziek is. Wij probeerden het gewoon met zoveel mogelijk respect te behandelen omdat het uit een tijd kwam waarin hij op een heel persoonlijke en jonge manier muziek maakte. Ik vind het geweldig dat we in de band een relatie hebben waarin iemand zich op zijn gemak voelt om zoiets in te brengen en met ons allemaal te delen, en het vervolgens ook aan te bieden om door de groep te worden bewerkt en aangepast.
Hoe ziet het schrijfproces eruit bij Cardinals?
Meestal kom ik met een idee, zoals akkoorden, een melodie en tekst, misschien een beetje het arrangement en de structuur van het nummer, maar zodra het in de kamer is gedeeld met de rest van de band, ligt het voor het grijpen en kan het ieders nummer worden. We halen het als het ware helemaal uit elkaar en veranderen het tot we op iets landen dat goed voelt. Bij deze plaat werkten we steeds meer en meer samen aan nummers en een moeilijkheid daarbij was om te weten wanneer we moesten stoppen. Je zou dingen kunnen blijven veranderen als je dat wilt en je zou het uiteindelijk nooit opnemen of uitbrengen, dus op een gegeven moment moet je gewoon ergens op uitkomen en stoppen. Zelfs als je hart het nog steeds wilt veranderen, moet je accepteren dat er een definitief karakter zit aan opgenomen muziek en dat is iets waar je simpelweg mee moet leren leven.
Jullie muziek heeft vaak een ongepolijste kant. Is dat iets wat jullie bewust doen?
Ja, het was zeker intentioneel voor Masquerade. Al deze nummers bestaan in een livesetting en we vonden ze al leuk als livenummers voordat ze ooit werden opgenomen, dus we dachten: waarom zouden we datgene wat we zo leuk vinden aan de nummers weghalen door ze te veel op te poetsen of ze heel strak op de klik van een metronoom te spelen? Niet dat daar iets mis mee is, maar die iets ‘slordigere’ productie is gewoon iets waar we echt van houden, een beetje een dronken geluid ofzo. We zijn dol op The Pogues en sommige van hun nummers gaan heel snel en dan weer heel langzaam en het gaat gewoonweg alle kanten op. Ze hebben een geweldig lied genaamd “Fiesta”, het heeft hele langzame, prachtige stukken en dan gaat het plots over in een soort hypersnelle shuffle. Zo zijn er enkele bands die we leuk vinden die dat doen, en we vonden dat het paste bij de nummers die wij schreven, dus uiteindelijk hebben we het zelf ook zo gedaan.
Een opvallend element van Cardinals is het gebruik van de accordeon. Hoe zijn jullie destijds tot de keuze gekomen om dit instrument te integreren, zeker gezien het zelden voorkomt in hedendaagse muziek, en al helemaal binnen de rockscène?
Mijn broer Finn speelt accordeon in de band en hij speelt al sinds hij heel jong was. Onze oudoom die aan de overkant van de straat woonde, was accordeonist en daardoor raakte Finn geinspireerd om het ook te leren spelen. Hij was dol op traditionele muziek, maar ik denk dat hij ook van rock-‘n-roll en rap hield. En toen vertrok hij naar de universiteit, weg van mij, terwijl ik thuis bleef. In de tijd dat hij weg was, begon ik liedjes te schrijven. Uiteindelijk verhuisde hij terug naar Cork, we kwamen weer bij elkaar als broers, en de muziek die ik had geschreven voelde alsof er wel plaats zou kunnen zijn voor het geluid van de accordeon. Het is een klank dat we als band gewoonweg prachtig vinden en, opnieuw, we houden van The Pogues. Die zijn natuurlijk anders, maar er zijn ook overeenkomsten. We hebben in het algemeen enorm veel appreciatie voor bands die besluiten om een instrument te gebruiken dat buiten de traditionele rocknormen valt, zoals bijvoorbeeld ook The Velvet Underground met John Cale’s elektrische viool. We houden gewoon van vreemde texturen en klanken zoals dat. Het is iets wat me persoonlijk altijd heeft aangetrokken in rockbands, om iets te hebben dat een beetje abstracter is, een beetje meer eigenzinnig. Ik denk dat de accordeon bij ons vanuit dat standpunt kwam. We wilden niet beperkt worden door de traditionele rockformule.
Je hebt het al een paar keer over The Pogues gehad. Afgelopen zomer hebben jullie met hen getoerd. Jullie hebben ook het voorprogramma van Fontaines D.C. verzorgd. Hoe is het om met zulke legendes te toeren? Leer je veel bij op zo’n moment?
Wat betreft leren, vooral in het geval van Fontaines D.C., zijn ze zo groot en is hun productie zo enorm dat het voor ons gewoonweg aanvoelt als een andere wereld. Als wij een clubshow voor tweehonderd mensen spelen, verloopt het proces heel anders dan wat Fontaines D.C. gaat doen voor hun headlineshow in een stadion. Ik heb meer geleerd van het toeren met kleinere groepen, zoals Been Stellar en onlangs met NewDad. Ik heb het gevoel dat dat meer leerzame ervaringen waren, omdat ze dichter stonden bij wat wij deden en relevanter waren voor hoe we konden groeien binnen de context waarin we ons momenteel bevinden als band. Maar het was nog steeds inspirerend om met Fontaines D.C. te spelen, en samen met The Pogues spelen is als een droom, want ze zijn een van onze ultieme favorieten. Het is een enorme eer. Als je ons dat een paar jaar geleden had verteld, hadden we je niet geloofd.
Toen de titeltrack “Masquerade” uitgebracht werd, vertelde je dat je voor het schrijven van dit album zeer diep moest graven in je eigen emoties en de confrontatie moest aangaan met delen van jezelf waar je misschien niet trots op bent. Hoe is het om een album te schrijven terwijl je zo diep graaft in jezelf, geraak je niet verdwaald in droevige gedachten?
Het is een goede zaak, want ik denk dat voor mij, en misschien in het algemeen, als je iets creëert of schrijft, het therapeutisch en kwetsbaar moet zijn. Als je die twee zaken bereikt, ben je hoogstwaarschijnlijk de juiste richting uit aan het gaan. Dat was een idee waar ik op kwam toen ik de nummers voor het album begon te schrijven. Ik wou niet meer zomaar een rocklied schrijven omdat het goed klonk en leuk was, ik wilde iets maken dat kwetsbaar en echt voelde. Het helpt je om dingen in je persoonlijke leven onder ogen te zien, maar ja, het kan soms pijnlijk zijn om zo diep te graven. Die emoties en ideeën op papier zetten en ze tastbaar maken, is natuurlijk niet eenvoudig, omdat je jezelf daarmee in een kwetsbare positie plaatst. Bovendien ben je constant bezig met het promoten van de nummers en ga je op tournee zodra ze af zijn, dus het kwetsbare blijft. Maar ik zou het niet anders willen doen, het zou bijna oneerlijk aanvoelen.
Beleef je telkens opnieuw alle emoties die in de nummers zijn vastgelegd wanneer je ze live speelt?
Ik denk dat je het in mindere mate voelt, maar het hangt af van het optreden. Als je lang op tournee bent en je speelt de zoveelste show, dan wordt het uiteindelijk een beetje een routine. Sommige avonden speel je het nummer en roept het geen emoties bij je op, terwijl je het op andere avonden juist heel sterk voelt. Dat is het leuke eraan, het houdt het interessant voor ons. Je weet niet zeker wanneer welk nummer je zal raken en hoe het publiek erop zal reageren. Het hangt er dus echt allemaal wat van af.
Op het album staat een nummer “Anhedonia”, wat verwijst naar het onvermogen om plezier te voelen. Nochtans is het op muzikaal vlak een enorm vrolijk, misschien zelfs dansbaar nummer. Wat was de gedachtegang achter dit enorme contrast?
Het is misschien vrolijk qua tempo en drumbeat en zo, maar voor mij is het nog steeds een zeer duister nummer, misschien vooral door de tekst. Het klink voor mij heel wat bozer en behoorlijk punk. Ik denk dat mensen hun eigen verband zullen leggen met de titel en vervolgens met het contrast en wat dat voor hen betekent. Je kan er opnieuw die dualiteit in vinden. Het is interessant dat je het een dansbaar nummer vindt. Ik heb het zelf altijd als één van de donkerdere nummers op de plaat ervaren. Maar als je naar de rest kijkt, is dit in zekere zin zeker een van de levendigere en vrolijkere nummers, dus ik snap het dansbare eigenlijk wel op die manier. Dat is iets wat ik nog niet eerder hoorde over het nummer, dus nu ben ik wel benieuwd wat andere mensen ervan zullen maken.
Het zwaarste, donkerste nummer op het album is zonder twijfel “The Burning Of Cork”, wat het verhaal vertelt van de gruweldaden die de Black and Tans-troepen van het Britse leger in december 1920 in Cork City pleegden. Wat inspireerde jullie om over zo’n traumatisch deel van de geschiedenis te schrijven?
Een aantal verschillende zaken. Het is sowieso een toonbeeld van de ergste koloniale wreedheid in Ierland. Veel van de soldaten die dat deden, werden na afloop van de oorlog in Ierland ook uitgezonden om hun werk in Palestina voort te zetten. Gezien het huidige culturele en politieke klimaat en alles wat er zich in de wereld afspeelt, voelde het alsof onze eigen geschiedenis terug naar boven kwam en dat is enorm triest. Maar het is belangrijk om over die dingen te weten en om mensen daarover te informeren. Een van de belangrijkste lessen die je krijgt wanneer je geschiedenis studeert op de middelbare school, is waarom we geschiedenis leren: je moet het verleden kennen om dezelfde fouten niet te herhalen. Ik denk dat dat ook een beetje de reden was waarom we er een nummer over schreven. Al is dat misschien nogal een platte interpretatie, want ik denk dat iedereen het als iets anders zou kunnen zien. Het zou ook onze relatie met thuis en de mensen errond kunnen zijn. Misschien gaat het voor mij ook over hoe Ierland momenteel gezien wordt, als dit hippe en trendy stukje cultuur dat Amerikanen en Engelsen in golven consumeren. Ik denk dat je op veel manieren naar het lied kunt kijken, maar het blijft inderdaad een van de donkerste nummers.
Denk je dat Ierland en Cork, naast “The Burning Of Cork”, je muziek inspireren en erin doorklinken?
Ik zou zeggen dat het een inherent onderdeel van ons is, dus het zal verschijnen in onze muziek, zelfs als het onbewust is. We proberen er wel niet te diep op in te gaan, omdat het nu soms bijna goedkoop aanvoelt aangezien het zo trendy is geworden. We willen meer zijn dan een band uit een hip land.
Mijn persoonlijke favoriet op de plaat is “Over At Last”, kun je ons wat meer vertellen over het nummer?
We waren volgens mij ongeveer halverwege het schrijven van het album en we dachten: oké, uiteindelijk hebben we een nummer nodig om het album af te sluiten. Ik dacht, laat ons proberen om iets groots en enorm uitgestrekt te schrijven. Ik luisterde veel naar Type O Negative, een gothic metalband uit New York, en ik vond het geweldig hoe ze nummers schreven die veertien minuten duurden, waarbij bijvoorbeeld de eerste vier minuten één lied waren en daarna veranderde het in een bijna compleet ander nummer. Het was erg interessant om ideeën die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hadden, samen te brengen in één nummer. “Over At Last” is dus een beetje ontstaan uit die inspiratie en uit de wens om iets grootser en epischer op het album te hebben. Uiteindelijk werd het het vijfde nummer en niet het laatste, maar je kan het wel zien als het laatste nummer van de eerste helft, zo heb je weer die dualiteit die benadrukt wordt. Het is er zeker één die we allemaal erg leuk vinden, ook om live te spelen. Het kostte veel tijd om het uit te werken, omdat de veranderingen qua sfeer en tempo een beetje onhandig en lastig zijn, maar dat past wel bij het idee dat de plaat een beetje ‘slordig’ is, wat we leuk vinden. Het was ook echt gaaf om die op te nemen. Dat deden we in RAK Studios (Londen) in het donker en we hebben gewoon een heleboel kaarsen aangestoken, we hadden er echt de goeie atmosfeer voor gemaakt.
Zijn er nummers die het album bijna niet gehaald hebben?
Ja, “The Burning Of Cork” stond er bijna niet op. Het voelde zowat alsof het te zwaar en te luidruchtig was om te maken, maar ik was ervan overtuigd dat het wel kon. Sommige mensen vinden die uiteindelijk erg leuk, dus we zijn blij dat het erop staat. “As I Breathe” werd geschreven vlak voordat we naar de studio moesten om op te nemen, dus die had het ook bijna niet gehaald. We hebben twaalf nummers opgenomen, maar er staan er uiteindelijk slechts tien op het album.
Laten we even nog wat verder vooruitkijken: wat staat Cardinals te wachten na de release van Masquerade?
We gaan op tour met Masquerade van februari tot de zomer, dan doen we ook enkele festivals, en waarschijnlijk nog meer touren in het najaar. We beginnen momenteel ook wat te werken aan hoe het tweede album eruit zal zien, en proberen langzaamaan te begrijpen hoe het klinkt en aanvoelt. Het is een fijn, heel persoonlijk en intiem gevoel, waar ik enthousiast van word, ook al is het nog zo vroeg en heb ik nog geen liedje geschreven of zo. Ik heb gewoon ideeën. Het eerste album komt uit en het is niet meer zomaar van mij, het wordt als het ware openbaar eigendom en iedereen kan ermee doen wat hij wil. Nu begint het proces opnieuw, waarbij ik iets heel persoonlijks heb dat voorlopig alleen voor mij is en wat ik nog even heel dichtbij me kan houden. Het is een enorm leuk gevoel en ik heb het een paar maanden lang niet gehad nadat we het album hadden opgenomen. Het voelde een beetje leeg nadat we er zo lang aan hadden gewerkt en het toen uiteindelijk af hadden, dus het is leuk om nu weer dat gevoel te hebben.
Vind je het dan leuker om muziek te schrijven en voor jezelf te houden of om het live spelen en uit te brengen?
De definitieve aard van opgenomen muziek maakt me eigenlijk een beetje bang, omdat we wanneer we nummers live spelen, ze altijd kunnen veranderen en ermee kunnen improviseren en verschillende dingen kunnen doen. Dat houdt het fris en spannend voor ons als band. Als iets niet wordt opgenomen of uitgebracht, is het gewoon iets dat je voor jezelf hebt en waarvan je kunt genieten met de mensen die dicht bij je staan. Maar dat wil allemaal niet zeggen dat het geen waarde heeft om iets opgenomen uit te brengen. Ik denk dat het vasthouden van een fysieke plaat in je eigen handen een van de meest verheugende en bijzondere gevoelens is die je kunt hebben als je dit doet, dus daar kijk ik enorm naar uit. Het zijn gewoon twee verschillende dingen.
Tot slot een terugblik: hoe hebben jullie je als band ontwikkeld van het schrijven van de eerste liedjes tot het uitbrengen van jullie debuutalbum?
We zijn wat ouder en misschien ook wat… niet vermoeid, dat is niet het juiste woord, maar… we hebben getoerd en veel opgenomen en te maken gehad met het leven als muzikant zonder echt geld te hebben, we hebben de muziekindustrie leren kennen en die is vaak pijnlijk… We waren onervaren en een beetje naïef toen we eraan begonnen, en nu zijn we er meer in verdiept. Dat is geen slecht iets, het is echt geweldig geweest en ik ben nu meer tevreden met onze output dan toen we begonnen. Het voelt zeker serieuzer en we kunnen niet meer wegkomen met de dingen die we misschien deden toen we negentien waren en net begonnen met samen muziek maken, maar dat is ook oké, want we hebben die tijd gehad. Op naar het volgende.
Masquerade verschijnt deze vrijdag. Wie Cardinals live aan het werk wilt zien kan dat op 17, 18 en 19 maart in respectievelijk Utrecht, Brussel en Rijsel. Deze zomer passeren de mannen ook langs de weide van Rock Werchter.





