
Madra Salach, Iers voor ‘vuile hond’, is momenteel één van de spannendste nieuwkomers in het Ierse muzieklandschap. De in Dublin gevestigde band bestaat uit Paul Banks (zang), Adam Cullen (gitaar), Jack Martin (mandoline en synths), Dara Duffy (drums), Jack Lawlor (bas) en Maxime Arnold (harmonium). Allen maken ze deel uit van nog een heel aantal andere jonge bands, maar dat hield de mannen niet tegen om dit project te starten, en gelukkig maar. Het zestal brengt traditionele muziek met een moderne twist. Na een succesvolle festivalzomer met passages op onder andere Electric Picnic en All Together Now, kregen ook hun passages op Left Of The Dial en Eurosonic veel lof. Kortom: Madra Salach is een band om in de gaten te houden. En vanaf vandaag is dan ook eindelijk hun langverwachte debuut-ep It’s A Hell Of An Age te beluisteren.
Een dreigend harmonium ondersteunt het expressieve stemgeluid van frontman Paul Banks, die ons meeneemt in een verhaal over kraslotjes. “Blue & Gold” verwijst naar de kleuren van de kraskaarten die hem rijkdom hadden moeten brengen. Dat lukte voorlopig niet, maar zoals Banks zelf aangeeft: ‘Ik haalde er op zijn minst een goeie song uit’, en daar heeft hij alle gelijk in. Met “Blue & Gold” als debuutsingle leek zowat heel Ierland vorig jaar even stil te staan om op adem te komen. Een tinkelende mandoline bouwt het traditionele klankbeeld verder uit, terwijl dreunende drums en een vervormde basgitaar ons eraan herinneren dat we hier wel degelijk luisteren naar een groep jonge gasten met een uitgesproken moderne invalshoek. Zo ontvouwt “Blue & Gold” zich als een trefzekere opener, die de luisteraar voorbereid op wat It’s A Hell Of An Age verder nog in petto heeft.
“I Was Just A Boy” is een pronkstuk van maar liefst meer dan zeven minuten. In de eerste helft worden we getrakteerd op meeslepende verzen, maar zodra Banks het verhaal over zijn turbulente adolescentie heeft verteld, worden we nog een viertal minuten meegezogen in het prachtige instrumentale universum dat Madra Salach creëert. De instrumentatie draait voornamelijk rond mandoline en drums, terwijl akoestische gitaar, bas en harmonium zich subtiel in het klankbeeld verweven. Door de constante herhaling van dezelfde melodie geraken we bijna in een trance, en daar willen we eigenlijk helemaal niet meer uit kruipen. De schoonheid van “I Was Just A Boy” zit verschuilt in de simpliciteit, en daar zweven wij maar al te graag nog wat langer doorheen. Het nummer ademt nostalgie, maar draagt tegelijk een donkere ondertoon die genadeloos onder je huid kruipt. Opvallend is het gebruik van pedalen die een vervormde klank toevoegen aan het verder traditionele geheel. Zo worden opnieuw klassieke elementen naadloos versmolten met moderne accenten.
Naast eigen nummers kozen de mannen er bewust voor om ook twee covers op hun debuut-ep te zetten, iets wat eveneens een vast onderdeel is van hun livesets. Deze keuzes zijn nooit lukraak: ook met hun covers vertellen ze verhalen. Zo coverden ze eerder “Tunnel Tigers”, een nummer dat het verhaal van Ierse arbeiders vertelt die gevaarlijke tunnelstructuren bouwden in het Verenigd Koninkrijk. Ook “Black Boys on Mopeds”, het protestnummer van Sinéad O’Connor, kreeg hun unieke interpretatie. Op deze ep presenteren ze hun eigen versie van “Spancil Hill”, een traditioneel Iers lied dat door de jaren heen door talloze artiesten werd gecoverd. Waar de mandoline op eerdere nummers het traditionele hart van de luisteraar raakte, wordt hier de aandacht gestolen door een fluit die ons terugvoert in de tijd. Het lied werd volledig uit elkaar gehaald en opnieuw in elkaar gepuzzeld tot volwaardige Madra Salach-song. Daarnaast wordt “Murphy Can Never Go Home” van Mick Curry onder handen genomen. Het nummer vertelt het verhaal van Murphy, een Ierse arbeidsmigrant in Groot-Brittannië die na decennia van hard werken en het opbouwen van welvaart steeds verder vervreemd raakt van zijn afkomst, om uiteindelijk te ontdekken dat er niets meer is om naar terug te keren. Het nummer wordt akoestisch gebracht met enkel en alleen een gitaar als begeleiding onder het verhaal.
Waar op de voorgaande nummers nog hedendaagse elementen doorschemeren, laat “The Man Who Seeks Pleasure” die volledig achterwege. Dat dit nummer niet honderd jaar geleden werd geschreven, lijkt haast onmogelijk; dat het ooit dezelfde legendarische status zal krijgen als de traditionele liederen die vandaag nog in Ierse pubs weerklinken, voelt dan weer bijzonder vanzelfsprekend. Tijdens hun talloze livesets groeide het nummer dan ook razendsnel uit tot een echte Madra Salach-klassieker. Met niet meer dan de dreun van een harmonium en wat ingetogen getokkel op gitaar krijgt Banks een dromerig muzikaal canvas aangereikt, waartegen zijn bijzonder aangrijpende stemtimbre volledig tot zijn recht komt. Beetje bij beetje zwelt het nummer aan tot een groots geheel: extra instrumenten sluipen binnen en de emotionele lading in Banks’ stem wordt met elke zin tastbaarder. Wie tegen het einde niet spontaan mee begint te zingen, mist hier toch iets wezenlijks. “The Man Who Seeks Pleasure” mag dan wel het meest ingetogen nummer van de ep zijn, de impact komt aan als een mokerslag. Even stil en breekbaar als het begon, sluit het lied uiteindelijk ook weer af. Kippenvel van begin tot eind. Wie de band ooit live aan het werk zag, heeft dit hoogstwaarschijnlijk nog tien keer harder gevoeld.
Hoewel de leden van Madra Salach vermengd zijn in een handvol andere projecten, klinkt deze band als een collectief dat is gekomen om te blijven. It’s A Hell Of An Age bewijst dat ze een eigen stem hebben gevonden en dat hun verhalen, zowel in eigen nummers als in covers, de luisteraar lang bijblijven. Van begin tot eind worden we meegesleurd in het traditionele geluid die zodanig adembenemend klinkt dat we bijna het gevoel hebben dat we bij de Ieren in de studio staan, of was het in de pub? De ep wordt gevierd met een UK en Ierland tour, al hopen wij vooral dat er snel een nieuwe passage op het vaste land in de agenda past. Hou die vuile honden van Madra Salach maar goed in de gaten!
Ontdek “I Was Just A Boy”, ons favoriete nummer van It’s A Hell Of An Age, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






