
Op 31 december, voor we ons klaarmaken om het oude jaar achter te laten en het nieuwe jaar te omarmen, krijgen we als Beren het laatste woord over welke liedjes ons het meest beroerd hebben dat voorbije jaar. Sinds 20 juni heeft daar op de eerste plaats heel pontificaal het nummer “Fever” van Zac Henderson gestaan. Het is het mooiste lied van het jaar en we zouden leuren van deur tot deur om hier alle mensen deelgenoot van te maken. Zac Henderson komt uit Tasmanië, een eiland dat onder Australië ligt en werkelijk het einde van de wereld is voor ons, Europese stervelingen. De man is een van de beste singer-songwriters van het (ongeveer) laatste decennium. Inderdaad, alles staat online en een enkele muisklik zijn we verwijderd van zijn schitterende liedjes. Het feit dat de artiest op dat godvergeten eiland is opgegroeid, zorgt er echter voor dat hij veel te onbekend is voor zijn reusachtige talent. Geef deze kerel een inschrijving in de stadsregisters van Londen of New York, en je hebt te maken met een man die over heel Europa en Amerika zalen vult.
De nieuwe plaat heeft de titel Change the Tides gekregen en het zijn drie woorden die verschillende ladingen dekken. Vooral figuurlijk en symbolisch ongetwijfeld, maar zelfs letterlijk te nemen. Daarover dadelijk meer in de volgende alinea’s. Acht songs worden geschonken door de Tasmaanse bard en elk nummer is een waar genot voor het oor geworden, parels die Henderson zonder een eis van tegenprestatie weggeeft aan ieder die het wilt horen. We hebben de plaat de eerste keer opgezet tijdens onze dagelijkse fietstocht van de woonstee naar de loopgraven waar we werken en het was de mooiste rit die we sinds jaren hebben gereden. Het tij wordt inderdaad gekeerd, eb en vloed komen en gaan, de maan oefent haar zwaartekracht uit over het dynamische geheel van vastgrijpen en weer teruggeven. De soundtrack is van de hand van één enkele man: Zac Henderson.
Henderson heeft de kunst begrepen om folk, blues en rock te combineren met poëtische lyrics. De titeltrack is een prelude op wat nog zal volgen, namelijk het feit dat iedereen vreugde afwisselt met pure wanhoop, laagwater met hoogwater. Het verfrist je vermoeide voeten, maar kan je evengoed aan de lippen staan. Het is geboorte, leven en sterven. Over “Fever” zouden we een hele scriptie kunnen volschrijven. Het nummer heeft ons het voorbije jaar richting durven geven. Wat doe je in godsnaam wanneer je doodziek bent en blijft door een allesverslindende verliefdheid die niet beantwoord raakt? Je rouwt voor die ene persoon, die ene man of vrouw waarvoor je oorlogen zou ontketenen, gewoon voor het woord ‘ja’. Op “Suzie” horen we de zanger zoals hij ook kan zijn: ontzettend grappig en bijna koddig als een kleutertje dat achter het been kruipt van papa en mama om zich te verstoppen voor de rest van de wereld. De stukken mondharmonica zijn briljant te noemen en Henderson tracht zijn eenzaamheid te verdrijven door een gesprek te voeren met een telemarketeer die hem van alles en nog wat tracht te verpatsen. Het is de dichte lijn tussen komedie en tragedie die de man durft te bewandelen.
Op “Flash Flood” mogen we de beweging van de getijden heel letterlijk nemen. Het is pure bluegrass met een waargebeurd verhaal waarbij Henderson en een vriend avontuurlijk riolen indoken om daar te beseffen dat het wassende water hen zonder genade het leven had kunnen kosten. Ook hier weet Henderson er eigenlijk iets geestigs van te maken, maar hier door dat fantastisch dansbare melodietje dat de tekst begeleidt. Het water geraakt net niet voorbij de mond om een weg te zoeken naar de longen die dienst zullen weigeren en er voor zorgen dat aan de rijsttafel van het hiernamaals een nieuwe plaats moet ingedekt worden. “Lying Flat” is een onvervalst countrynummer waarin Henderson zelfrelativering tentoonspreidt. Luister met een goede koptelefoon eens naar de percussie. Want dat is ook de Tasmaanse liedjesschrijver, een artiest die zijn liedjes vol geluidjes legt die heel sporadisch en genuanceerd gebruikt worden. Hier en daar enkele trompetnoten, dan een beetje slagwerk, soms een strijker. We zien de man glimlachend knikken naar iemand in de studio die dan enkele noten blaast, strijkt of intoetst.
Na deze alinea zullen er mensen op de achterste poten gaan staan. Er zal gesteigerd worden en misschien zal hoongelach ons deel zijn. Het moge zo zijn. Op “Red & Golden” horen we Zac Henderson als de kruising van een jonge Bob Dylan en Johnny Cash. Laat dit nummer gemaakt zijn in de jaren zestig, het tijdperk dat folk(rock) uitbarstte, en je hebt een artiest die het ene platencontract na het andere onder de neus krijgt geduwd. We zijn echter het jaar 2026 en geografisch is Tasmanië nu eenmaal niet de beste plaats om je muzikale duivels te ontbinden, maar deze schijf bewijst dat de man een heel groot muzikant is met een welgemeende oprechtheid. Hij durft ons deelgenoot maken van zijn hersenspinsels, hij stelt de vragen zonder de antwoorden te krijgen of te geven. Hij balanceert in zijn liedjes op de dunne lijn van hoop en wanhoop, maar het is altijd eerlijk. Elke noot is zuurstof, water en brood. Elk akkoord leeft. De muziek ademt, bekijkt je van dicht en ver, bekruipt je en beloert je. Durf het te omarmen. Durf het te aanvaarden.
Wanneer een ster aan de hemel valt en er hierdoor een heel zonnestelsel werd verwoest, durven we een wens te doen. We gaan vanavond buiten staan, op een open plek waar die zonnen de geest geven en plaats maken voor het ultieme zwart. Elke vallende ster, van de kleinste meteoroïde tot de grootste rode reus, krijgt van ons dezelfde wens. We drukken in die wens de hoop uit dat Henderson met zijn instrumenten een rondreis organiseert door Europa. We nodigen iedereen daar graag voor uit. Iedereen neemt muziek anders in zichzelf op en op zich is er geen onderscheid tussen goed en slecht. Het is allemaal heel persoonlijk. Persoonlijk vinden we Change the Tides nu al de mooiste plaat van het jaar. Het is 16 januari.
Ontdek “Fever”, ons favoriete nummer van Change the Tides in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






