FeaturesInterviews

Interview Tom Smith: ‘De ene dag zit je vol zelftwijfel, de volgende voel je je Freddie Mercury’

© CPU – Cédric Depraetere

Het zijn drukke dagen voor Tom Smith. Terwijl Editors in alle stilte sleutelt aan een achtste plaat, vindt de frontman van de bekroonde band een nieuw spoor om te bewandelen met een soloalbum. Het is echter niet de eerste keer dat de Brit een andere weg inslaat; eerder deed hij dat al twee keer als helft van het duo Smith & Burrows. Voor zijn nieuwste project bundelde Smith de krachten met producer Iain Archer, en daar kregen we al enkele singles als “Life Is For Living” en “Leave” van voorgeschoteld. Het volledige resultaat van dat partnerschap verwachten we op 5 december in de al dan niet virtuele winkelrekken. Hoog tijd dus voor een babbel met Tom Smith himself over de drijfveer achter dat nieuwe hoofdstuk!

Binnenkort verschijnt je allereerste soloalbum There Is Nothing In The Dark That Isn’t There In The Light. Je zei eerder dat het idee om ooit een eigen plaat te maken al lang in je hoofd zat. Wat maakte dat dit nu het juiste moment is om zelf in het licht te stappen?

Ik denk er eigenlijk niet echt over na in termen van juist of fout. Dat soort dingen bouwen zich langzaam op binnenin jezelf en op een bepaald moment komen ze naar de oppervlakte. Zoals je zegt, het is iets waar ik al jaren af en toe aan dacht, en ik denk dat die innerlijke stem steeds luider werd naarmate de tijd verstreek. Er zat zeker een stukje in mij dat dacht: ‘Ik ben 44, als ik het binnenkort niet doe, weet ik niet of ik het ooit nog zal doen.’ Er was een deel van mij dat de tijd voelde tikken. Daarnaast voelden de nummers die ik recent schreef vrij reflectief en persoonlijk, en leken ze gepast voor dat soort plaat. Nadat de EBM-tour met Editors voorbij was, had ik niet meteen zoiets van: ‘Oké, nú moet het gebeuren.’ Ik nam eerst wat tijd om dingen uit te proberen. Ik maakte wat nummers met Andy Burrows en dat ging eigenlijk heel goed, maar ik moest hem uiteindelijk zeggen: ‘Het spijt me, vriend, een volgend Smith & Burrows-album is niet wat ik nu wil doen.’ Hij begreep dat volledig en was waarschijnlijk eerder verrast dat ik het niet al eerder gedaan had, dus het klopte gewoon allemaal. Dus ja, ik denk dat ik ongeveer anderhalf jaar geleden op een ochtend wakker werd met al die dingen in mijn hoofd en dacht: ‘Oké, nu is het moment om er gewoon voor te gaan.’ Dus ik belde mijn manager, we praatten erover… en hier zitten we dan, nu praat ik erover met jou.

Je hebt het grootste deel van je carrière geschreven en gecreëerd als onderdeel van een band of duo. Wat verraste je aan je eigen creativiteit eens je er alleen voor stond?

Het ding is: je staat eigenlijk nooit écht alleen. Een échte soloplaat maken is misschien zelfs onmogelijk. Bij dit album werkte ik met Iain Archer als producer, maar meer nog; we schreven de nummers eigenlijk soort van samen. Mijn ideeën kregen vaak vorm in zijn gezelschap, onder zijn begeleiding en in samenwerking met hem, dus ik stond er nooit écht alleen voor.

In zekere zin voelde het heel natuurlijk – eigenlijk zelfs behoorlijk vertrouwd –, zoals elk nummer waar ik ooit deel van uitmaakte. De meeste Editors-nummers ontstonden met mij alleen aan een akoestische gitaar of piano. Daarna groeiden ze door samenwerking met de band en maakten ze een reis. Bij dit album blijven de nummers dichter bij hun oorspronkelijke vorm, zoals ze waren toen ik ze schreef, dus in dat opzicht lijkt het erg op wat ik gewend ben. Er komt wel heel wat angst bij kijken; je stapt buiten jezelf en denkt aan het grotere geheel. Dan vraag je je af: ‘Fuck, gaat iemand hier eigenlijk zelfs naar luisteren?’

Met de band is er een soort collectieve kracht – samen zijn we beter dan alleen. Op veel manieren komen we samen en maken we iets dat groter is dan onszelf; met geschiedenis, een fanbase, een catalogus… Daar ben ik immens trots op. Dus zo af en toe, terwijl ik dit doe, denk ik: ‘Wat ben ik in godsnaam aan het doen? Waarom zou je zo’n onbekend, eng terrein betreden?’ Maar dan herinner ik mezelf eraan: ‘Nee, komaan, je hebt deze keuze gemaakt en je wilde dit altijd al doen, dus ga er gewoon voor!’ Zoals dat met alles gaat: de ene dag zit je vol zelftwijfel, de volgende voel je je Freddie Mercury. (lacht) Of zoiets.

Ik kan me voorstellen dat het vreemd voelt om uit die collectieve identiteit van Editors te stappen, zeker als een van de meest geprezen Britse bands.

Het voelt vreemd, puur op emotioneel niveau. Het is gek om niet voortdurend met hen samen te zijn, gewoon omdat ze als broers voor me zijn. We brengen zóveel tijd samen door, en ook op professioneel vlak is dat een vruchtbare samenwerking waarin we al twintig jaar samen muziek hebben kunnen maken. Dat is iets geweldigs en daar ben ik heel trots op. Maar het is niet alleen dat muzikale; het zijn dingen als elke dag praten over onzin, samen zijn als er iets slechts gebeurt in de wereld, voetbal bespreken – praten over alles eigenlijk.

De typische ‘guy stuff’.

Ja, guy stuff! (lacht) Nee nee, wij doen niet echt aan ‘guy stuff’. Maar ik mis de steun en het gezelschap wel. Als ik dit soort persronde normaal doe, is er altijd iemand van de band bij. Nu doe ik het alleen, dus dat voelt wel vreemd.

Hoe reageerden de andere bandleden toen je met het idee kwam om solo te gaan?

Ze zagen het eigenlijk al aankomen. Voor hen voelde het heel logisch, niet als een verrassing. Ze waren waarschijnlijk verbaasd dat ik het niet eerder gedaan had. De manier waarop dit soort dingen werken, is dat ik nu even een tijdje weg ben van hen – een paar weken, misschien maanden, voor dit album en de tour. Maar afgelopen zomer waren we nog non-stop samen in de studio aan het werken aan de volgende Editors-plaat, dus het is niet alsof ik die deur helemaal dichtgooi voor een jaar. Het is minder dramatisch dan dat, ik mis gewoon de steun en nabijheid die we normaal dag na dag bij elkaar vinden.

Met Editors speel je gewoonlijk voor grote festivalweides, zeker in België. De nummers op je soloalbum klinken veel intiemer, persoonlijker. Hoe stel je je voor dat ze live zullen klinken?

Ik denk niet dat ik deze nummers zal spelen op de typische grote festivals. Ik geloof niet dat dat zou passen – het album is niet gemaakt voor dat soort podia. In september reed ik met een vriend doorheen het Verenigd Koninkrijk en deed ik een aantal erg kleinschalige shows; voor een honderdtal mensen in dorpszalen, kleine kerken en andere ongebruikelijke plekken waar ik met Editors nooit zou kunnen optreden. Het was echt magisch, een beetje ongemakkelijk ook, maar op een heel mooie manier. Zó stil dat je een speld kon horen vallen. Als iemand niesde, wist iedereen het meteen. (lacht) Het voelde gewoon juist, helemaal passend bij deze nummers. Ik speelde ook enkele Editors-nummers, dus het was een mengeling van alles. Wanneer het album uit is en ik er mee op tour ga, zal het waarschijnlijk ook een beetje zo zijn; veel gênante stiltes, nerveus gelach en mensen die samen droevige liedjes zingen.

Belgen zijn daar meestal dol op.

Ja, ik denk dat mensen in het algemeen houden van droevige nummers; het is iets heel menselijks. Vraag iemand wat zijn favoriete nummer is, en in de meeste gevallen zal het een triest liedje zijn – of dat nu iets uit de popwereld is, of iets als “God Only Knows” van The Beach Boys. Er zit altijd een zekere melancholie in; dat hoort gewoon bij het mens-zijn, denk ik. Dus een publiek dat openstaat voor die intimiteit en stilte, dat zou mooi zijn.

Is dat ook wat je hoopt dat luisteraars zullen voelen wanneer ze je plaat voor het eerst horen – die intimiteit en puurheid?

Ik leg liever geen verwachtingen op aan het publiek. Natuurlijk hoop ik dat het album mensen raakt – dat het iets in hen losmaakt, dat het resoneert op een emotionele manier – dat zou geweldig zijn. De nummers zijn nogal persoonlijk, zelfs romantisch en hoopvol op een bepaalde manier, ook al klinken ze als een bundel droevige liedjes. Die warmte en liefde komt van de mensen rondom me – mijn vrouw, mijn kinderen, de band – zij helpen me door de dagelijkse zorgen heen. Dat soort warmte zit in het album, en als mensen dat herkennen en het hen raakt, dan is dat prachtig.

De titel van het album is behoorlijk poëtisch. Is die ook ontstaan vanuit datzelfde hoopgevoel?

De hoop en het optimisme die in de plaat zitten, komen voort uit de mensen om me heen. De albumtitel komt uit het nummer “Deep Dive” en vat het gevoel dat er altijd licht aan het einde van de tunnel is perfect samen – dat idee keert trouwens in meerdere liedjes terug. Het gaat over gedeelde strijd; zoals wanneer er een verschrikkelijke storm raast en het even lijkt alsof de wereld vergaat, maar je wordt de volgende ochtend wakker en in de ochtendstilte lijkt alles schoongewassen. Op dat moment denk je: ‘Oké, we leggen de dakpannen terug, het komt wel goed.’ Stormen gaan uiteindelijk altijd liggen.

Welk nummer ligt je het nauwst aan het hart of ben je het meest trots op?

Degene waar ik het meest trots op ben, is track drie: “Endings Are Breaking My Heart”. Ik raakte een beetje geobsedeerd door het idee van een nummer dat eigenlijk een opsomming is van dingen die eindig zijn. Als je het casual beluistert, lijkt het op bepaalde manieren te gaan over sterfelijkheid, en dat klopt ook wel, maar ik wilde dat het meer was dan dat. Een lijst van dingen die ophouden te bestaan zoals bloemen die verwelken op een tafelblad, mijn kinderen zien opgroeien, het laatste biertje voor je naar huis gaat… Zowel alledaagse dingen als momenten met meer gewicht. Misschien is dat uiteindelijk waar het leven om draait: een opeenvolging van dingen die één voor één uiteindelijk tot een einde komen. Ik vond de eenvoud van dat idee mooi, en zocht naar een manier om dat in dat nummer te gieten.

Dat klinkt enorm inspirerend en troostend.

(lacht) Ik weet niet of het inspirerend is, misschien zelfs een beetje deprimerend. Veel van de nummers die ik vroeger met de band schreef, hadden dat typische rockdramatische kantje. Daardoor konden de teksten soms speelser of dubbelzinniger zijn, op een manier die minder rechtuit en persoonlijk is. Bij dit album voelde het juist natuurlijk om eerlijk te zijn, minder theatraal, minder over the top. “Endings Are Breaking My Heart” was voor mij een specifiek voorbeeld daarvan: iets te zeggen hebben en het juist op papier krijgen.

Door van die grootse rockproductie naar iets veel simpelers en intiemers te gaan, is je relatie tot muziek maken veranderd op een bepaalde manier?

Ik denk dat ik nu op een punt ben waarop ik mijn nummers wil laten horen zoals ze ontstonden – dicht bij hoe ze klinken wanneer ik ze schrijf. Eigenlijk geldt dat voor bijna alles wat ik ooit voor Editors schreef. Zelfs bijvoorbeeld “Papillon” is begonnen met mij, gewoon tokkelend op een akoestische gitaar. Dat nummer heeft daarna een heuse reis gemaakt – van synths, over de band tot die grote festivalpodia – dat is een groot deel van wie we zijn en dat vind ik geweldig, daar zou ik niets aan willen veranderen. Maar als je het helemaal terugbrengt naar de basis, dan verschilt het niet zo heel veel van de nummers op mijn album nu, en dat geldt voor veel Editors-nummers eigenlijk. Dus zoals ik al zei: ik doe niet echt iets nieuws, ik breng het gewoon terug naar waar het ooit begonnen is.

Voor de gelegenheid maakt Smith maar liefst vijf(!) tussenstops in ons Belgenlandje: op 8 april in de Vooruit, 9 april in Cactus Muziekcentrum, 15 en 16 april in de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Laken en 17 april in de Sint-Jacobskerk te Luik. Tickets zijn verkrijgbaar via de website van Live Nation.

Instagram

Related posts
FestivalnieuwsMuzieknieuwtjes

21 nieuwe namen voor Rock Werchter met onder andere David Byrne en CMAT!

Rock Werchter komt nog voor de feestdagen met een groot cadeau. Het programma wordt namelijk aangevuld met 21 namen, waardoor de affiche…
AlbumsRecensies

Tom Smith – There Is Nothing In The Dark That Isn't There In The Light (★★★): Licht aan het einde van de tunnel

Veel nieuws voor fans van Editors deze dagen! Vorige week raakte bekend dat de Britse band komende zomer maar liefst drie keer…
FestivalnieuwsMuzieknieuwtjes

Editors headliner van Cactusfestival, Lokerse Feesten en Suikerrock 2026!

Een Belgische festivalzomer zonder Editors? Dat is bijna ondenkbaar (en ja we weten dat ze dit jaar geen shows hebben gespeeld)! Ondanks…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *