Bob Mould is een echte rocker die al meermaals gitaren van schouder heeft verwisseld. In 1979 richtte de Amerikaan uit Minneapolis Hüsker Dü op, een punkrockband die voor vele latere generaties het startsein heeft betekend om zelf instrumenten aan te schaffen en rockmuziek te maken. In 1988 splitte het trio, waarop Mould dan maar zonder Greg Norton en Grant Hart verder bouwde aan zijn muziekcatalogus. Een knoert van een zijsprong werd genomen in het begin van de jaren negentig toen de man Sugar oprichtte met David Barbe en Malcolm Travis aan zijn zijde. Het is een van onze lievelingsbands sinds we uit de kakbroeken zijn en een dikke maand geleden blies de artiest zelf(s) na drie decennia nieuw leven in dat drietal. Hier zijn we echter om naar het onverwoestbare solowerk van Bob Mould te komen kijken en luisteren en de man vindt – zoals steeds blijkbaar – twee extra muzikanten voldoende om het podium te vullen. Aan de bas krijgen we Jason Narducy, een kerel die al de honneurs op de bas heeft waargenomen bij Superchunk, The Pretenders en Eddie Vedder om er maar drie te noemen. Achter de drumvellen zit Jon Wurster, ook van Superchunk en The Mountain Goats. Kan dit nog eigenlijk nog misgaan voor we een eerste gitaaraanslag hebben gehoord?
Blue Robin werd naar voren geschoven als voorprogramma, wat misschien een beetje verrassend is omdat de stijl van het Belgische vijftal vrij ver van het muziekgenre van de hoofdact ligt. Nog verrassender was het feit dat frontvrouw Lore Borremans er helemaal alleen voor stond, zonder begeleidingsband. De zaal zat al heel goed gevuld en Borremans had alleen een elektrische gitaar omgegord. Ze was duidelijk zenuwachtig en gaf dit ook ruiterlijk toe, maar die nervositeit smolt als sneeuw voor de zon wanneer ze begon te zingen. De zaal werd muisstil en het publiek was duidelijk een bende muziekliefhebbers die veel waardering hadden voor de breekbare muziek met poëtische teksten. Na een kwartier moest de gitaar gestemd worden, maar het lukte maar niet. Was het gespeeld? Was het gemeend? Gelukkig was bandlid en gitarist Ebe Vranken in de zaal en werd hij het podium opgeroepen om de gitaar te stemmen en mocht hij direct een lied meespelen. Het intermezzo duurde misschien iets te lang, maar het had wel iets sympathieks en zelfs naïefs. We kregen ook nog een nieuw liedje te horen over een relatiebreuk met vele wonden en Borremans hield zich heel sterk terwijl ze de fragiele, bittere tekst zong. “Persephone”, de debuutsingle van Blue Robin sloot het optreden af. Blue Robin vulde de zaal met enkel haar stem en een gitaar, blauwe spots waren haar metgezel en iedereen hoorde dat dit heel goed was!
In Het Depot heb je het gevoel dat je in de bioscoop zit door de fluwelen zetels die de helft van de zaal innemen. Er kon dus gezellig gekeuveld worden en opeens, compleet uit het niets, stond het trio van Bob Mould Band op het podium en werd er van de eerste seconde onnoemelijk veel gas gegeven. “Star Machine” was het begin van een dolle rit die bijna twee uur zonder een seconde pauze zou aanhouden. Als drie dollemannen speelde de band het ene nummer na het andere, en het enige dat Mould zei was ‘good evening’. In een belachelijk snel tempo volgden “The Descent” en nadien “Neanderthal” en “Here We Go Crazy” van de laatste plaat Here We Go Crazy. Werkelijk elk nummer begon met drie motten op de hi-hat van Jon Wurster en we waren weer vertrokken voor een goeie minuut of twee, drie. Dat razende tempo waarvoor Bob Mould met zijn andere bands Hüsker Dü en Sugar zo voor bekend staat, was ook hier helemaal aanwezig. Geen seconde respijt kreeg het publiek om even adem te halen.
Mould in een zwart T-shirt en Narducy in een groen-zwart geblokt houthakkershemd, het is de eenvoudige stijl van die mooie jaren negentig en ook muzikaal werd het een ’throwback in time’. De zanger is echt nog geen spat veranderd sinds we hem met Sugar hebben zien optreden in 1992. 33 jaar zit er tussen, zo oud is Jezus Christus maar geworden, maar de gedrevenheid en de souplesse zijn bij Mould nog helemaal intact. Als de rasechte punkrocker die hij eigenlijk is, vuurde hij de hele tijd muzieksalvo’s af uit zijn verschillende platen. In “American Crisis” legde de man zijn eigen land op de rooster met zinnen als ’this American crisis keeps me wide awake at night’. Het punkhart is hij, ondertussen al bijna op pensioengerechtigde leeftijd, ook totaal niet kwijtgeraakt. Een persoonlijke topper was ongetwijfeld “The War”, een song die – met een dikke korrel zout uiteraard – als een hit kan aanzien worden van de band.
Echt grote hits heeft Bob Mould nochtans niet, en wie dacht om wat muziek van Sugar te horen, was er aan voor de moeite. Het hoefde ook helemaal niet met een catalogus van vijftien platen op je conto. Dit is ook Sugar niet, met David Barbe en Malcolm Travis, dit was Bob Mould Band, een trio dat de zaal in complete verwoesting achterliet. Ook een tophit van Hüsker Dü zoals “Diane” stond niet op de setlist, maar met nummers zoals “Celebrated Summer” en “Flip Your Wig” zag je wel opmerkelijk meer handen de lucht in gaan. Op veel T-shirts van het publiek vol mensen die zich Generation-X kunnen noemen, stond dan ook in koeien van letters de punkband uit de jaren tachtig van Mould. Meer zelfs, het laatste kwartier van het optreden was het volkomen Hüsker Dü wat de klok sloeg. En geloof het of niet, het tempo werd door deze razendsnelle songs nog veel meer opgeschroefd dan het al was.
Dit optreden was één groot, solide geheel, een geheel dat geen pauzes toeliet en zelfs geen tijd gaf om even adem te pakken. Er werd een sprintje getrokken van bijna twee uur en toen de lichten van de zaal aanfloepten, zaten we helemaal kapot. Misschien is het omdat de show in Leuven was, maar we hoorden heel veel verschillende talen. Heel veel Engels, Frans, Spaans, Italiaans, Duits en het Nederlands van bij onze noorderburen. Het publiek was van ver gekomen om Bob Mould en zijn twee kompanen aan het werk te zien en het kreeg waarvoor het getekend had: een keiharde show met vijfentwintig schijven die bleven beuken van het prilste begin tot het bitterste einde. Helemaal onder de adrenaline en endorfines zijn we naar huis gereden en eerlijk, we hebben Copper Blue van Sugar gedraaid op het hoogste volume. We konden er gewoon niet genoeg van krijgen!
Setlist:
Star Machine
The Descent
Neanderthal
Here We Go Crazy
You Need To Shine
Fur Mink Augurs
The Ocean
Daddy’s Favorite
Black Confetti
Next Generation
American Crisis
Fireball
Forecast Of Rain
I Don’t Know You Anymore
You Say Yout
Hardly Getting Over It (Hüsker Dü)
Celebrated Summer (Hüsker Dü)
Hard To Get
When Your Heart Is Broken
The War
Flip Your Wig (Hüsker Dü)
Hate Paper Doll (Hüsker Dü)
Chartered Trips (Hüsker Dü)
Something I Learned Today (Hüsker Dü)
Makes No Sense At All (Hüsker Dü)







