Fans van de Britse alternatieve rockband Deaf Havana hebben er drie jaar op moeten wachten, maar vandaag ligt de zevende langspeler eindelijk in de winkel. De band heeft al heel wat gedaanten aangenomen (van post-hardcore tot folk en alternatieve pop) en daarbij ook evenveel diepe wateren doorzwommen. Met All These Countless Nights loste de band in 2017 haar muzikaal hoogtepunt, tot ze na de release van opvolger Rituals in 2018 in een crisis belandden. De bandleden voelden geen connectie meer met de groep, wat leidde tot het vertrek van bassist Lee Wilson en drummer Tom Ogden. De gebroeders James en Matthew Veck-Gilodi besloten verder te gaan als duo en brachten in 2022 met The Present Is A Foreign Land een plaat uit waarin introspectie, verlies en herontdekking centraal stonden. Nu ligt met We’re Never Getting Out een nieuwe plaat in de rekken en die luidt alweer een nieuwe fase in in het leven van de broertjes.
Het maakproces van We’re Never Getting Out liep niet echt van een leien dakje. Waar er eerst nog een bijna kant-en-klare plaat op de plank lag die aansloot bij The Present Is A Foreign Land, gooiden ze die resoluut in de vuilbak om van nul af te beginnen. Er werd versterking ingeroepen: producer en co-schrijver George Glew nam plaats achter de knoppen en Ross MacDonald (The 1975) en sessiedrummer Freddie Sheed namen respectievelijk de bas en drums onder handen. Het opnemen gebeurde grotendeels in huiselijke setting en later in Otterhead Studios, waardoor de muziek niet alleen minder gepolijst klinkt, maar ook veel dichter bij de broers zelf staat. Die werkwijze maakt van dit album geen grootse comeback met bombast, wel een helder verslag van twee muzikanten die zichzelf opnieuw hebben moeten uitvinden.
Voor zanger, gitarist en tekstschrijver James verliep dat heruitvinden behoorlijk radicaal: een midlifecrisis deed hem niet alleen zijn ambities met Deaf Havana herbekijken, maar ook zijn persoonlijk leven onder de loep nemen. Het meest ingrijpend kwam dat tot uiting in de zomer van 2024: toen zette hij na lang twijfelen een punt zette achter een huwelijk waarin hij al langer ongelukkig was, maar waar hij niet uit durfde te stappen uit angst voor de onzekerheid en eenzaamheid die aan de andere kant wachtten. We’re Never Getting Out werd geschreven en gemaakt tijdens deze turbulente maanden en dat vertaalt zich natuurlijk in een persoonlijke plaat.
Met “Life In Forward Motion” opent het album alvast zonder geheimen: muzikaal schuifelt de band beheerst boven gepolijste gitaren, zachte elektronica en heldere drums, maar in de tekst legt James Veck-Gilodi zijn ziel meteen helemaal bloot. ‘I know living should be easy but sometimes it feels a curse / There’s a shadow hanging round me and it’s slowly growing worse’, zingt hij en dan weten we dat we niet op een vrolijk plaatje moeten wachten. “Carousel” beschrijft vervolgens de duizelingwekkende roes waarin hij gevangen zat tijdens de laatste maanden van zijn huwelijk, een vicieuze cirkel van verdriet en zelfverdoving waaruit ontsnappen onmogelijk leek. In de fijne, springerige single “Tracing Lines” wordt dan weer op knappe wijze de nasleep verbeeld, wanneer de scheiding achter de rug is en James opnieuw intrekt in zijn ouderlijke woonst.
Tekstueel valt er nog meer bittere schoonheid te ontdekken in de songs op deze plaat, al valt er gelukkig muzikaal evenzeer heel wat te genieten. “Dog” drijft op een scherpe riff, een mistroostig refrein en enkele krachtige vocale uithalen, waardoor de track een scherpere rocksfeer krijgt. De titelsong start met een heerlijke ritmesectie en rolt daarna energiek verder, als een duidelijke echo van Arcade Fire’s “Ready to Start”. “Frida 1939” vormt dan weer de intieme akoestische kampvuursong die voor een welkome adempauze zorgt.
Is alles van We’re Never Getting Out van hetzelfde hoge niveau? Helaas niet. Songs als “Cigarettes & Hotel Beds” en “Hurts To Be Lonely” zijn ongetwijfeld essentieel voor het verhaal van het album en tekstueel staan ze meer dan hun mannetje, maar muzikaal bieden ze te weinig afwisseling. Echt slecht wordt het gelukkig nergens en dankzij het bredere verhaal dat de plaat vertelt blijft deze zevende langspeler toch een van de beste uit de catalogus van Deaf Havana.
We’re Never Getting Out laat zien dat Deaf Havana zichzelf nog maar eens opnieuw heeft gevonden, met een plaat die eerlijk en persoonlijk aanvoelt. Niet elke song blijft even hard in ons hoofd hangen, maar het persoonlijke verhaal van James Veck-Gilodi houdt de spanning erin en bewijst dat de band nog steeds sterke nummers kan afleveren. De combinatie van gevoel en toegankelijke, vlotte rockmuziek maakt het een fijne toevoeging aan hun discografie, en hopelijk zal het duo Veck-Gilodi er ook een groeiende fanbasis mee winnen.
Facebook / Instagram / Twitter / Website
Ontdek “Dog”, ons favoriete nummer van We’re Never Getting Out, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






