Soms gebeuren de mooiste dingen wanneer twee muzikale werelden onverwacht botsen. Neem Mark ‘E’ Everett, de immer melancholische ziel achter Eels, en Kate Mattison, de elegante spil van Brooklyn’s 79.5. Op papier lijken hun universa nauwelijks verenigbaar: de rokerige, doorleefde bariton van Everett tegenover de engelachtige zanglijnen van Mattison. Toch is juist in dat contrast de magie van het gezamenlijke project Boo Boos te vinden. Onder hun alter ego’s Bronco Boo en Katie Boo presenteren ze met Young Love een debuutplaat die je meevoert naar een parallel universum waarin softrock, americana en seventies-duetten herleven in een verrassend fris en speels jasje.
Waar Eels doorgaans de zwaarmoedige krochten van het bestaan bewoont en 79.5 flirt met disco, soul en pop, ontvouwt Young Love zich als een verzameling ongekunstelde popsongs die nostalgie en vitaliteit combineren. Twaalf nummers lang weeft het duo een tapijt van warmte, humor en een tikkeltje melancholie, waarin hun stemmen als vanzelf in elkaar grijpen. Soms teder, soms ondeugend, altijd raak. De plaat ademt een sfeer van kameraadschap die aangevuld wordt met een lichtvoetigheid, alsof men door een achteruitkijkspiegel kijkt naar een tijd waarin muziek nog draaide om plezier, chemie en directe emotie.
Het ontstaan van het album leest als een modern sprookje. Everett hoorde bij toeval een nummer van 79.5 op de radio, raakte gefascineerd en nam contact op. Wat begon als een digitale ideeënuitwisseling tussen Los Angeles en Brooklyn, groeide uit tot een hechte vriendschap die de creatieve motor werd. De opnames vonden deels plaats op afstand, deels samen in de studio, maar altijd met dezelfde speelse energie. Lachen, improviseren, grapjes maken, veel van die spontane momenten belandden rechtstreeks op de plaat, alsof de luisteraar getuige is van een muzikale blind date die wonderlijk goed uitpakt.
Neem “That’s Not a Thing”, de speelse opener waarin Everett en Mattison lichtvoetig bekvechten over relationele misverstanden. Zijn brommende stem zet de toon, haar sprankelende tegenstem snijdt er dwars doorheen. Het resultaat doet denken aan Gram Parsons & Emmylou Harris in de jaren zeventig, maar met een ironische twist die het naar 2025 tilt. Of luister naar “C’mon Baby”, de single die uitblinkt in eenvoud en catchiness. Het refrein bestaat uit zo een straf deuntje dat het dagenlang in het hoofd blijft rondzingen. De Boo Boos tonen hier dat ze niet alleen chemie hebben, maar ook de gave om popklassiekers-in-spe te schrijven.
“Stumbled” vormt dan weer het fragiele hart van de plaat. Hier wordt de vaart ingeruild voor dromerige introspectie, waarin de stemmen zich niet tegenover, maar in elkaar nestelen. Het nummer evoceert het gevoel de greep op de liefde en het leven kwijt te zijn, maar doet dat met een ontwapenende kwetsbaarheid die onder de huid kruipt. Het is een moment van stilte in een album dat vooral sprankelt van luchtigheid. Humor en bravoure komen dan weer nadrukkelijk naar voren in “Total Thunder” en “The Toughest Bitch I Know”. In de eerste spat de energie van de grooves, een americana-popanthem dat tegelijk stoer en speels klinkt. In de tweede neemt Mattison het voortouw, met een tongue-in-cheek feministische hymne die haar stem zelfverzekerd laat schitteren. Dit zijn de momenten waarop Young Love zichzelf overstijgt: de nostalgie dwaalt een dik half uur rond, maar de plaat is meer dan een eerbetoon aan het verleden.
De charme van Young Love zit trouwens niet alleen in de stemmen, maar ook in de productie. Everett koos voor analoge instrumentatie: slidegitaren, orgeltjes, akoestische ritmesecties die herinneren aan de gouden jaren van softrock en americana. Mattison legde er haar meerstemmige, engelachtige harmonieën overheen, waardoor elk nummer balanceert tussen nostalgie en nieuw elan. Het is een bewuste keuze: een retro-getinte sound die rechtstreeks uit de jaren zeventig lijkt te zijn weggelopen en toch verrassend actueel klinkt.
Natuurlijk is niet elk moment even memorabel. Hier en daar sluipt er wat te veel vrijblijvendheid in de songs, vooral wanneer de chemie iets te nadrukkelijk in lachjes en geflirt wordt uitgevent. Of zoals op “Intros and Outros” waar ‘E’ solo gaat en we het gevoel krijgen dat we naar een b-kantje van Eels aan het luisteren zijn. Toch voelt dat eerder als een bewuste stijlkeuze: Young Love pretendeert immers geen groots artistiek statement te zijn, maar een eerlijke, vrolijke viering van samenzijn en muziek maken. Het is die ontwapenende eerlijkheid die de plaat zijn ziel geeft. Met Young Love heeft Boo Boos een debuut neergezet dat zich moeiteloos nestelt tussen de meest intrigerende samenwerkingen van 2025. Het is een plaat die niet enkel de fans van Eels en 79.5 zal bekoren, maar ook iedereen die snakt naar muziek waarin plezier én authenticiteit primeren. Liefde voor muziek noemen ze dat wel eens.
Website / Facebook / Instagram
Ontdek “C’mon Baby”, ons favoriete nummer van Young Love in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.







