
© Jennifer Medina
Múm heeft altijd al een aparte status gehad. Enerzijds is zij vrij onbekend bij het grote publiek, anderzijds wordt zij wereldwijd gewaardeerd om haar eigenzinnige creativiteit. En nu is er na twaalf jaar eindelijk weer een nieuw album. De verwachtingen zijn hoog gespannen. Klinkt History of Silence als múm? Hoe IJslands is múm nog? Vragen die slechts het topje van de ijsberg vormen in een gesprek met Örvar Smárason.
Örvar zit er relaxed bij, ergens in zijn thuishaven Reykjavik. Hij excuseert zich meteen voor het te laat inloggen voor onze videocall. Drie minuten, dat is te overzien. En zal meer dan goed worden gemaakt door zijn persoonlijke verhalen over múm, het geesteskindje van hem en zijn maatje Gunnar Tynes. De directe aanleiding is de release van History of Silence, hun eerste album sinds Smilewound uit 2013. En ook weer uitgebracht bij het Berlijnse onafhankelijke label Morr. ‘Geloof me, het is echt een hele opluchting dat de plaat er nu eindelijk is. Het is niet moeilijk om aan een nieuw album te beginnen. Maar om hem af te maken… Wanneer is een song nou echt klaar? En er zitten zoveel details op dit album. Misschien horen de luisteraars ze niet eens allemaal. En ze kunnen al sowieso niet horen hoe het album tot stand is gekomen. Ik kan je zeggen: heel ingewikkeld’. Daarom duurde het hele maakproces van History of Silence, ook meer dan tweeënhalf jaar.

© Billie Wheeler
Laten we bij het begin beginnen. Voordat er sprake van was, dat Smilewound überhaupt een opvolger zou krijgen. Het was de tijd van corona… ‘We waren op wereldtournee en zouden net naar Amerika gaan. Maar we moesten stoppen. Dat was natuurlijk heel erg velend. Maar achteraf gezien bood het ook de tijd en rust om terug te kijken en om nieuwe plannen te maken.’ Waar eerdere múm albums tot stand kwamen ‘omdat er nu eenmaal songs waren’, was History of Silence een heel bewuste beslissing. ‘Maar… Gunnar en ik wilden het deze keer wel helemaal anders doen: we zouden een studio boeken om de plaat te maken. Dat hadden we nog nooit eerder gedaan! Het debuutalbum ontstond gewoon in de kelder van de Gunnars ouderlijk huis. De volgende twee zijn ontstaan in vuurtorens. Om juist maar zo ver mogelijk van de bewoonde wereld te zijn. En zo zijn we nog op speciale plaatsen geweest. Maar voor History of Silence wilden we dus ‘gewoon een studio in’ om songs te schrijven.’ Örvar begint al te grinniken: ‘Uiteindelijk deden we het toch weer net even anders: dingen opnieuw, apart, samen, anders, en weer opnieuw. Op het einde was het toch weer de chaotische manier waarop múm nu eenmaal een album maakt. Blijkbaar is dat onvermijdelijk. Die manier van werken zit in ons.’
Voor alle duidelijkheid: múm bestaat sinds 1997 uit de twee kernleden Örvar Smárason en Gunnar Tynes. Zij laten zich op plaat en live omringen door verschillende muzikanten, die elkaar ondertussen ook heel goed kennen. Zo hebben de vier muzikanten die meespelen op History of Silence én straks mee op wereldtournee gaan, ook gespeeld op één of meerdere andere múm albums. Dit wetende, kunnen we de unieke werkwijze van het recente album (misschien) iets beter begrijpen… ‘Feitelijk is History of Silence echt als een studioalbum begonnen. We gingen als volledige band naar de Sudestudio in het Zuid-Italiaanse Salento. Vervolgens hebben we die opnames een paar maanden laten rijpen. En hebben we kritisch gekeken wat de songs nog nodig hadden. Dat deden we als band én ieder voor zich, gewoon in de thuisstudio zeg maar. Gunnar woont in Berlijn, ik in Reykjavik, celliste en zangeres Gyða Valtýsdóttir in Athene en drummer Samuli Kosminen in Helsinki. Daarnaast hebben we aparte opnamen gedaan in New York en Praag. En hebben Róberta Andersen (gitaar/vocals) en Sigurlaug Gísladóttir (zang) nog dingen toegevoegd vanuit IJsland. Dat maakt het album uiteindelijk tot een soort muzikale puzzel, een soort patchwork van ideeën en opnames. Gunnar en ik deden uiteindelijk de eindproductie en de mix in Reykjavik en Berlijn. En ja, dat is intensief. Maar, we zijn er ondertussen aan gewend geraakt om op die manier te werken.’

© Billie Wheeler
Het is ook meteen de kracht van múm, vindt Örvar. ‘We zijn allemaal onafhankelijke en zelfstandige muzikanten. Die er heel veel projecten naast doen, verspreid over de hele wereld. Iedereen neemt de eigen persoonlijkheid en ervaring mee naar múm. En dat hoor je terug in onze muziek, vooral in de spontaniteit van alles. We willen het misschien soms wel te perfect hebben, maar we doen het wel op een speelse manier. En staan open voor alle ideeën. Tsja, dan duurt het tweeëneenhalf jaar voordat het album klaar is…’ Maar wanneer is een album of een song eigenlijk klaar? Örvar lacht en had de vraag wel verwacht: ‘Ken je de film Portrait of a Lady on Fire? Het gaat over een Franse vrouw, een schilder. Ze maakt gedurende de hele film een portret. Ergens vraagt het model: ‘Hoe weet je nu wanneer het schilderij klaar is?’ Het antwoord van de schilder is een van mijn favoriete quotes: ‘Op een dag stop ik met schilderen… en dan is het schilderij klaar…’ Dit is meteen een van de moeilijkste dingen in kunst: wanneer is iets af? Het enige logische antwoord is: als je stopt. Dat is bij múm ook zo.’ Het is inderdaad een geweldige quote. Maar bij múm heb je niet één, maar zes verschillende muzikanten, als zes verschillende schilders… ‘Maar daar beslissen Gunnar en ik. Wij schrijven samen, doen de productie en de mix. Soms zijn wij het ook niet met elkaar eens, maar we kennen elkaar al achtentwintig jaar door en door. Maar toch, hoe ouder we worden, en dus hoe meer ervaring we hebben, hoe moeilijker het wordt om een song af te maken. Dan hebben we echt een deadline nodig. Iemand die zegt: ‘Het moet nú klaar zijn’.’
Örvar snijdt terecht de lange relatie aan met zijn maatje Gunnar. Tijd om even terug te gaan naar het Reykjavik van de jaren negentig. ‘Gunnar en ik hebben elkaar leren kennen in een andere band. Ik speelde gitaar en hij bas. Maar eigenlijk wilden we het liefst elektronische muziek maken. Dat was toen hip, vooral als een duo. Maar we merkten al snel dat we er ook andere instrumenten bij wilden. We wilden het akoestische en elektronische meer gaan combineren. Dat werd in die tijd nog wat vreemd gevonden. Maar wij deden het toch. En we zijn het blijven doen, op al onze albums. Soms was het iets meer elektronisch, soms iets meer akoestisch. Ik weet nog dat we bij de eerste drie albums gek werden van alle digitale mogelijkheden. Daarna keken we zorgvuldiger naar wat we écht nodig hadden. Het moest ook spontaner gebeuren: een natuurlijke mix van de modernste technieken naast old school synths, overdubs, bandtapes en analoge zaken. Het gaat ons juist om die creativiteit en die eigenheid.’ Örvar gaat onverstoorbaar verder in zijn college over de artistieke wereld, die múm heet. ‘Het is natuurlijk goed om ideeën te hebben. Dat je weet hoe je iets wilt doen. En meestal doen wij dat dan ook zo. Maar het allerbelangrijkste is, om dat ook weer te durven loslaten. Om aan te voelen wat de muziek zelf wil. Het is ‘creëren in het moment’, niet als een concept. Eerlijk gezegd denk ik dat geen enkele song uiteindelijk zó is geworden zoals we hem ooit hadden bedacht.’

© Billie Wheeler
Daar komt ook nog eens de steeds veranderende inspiratie bij. ‘Je leven verandert, de omstandigheden veranderen, de wereld verandert.’ En die gevoelens en gedachten probeert Örvar te vangen in teksten. ‘Maar dan wel zo abstract mogelijk, als poëzie. Het zijn dus teksten, zinnen en woorden zonder een boodschap of een echte verhaallijn. Dat heeft onze muziek ook niet nodig. Ik heb ooit een song geschreven, die duidelijk politiek getint was: “Time to Scream and Shout”, de slotsong op Smilewound. Ik heb er nooit een opmerking of vraag over gehad. Heeft men de tekst wel gelezen of gehoord, kun je je afvragen… Maar ik vind het prima zo. Ik zie onze lyrics ook meer als een extra instrument. Sommige mensen denken zelfs dat ze in het IJslands zijn, zo onbegrijpelijk. Prachtig toch? I like that!’
Over IJsland gesproken. Örvar woont er weer. Na een lang verblijf in Berlijn, waar zijn maatje Gunnar nog steeds woont. Ook de gastmuzikanten zijn grotendeels uitgevlogen vanuit het eiland dat bungelt aan de poolcirkel. In hoeverre is múm (nog) een IJslandse band?’ Het is vooral de manier waarop we met elkaar omgaan: als een community, een gemeenschap van gelijkgestemde artiesten. Dat is typisch IJslands. Toen wij begonnen, gebeurden er al tien jaar fantastische dingen in de IJslandse scene. Vooral door het label Smekkleysa / Bad Taste met bands als The Sugarcubes. Zoals zij muziek en kunst benaderden. Dat is echt heel belangrijk geweest, ook voor múm. Zij brachten compilaties uit, hielpen nieuwe bands en muzikanten. Het was een scene van DIY, van creativiteit en spontaniteit. Alles kon en alles mocht. Ook een band als Sigur Rós is ooit zo begonnen.’ Dat was meer dan dertig jaar geleden. Is Örvar nog steeds trots op de omschrijving ‘múm is een typische IJslandse band?’ ‘Ja, zeker wel. Maar dan vooral in die manier van muziek maken, in die manier van denken. Sommige mensen vinden dat er ook zoiets bestaat als een ‘IJslandse sound’. Maar dat zie ik niet zo. En dat is ook een last. Want dan hoort een IJslandse band dus blijkbaar op een bepaalde manier te klinken. ’ Er schiet hem een anekdote te binnen: ‘Mijn grootste compliment op dat vlak, kregen we ooit van Brian Eno. Op een tournee in Brazilië had hij eens een gebrande cd van múm gekregen. Gewoon, kaal, dus zonder gegevens erop. Alleen múm en de titel van het album. Hij luisterde een paar keer en elke keer dacht hij: ‘Wauw, Brazilians are so crazy, so weird.’ Hij dacht dat wij Braziliaans waren! I love that story ! Dank je Brian Eno. Dat vooroordeel heb je mooi om zeep geholpen!’

© Billie Wheeler
Het wordt hoog tijd om weer terug te keren naar de aanleiding van dit gesprek: de release van History of Silence. Gevraagd naar het verschil met voorganger Smilewound antwoordt Örvar vrij bedachtzaam: ‘Smilewound was misschien iets meer eclectisch. History of Silence heeft een andere energie. Het ademt wat meer, is wat langzamer en reflectiever. Het is misschien ook iets meer coherent.’ Om vervolgens dieper op het album zelf in te gaan: ‘In de acht songs staan ‘tijd’ en ‘plaats’ centraal. En dan niet zo zeer in de titel of in de teksten. Maar veel meer in hoe we problemen zien en er mee omgaan. Neem bijvoorbeeld de klimaatverandering. Als excuus om niets te hoeven doen, zeggen we dat we geen tijd meer hebben. En dat de middelen ontbreken. Die gedachte geldt ook voor de meer persoonlijke zaken. Wat er fout gaat in ons leven? Wat we willen veranderen? En wat houdt mij tegen? Iedereen heeft zo zijn eigen manier om dat bespreekbaar te maken. En múm doet dat toevallig met abstracte en verfijnde muziek. Waarbij de luisteraar volledig vrij om die naar eigen inzicht te interpreteren.’
Örvar Þóreyjarson Smárason, de muzikale globetrotter uit het IJslandse Reykjavik, glimlacht zichtbaar tevreden. ‘Weet je wat zo fijn is, om muzikant te zijn in múm? Dat ik mijn muziek eigenlijk helemaal niet hoef uit te leggen!’ En dat is meteen ook het fijne voor de luisteraar: om je eigen verhaal te kunnen en mogen verbeelden op de klanktapijten van múm. En dat al bijna dertig jaar lang.
Múm treedt op 20 november op in Reflektor (Luik), op 21 november in De Helling (Utrecht) en 25 november in Botanique (Brussel).





