
De titel van dit zevende album van countryster Tyler Childers is enorm toepasselijk. Snipe Hunter refereert immers naar een rituele ontgroeningstraditie die in het midden van de negentiende eeuw in de States veelal werd gebruikt tijdens zomerkampen en scoutsbijeenkomsten. Een ongelukkig slachtoffer werd wijs gemaakt dat er jacht moest worden gemaakt op een denkbeeldige vogel in een meestal onherbergzaam bos. Maar wanneer de persoon in kwestie (vaak met een papieren zak in de hand om het dier zogezegd te lokken) geduldig achter een boom stond te wachten, verdwenen zijn kompanen vliegensvlug en lieten de goedgelovige sukkel eenzaam achter om hem daarna gigantisch uit te lachen.
Nu kan je Childers niet direct van domheid en/of naïviteit betichten, want tijdens zijn spraakmakende loopbaan is hij nooit echt uitgelachen. Maar in tegenstelling tot veel van zijn soortgenoten, wordt hij wél constant overstelpt met bakken kritiek. Eerst moest hij zich verantwoorden voor de legitimiteit van zijn afkomst als zoon van een mijnwerker die opgroeide in een afgedankte trailer in de Appalachen. Vervolgens werd hij door conservatief Nashville zowat uitgekotst na het uitbrengen van “Long Violent History“, de titelsong van het gelijknamige album uit 2020, waarin hij de Black Lives Matter-beweging steunde in hun strijd tegen racisme. En als klap op de vuurpijl werd hij ook nog eens de eerste countryartiest ooit die voor het overigens fantastische liefdesliedje “In Your Love” een gewraakte muziekvideo maakte waarin twee homoseksuele mijnwerkers een romance beleven.
In wezen een absoluut spijtige zaak want zowel met het sublieme Purgatory (2017) (geproduceerd door vriend Sturgill Simpson) als het imposante drieluik Can I Take My Hounds to Heaven (2022) creërde Childers een volstrekt eigenzinnige melange zonder weerga van bluegrass, country, gospel en rock. Voor Snipe Hunter trad Tyler tegen zijn gewoonte in compleet uit zijn comfortzone en zocht raad en hulp bij uberproducer Rick Rubin. Ooit begonnen als ontdekker van de Beastie Boys en LL Cool J ontwikkelde het bebaarde genie zich tot een legendarische figuur die zowel de Red Hot Chili Peppers, Tom Petty, System of a Down en Metallica tot zijn klanten mocht rekenen. En oh ja, Johnny Cash natuurlijk. Rubin instigeerde immers de illustere comeback van de Man in Black met als hoogtepunt “Hurt”, de briljante cover van Nine Inch Nails uit 2002.
Nochtans wordt Childers erg weinig geïnspireerd door Cash op Snipe Hunter. Hij haalt liever de mosterd bij zijn eigen roots. Opener “Eatin’ Big Time” zet meteen de toon. Het is een swamprocker zonder weerga waarin hij luidkeels, bijna hysterisch zingt over de contradictie tussen zijn landelijke opvoeding en de verleidingen van het succes. Zoals steeds blinkt de man uit Kentucky voortdurend uit in dubbelzinnige metaforen in zijn hoogst persoonlijke teksten. Soms op het bijna absurde af, zoals in het poppy niemendalletje “Down Under”, over een bewogen reis naar Australië. Maar van een tekst over koala’s met seksueel overdraagbare infecties gaat het plots een totaal andere, spirituele richting uit op “Tirtha Yatra”. Een song over zijn andere indrukwekkende reis naar Indië met als bonus een coole Wurlitzersolo. Childers maakte daar kennis met het oude epos Mahabharata, een culturele hoeksteen van het hindoeïsme. Zijn onverdroten zoektocht naar de essentie van het leven wordt gelukkig ook gecounterd door meer traditionele thema’s. De ode aan het leven on the road als beginnende muzikant in “Cuttin’ Teeth” (met een hoofdrol voor de pedal steel van James Barker) is pure countryrock en doet denken aan wijlen Gram Parsons. En in “Getting to the Bottom” mijmert de roodharige rebel dan wel over zijn verleden als alcoholist, de track swingt als een tierelier.
Twee songs werden vroeger reeds live vertolkt maar nooit eerder uitgebracht. Het grimmige “Nose On The Grindstone”, gelardeerd met een wervelende orgelpartij en het melancholieke “Oneida”, onze absolute favoriet. Een liefdeslied met een pakkende interval van emotionele violen. Rubin heeft deze van origine ruwe diamant gepolijst tot een fonkelende klassieker met de hartenbrekende vocalen van Childers als zenith van zijn kunnen. Niet alleen de bandleider zelf blinkt trouwens uit op de dertien tracks. Ver weg van alle stress opgenomen in Malibu en Hawaii zorgt begeleidingsband The Food Stamps voor een ronduit perfecte muzikale omlijsting. Gemotiveerd en gedreven door Rubin’s obsessie met ritme speelt iedereen werkelijk de sterren van de hemel. Wat bijvoorbeeld te denken van het mooie mandolinespel van Jesse Wells op “Poachers” (nog zo’n hoogtepunt!). Of de punky tweestrijd tussen accordion en harmonica op de Jason & The Scorchers-pastiche “Snipe Hunt”.
Die vlekkeloze synergie tilt Snipe Hunter ver tot boven de middelmaat uit en doet zelfs afsluiters “Tomcat and a Dandy” (met overbodige Hare Krishna-gezangen) en “Dirty Ought Trill”, een mislukt amalgaam van “Cotton Eye Joe” en The Black Keys, volledig vergeten.
Ontdek “Oneida”, ons favoriete nummer van Snipe Hunter, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






