InstagramLiveRecensies

TW Classic 2025: Kings of entertainment

© CPU – Lies Borgers

Na een jaar afwezigheid op de festivalkalender, stond TW Classic dit jaar te popelen om het vuur opnieuw aan te steken en het seizoen op de Werchterse weide voor geopend te verklaren. Dat het gevoel bij het publiek wederzijds was, bleek wel uit de rotvaart waarmee de tickets de deur uitgingen. Na anderhalf uur mocht TW Classic dan ook reeds een wachtlijst opstarten, om de tienduizenden gegadigden die naast een ticket grepen nog een sprankeltje hoop te gunnen.

Better Man, de film rond het leven van Robbie Williams, mocht dan wel grandioos geflopt zijn in de zalen, maar voor een concert weet het Britse enfant terrible duidelijk nog steeds de massa op de been te krijgen. Uiteraard mogen we in die stormloop op tickets eveneens de impact van Bryan Adams niet onderschatten. De Canadese knuffelrocker fungeerde reeds twee keer eerder als headliner op het festival, en tekende op die manier dan ook voor een aantrekkelijke double bill voor een publiek wier jeugdige gloriedagen in de jaren negentig lagen. Voor de weide emotioneel werd teruggezet naar de periode van crop tops en Tamagotchi’s, kreeg Werchter echter nog een paar andere waterijsjes om aan te likken tijdens deze zomerse festivaldag.

Portland

© CPU – Lies Borgers

Een dagfestival als TW Classic voor geopend verklaren, is zelden een dankbare taak. Het volk druppelt nog gezapig binnen, de coins worden op polsbandjes gezet en de dekentjes worden her en der over de weide gedrapeerd. Het is kortom het moment van de dag waarop de muziek op dat grote podium voor de meesten nog een gezellig geluid op de achtergrond is. Jente Pironet en zijn Portland wegzetten als wachtmuziek, daar doen we niet aan mee, waardoor we ons in het voorvak waagden om te ontdekken hoe goed de breekbare droom van de band overeind blijft op dat grote hoofdpodium. Ondanks de ondankbare positie en het feit dat de muziek van Portland nog altijd het best gedijt in knusse clubs en warme festivaltenten, werkte het geluid nog steeds genoeg om aandachtige luisteraars te begeesteren. Pironet was duidelijk in zijn nopjes dat hij het zomerseizoen van Werchter mocht aftrappen en koos dan ook voor een gebalde festivalset.

Dat Portland de voorbije jaren, mede geholpen door een deelname aan Liefde voor Muziek op VTM, toch behoorlijk wat erkenning bij een ouder publiek heeft gegenereerd, werd duidelijk op de momenten van herkenning bij nummers als “Lucky Clover” en “Killer’s Mind”, en uiteraard “Pouring Rain”; nummers die, zij het nog ietwat weifelend, de handen op elkaar kregen. Afsluiten deed Portland op vrij gedurfde wijze met een gloednieuw nummer dat vrij stevig uit de hoek kwam en het beste doet vermoeden voor het nieuwe album en optreden in de Ancienne Belgique dit najaar. Portland stond misschien op een moeilijke plek, maar dat het er stond, was overduidelijk.

Lottery Winners

© CPU – Lies Borgers

Zeggen de namen CC Smugglers en Switchfoot iemand nog iets? Beide bands stonden in het verleden namelijk op TW Classic, terwijl ze nu niet bepaald legendarische belletjes doen rinkelen. Dat komt uiteraard door package deals, waarbij een festival als TW Classic verplicht wordt om bij de headliner van de avond ook het vaste voorprogramma erbij te boeken. In die categorie kunnen we dus ook Lottery Winners onderbrengen, een band uit Manchester die letterlijk het grote lot won door met Robbie Williams op tournee te mogen. Voor een festival als dit, dat het moet hebben van nummers die in het collectieve geheugen van oudere millennials zijn blijven hangen, voelde het echter als een miscast.

Dat frontman Thom Rylance maatjes is met The Robster, verwonderde in elk geval nauwelijks. De man heeft namelijk duidelijk dezelfde soort zelfrelativerende humor die ervoor zorgt dat er tussen de nummers door behoorlijk wat te lachen viel voor fans van de betere dad joke. Zo benoemde hij hoe awkward hij zich voelde om te spelen voor een publiek dat hem niet kende, en probeerde hij de catwalk te verkennen met een microfoon met een veel te kort snoer. Rylance toonde duidelijk dat hij weet hoe hij een publiek kan entertainen tussen de muziek door, en toonde zich niet te beroerd om te flirten met oudere dames in het voorvak. Alleen… die muziek dus hè. Lottery Winners bracht doodbrave indierock, een doorslagje van Snow Patrol die goed zou werken als achtergrondmuziek tijdens het shoppen in Primark. Het voelde kortom te goedkoop en te saai om te werken op de Main Stage van Werchter. Tekenend was dan ook dat het enige moment van enthousiasme dat uit het publiek te horen viel, er kwam toen de riff van “Seven Nation Army” even klonk. Wel hebben we goed gelachen met de vraag van Rylance, aan een publiek met een gemiddelde leeftijd van boven de vijftig, om een sitdown te krijgen. Het geluid van krakende knieën klonk luider dan het applaus dat Lottery Winners te beurt viel.

Skunk Anansie

© CPU – Lies Borgers

Gedaan met lachen, tijd om serieus te worden. Geen enkele band is beter geschikt om die tonale shift te maken en de deur naar de klassiekers van de jaren negentig open te trappen dan Skunk Anansie. Wat een formidabele vreemde eend in de bijt is de band rond Skin ook om in de late namiddag te programmeren. Binnen een paar uur zou iedereen hier collectief “Angels” staan mee te kwelen, maar eerst… “This Means War”. Een moddervette riff joeg de massa eindelijk wakker en de vuistjes gingen de lucht in. Als Skin debiteert dat ze de oorlog verklaart, dan kun je als publiek maar beter de strijd mee aangaan. Je kon je moeiteloos de ontsteltenis van Tamara Verbiest uit Eeklo voorstellen, zittend op haar kleedje, wachtend op Bryan Adams om straks “Everything I Do” mee te zingen, bij het aanschouwen van de furieuze opening van Skunk Anansie. Zeker wanneer reeds als tweede nummer van de set het oppermachtige “Charlie Big Potato” over de weide werd gestort.

Die riff heeft na al die jaren nog geen greintje aan beenharde impact verloren, en zeker wanneer de stem van Skin helemaal op stoom kwam tijdens het nummer, was het moeilijk om niet weggeblazen te worden. Ja, patat indeed. Ook “Because of You” hakte er sterk in. De opbouwende gitaarlijn die zich opwerkte naar een climax die tegelijk vettig en bloedmooi aanvoelde, het blijft een perfect staalkaartje van deze band. Uiteraard speel je als band met vuur wanneer je furieus begint en meteen een paar ijzersterke classics voor de leeuwen gooit. Toch wist Skunk Anansie behoorlijk goed de aandacht vast te houden met nieuw werk als “An Artist Is An Artist”, dat live een stuk snediger klonk dan op plaat. Veel van het succes van Skunk Anansie komt uiteraard voort uit de ijzersterke ritmesectie van Mark Richardson, Ace en Cass, maar het is de natuurkracht Skin die uiteraard als een orkaan over het podium en het publiek raasde. Ze is op haar 57 nog steeds een charismatische brok energie die een publiek weet te bespelen als geen ander. Dat zorgde ervoor dat tijdens het voor de weide vrij relateerbare “Twisted (Everyday Hurts)” zelfs Tamara aan het stuiteren ging op haar dekentje, en zelfs mindere goden als recent werk “Cheers” niet volledig door de mand vielen op de festivalweide.

© CPU – Lies Borgers

Afsluiten deed Skunk Anansie even sterk als het eraan begonnen was. “Weak” was op voorspelbare wijze voor het gros van de weide ‘het’ moment, de powerballad waar de stemmen schor op werden geschreeuwd. Skin waagde zich even diep in de mensenzee, en voelde zich duidelijk als een vis in het water in het voorvak van Werchter. “Little Baby Swastika”, die andere klassieker uit Paranoid & Sunburnt, sloot een uitstekend rauw optreden af. Dertig jaar na het verschijnen van het nummer voelt het nog steeds als frisse, relevante razernij, een kopstoot die TW Classic uitgeteld in de touwen dwong. Skunk Anansie gaf TW Classic de schop onder de kont die het nodig had om in gang te schieten na het gezapige begin van de dag.

Texas

© CPU – Lies Borgers

Drie kwartier bleek een welgekomen rustpauze om onze oordoppen even te laten afkoelen na de pletwals die Skunk Anansie was, en ons voor te bereiden op de wat rustigere acts die daarop volgden. Daarnet hadden we stevig om ons heen staan slaan en schoppen, de rest van de avond zouden we gaan knuffelen en graag zien. Er zijn weinig bands beter op hun plaats om die liefdevolle ommezwaai te bewerkstelligen dan Snow Patrol. Omdat die Schotten in augustus echter aan een suikerraffinaderij spelen, kreeg TW Classic een ander geliefd Schots exportproduct geserveerd in de vorm van Texas. De herkenbare intro van een slidegitaar zorgde voor een warm onthaal door het publiek, dat de grote hit “I Don’t Want A Lover” meteen in het hart sloot. Sharleen Spiteri draait ondertussen al ruim 35 jaar mee, maar op de kracht in haar stem heeft de tijd duidelijk geen vat gehad.

Spiteri geeft de indruk dat ze het spelletje gespeeld heeft en nu in de herfst van haar carrière, jaren na het behalen van de grote successen, gewoon nog wil genieten van het optreden zelf. Dat resulteerde in een performance die ongedwongen aanvoelde. De frontvrouw speelde voor de massa de soundtrack van diens jeugd, maar leek vooral zichzelf op het podium het meeste van allemaal te amuseren. De casual toon van de performance zorgde dan ook voor een interactie met het publiek die verrassend naturel aanvoelde voor een concert met ruim vijftigduizend toeschouwers. Toch was het vooral de muziek die sprak, en die sprak – grotendeels – nostalgische boekdelen. Texas wist dan ook wel degelijk wat de opdracht was voor een festival als dit, en leverde een setlist af die nagenoeg volledig uit hitsingles uit de vorige eeuw bestond.

© CPU – Lies Borgers

De Schotse chanteuse mag dan ondertussen wel wat kilometers op de teller van het leven hebben staan, op haar stem en inzet viel er geen greintje vermoeidheid te bespeuren. De frontvrouw vuurde dan ook regelmatig het wat makke publiek aan, om de respons te krijgen die bij haar resem klassiekers paste. Dat trekken en sleuren wierp, in combinatie met een sterke setlist vol hits, ook duidelijk vruchten af. Zeker in de laatste twintig minuten, toen enkele koperblazers op het podium voor versterking zorgden, kreeg Texas de weide van TW Classic volledig mee. “Black Eyed Boy” werd enthousiast ontvangen, en werd in een wervelende versie gebracht. Zeker toen het publiek het vocaal stukje van de brug overnam en Spiteri toch nog even de puntjes op de i zette en toonde waarom zij nog steeds grote sier op het podium mag maken, kreeg Werchter een fijn festivalmomentje.

“Say What You Want” en “Inner Smile” tekenden voor een knap slotakkoord, dat op de schermen toonde dat Spiteri de volledige weide had ingepalmd. Tienduizenden handen wiegden mee op de maat en toonden nog een keer de kracht van alom bekende evergreens op een festivalpubliek. Texas is weliswaar een band die het volledig moet hebben van nostalgie, maar Spiteri en co brachten het zo ongedwongen charmant dat je maar al te graag een uur mee in hun tijdcapsule stapte. Weinig poespas, maar simpelweg een uurtje aan oude hits gebracht door een frontvrouw die zich in het zweet werkte om het publiek een fijne tijd te bezorgen. Het is dat soort degelijkheid die ook nu weer werkte op het podium van TW Classic.

Bryan Adams

© CPU – Lies Borgers

Bryan Adams opende zijn co-headline-optreden letterlijk en figuurlijk met ballen. De Canadees startte namelijk zijn performance met de pittige openingsakkoorden van ”Kick Ass”, terwijl grote ballonnen met zijn tronie over het publiek werden gegooid. ”Kick Ass” is een potente rocker die in 2021 boven de doopvont werd gehouden en bewees dat de man het nog in zich heeft, maar het blijft toch een nummer dat onder te brengen valt in de categorie ‘onbekend en onbemind’. Zouden we een optreden krijgen waarin de artiest vlot grasduint in zijn recente werk en het publiek enkel wakker schiet bij de grote hits aan het eind? Het was een lichte twijfel die meteen van het bord werd geveegd toen meteen al bij het tweede nummer de eerste iconische gitaartonen van het optreden uit de luidsprekers kwamen. ‘Godverdomme ier se, ”Run to You”’. Het publiek omarmde zijn innerlijke Michel Drets, haalde de luchtgitaar boven en ging dansen. De toon was gezet voor een optreden dat aanvoelde als een jukebox vol nostalgische krakers. Bryan Adams heeft in zijn carrière, die ondertussen toch al ruim veertig jaar omvat, behoorlijk wat bekende hits bij elkaar gepend, en toonde zich duidelijk niet te beroerd om die met de weide te delen.

Nummers als ”Somebody” en ”18 Til I Die” bleven het vuur aan de lont houden en gaven de weide van Werchter een royale portie tijdloze rock die duidelijk in goede aarde viel. Dat hoge tempo en vooral de ervaring van Adams als rasartiest zorgden ervoor dat zelfs een recent nummer als ”Roll With The Punches” nauwelijks een deuk in de goede sfeer sloeg. Ook ”It’s Only Love” was een schot in de roos bij TW Classic. Adams droeg het nummer op aan de overleden Tina Turner en leverde samen met gitarist Keith Scott een emotionele ode die een hoogtepunt vond in een vrij epische solo. Adams en zijn band kozen voor goede, ouderwetse rock, maar veranderden uiteraard af en toe het geweer van schouder om ook de gevoelige kant van de Canadees in de verf te zetten. Bij ”Shine a Light”, opgedragen aan zijn overleden vader, vroeg en kreeg de artiest duizenden lampjes van smartphones te zien. Of het op een zonnige avond veel impact had, valt moeilijk te zeggen, maar de intentie zat goed. De eerste onvervalste plakker kwam er in de vorm van de alom geliefde powerballade ”Heaven”. Het zeemzoete snoepje verplaatste een weide vol veertigplussers naar de herinnering aan hun eerste gebroken hart en werd dan ook uit volle borst meegezongen.

© CPU – Lies Borgers

Bryan Adams, 65 jaar oud waarvan ruim veertig in het vak, toonde duidelijk dat hij iets tijdloos heeft op het grote podium. Zijn recente nummers mogen dan misschien wel geen indruk meer maken in de hitlijsten, maar ingekapseld tussen de hits in de best wel potige show, wist ook het recente werk van de Canadese superster te entertainen. Adams strooide dan ook als een gulle PEZ-dispenser met bekende deuntjes, zelfs enkele die hij niet eens zelf had geschreven. ”Twist and Shout”, onsterfelijk gemaakt door The Top Notes, kreeg door Adams een groovy jasje aangemeten. Het publiek liet het zich welgevallen en danste zichzelf in de kijker op de grote schermen. In bloot bovenlijf, of twerkend… van Bryan Adams mocht het allemaal. Een fan vond eerder zelfs haar weg naar het podium, om onder het goedkeurend oog van de frontman een paar foute dansjes te plaatsen. Hopelijk is haar man, die niet van de partij was omdat hij in Spanje zit, niet al te jaloers.

Dat Adams in bloedvorm was en nauwelijks sleet op zijn herkenbare stem had zitten, kreeg Werchter te horen in de arenarock van ”The Only Thing That Looks Good on Me Is You”. Adams was duidelijk bezig aan een masterclass crowdpleasen, en toen moesten de grootste hits nog komen. Ultieme tranentrekker ”(Everything I Do) I Do It for You” is uiteraard al melig, zo cheesy dat we het haast kunnen omschrijven als een copieuze kaasfondue. Het nummer werd echter gulzig ingeslikt door een volle weide die vals als krolse katten meezong. Hetzelfde lot was uiteraard ook dat andere hoogtepunt in het oeuvre van Adams beschoren. Op dat moment had hij al een ijzersterk no-nonsenseoptreden achter de rug en Werchter in zijn binnenzak, maar de herkenbare intro van ”Summer of ’69” creëert nog altijd de overtreffende trap wanneer het op enthousiasme bij een ouder publiek aankwam. Het nummer dateert uit ’84, werd een grote hit in ons land rond ’92 en doorstond ook nu moeiteloos de tand des tijds. Werchter bleef, ook na de laatste noten, uit volle borst meezingen, tot groot genoegen van Adams en zijn sterke band.

De cover van de Frankie Valli-classic ”Can’t Take My Eyes Off You” voelde dan ook een tikje anticlimactisch aan als afsluiter van de set, maar na de zegetocht die eraan voorafging, bedekten we dat smetje graag met de mantel der liefde. Bryan Adams bleef echter de publieksknuffelende gulle gever die hij is en schudde nog een laatste grote hit uit zijn gitaar. ”All for Love”, solo op akoestische gitaar, markeerde het einde van een steengoed optreden dat toonde dat er niks mis is met oude successen, zolang je ze maar met vuur en gusto herbeleeft. Bryan Adams heeft op zijn 65ste nog steeds het vuur en enthousiasme van een dartel veulen dat vrolijk over een festivalweide dartelt.

Robbie Williams

© CPU – Lies Borgers

Dat het waardig ouder worden op het podium bij Robbie Williams een stuk minder vlot verloopt dan bij Bryan Adams, daar is de Britse entertainer verfrissend eerlijk in. Williams heeft er nooit een geheim van gemaakt te worstelen met zijn innerlijke demonen en te moeten vechten tegen de faalangst die gepaard gaat met de podia. Wie zijn zwaarmoedige Netflix-reeks of de biopic Better Man recent bekeek, weet dan ook dat er achter de façade van de zelfverklaarde King of Entertainment een getroebleerde man gaat die twijfels maskeert met bravoure. Ook op het podium van Werchter kwam die twijfelende kant van Robbie Williams af en toe piepen. Zo vroeg de zanger zich luidop af ‘of hij er wel nog toe doet’. Een vraag die tegenwoordig zwaarder geladen aanvoelt dan vroeger, omdat je als publiek ergens het gevoel krijgt dat het niet helemaal als kwinkslag is bedoeld. Ook wanneer hij het heeft over de manier waarop zijn gezin hem heeft gered en de vergankelijkheid van zijn carrière, voel je dat er een zekere reflectieve duisternis in het hoofd van Williams rommelt.

Het licht van de spotlights weet gelukkig de duisternis grotendeels te verdrijven, waardoor het leeuwendeel van de show gelukkig wel degelijk het entertainment bood dat we van iemand als Robbie Williams gewoon zijn. Het begon al meteen bij opener “Rocket”, een degelijke nieuwe single die op behoorlijk wat animo kon rekenen op de weide van Werchter. Williams opende in een soort astronautenpakje, omringd door dansers en microfoons, om vervolgens de stellage in de vorm van een gouden raket te beklimmen en omgekeerd aan een kabel terug neer te dalen. Met een knullig charme daalde Williams, omgeven door vuurwerk en de intro van “Let Me Entertain You”, richting het podium. Robbie Williams was klaar om TW Classic enter-fucking-tainment te bezorgen, en een luid schreeuwend publiek had daar duidelijk oren naar.

© CPU – Lies Borgers

Het voelde dan ook als een zonde om na de belofte die de opzwepende opening met zich meebracht, vrijwel meteen een versnelling terug te schakelen. De band die duffe riffs van Blur en Bon Jovi speelde, had iets zoutloos. Ook “Monsoon” kreeg de peper er niet in. Het nummer past tekstueel weliswaar bij de thematiek van een artiest die zijn eigen succes in vraag stelt, maar is al bij al een obscuur niemendalletje in de discografie van de Brit. Robbie Williams blijft vermakelijk charmant, maar toch konden we ons niet van de indruk ontdoen dat het allemaal wat geforceerd aanvoelde. Ook wanneer hij tussen nummers behoorlijk lange pauzes liet, om bijvoorbeeld de dildo van een fan te signeren, kwam dat de flow niet bepaald ten goede.

Nu hoort dat potje lullen tegen het publiek uiteraard volledig bij de schtick die Robbie Williams tot een metier heeft verweven. De combinatie van ontwapenende humor met kwajongensachtige branie is iets waar Williams zelfs op zijn 51ste en met grijze haardos nog mee wegkomt, alleen voelde het bij momenten als een entertainende boemeltrein die steeds bij een ander station halt moest houden. Wanneer Williams echter muzikaal in gang schoot, dan was hij gelukkig ook echt wel zijn indrukwekkende zelf. “Rock DJ” tekende voor een broodnodig hoogtepunt waar het publiek eindelijk weer even mee mocht opleven en ook op het ijzersterk gebrachte “Come Undone” viel niks af te dingen.

© CPU – Lies Borgers

Wanneer Williams echter in een roze outfit verscheen die zelfs bij Eddy Wally een ‘amai seg, wauw’ zou ontlokken, zittend achter een orgeltje, zakte het kaartenhuisje in elkaar. “Theme From New York, New York” deed ons weliswaar weer denken aan de Swing When You’re Winning-periode waar Williams zich een weg door de klassiekers uit de jaren vijftig croonde, maar zijn versie op Werchter klonk vrij plat. Erger nog was het rondje bandvoorstelling waarbij elk bandlid een nummer mocht improviseren, waar Williams even zijn ding mee deed. Het zou spontaan overkomen, mocht niet duidelijk zijn dat alles… inclusief grapjes, door Williams werd afgelezen van een autocue. Het rondje coveren ging gezwind verder met “She’s the One”, dat opgedragen werd aan Els from Aalst. Over dat laatste nummer kunnen we uiteraard niet al te kritisch zijn, want Williams heeft het zich door de jaren heen toegeëigend. En we kregen ook nog “Kids” cadeau om ons eraan te herinneren dat Robbie ook eigen sterke nummers heeft. Bij afsluiter “My Way” haalde de zanger nog eventjes zijn innerlijke Sinatra vanonder het stof. Door de emotionele orgelnoot die het nummer in de film rond zijn leven vormde, was het ergens begrijpelijk dat hij het lied in zijn set opnam. De evergreen heeft altijd al een bijzondere betekenis gehad voor Robbie Williams en voelde dan ook een stuk beter op zijn plek in een optreden van de man dan “Lose Yourself” van Eminem.

We kregen dus bij momenten het gevoel dat we op een karaokeavond in Blackpool zaten, maar dat kon de pret niet te hard drukken. Williams is te degelijk als zanger en te geroutineerd als entertainer om het niveau al te hard te laten dippen, maar een half uur van je optreden aan het werk van anderen wijden en je eigen werk wat in de vergeethoek duwen: het voelde als een wat rare zet. Op een bepaald moment begonnen we zelfs even te verlangen naar “Rudebox”.

Maar uiteraard had hij ze uiteindelijk weer allemaal beet. Na een onevenwichtige setlist, overbodig gedoe met AI en dildo’s en te lange ingestudeerde bindteksten, stak Robbie Williams aan het eind toch weer een volle festivalweide in de kontzak van zijn tracksuit. Dat deed hij uiteraard met zijn duo aan tegelplakkers. “Feel” sloeg eindelijk de emotionele nagel op de kop. Williams zette het ruwe kantje in zijn stem in de verf en wist eventjes te beklijven. Het was een moment dat we al eerder in het optreden hadden gewild, maar nu het er eindelijk was, werd het volledig omarmd door een voluit zingende weide. En aan het slot was er uiteraard, uitermate voorspelbaar, “Angels”. Het nummer dat niet alleen zijn carrière uit het slop haalde, maar hem zelfs katapulteerde tot superster. Het veegde ook nu weer alle twijfelachtige keuzes van al het voorafgaande van het bord en zorgde voor een finale die de King of Entertainment verbond met zijn hofhouding. De koning zat eindelijk op zijn troon, hij had er alleen verdomd lang over gedaan om er te komen.

Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!

Related posts
Festivalnieuws

dEUS, Elvis Costello, Counting Crows en Monza naar TW Classic 2026

De affiches van de Werchter-festivals krijgen de laatste weken heel wat nieuwe namen te verduren. Vandaag worden de schijnwerpers op TW Classic…
FestivalnieuwsMuzieknieuwtjes

Bryan Adams headliner TW Classic 2026!

Als je iets goed doet, dan mag je terugkomen. Dat is althans zo in het geval van Bryan Adams en TW Classic,…
FestivalnieuwsMuzieknieuwtjes

Robbie Williams headliner op Live /s Live 2026! Ook Bart Peeters en Suzan & Freek op de line-up!

Er gaat tegenwoordig geen zomer voorbij waarin Robbie Williams geen tussenstop houdt in ons land. Na de AFAS Dome en TW Classic…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *