
Als je de term ‘jam band’ leest, gaan je gedachten waarschijnlijk eerst naar de daarbij horende scene die vanaf de jaren zeventig aan populariteit won. Acts als The Grateful Dead, Phish en The Allman Brothers nestelden zich in het collectieve geheugen en associeerden zich met een muzikale beweging die tot op heden vooral aan hun eigen kant van de Atlantische Oceaan zou blijven. Vandaag zijn er nog steeds jonge groepen die maar al te graag door de toegangspoorten van Europa – en daarbij de rest van de wereld – pogen te beuken. Denk maar aan de Europese visites van Billy Strings en Mt. Joy, die beide al elementen van die rijke jamcultuur in hun (live)werk incorporeerden. Mogelijkerwijs een van de grootste acts in die scene die in dat opzicht nog all the way durft te gaan, is het Amerikaanse Goose. De groep timmert al een tiental jaar aan de weg en bracht deze week met Everything Must Go reeds haar vierde studio-album uit. Kan deze plaat een geografische verschuiving teweegbrengen? Die vraag valt lastig te beantwoorden.
Het is namelijk niet omdat een band live uitstekend klinkt en in eigen land een legendarische zaal zoals Madison Square Garden op zijn eentje kan uitverkopen, dat ze datzelfde succes ook elders kunnen teweegbrengen. Nee, we zien deze band niet snel een Sportpaleis of zelfs Vorst Nationaal uitverkopen, ondanks het feit dat de nummers op deze plaat van uitmuntende kwaliteit zijn. Op zijn vierde album klinkt Goose grootser dan ooit en mengen ze hun kenmerkende catchy indie met geluiden die vooral commercieel goed in het oor liggen. Neem nu bijvoorbeeld “Your Direction”: een van de meest meezingbare tracks die deze uitgave ter beschikking stelt, en misschien wel het dichtste wat de band ooit al bij een radiohit is gekomen. Of het climactische “Give It Time“, waar we eerder al kampvuurgevoelens bij kregen. Het is maar een teken aan de wand dat de nodige middelen er wel degelijk zijn om die uitbrekingsdrang te faciliteren.
Uitbreken is overigens ook iets wat bandleider Peter Anspach vooropstelde als een van zijn grootste doelen in het interview dat eerder deze week verscheen. Het zal je dan ook niet verwonderen dat bij het luisteren van Everything Must Go alles in het werk werd gesteld om die uitbraak te forceren. Goose is in de eerste plaats, zoals het genre oplegt, vooral een liveband. Het is daarom dat we ons vooral wilden focussen op nummers die voorheen nog niet op hun Bandcamp- en Nugs-pagina’s verschenen. “Dustin Hoffman” vormt zo een yacht rock-nummer van jewelste dat eerder doet denken aan een bravere single van Steely Dan dan aan een compositie van wijlen Jerry Garcia. “Iguana Song” lijkt dan weer op een typische Goose song, waar elk instrument uitgebreid de kans krijgt om in de spotlights te staan. Op het einde van het nummer horen we een uitgebreide jam zoals we die al meermaals online konden herbeluisteren. Het vormt een zeldzaam herkenningspunt met die shows, aangezien andere reeds gekende tracks als “Red Bird” en “Everything Must Go” daar soms tot een halfuur uitgesponnen worden. Noemen we het efficiënt gebruik van studiomateriaal, of een berekende zet?
Daarnaast genieten de studio-opnames voor het eerst van een orkest, bestaande uit diverse violen en blazers, wat voor een fanfavoriet als “Atlas Dogs” een welgekomen verfrissende touch bleek te zijn. De echte blikvangers van deze plaat zijn dan ook de nummers waarbij er vooral op het muzikale wordt ingezet: brede producties, dynamische instrumentatie en orchestrale ornamenten. “Feel It Now” klinkt bijvoorbeeld zodanig royaal, dat je bij elke luisterbeurt wel op een andere instrumentale sectie kan letten en nog steeds nieuwe elementen kan ontdekken. Dat de trompetten op dat nummer eerder knipogen naar een Nintendo-soundtrack bedoelen we hier uitsluitend als compliment. Of luister gerust naar hoe de creatieve percussie-elementen van drummer Cotter Ellis en ondertussen ex-lid Jeffrey Arevalo het dansbare en funky “Animal” van begin tot eind dragen. Zelfs voor wie deze song al ettele malen live hoorde, klinkt het eindresultaat nog op vele vlakken fris en zelfs verrassend.
Toch kunnen we ons niet van de indruk ontdoen dat Goose zich op deze plaat bij momenten vooral iets te hard probeert te bewijzen aan een onbekend publiek. Met een duurtijd van maar liefst anderhalf uur zal menig luisteraar zich voor lange tijd moeten concentreren om voldoende te kunnen inschatten wat de band allemaal in petto heeft. Daarnaast is de productie soms zo gepolijst dat het spontane moet ruimen voor rigide, vooropgelegde structuren. Het is vanzelfsprekend dat je in een opnamestudio kansen benut die zich bij een livedecor niet voordoen, maar ademen kan je pas als je voldoende lucht krijgt. Alle nummers zijn tot in de puntjes uitgewerkt, en laat dat net het tegenovergestelde zijn van wat het gros van de fans zo enthousiast maakt. We stellen ons dus opnieuw de vraag in welke mate deze plaat vooral een berekende zet is om elders in de wereld aan populariteit te winnen. In dat opzicht slaagt Goose er dus enigzins in om de grenzen van de jamscene te doorbreken, maar deels ten koste van hun gekende stijl. Of dat positief is, moeten we in het midden laten
Met deze plaat leveren de Amerikanen een visitekaartje af waarmee ze tonen hoe ze de voorbije drie jaar zijn gegroeid. Everything Must Go is een overweldigende volgende stap na het in 2022 verschenen Dripfield, zowel op vlak van songwriting als productie. Waar die vorige plaat nog veel aan de verbeelding van de luisteraar overliet, vult het nieuwste album van de band die gaten vaak iets te goed in, waardoor we soms het spontane element missen waarmee we deze groep voor het eerst in onze harten sloten. We hopen in ieder geval dat we Goose zo snel mogelijk terug op een van onze podia mogen verwelkomen, want hoe je het ook draait of keert: de beste manier om deze groep te ervaren blijft nu eenmaal in een concertzaal.
Facebook / Instagram / Website / Bandcamp
Ontdek “Animal”, ons favoriete nummer van Everything Must Go, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






