Eerlijk, we kennen niet echt veel van glamrock. Het is een muziekgenre dat vader zaliger wel dikwijls op de draaitafel legde, maar we zijn nooit echt fan geweest van die stijl. Toch hebben we zelf voorgesteld om het nieuwe album van The Darkness onder de loep te nemen. We hadden al een aantal singles gehoord en knikten de hele tijd meer dan goedkeurend na afloop van die luisterbeurten. Rond 2003 werd tophit “I Believe in a Thing Called Love” uitgegeven en dat vonden en vinden we nog steeds een heel verfrissende, heerlijk theatrale song. En hoe gaat dat dikwijls wanneer er onmetelijk succes is voor een band over de halve planeet? Sloten alcohol en kilometers cocaïne verknoeiden de boel en frontman Justin Hawkins gleed weg in complete zelfdestructie. Gelukkig zag Hawkins weer het licht om opnieuw in The Darkness te vertoeven. We konden de vorige zin echt niet laten liggen wegens binnenkoppen voor een open doel.
The Darkness werd dikwijls gezien als een grote, burleske grap, maar dat is totaal oneerlijk tegenover het waanzinnige talent van het Londense viertal. De gebroeders Justin en Dan Hawkins spelen al muziek sinds hun twaalfde levensjaar en werden veel gevraagd in talloze bands die nooit in enige muziekencyclopedie in de alfabetische rangschikking achteraan zullen staan. Superbassist Frankie Poullain schreef in 2008 een soort half-komisch zelfhulpboek met de titel Dancing In The Darkness. Er zit tegenwoordig ook een jonger lid bij de band geposteerd achter de drumvellen en dat is Rufus Tiger Taylor. Deze dertiger had een fantastische leermeester in een zeker Roger Taylor, de drummer van een of ander bandje met de rare naam Queen. We zijn ondertussen al verschillende jaren en albums verder en nu pakt het Britse viertal dus uit met een kraakvers album, Dreams On Toast. Het is zeker geen Engelse toast geworden om op het gemak mee in de namiddagthee te dippen; het is een croque monsieur met veel lagen geworden geserveerd met oude en nieuwe ingrediënten. We verraden nu al graag dat het allemaal best lekker smaakt, op een enkele, muzikale augurk na.
We vliegen er vanaf de eerste nanoseconde in met een enorm sterke rocksong, “Rock And Roll Party Cowboy“. Het is een meer dan snedig begin van de plaat en het nummer hangt aan elkaar van de rockclichés zoals Jack Daniels en Harley Davidson. Het blijft die dunne lijn tussen uitgelopen grap en muzikaal au sérieux nemen die The Darkness zo graag bewandelt. Die harde rockflow trekt de band helemaal door op “I Hate Myself“. Justin Hawkins heeft nog steeds die geweldige kopstem die meandert van links naar recht en van boven naar onder en broer Dan schudt de gitaarsolo’s uit zijn mouwen alsof ze in promotie stonden bij de gitaarsolowinkel. “Hot On My Tail” is van een compleet andere orde; het kwartet slaagt er in om een countrysong te maken met een pianostuk in verweven dat zo in een saloon in redneckland kan gespeeld worden. ‘Don’t shoot the pianist’, het blijft een waarheid als een bizon!
Hierdoor blijkt toch dat de eerste alinea niet helemaal de band recht aan doet! We schrijven daar over glamrock, maar The Darkness kan perfect meedraaien in het countrycircuit en met “Mortal Dread” in de wereld van de bluesrock. Net daarom vinden we de band zo cool; dit is geen glamrock voor de glamrock of hardrock voor de hardrock. Neen, dit is een amalgaam van stijlen die de complete band volledig beet heeft. En we zijn er nog niet, momentje. Op “Don’t Need Sunshine” ontpopt het vierspan zich als de eerste de beste boysband à la Backstreet Boys en Take That. Er kan zelfs al eens slow gedanst worden op deze schijf, maar wie doet dat eigenlijk nog anno 2025, een vrouw of man tegen het lichaam laten schuren, hopende op een langverwachte kus? Beter dan Tinder en aanverwante apps ‘om iemand te leren kennen’. Het volgende nummer heet dan ook “The Longest Kiss”. Tadaaaaaaaaaaa!
Het is moeilijk om deze plaat te bespreken zonder alle songs eens aan te halen. De reden is gewoon dat vrijwel elk lied gewoon helemaal anders klinkt en dat The Darkness meerdere muzikale deuren tegelijk heeft opengeduwd. “Cold Hearted Woman” is een folkschijf geworden, eentje dat zijn neus richt op het naastgelegen Ierland. En dat vermommen de gebroeders Hawkins en hun twee kameraden dan als een echt popsong die lijkt opgenomen te zijn in de jaren zestig. Opeens eindigt de band dan nog met een zachte song, “Weekend In Rome”, een spoken word song die ons laat realiseren dat Hawkins, Hawkins, Poullain en Taylor veel plezier hebben beleefd aan het maken van dit album. Er gaat een loutering van uit. Het verleden is nu echt het verleden; enkel het heden telt en de toekomst ziet er heel mooi uit.
The Darkness zijn vroegbloeiers in andermans snuif- en zuiptuin geweest en dat had zware gevolgen. Ze zijn nu evengoed laatbloeiers gebleken, maar deze keer wel in hun eigen tuin op hun zelfgekozen paden. We staan over het hek te kijken en zien een hofje van Eden, een hofje dat de vier mannen zelf hebben aangelegd en zelf onderhouden. Iedereen wordt uitgenodigd om er eens in door te wandelen. Dat hebben we net gedaan en het beviel ons heel erg. We zijn op het malse gras van Dreams On Toast gaan liggen en hebben genoten. Neen, we eindigen niet met een zinnetje over dromen en toastjes enzovoort. Toffe plaat!
Facebook / Instagram / Website
Ontdek “Hot On My Tail”, ons favoriete nummer van Dreams On Toast, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.







