
© CPU – Peter Verstraeten
Voor de start van dag twee waren de weergoden Gladiolen veel gunstiger gezind. De zon had haar best gedaan om de weide wat op te drogen, evenals de organisatie, die druk in de weer was geweest een extra laag houtsnippers over het terrein te verspreiden. Op de parkeerplaats van Gladiolen, ook die van Olen Shoppingpark, was het al vroeg zoeken naar een plaats. Niet ideaal, want er stond al van bij aanvang heel wat boeiends op de line-up met de Amsterdammers van WIES, het hardere werk van DIRK. en de raps van Glints. De dansbenen konden aangesproken worden bij de De Beeck Stage of in Club Vedett met onder meer Michael Amani, Faisal en legende Jan Vervloet. Headliners van de avond: Zornik, Selah Sue en Helmut Lotti Goes Metal. Genoeg materiaal om de hele dag op de wei te vertoeven dus.
Voor al degenen die geen ticketje hadden voor Gladiolen, maar wel graag de sfeer wat kwamen opsnuiven, was er overigens ook een plaatsje weggelegd buiten de omheining van het festival, in de vorm van ‘Boekel Boulevard’. Daar was het gezelligheid ten top en al folklore wat de klok sloeg. Een fijn initiatief voor de buurtbewoners. Ook op het festival zelf was er duidelijk de moeite gedaan om wat meer festivalbeleving te verkrijgen. Een voorbeeld daarvan: Toilette Vedett, een secret ravecave die je kon bereiken via een DIXI. Niet zonder echter eerst een praatje gemaakt te hebben met de wc-madammen van dienst die je ontvingen met de gevleugelde woorden: ‘Is’t veu te kakke?’. Bon, muziek dan maar weer.
WIES @ Mars Main Stage

© CPU – Peter Verstraeten
Tegenwoordig heeft Gladiolen de luxe al redelijk grote namen te programmeren aan het begin van de avond. WIES, in België nog wat minder alom bekend, maar in Nederland al een meer dan klinkende naam, mocht zo de Main Stage inwijden. Zangeres Jeanne Rouwendaal voelde zich duidelijk in haar sas, geen wonder, want ze was de dag ervoor met Pommelien Thijs bij het onuitgebrachte nummer “Roekeloos” al eens komen voelen aan het podium. Nog niet te veel volk vond bij aanvang de weg, maar de Nederlanders wisten tijdens hun concert steeds meer publiek hun tent in te lokken. Het trio stond opgesteld op paars-blauwe verhogingen en met achter zich een groot doek in dezelfde kleur. Stilistisch stond alles op punt, muzikaal kan zo ongeveer hetzelfde gezegd worden.
De intro van “Leugenaar” trok meteen de aandacht met een goede opbouw, waarbij de muziek even snel uitbrak als weer ging liggen. “Ik Zie Ik Zie” rockte er al stevig tegenaan. Het begin van “Sigaret” deed ons denken aan “De Stad” van Eefje de Visser, en dat bedoelen we zeker niet negatief. De stem van Rouwendaal viel op, breekbaar en feilloos in het zachte, krachtig in het wat brutere werk. Af en toe dreigde WIES het publiek wat te verliezen in de strofes, maar dan was het refrein catchy genoeg om iedereen weer op sleeptouw te nemen. Op het wat meer atypisch elektronische “Soms Is Het Te Laat” was het leuk dansen geblazen, al was het voor de gevraagde sitdown op dat moment nog wel wat te vroeg.
DIRK. @ Mars Main Stage

© CPU – Peter Verstraeten
‘Wie is de beste band die vandaag zal spelen?’ vroeg DIRK.-frontman Jelle Denturck retorisch aan de kleine fan Lio, die net het podium opgekomen was om een T-shirt van zijn favoriete band in ontvangst te nemen. ‘DIRK.!’, antwoordde hij. Goed mogelijk, want op het gebied van sound en mixing zat het vanaf het begin goed. De schwung moest er bij het publiek aanvankelijk nog wat inkomen – veel mensen waren tenslotte de tent ingevlucht voor de gietende regen, en niet per se om naar DIRK. te komen luisteren. Langzaam maar zeker leken ook zij te bezwijken voor de geluidsmuur die de band op hen afvuurde.
Ieder instrument kwam volledig tot zijn recht; de gitaarriffs waren lekker snedig en de basgitaar beukte er stevig in. Ook de zang van de frontman mocht er zijn. Tijdens “Fuckup” transformeerde hij van een soort Alex Turner in een krijsende Axl Rose. “I Can’t Sleep” scheurde als een gek en “Toulouse” liet iedereen meezingen; topnummer. Wanneer naar het einde toe ook nog eens de moshpit werd geopend, konden we niet anders dan concluderen dat we misschien al wel het optreden van de avond hadden gezien. De waarheid komt tenslotte uit een kindermond.
Glints @ Mars Main Stage

© CPU – Peter Verstraeten
Het podium was niet hoog genoeg voor Glints, dus liet hij er nog een constructie van zo’n drie verdiepen bij op zetten. Doorheen zijn moment of fame klom hij er geregeld op en af, om zijn publiek als een volleerd Master of Ceremony uit zijn hand te laten eten. In het tweede deel van zijn optreden althans, want de crowd moest er duidelijk nog even inkomen. Deel één klonk soms wat gezapig en we zagen nog niet meteen de energiebom die we verwachtten. Wat live-instrumentatie zou de performance heel wat extra body geven; een saxofonist tijdens het funky “Some Time Alone” zou bijvoorbeeld niet misstaan hebben.
Tijdens “She Flew The Coop” kwam Yong Yello wat plat Antwerps zwieren tussen het sappig Brits van Glints. ‘Ik maak muziek om op te bewegen’, sprak Glints wat later, alvorens “Gold Veins” in te zetten. En vanaf dan kwamen de eerste bouncers op gang. Bij “Lemonade Money” stond de rapper al nadrukkelijk in het zweet, dan de rest nog. Dat leek hoe langer hoe beter te lukken, al dan niet onder lichte dwang, wanneer hij vertelde dat het illegaal was om stil te staan op “Bugatti” – gelijk had hij wel. De bassen in die song hadden we graag nog wat nadrukkelijker door ons lichaam willen voelen gieren. Eindnummer “Roma” zag de menigte al van mijlenver aankomen en de fans namen dan ook het initiatief om het alvast voor hem in te zetten. Afsluiten met een hoogtepunt; dat was het zeker wel.
Captain Kaiser @ De Keef

© CPU – Peter Verstraeten
Moeilijke keuze vervolgens, maar uiteindelijk kozen we ervoor de nostalgie van Zornik links te laten liggen en naar De Keef te gaan. Daar was het bij het optreden van de punkers van Belgian Asociality ervoor al goed drummen geweest om binnen te geraken. Ook voor Captain Kaiser werden de hekken aan de ingang van de stage gesloten. De hekken vooraan bij het podium? Daar werd serieus aan gesleurd, onder goedkeurend oog van wat misschien wel de meest excentrieke frontman van de avond was – de meest sympathieke alleszins zonder twijfel. De haast schaapachtige interactie van Sascha die geregeld zijn nummers afsloot met een liefelijke ‘dankjewel’ of andere nummers aankondigde met ‘het volgende nummer is een goed nummer’ stond haaks op de scheurende; soms schreeuwerige punk, en dat maakte het net zo passend.
De zanger was ook vrijgevig, want nummers werden opgedragen. Het ene aan hun geluidstechnicus, het andere aan iedereen die crowdsurfte. Uiteraard zette dat de poppen aan het dansen en werd vanaf dat moment de ene na de andere persoon naar voren gedragen, soms zelfs van helemaal van achteren bij de toog. Vooraan was het duw- en trekwerk al een hele tijd op gang: op een kneuzing meer of minder werd al lang niet meer gekeken, al mocht het altijd nog wel zotter zijn van de zanger. Een dikke drie kwartier heerlijke punk zoals ze dat alleen in de Kempen kunnen maken. Tegen het einde had frontman Sascha ook nog wel een nummer aan de hardwerkende security mogen opdragen, maar dat zijn details.
Selah Sue @ Mars Main Stage

© CPU – Peter Verstraeten
Starten met wat misschien wel je grootste hit is: dat is durven, maar Selah Sue deed het en sloeg ons met een mokerslag van jewelste, onder de vorm van “This World”, meteen knock-out. Zo, dat kwam wel even binnen. Torenhoge verwachtingen voor wat komen zou was daar het logische gevolg van. De Leuvense had serieus gesleuteld aan haar live-performance voor deze festivalzomer en Gladiolen kreeg de eer om Selah Sue voor het eerst in dat nieuwe jasje te zien. Visuals, drie backingzangeressen, een handvol muzikanten, ingestudeerde dansmoves, de haren in de wind en een setlist tjokvol afwisseling; dat waren de ingrediënten.
Ook die andere grote hit “Raggamuffin” rochelde Sanne Putseyns al vroeg uit haar keel, met een agressie zoals alleen zij dat kan. Hoogtepunt nummer twee, en de show was nog niet eens halfweg. “Together” kreeg een discotoets, met een groovy baslijn erdoorheen. Op de visual was een Just Dance-versie van de zangeres te zien, dansen was dus de enige optie. Voor wat adempauze koos Selah Sue voor “Summertime”. Eerlijk, akoestisch en breekbaar. Nog een hoogtepunt. Voor zij die vooraan stonden alleszins toch, want achteraan in de tent was er te veel lawaai om echt van een momentje te kunnen spreken. Bij het daaropvolgende “I Won’t Go For More” werd de sfeer merkbaar optimistischer en ook op de visuals maakten een kale boom vol herfstkleuren plaats voor blaadjes in een breder kleurenpalet.
“Alone” kreeg een fijne choreografie waar de vier zangeressen naast elkaar alle aandacht naar zich toe zogen. Nogmaals een hoogtepunt: “Fear Nothing”, vol ongelofelijke vocale uithalen en een zwierende gitaarsolo. Voor haar laatste paar nummers dook Selah Sue nog snel de coulissen in voor een outfitwissel tijdens “Pills”, dat een hypnotiserende clubvibe kreeg in het slot. In de nieuwe outfit bracht ze nog het sassy “Kingdom”, waar de drums ons om de oren vlogen, om daarna nog bombastisch te eindigen. De hits te snel opgebruikt zeg je? Dat bepaalt Selah Sue zelf wel. Heel wat nummers haalde ze vanonder het stof om live eigenhandig tot heuse hits te bombarderen. De meest complete festivalshow van het weekend!
Hellmut Lotti Goes Metal @ Mars Main Stage

© CPU – Peter Verstraeten
De laatste live-act van Gladiolen kwam uit de hoed van Helmut Lotti. Of Hellmut, met twee l’en, zoals we de laatste tijd moeten zeggen. Tegenwoordig tourt hij rond met een tas vol classics, hard rock-classics niet mis te verstaan. Oerdegelijk vertolkt en met hier en daar een sexy dansmove ertussen van de heer Lotti himself. Dat hij vocaal heel wat aankan, bewees hij in Olen andermaal. Uithalen tijdens Golden Earrings “When She Smiles” of Iron Maidens “Run to the Hills” vormden allerminst een probleem. De sfeer zat er al goed in, terwijl vooral generatie X zich uitleefde aan de Main Stage. Een metalversie van “Tiritomba” was Lotti’s maïzena om het publiek nog meer uit de bol te doen gaan en met het daaropvolgende “Nothing Else Matters” was het hek helemaal van de dam. De ideale afsluiter voor een meer dan geslaagde tweedaagse.
Wie daarna nog niet uitgedanst was, kon blijven staan voor meer classics uit de usb’s van Stijn Van De Voorde en Thibault Christiaensen, of zich nog snel naar Club Vedett reppen om zich door de beats van Jan Vervloet in een trance te laten brengen. Gladiolen dag twee bracht net zoveel sfeer en gezelligheid als dag één. De organisatie kende deze editie wat tegenslag met het weer als grote boosdoener en had er de handen mee vol, maar deed er alles aan om er een topeditie voor iedere festivalganger van te maken, en ze deed dat met verve. Tot editie 2025!
Onze recensie van dag 1 lees je hier.





