FeaturesInterviewsUitgelicht

Interview Tristan: ‘Ik heb een andere relatie tot donkere, uitdagende gevoelens’

© CPU – Jan Van Hecke

In een wereld van pruiken en verzonnen woorden ontpopt Isolde Van den Bulcke zich tot Tristan; een zelfverzekerde versie van zichzelf die speelt met sensualiteit en duisternis. Na twee ep’s werd het stilaan tijd voor een groter project en dat is er nu in de vorm van Wellif. Vanaf 21 oktober is haar debuutplaat overal te beluisteren en we kunnen alvast verklappen dat die meer dan de moeite is. Voor de gelegenheid trokken we naar Antwerpen om het met de artieste te hebben over haar muzikale baby, het creatieproces daarvan en de toekomst.

Hoe voelt het om Wellif op de wereld los te laten? 

Keispannend, maar ook heel gezond! Nu het zo lang duurt om vinyl te persen, moeten artiesten nog langer broeden op dat ei en ik ga wel blij zijn als dat niet meer alleen van mij is. Dat is ook de reden waarom ik voorstander ben van veel singles op voorhand uitbrengen. Zo kan je voelen wat werkt en wat de reacties van het publiek zijn. Ik merk dat heel wat artiesten ook wel terugkeren naar een model waarin je maar één of zelfs geen singles uitbrengt en dan plots een album. Dat er weer verschillende manieren zijn om een plaat uit te brengen voelt heel gezond, want Spotify heeft er heel erg voor gezorgd dat we allemaal op vrijdag muziek uitbrengen. Dat is eigenlijk ook iets heel bizars, want het doel daarvan is om in playlists te komen terwijl het bedrag dat je daaraan verdient meestal verwaarloosbaar is. Maar nu ben ik weer negatief aan het denken, terwijl ik er eigenlijk gewoon heel erg naar uitkijk.

Je hebt het al over lang wachten, is er veel tijd over die plaat gegaan? 

Ja toch wel, zeker omdat ik na die twee ep’s vooral veel nummers wilde schrijven. Ik had het gevoel dat ik muzikaal nog erg zoekende was, en hoewel dat nooit echt stopt, merkte ik dat ik concretere keuzes moest maken en mezelf ook als songwriter serieuzer moest nemen. Ik wilde ook meer nadruk leggen op de tekst, want ik vind dat iets superschoons om mee te werken. In dat proces heb ik een veertigtal nummers geschreven en dan een selectie gemaakt van de tien die gevoelsmatig het meest klopten. Ondertussen ben ik ook al aan een nieuwe plaat bezig, want daar word ik het gelukkigst van. Het is een beetje een cliché om te zeggen dat dat zoals een spier is die je warm moet houden, maar ik geloof daar wel steeds meer in. Er zijn misschien wel liedjes die ik in dat proces geschreven heb en die later nog zullen uitkomen, maar het paste nu niet helemaal in de verhaallijn. Het vreemde eendje op de plaat is voor mij dan ook “Isuk” omdat dat de enige song is die niet op een of andere manier over een relatie gaat.

Hoe zou je het album zelf omschrijven? 

Het is eigenlijk een veel rustigere plaat geworden dan ik door had toen ik aan het schrijven was. Heel veel mensen zijn de voorbije jaren heel introspectief gaan kijken en er is veel veranderd, dus wat op het eerste gezicht misschien een break-upplaat is, is eigenlijk veel meer. De ‘you’ en de ‘I’ waar ik het over heb zijn heel breed en zijn vaak projecties naar mezelf toe. Als ik kwaad ben, ben ik bijvoorbeeld ook eerder kwaad op mezelf dan op een concreet persoon. Het is heel turbulent, waardoor het voor mij heel heftig lijkt, maar uiteindelijk is het voor mijn doen echt een heel rustige plaat.

Je omschreef je ep’s eerder al als de onderzoeksfase, hoe werd duidelijk dat het tijd was voor iets nieuws en groter? 

Eigenlijk is dat zielig dat ik dat toen al gezegd heb, want ik was op dat moment nog bezig met die nummers uit te brengen terwijl ik dat al aan het verantwoorden was. Ik was superonzeker toen en mensen kunnen nog zo veel zeggen dat dat niet nodig is, maar als je dat zelf niet gelooft… Er was niet echt een openbaring naar het album toe, maar er waren wel wat puzzelstukjes die samenvielen door zoveel te schrijven. De grootste les die ik uit dat schrijfproces gehaald heb, is dat hoe meer je iets doet, hoe sneller je weet wat je goed kan en wat minder goed. Daarin heb ik ook zelfzekerheid gevonden en mensen om hulp durven vragen. Ik vind dat wel een sterkte; weten waar je hulp bij nodig hebt en dat te zoeken bij mensen die je vertrouwt. Dat was ook het moment waarop ik mijn nummers durfde laten horen aan vrienden en mensen waarmee ik samenwerk, maar vooral ook dat ik kritiek durfde te aanvaarden. Ik vond dat vroeger echt heel moeilijk en nam alles superpersoonlijk. Teksten herschrijven behoorde nooit tot de mogelijkheden, niet omdat ik dat niet wilde, maar omdat ik ervan overtuigd was dat ik het niet meer beter kon maken. Voor Wellif heb ik wel heel veel herschreven, dus op dat vlak ben ik wel gegroeid.

Is dat dan omdat iemand daar een opmerking over maakte, of eerder omdat je zelf nog niet helemaal tevreden was?

Beide, maar ik ben superbeïnvloedbaar en dat helpt niet altijd. Een stom voorbeeld, maar ik ben al een week bezig met de knoop door te hakken over welk design ik ga kiezen als merch. Muzikaal is dat ook zo, iemand kan zeggen dat iets cool is, maar als iemand anders dat dan niet vindt, twijfel ik. Soms is het moeilijk om verschillende meningen in categorieën onder te verdelen en te bepalen welke behulpzamer en waardevoller zijn. En dan kan je wel zeggen dat het maar een mening is, maar je job als muzikant is gebouwd op meningen, wat eigenlijk supertragisch is, maar tegelijkertijd ook heel leuk.

Je wordt regelmatig als een van de meest veelbelovende artiesten van het land bestempeld, zorgt dat voor een zekere druk? 

Nee, totaal niet. Dat is zo’n typisch promotekstje dat iedereen heeft en het is maar wat je er zelf mee doet. Veelbelovend zegt weinig over de context. Ik geloof niet dat ik ook megasuccessen zal hebben, ik ben daar niet voor gemaakt als persoon en het zou vrij naïef zijn om te denken dat dat realistisch is met de muziek die ik maak. Doordat het schrijfproces emotioneel best zwaar was, heb ik wel gevoeld dat ik voor de rest van mijn leven muziek wil maken en dat is een heel cool gevoel. Succesvol zijn is relatief. Ik zou het wel fijn vinden als ik op een dag van mijn muziek kan leven. Ik heb onlangs muziek gemaakt voor een kortfilm die volgend jaar verschijnt en dat vond ik ook supertof om te doen. Dus ik denk dat dat succesvolle voor mij vooral is om alles wat ik tof vind binnen muziek te kunnen combineren. Tristan blijft wel mijn baby’tje, maar ik zou het ook tof vinden om ergens gewoon als vocalist of toetsenist mee te doen. Nu komt alles op mij af, omdat dat mijn eigen project is, en ik moet daar wel nog in groeien om mij dat niet persoonlijk aan te trekken, want het is heel naakt hé.

Ben je dan ook bang voor de reacties? 

Ja. Nee. Allebei. Er gaan veel mensen zijn die het niks vinden of er geen geduld voor hebben en het allemaal maar moeilijkdoenerij vinden. Ik kan ook niet van iedereen verlangen dat ze dat geduld opbrengen, wat oké is. Het gaat voor mij vooral een oefening zijn om de meningen die voor mij opbouwend en interessant zijn te filteren van de eventueel minder goeie reacties. Ik heb ook het gevoel alsof die debuutplaat het zotste ooit moet zijn en dan is er wel echt superveel druk, zeker als jonge artiest.

Je weet op de plaat telkens een heel specifieke sfeer neer te zetten, hoe ontstaat een typisch Tristan-liedje? 

Ik vertrek altijd vanuit iets instrumentaals en maak alles zelf in Ableton. Dan luister ik naar de sfeer daarvan, een goed instrumentaal nummer moet een bepaald beeld opwekken. Op de plaat is er een song “Why Put The Fire Out”… Ik had dat gemaakt en er was nog geen tekst, maar ik zag mezelf op een klif staan, kijkende naar een bos dat volledig in brand stond. Ik voelde die spanning, een bijna verstikkend gevoel. Dat nummer is ook ontstaan op een moment dat er veel bosbranden waren, waardoor dat gevoel onderbewust misschien wel in mijn systeem gekropen is. Eigenlijk is dat iets heel oncontroleerbaars dat je gewoon moet ondergaan. Op het moment dat we de drums aan het opnemen waren, ben ik beginnen huilen omdat het allemaal zo intens werd en dat was zo verstikkend. Ik vind dat echt het summum van muziek, als iets je gevoelsmatig zo kan overnemen.

Is dat dan ook de song die er voor jou bovenuit steekt? 

Niet per se, elk nummer heeft een speciaal plekje. Qua songwriting ben ik wel het meest tevreden over “It’s Him”, omdat we dat al in zoveel versies gespeeld hebben en dat werkt elke keer. Dat bewijst ook dat dat in de kern een degelijk geschreven nummer is, wat ook weer superdwaas is om te zeggen, maar dat is de bescheidenheid die ik van thuis uit meegekregen heb. Op podium is dat wel anders, al word ik tussen de nummers door altijd weer die onzekere Isolde en doe ik een beetje ‘goofy’, maar dat werkt niet per se omdat dat echt een serieus contrast is met de muziek. Dat komt ook wel door die lange onderbreking denk ik, ik voel dat ik weer dat comfort moet vinden in daar staan en heg mezelf moet gunnen dat ik daar mag staan. Gewoon all the way durven gaan in het personage dat ik ben.

In hoeverre lijken Isolde en Tristan op elkaar? 

Ik denk dat de Tristan die ik voor mezelf gecreëerd heb de meer zelfverzekerde versie is waar ik meer naartoe wil groeien in mijn dagelijks leven. Ik vind het ook wel leuk om mij helemaal in dat personage als vamp of iets mega grotesk en dramatisch te transformeren, terwijl ik in het dagelijks leven een heel kalm persoon ben. Ik haat drama bijvoorbeeld, ik word daar echt bang van en kan ook niet goed ruzie maken. Vroeger dacht ik altijd dat er geen woede in mij zat, tot mijn therapeut zei dat iedereen woede in zich heeft, maar ik had mezelf nog niet gegund om dat te mogen voelen. Dat is iets wat ik wel superinteressant vind om in muziek te onderzoeken. Wat mensen soms ervaren als heel abstracte en agressieve muziek, kan voor mij bijvoorbeeld heel emotioneel zijn. Ik denk dat ik een andere relatie heb tot die heel donkere, uitdagende gevoelens. Ik probeer die wel toe te laten, maar mensen daar niet in te betrekken of pijn mee te doen.

Je maakt niet meteen de meest toegankelijke muziek, welke muziek heeft dat geïnspireerd? 

Op het conservatorium was ik het vreemde eendje. Binnen een jazzopleiding was ik de enige die naar elektronica luisterde. In mijn afstudeerjaar hadden we een lijst waar iedereen een liedje mocht aan toevoegen. Ik studeerde zang, maar koos voor een instrumentaal nummer en ik denk dat heel veel mensen toen dachten dat ik de opdracht niet goed begrepen had. Ik probeer wel voor veel open te staan en niet onnodig dingen af te breken, want dat vraagt superveel energie. Ik ging ooit naar Oscar and The Wolf in het Sportpaleis kijken en hoewel ik toen echt in een jazzfase zat met veel moeilijke en virtuoze muziek, was ik daar megahard van onder de indruk. Dat haalde me even uit mijn comfortzone, maar uiteindelijk kon je daar gewoon niet omheen: dat was een ongelofelijk sterke liveshow. Ik probeer ook wel actief om niet dingen af te schieten omdat het niet meteen cool is in mijn omgeving. Uiteindelijk geloof ik wel dat lief en zacht zijn het van alles wint. 

Welk liedje zou je nu in die lijst toevoegen? 

Nog steeds hetzelfde. Ik heb dat toen – en ik overdrijf niet – zeker zes dagen op repeat geluisterd. Het heet “Love In The Time Of Lexapro” van Oneohtrix Point Never. Dat nummer was voor mij echt een openbaring, zo schoon.  

Gebeurt het vaak dat je een song zo intensief kan luisteren? 

Ja, eigenlijk wel. Dat gebeurt wel in fases, de laatste maand heb ik niet veel muziek geluisterd. Als ik overprikkeld ben, is daar soms geen ruimte voor omdat ik ook wel muziek luister die mij echt moet overweldigen. Zo luister ik bijvoorbeeld zelden indierock, dat is een totaal andere emotie dan hetgeen waar ik naar op zoek ben in muziek. Ik hou van bombast en het bijna verwarrende. 

Op Wellif speel je met de perceptie van wat echt is en wat niet, wat maakt dat voor jou zo interessant? 

We leven in een wereld waarin we nood hebben aan iemand waarnaar je kan opkijken. Door sociale media kan iedereen dat voor zichzelf creëren en dat is superbizar. In muziek is dat ook zo. Alles kan gemaakt worden met een computer omdat dat zo goed opgenomen en gesampled is. Je kan de dag van vandaag een plaat doen klinken alsof die in de Abbey Road Studios opgenomen is, terwijl dat gewoon bij jou thuis gemaakt is. Ik vind dat echt een goede vooruitgang, muziek is heel democratisch geworden en je kan nu je stoute dromen waarmaken zonder daar bakken geld voor nodig te hebben. Thematisch gaat de plaat over projecties en dan vind ik het wel tof om die figuurtjes te zijn of te vertalen naar iets visueels door middel van pruiken bijvoorbeeld. Dat maakt het allemaal ook wat luchtiger, want soms kan het voor mij wel heel zwaar en pijnlijk voelen, maar alles gaat voorbij. Ik geloof steeds meer in het zinnetje ‘het komt altijd goed’, want dat is ook echt zo. En als het niet goed komt, dan komt het toch weer goed. Iedereen past zich aan. Constant. 

Daarbij kom je ook nog eens op de proppen met nieuwe woorden, waar komt dat bedenken van woorden vandaan? 

Dat komt niet echt uit een nood, maar ik vertrek altijd vanuit het instrumentale en dan is dat woord gewoon de sfeer of het beeld dat ik bij dat nummer heb. Dat gebeurt ook zelden bewust. Het is niet dat ik daarover lig na te denken om met een cool woord op de proppen te komen. Meer zelfs, het voelt ook supervreemd om achteraf de titel te veranderen naar echt woorden, want dan wordt het heel bepalend. Eigenlijk is dat iets heel vreemd om het belangrijkste woord, woordengroep of zin te kiezen als titel. Ik vind dat ook niet altijd nodig. Dat is een beetje zoals bij een boek, daar staan zo veel zotte zinnen in en soms wordt dat dan bijna pathetisch om daar de slagzin uit te kiezen als titel. De boeken die ik lees hebben ook nooit hoofdstuktitels, maar eerder cijfers als onderverdeling. Ik lees ook wel enkel fictie, omdat Engels niet mijn moedertaal is en ik wil mij niet beperken tot basistaal. Ik vind Engels een ongelofelijk mooie taal en ik vind het tof om in die taal te lezen want dan ontdek je woorden en zinsstructuren waar je zelf nooit op zou kunnen komen. 

Met een debuutplaat op zak ligt de festivalzomer open. Waar zou je graag spelen? 

Kijk, het probleem is dat Tristan net te ‘poppy’ is voor de niche, terwijl ik wel graag op die nichefestivals zou staan. Iets als Meakusma, daar zou ik zo graag spelen, maar dat is echt veel experimenteler dan wat ik doe. Een paar jaar geleden speelde ik op Absolutely Free Festival en dat was bijvoorbeeld echt supertof. Ik zou sowieso liever op veel plekken spelen dan twee zotte shows doen. Ik denk ook dat zo’n aanpak niet zou werken voor Tristan, dat is een project dat geduld nodig heeft. Alles laten afhangen van een paar exclusieve shows lijkt mij ook super stressvol en doodeng. Dus ja, boek mij! Alsjeblieft!

Volgende maand sta je in de Ancienne Belgique, wat kunnen we daarvan verwachten? 

We zijn nu met drie, dus een lid minder, wat muzikaal wel een aanpassing is. Ik ga ook wat keys spelen en dat is best spannend, terwijl dat ook maar een heel klein detail is uiteindelijk. Het gaat megatof worden, al zijn er wel geen dansers of confettimachines. Misschien moet ik een soort starter pack maken… Het gaat een super fijne avond zijn met heel veel leuke mensen en ik wil gewoon dat het een veilige plek is en dat iedereen lief is voor elkaar en danst. Als ze willen. Ze moeten niet.

Facebook / Instagram

Related posts
2022FeaturesInstagramUitgelicht

De 20 beste Belgische albums van 2022

Na enkele jaren die in het teken stonden van het coronavirus, kon het Belgische muzieklandschap zichzelf eindelijk terug rechttrekken met een ietwat…
AlbumsFeatured albumsRecensies

Tristan - Wellif (★★★★): Sensueel, intens en stijlvol

Een album uitbrengen in tijden waarin alles razendsnel gaat en streamingsdiensten vooral gericht zijn op singles, is geen evidentie. Toch blijft het…
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single Tristan - "Human Allergy"

Over anderhalve maand verschijnt het debuutalbum van Tristan, oftewel Isolde Van den Bulcke. Wie de Gentse al enige tijd volgt zal al…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.