FeaturesInterviewsUitgelicht

Interview Anke Verslype (aki): ‘Iedereen mag z’n eigen ding maken van mijn muziek.’

© Laure-anne Iserief

Anke Verslype, bij voorkeur uitgesproken als ‘Versliepe’ wegens West-Vlaams, heeft een tijd bij verschillende bands gedrumd, zoals Fortress, Whilla Whisper en An-Sofie Noppe. Toch is ze geen drummer waarover je de klassieke drummergrapjes kan maken: ze is namelijk ook componiste die zelf muziek schrijft. In juni 2020 is ze afgestudeerd aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen, afdeling Jazz en Lichte Muziek. Daar heeft ze ook haar eigen project opgestart: aki, een collectief dat indringende lappen melancholie bij elkaar improviseert op basis van minimalistische melodieën. Dat vroeg om een gesprek.

Dag Anke, laten we beginnen met de belangrijkste vraag eerst: hoe is’t ermee in deze tijden?

Ça va, alles gaat goed. Iedereen die ik ken is gezond, dus da’s belangrijk. Het is wat het is, voor iedereen een beetje hetzelfde. Ik kan er wel mee om.

Da’s goed. Want er zijn blijkbaar ook mensen die dringend buiten willen of moeten komen. Maar jij zit dus rustig thuis?

Ja. Beetje werken, muziek maken, en toch ook wat repeteren. Da’s wel fijn om ook nog bezig te kunnen zijn met muziek.

Als kind wist je al dat je drummer wilde worden. Wie of wat was de inspiratie voor die roeping?

Dat weet ik eigenlijk niet. Ik heb dat ooit teruggevonden op een briefje van op de lagere school, toen ik moest opschrijven ‘Wat wil je later graag worden?’ Ik had toen opgeschreven dat ik later graag drummer en muzikant wou worden die bekend was, allez, als kind schreef ik dat zo, hè. Maar ik weet dus niet vanwaar dat kwam. Volgens mijn ouders wou ik als kind al een trommel en wou ik drummen. Toen ik mij wou inschrijven in de muziekschool, zei de directeur ‘Jamaar, meisjes zouden beter blokfluit leren spelen.’

Sorry, wat?

Ja, toen is mijn mama heel kwaad geworden en heb ik me toch mogen inschrijven voor slagwerk. Dus ik heb als kind wel eerst het klassieke slagwerk gedaan in de academie. In het middelbaar heb ik Woordkunst-Drama gestudeerd. En dat was even zoeken voor mij: ik wist niet of ik drama verder wou blijven doen of dat ik toch de muziekrichting wou uitgaan. Maar het is dus muziek geworden.

Welke drummers hebben je beïnvloed?

Wel, er is Paul Motian, die was echt een hele grote inspiratiebron. Brian Blade ook, Joey Baron, dat soort drummers, dat zijn echt de mensen waar ik naar opkijk.

Zijn er drummers die je volgt op social media?

Er is die hele jonge gast, JD Beck, die is heel cool, wat hij doet. Het is echt een heel zotte manier waarop hij drumt en speelt. Ik kende hem wel, maar ik volgde hem niet. Tot ik een drumvideo zag en ik dacht echt ‘Wauw’, heel cool om te zien. Hij heeft een heel eigen manier van spelen.

Je bent een vrouwelijke drummer en zo zijn er niet veel, dus daar moeten we dan een vraag over stellen: waarom zijn er in verhouding zoveel minder vrouwelijke drummers?

Er zijn in het algemeen gewoon niet zo veel vrouwelijke muzikanten, zowel drummers, gitaristen, bassisten… In de muziekwereld zijn er niet zoveel vrouwen aanwezig. Ik denk dat dat komt omdat er niet zoveel voorbeelden zijn. Hoe meer vrouwelijke artiesten naar voor komen, hoe meer jonge meisjes hen zullen zien als voorbeeld.

Het ligt misschien aan directeuren die zeggen dat ze blokfluit moeten gaan spelen.

(Lacht) Ja, dat is trouwens niet de huidige directeur, hoor. Die ene was echt nog van de oude stempel.

Over naar Niobe en je groep aki dan. Met Warme Dagen en Niobe heb je op een dik jaar tijd twee ep’s uitgebracht. Da’s heel productief op weinig tijd. Kan je die twee ep’s eens vergelijken?

De eerste ep was echt de eerste keer dat ik met iets naar buiten kwam onder mijn eigen naam, dus niet als ‘drummer van’. Dat was echt voor het eerst iets van mezelf. De evolutie met de tweede ep is dat ik nog meer mezelf durfde tonen, in wat ik wilde maken. De eerste ep was gewoon een start. Je werkt er naartoe en dan toon je wat je hebt. Maar dan begin je te denken ‘Ah, maar dat kan nog. En dat kan nog…’ en je voelt dat je nog verder kan gaan. De tweede ep is dan die stap verder. Als je iets schrijft of maakt, ga je altijd al naar het volgende toe. De bezetting is ook anders: enkel de gitarist (Willem Heylen) is dezelfde. En dat is ook wel de bedoeling. In jazz heb je dikwijls een naam en dan wordt dat het (Naam) Trio of (Naam) Kwartet. Maar ik had niet zoveel zin om Anke Verslype Trio of Anke Verslype Kwartet te gebruiken, dus ik dacht, ik neem gewoon een naam en dan kan dat alles zijn. Dus meer een collectief waarvan de bezetting kan veranderen, maar dat wel een eigenheid heeft in de muziek.

Het verhaal van Niobe is redelijk dramatisch. Waarom heb je voor die titel gekozen?

Wel, ik was verhalen aan het lezen uit de Griekse mythologie, ik kwam die naam tegen, en ik vond het een hele mooie naam. Ik dacht dat het een heel fijn iets zou kunnen zijn, ook het verhaal op zich, om een lied rond te maken. Het verhaal vertelt ook zo veel, dus dan heb ik een compositie die naam gegeven. En ik vond het ook een mooie naam voor een ep. Omdat ik ervan hou dat de muziek iets vertelt, en omdat Niobe ook echt een verhaal is dat bestaat, vond ik het een duidelijke naam voor de ep.

Toen we de eerste keer naar Niobe luisterden, voelden we vooral veel melancholie. Maar toen ontdekten we het verhaal achter Niobe en dachten we dat het misschien meer over tristesse gaat dan over melancholie. Welk gevoel overheerst voor jou op het album?

Ik denk dat melancholie wel een goed woord is. Het is een sfeer waar ik wel vaker naar teruggrijp, ik weet niet waarom, misschien ligt het aan mijn karakter. Het is dus niet dat ik zeg ‘en nu ga ik een triestig liedje maken en nu een vrolijk’. Ik begin gewoon te schrijven en dan zie ik wel waar het naartoe gaat. De progressies zijn vaak simpele melodieën waardoor je makkelijk in die melancholische sfeer komt.

Is Niobe toevallig een verwijzing naar de coronacrisis en de mens die, net als Niobe, gestraft wordt voor zijn overmoedige manier van leven? Of gaan we het weer te ver zoeken?

Zo had ik het niet bekeken, nee. Maar het is wel leuk, want dat is nu net de bedoeling van de ep: dat mensen door de titels en de muziek er hun eigen ding van kunnen maken. Dus als jij die link legt, vind ik dat heel goed. Dan ben ik blij. En als het voor iemand anders anders aanvoelt, des te beter. Ik vind het wel fijn dat de muziek beelden oproept of connecties maakt bij mensen.

De afsluiter “Hoog In De Lucht” is plotseling, letterlijk, een stuk luchtiger. Wou je het album niet al te zwaarmoedig eindigen?

Ja, dat is inderdaad plots een vrolijk nummer. Ik heb nog getwijfeld of ik het zou houden. Bij de andere nummers hadden we direct een idee over wat we ermee wilden doen. Maar in dit geval was de sfeer frivoler, lichter, naïever, wat moeilijker is om te grijpen, dus het was moeilijk om hier een versie van te maken die we echt tof vonden. Maar omdat het uiteindelijk toch werkte, vond ik het wel een mooie afsluiter. “Ver”, het tweede nummer, speelt zich ook meer af in die openheid, en dat vind ik wel fijn. De melancholie is er ook nog, maar het hoeft niet allemaal triestig te klinken. Met dit soort muziek gebeurt dat al snel, dus ik vind het wel leuk om dat wat tegengewicht te geven.

Waar hebben jullie de ep opgenomen en met wie? Het klinkt echt geweldig, alsof je tussen de muzikanten staat. Het is echt de warme, menselijke, live atmosfeer die past bij de stijl van de muziek.

Manou Maerten, die met Le Manou ook haar eigen project heeft, heeft alles opgenomen. Ze heeft met haar vriend de studio Durbuy Music gelanceerd. Ik denk dat zij de enige of bijna de enige vrouwelijke producer en mixer is die ik ken. Dus zij heeft alles opgenomen en ik ben daar ook heel blij mee. Tijdens het mixen zelf hebben we ook lang gezocht naar de klank die we wilden. Die is nu echt wat het moet zijn. Die mix gebeurde in Durbuy Music en de opname zelf hebben we gedaan in de Bijloke-studio in Gent. De mastering is gedaan door Jonas Everaert in de dunk!studios.

Waarom geef je de nummers Nederlandstalige titels?

Dat staat het dichtste bij mij. Als ik iets in m’n hoofd heb, vind ik het stom om dat dan Engels te maken, alleen maar omdat het zou ‘moeten’. Want titels zijn inderdaad vaak Engels. Maar moest ik nu een Engels woord of een Engelse zin vinden die past, dan mag dat ook. Het is niet dat alles per se Nederlandstalig moet zijn. Het kan alles zijn. Het is gewoon wat er op dat moment het beste paste bij de stukken.

Waar ben je opgegroeid, eigenlijk?

In Ieper, West-Vlaanderen. Wie weet komt de melancholie van daar (lacht). De West-Vlaamse velden… Nee, ik weet het niet. Het is gewoon de soort muziek die ik zelf heel graag hoor. Ik probeer dingen te schrijven waar ik zelf naar zou willen luisteren. Nu niet dat ik dat constant opzet, want ik wil het ook even kunnen loslaten.

Vind je het erg als we aki geen jazzcollectief noemen? Jazz, in de klassieke zin van het woord, lijkt ons eigenlijk ver weg, wat aki doet is veel ruimer, nee?

Tja, er wordt altijd wel een label opgeplakt. Dat moet op zich niet. Maar binnen het jazzgenre zijn er heel wat genres die er dan wel dicht bij aanleunen. Hierdoor snap ik wel dat dat label eropgeplakt wordt. Voor mij mag het alles zijn, wat iedereen het ook wil noemen. Ik ben natuurlijk ook afgestudeerd in jazz, dus ja. En het is geïmproviseerde muziek, dus daarom is het ook wel logisch dat dat label er wordt opgeplakt.

Wat dat improviseren betreft: hoe ga je juist te werk?

Er is altijd een melodie die vastligt. Die staat gewoon op een blaadje papier, samen met een akkoordenschema. Die notities zijn soms korter, soms langer. In “Over de zee”, bijvoorbeeld, is het vooral improvisatie en komt de melodie er heel even in en dan gaat die weer weg. Ik vind de melodie dus belangrijk, maar die hoeft niet altijd overheersend te zijn. Soms zorgt de melodie alleen voor de sfeer die start en dat is het dan. In “Tokyo” zit dan weer meer structuur. Dus het hangt er allemaal een beetje vanaf.

Je hebt én theater én muziek gestudeerd, dus je hebt ongetwijfeld favoriete filmmuziek?

Ja. Ennio Morricone vind ik heel mooi, maar dat vind iedereen, natuurlijk. En dan is er nog Max Richter, van de serie My Brilliant Friend. Filmmuziek vind ik altijd heel mooi om naar te luisteren. Dat is wel iets dat er de laatste tijd bijgekomen is. Omdat mensen dikwijls zeiden dat mijn muziek precies filmmuziek is, ben ik het ook meer gaan opzoeken. Het is dus niet dat ik drie jaar geleden constant naar filmmuziek aan het luisteren was, of zo.

Zou je eigenlijk graag filmmuziek maken?

Zeker. Hadden ze me gevraagd voor My Brilliant Friend, dan zou ik dat graag gedaan hebben. Ik heb onlangs de soundtrack mee gemaakt voor een animatiefilm, het afstudeerproject van Ezra Belgrado: ‘Ego-Echo’.

We lazen dat Fortress een concertfilm gaat uitbrengen, maar je naam stond er niet bij. Dat verhaal is dus gedaan voor jou?

Ja. Ik heb dat samen met hen beslist. Ik had het al een tijdje aangegeven. Door de eerste lockdown viel alles weg, waardoor ik meer tijd kreeg voor mijn eigen project. Door de vele andere projecten, repetities, studeren en werken was alles wel een echte overload. Dan heb ik in de voorbije zomer aangegeven dat ik ermee wilde stoppen. Ik voelde hun verhaal ook wat minder. Het was elektronische muziek, wat ik fijn vond om te doen, maar de vrijheid die ik in mijn eigen muziek wil en zoek, die had ik daar niet. Dat was niet erg, want het was die stijl niet. Maar op dat moment was het niet meer wat ik wilde doen. We hebben wel nog even zitten zoeken. Fortress wilde een nieuw verhaal brengen, dus dan hebben we nog wat akoestisch gerepeteerd. Dat was fijn voor iedereen. Maar ik moest er gewoon te veel tijd insteken, tijd die ik voor andere zaken wou gebruiken. Dus dat was een moeilijk gesprek, voor hen ook, maar ze snapten het wel. Zoals zij voor hun project gaan, wil ik voor dat van mij gaan. Soms moet je moeilijke keuzes maken.

Afsluiter: wat brengt de toekomst?

Hopelijk veel spelen, veel nieuwe muziek maken. Van zodra Niobe uit is, wil ik beginnen schrijven voor een album. En dan terug repeteren, bekijken met welke bezetting we dat gaan doen, daar heb ik echt veel zin in, om gewoon veel muziek te schrijven en te proberen.

Het is misschien nog te vroeg, maar wordt er al een tournee uitgestippeld?

Voorlopig is dat nog moeilijk. Niemand weet wat de toekomst zal brengen, dus ‘t is moeilijk om te plannen. Verder zijn we ook een beginnend collectief, dus niemand kan ons direct her en der beginnen inplannen. En da’s normaal, dat verwachten we ook niet. Op 10 april komt er wel een livestream.

Mooi, daar kijken we naar uit!

Dit vind je misschien ook leuk:
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single Lucid Lucia – “Diggin'”

Soms komen plaatjes als een geschenk uit de hemel vallen. “Diggin’” van Lucid Lucia is er zo een. Want het is eindelijk…
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single Mattias De Craene - "Pattern 0.9"

De Gentse saxofonist en lid van jazzrockband Nordmann Mattias De Craene lost binnenkort zijn eerste album. Na een boeiende ep, die deze…
FeaturesInterviewsUitgelicht

Interview De Beren Gieren: 'Less Is Endless is een plaats waar je het overbodige weglaat en tot de essentie komt'

Geleidelijk aan vindt de Belgische jazzscene zijn weg naar het groter publiek. Namen zoals STUFF. en Dans Dans klinken steeds bekender in…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.