Albums, Recensies

Optic Sink – Optic Sink (★★★½): Het betere gebliep

Hoe had Kim Gordon geklonken mocht ze in de jaren tachtig haar basgitaar hebben ingeruild voor een Commodore 64? Luister even naar de debuutplaat van Optic Sink, het brutalistische elektronoiseproject van Nathalie Hoffmann en Ben Bauermeister. De drumcomputer van die laatste klinkt zoals zijn naam: als een ijzeren gordijn, van geroest staal en gewapend beton. Voor Hoffmann is het een dankbare graffitimuur waar ze droog en emotieloos haar woorden over spuit, om er vervolgens met scherpe synthesizers diepe krassen in te maken.

Het geluid van Optic Sink mag dan even Oost-Duits zijn als dat van een Trabant, de band komt wel degelijk uit de Verenigde Staten, uit Memphis nog wel. De plaat werd daar opgenomen in de studio’s van Bunker Audio. Nog zo’n toepasselijke naam. Veel rhythm-&-bluessporen heeft hun thuishaven duidelijk niet op hen achtergelaten. Met haar andere band NOTS krast Hoffman al langer dan vandaag genadeloos in de gospelzieltjes van haar streekgenoten. Totnogtoe mishandelde ze daarvoor de ongevoelige snaren van haar gitaar.

Op het zelfgetitelde debuutalbum van Optic Sink bedient ze ze zich van ander materiaal om littekens achter te laten. Geen gitaren in de communistische syntherklaaswinkel, wel bakken vol haperende transistoren, losgedraaide knopjes en kabeltjes van de niet ruisonderdrukkende soort. De sputterende, uit aftandse bits gebricoleerde no-wave die ze samen met haar kompaan voortbrengt houdt acht nummers lang het midden tussen Cabaret Voltaire en Sonic Youth, met flinke scheuten Suicide.

Er zit snee op, maar een hele plaat lang even spannend blijven lukt net niet. Daarvoor tappen ze wellicht iets te vaak uit hetzelfde gestoorde synthetische vaatje. Zoals in “Soft Quiet Life”, dat klinkt alsof de Commodore 64 niet wil opstarten. In dat banaal bliepende bedje zijn nog enkele nummers ziek. Nu ja, ziek, er zijn ongetwijfeld liefhebbers van het genre. Je kent ze wel: van het type dat kwijlt bij het geluid van dot matrix-printers en klaarkomt van de eerste generatie inbelmodems. Hoe dan ook ontwaren we tussen de monotone, soms wat vrijblijvende noise meer dan genoeg gebliep dat bijblijft. Dat zelfs indruk maakt.

‘All the girls in grey / They are no good’, verkondigt Hoffmann in “Girls in Grey”. De meisjes mogen dan niet deugen, de song doet dat wel. Hij is van een deprimerende duisternis die blijft hangen als novembermist. We citeren verder geen teksten; Hoffmann klinkt alsof ze er zelf geen moer om geeft. Haar woorden lijken ontdaan van elk gevoel en betekenis. Coldwave op zijn koudst. “Exhibitionist” is dan weer Kraftwerk op speed, en in “Dumb Luck” wordt “Theme From Knight Rider” door een 8-bit blender gehaald. Uitstekend nummer voor in de auto, bij voorkeur een pratend model.

Tot slot is er onze persoonlijke favoriet “Personified”, een binaire oorworm met weerhaken van formaat. Die mag op onze playlist schaamteloos plaatsnemen naast Alan Vega; hij neemt het ons vast niet meer kwalijk. Hoewel Optic Sink met hun abstract klankbehang duidelijk niet mikt op de minnaar van het meezingbare lied, staat er toch een handvol memorabele songs op hun eerste plaat. Die zijn na enkele luisterbeurten perfect meeneuriebaar voor iedereen van de Atari- tot de Nintendo Switchgeneratie. Daarvoor en voor de donkere sfeer en ongezelligheid geven we toch een welverdiende drieënhalve ster.

Facebook / Instagram / Bandcamp

Ontdek nog meer muziek op onze Spotify.

2 oktober 2020

About Author

Tom Berth


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief