Albums, Recensies

Sufjan Stevens – The Ascension (★★★★½): Pessimistische protestplaat

‘I don’t care if everybody else is into it / I don’t care if it’s a popular refrain’, laat Sufjan Stevens ons ongeveer tien minuten ver in The Ascension weten. Het is een intentieverklaring die kan tellen. Als artiest had hij makkelijk kunnen incashen op het succes van Carrie & Lowell en “Mystery of Love”, het nummer dat hem een Oscarnominatie opleverde voor de film Call Me By Your Name. Sufjan zou echter Sufjan niet zijn als hij niet gewoon eigenzinnig zijn eigen ding bleef doen. Sindsdien paaide hij zijn fans met alles behalve een nieuwe soloplaat. Wat we wel kregen: een handvol losse (vaak oudere, nog onuitgebrachte) singles, een soundtrack voor de New Yorkse balletvoorstelling The Decalogue, een ambientplaat die hij samen met zijn schoonvader Lowell Brams (jawel, die van Carrie & Lowell) in elkaar knutselde en het even fantastische als bevreemdende Planetarium. Tel daar dan nog eens The Greatest Gift, de mixtape met demo’s en outtakes van Carrie & Lowell, bij op en je kreeg de indruk dat Sufjan Stevens vooral eerst zijn kasten en lades vol met oud werk wou leeg maken voor hij aan een nieuw project begon. 

‘Sufjan is altijd met iets bezig, maar we weten nooit wat het gaat worden. Tot hij plots voor onze deur staat met een nieuw album. Verrassing!’ zo klapte een medewerker van Asthmatic Kitty (het platenlabel dat Stevens samen met zijn schoonvader uit de grond stampte) uit de biecht op Reddit. En zo geschiedde; amper drie maanden na de aankondiging is de achtste plaat van Sufjan Stevens een feit.

In de weinige interviews die Stevens gaf over zijn nieuwe album leren we al meteen dat die grote schoonmaak niet alleen zijn ladekasten trof, maar ook in zijn hoofd heeft plaatsgevonden. Als notoir Amerikaliefhebber kreeg hij de laatste jaren veel klappen te verwerken en een identiteitscrisis leek zich aan te kondigen. De man weidde twee platen aan Illinois en Michigan en grapte dat hij dat voor de overige 48 Amerikaanse staten ook zou doen. Zijn muziek barst van de knipogen naar plaatsen, personages en gebeurtenissen uit de Amerikaanse geschiedenis en hij pende zelfs een ode aan de über-Amerikaanse antiheldin Tonya Harding. Het Amerika van nu lijkt echter helemaal niet meer op het ideaalbeeld dat Stevens in zijn nummers schetste. Allemaal dankzij één president die het niet zo nauw neemt met mensenrechten en de Amerikaanse normen en waarden.

‘Ik moest al mijn stijlfiguren overboord gooien. Geen verhalen, geen personages, geen representaties, geen metaforen en geen zelfmythologisering.’ vertelt hij aan The Quietus. Tabula rasa dus. Niet zo verwonderlijk als je weet dat het opnameproces van zijn vorige plaat Carrie & Lowell eigenlijk heel moeilijk en pijnlijk verliep. Het was pas toen hij die nummers over zijn overleden moeder live voor een publiek kon brengen, dat hij het verlies echt kon verwerken. Toch schreef Stevens in die periode ook al de eerste single voor The Ascension. ‘Don’t do to me what you did to America’ had toen nog niet de beladen betekenis die het nu heeft en dus belandde “America” zes jaar lang in een lade.

Waar “America” hier de plaat afsluit, was het voor Stevens net het startschot waaruit de rest van The Ascension voortvloeide. Hij omarmde de donkere stijl en de eerlijke, naakte, simpelere manier van songschrijven. Weg zijn alle obscure verwijzingen naar Bijbelse figuren of Amerikaanse patriotten, en we hoeven ook niet meer te twijfelen of hij nu zingt over zijn liefde voor God en Jezus dan wel voor een andere man. Deze keer windt Sufjan Stevens er geen doekjes om. Hij voelt zich oud, uitgeput en ontgoocheld in zijn vaderland en iedereen mag het weten. ‘Ik wou geen nummers meer schrijven over mijn overleden moeder. Ik wil nummers schrijven die een oordeel vellen over de wereld’, maakt hij duidelijk aan The Atlantic.

Zijn existentiële crisis begint met zijn eigen versie van dat wereldberoemde citaat uit The Godfather. Net zoals Francis Ford Coppola’s meesterwerk begint met een trouwfeest waar schimmige plannen worden gesmeed, is “Make Me an Offer I Cannot Refuse” even dreigend als dansbaar en ontpopt het zich daarna tot een koortsdroom die zo uit de soundtrack van een Christopher Nolan-film lijkt weggeslopen. Op “Video Game” legt Stevens zijn intenties bloot en duikt ook al meteen het eerste barstje in zijn logica op. Hoewel hij zich namelijk afzet tegen die onstuitbare drang naar likes, views, clicks en roem doet hij er wel ook doodleuk aan mee. Alsof hij die tegenstrijdigheid nog meer in de verf wou zetten, vroeg hij TikTok-choreografe Jalaiah Harmon om een dans te bedenken voor de videoclip. Toch blijft de boodschap overeind: geloof in jezelf en laat je eigenwaarde niet bepalen door likes of views.

Het is een levenswijsheid die Stevens ter harte neemt, want ook deze keer deed Stevens bijna alles zelf: inspelen, opnemen, producen en zelfs het tekenen en inkleuren van de albumhoes. Hij verhuisde van zijn studio in Brooklyn naar The Catskills in Upstate New York waar een nieuwe studio in de steigers stond. Wegens plaatsgebrek werd zijn enorm instrumentarium tijdelijk opgeborgen en nam hij enkel een keyboard en een drumcomputer mee. Muzikaal schurkt The Ascension dus dichter bij de elektropop van The Age of Adz dan de fluisterfolk van Carrie & Lowell of Illinois’ orkestrale spierballenfolk waarmee hij zichzelf op de kaart zette. En waar hij bij The Age of Adz zijn nummers over ziekte, dood en angst inpakte in eclectische elektropop die alle kanten opstuiterde, klinkt ook The Ascension verrassend electronisch, experimenteel en coherent. “Lamentations” hinkelt nog op twee gedachten, terwijl “Run Away with Me” en “Tell Me You Love Me” in zweverige synths en dromerige keyboards baden en meteen doen terugdenken aan de romance uit Call Me By Your Name. Die eerste eindigt nog als een open vraag terwijl de andere resoluut voor de liefde kiest en uitbarst als een popanthem uit de eighties.

Op “Die Happy” en “Ativan” neemt de eeuwige pessimist in Stevens weer de bovenhand. De dood heeft altijd wel een plaats gehad in zijn oeuvre, maar klonk nooit zo concreet en persoonlijk. Hij komt evenwel eerst niet verder dan ‘I wanna die happy’, en ‘I shit my pants and wet the bed’ was nu niet meteen iets dat we uit de mond van Sufjan Stevens verwacht hadden. Zijn ode aan medicatie tegen angststoornissen ontaardt in glitchy elektronica en krijgt er nog een orkestrale coda bovenop alsof het de soundtrack is van een fatale overdosis. Als dat de manier is waarop hij zich inbeeldt vredig te sterven, dan zijn we enorm blij dat Stevens zijn dagen nu vooral vult met het verzorgen van tomaten, komkommers en kolen op zijn akkers en hij zich laaft aan de rust van de natuur in The Catskills.

Zo nu en dan steekt de liefde weer de kop op. Het is een van de weinige sprankeltjes hoop die in The Ascension te vinden zijn. ‘There is beauty where I see it and everywhere that I can feel it’, klinkt het op het poppy “Ursa Major”. In “Landslide” laat hij de liefde over je heen rollen als een lawine die je ook letterlijk lijkt te horen. En is dat niet ook een gitaarsolo? Mocht het nog niet duidelijk zijn: op The Ascension moet de gitaar definitief het onderspit delven tegenover keyboards en drumcomputers.

Ondanks het kleine arsenaal aan instrumenten weet Sufjan toch steeds te verassen. De weelderige arrangementen van Illinois indachtig probeert hij altijd het maximum uit zijn kleine keyboard te persen. Hoe hij de plaat zal vertalen naar een podium is hem voorlopig nog een raadsel (misschien iets met veel keyboards?). De pandemie die nog steeds ongegeneerd door Amerika (en de rest van de wereld) raast, maakt het er ook niet makkelijker op. The Ascension lijkt dus vooral een plaat die je thuis (liefst met koptelefoon) en alleen zal moeten beluisteren. Op die manier komt Stevens’ boodschap ook het best over. Zelfhulpgoeroe Sufjan komt op je schouder zitten en fluistert bemoedigende woorden in. Hij spreekt je persoonlijk aan, geeft je goede raad en doet je nadenken.

‘Ik voelde dat ik eenvoudigere taal moest gebruiken om grote waarheden te kunnen vertellen’, geeft hij toe aan Exclaim. Dat maakt van The Ascension echter zeker geen platte plaat vol clichés en platitudes. Integendeel, Stevens is zich bewust van de holle sloganeske woorden en probeert die nieuw leven in te blazen. Het gaat van ‘Give me some sugar’ in “Sugar” tot ‘What doesn’t kill you makes me stronger’ in “Goodbye to All That”, waar de titel ook al een platitude is. Die doorspekt hij met popculture verwijzingen die deze keer redelijk oppervlakkig blijven. Je moet geen Star Wars-geek zijn om de dreiging van “Death Star” te voelen en je hoeft het leven van de Sumerische koning Gilgamesh niet te googelen om te snappen waar het nummer eigenlijk over gaat. “Sugar” bevat zelfs een knipoog naar de culthorrorfilm Army of Darkness en ergens zit ook Buffalo Bill uit The Silence of the Lambs verstopt.

Ondanks alle miserie en tegenslag houdt Sufjan Stevens er wel goede moed in, ook al komt die niet altijd even duidelijk bovendrijven. ‘I’m just glad that I’m still alive’, horen we hem zingen op immer positieve “Goodbye to All That”. Titelnummer “The Ascension” klinkt niet alleen als een helend rondje zelfreflectie, maar het destilleert ook alle thema’s die het afgelopen uur voorbijkwamen tot diepere inzichten. ‘I thought I could change the world around me’, beseft hij. De wereld kan hij inderdaad niet veranderen; je kan enkel jezelf veranderen.

En dan moet “America” nog voorbij komen, misschien wel het meest vintage Sufjan Stevens-nummer van de hele plaat. In twaalf minuten bouwt hij dreunende drumbeats, pulserende synths en zijn bezwerende zang op tot een uitbundig “Impossible Soul”-achtig confettifeest, zij het iets in mineur. De lang uitgesponnen outro loopt haast naadloos terug over in het eerste nummer van de plaat en zo kan je The Ascension in een eindeloze loop afspelen om de rest van dit vreemde jaar door te komen.

‘All this rage has got to go now’, klonk het nog op “Sugar”, maar nu hij zijn frustraties heeft kunnen ventileren gaat Stevens misschien terug op zoek naar zijn folkroots. Alle gitaren, banjo’s en ukelele’s zijn ondertussen mee verhuisd naar zijn nieuwe studio en het leven op de boerenbuiten kan inspirerend werken. Ook al duurt het nog eens vijf jaar voor Stevens aanklopt met een nieuwe plaat, in de tussentijd biedt The Ascension genoeg diepgang om er stevig je tanden in te zetten. Zo’n persoonlijke en politiek geëngageerde plaat hadden we van hem niet verwacht en zal voor fans misschien een moeilijk te slikken pil zijn. Maar net zoals The Age of Adz pas na een tijdje zijn waarde liet zien, zo zal The Ascension ook alleen maar mooier worden.

Spotify / Bandcamp / YouTube

Ontdek nog meer muziek op onze Spotify.

 

23 september 2020

About Author

Jasper Verfaillie


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief