Albums, Recensies

EOB – Earth (★★★½): Vertrouwen vind je zo

De voorbije tien jaar waren een rustige tijd voor de mannen van Radiohead. Op The King of Limbs en A Moon Shaped Pool na lieten de Britse alternatieve rockers maar weinig van zich horen. Dat is op de bandleden na dan, die elk meer en meer hun eigen weg vonden vanonder de schaduw van de band die ze zelf creëerden. Voornamelijk Thom Yorke kon met albums als The Eraser en het prachtige ANIMA van vorig jaar veel recensenten voor zijn kar spannen. Maar ook gitarist Jonny Greenwood zette een grote sprong en begon met het componeren van filmmuziek, net als drummer Philip Selway dat deed met zijn eigen solomateriaal. Aan het begin van het nieuwe decennium waagt gitarist Ed O’Brien, onder de naam EOB, ook zijn kans.

Dat Ed O’Brien muziek maakt, is al langer dan vandaag geweten. Reeds sinds de hoogdagen van OK Computer schrijft O’Brien zijn eigen nummers, weliswaar zonder tekst. Dat het tot 2020 geduurd heeft voor deze debuutplaat Earth het licht zag, is wel opvallend. Gebrek aan zelfvertrouwen, zegt hij zelf. Vanaf het eerste nummer, “Shangri-La”, is het duidelijk dat O’Brien zijn Radioheadkunsten verre van verleerd is. Dat gebrek aan zelfvertrouwen schijnt hij ook overstegen te hebben, want de tekst kan zijn enthousiasme voor een nieuw muzikaal avontuur met moeite verbergen. ’Going back. I’m not going back. The old house, we’ll burn it to the ground’. We zijn vertrokken. Dat bassist Colin Greenwood zijn Radioheadmaatje bijstaat op bas voor “Brasil”, is ook al vrij snel duidelijk. Zijn karakteristiek volle, maar heldere basgeluid splijt de akoestische intro helemaal open en vestigt zich naast de duidelijke Latijns-Amerikaanse invloeden van het nummer. Van een folkey intro naar een Latin dancebeat op nog geen twee minuten tijd.

Nummers als “Deep Days”, “Long Time Coming” en “Mass” lopen maar al te graag over in mekaar op zweverige wijze. Het valt op hoe teruggetrokken deze nummers zijn, alsof ze wachten op het moment dat ze kunnen openbreken. “Banksters” zet O’Briens inspiratiebron (hij verhuisde in 2012 naar Brazilië) nog maar eens op de voorgrond. De beat in de eerste minuut doet meteen denken aan een bossa nova-deuntje. Indien de titel nog niet subtiel genoeg was, is de tekst een ware throwback naar de dagen van protestbeweging Occupy Wall Street. Het is dan ook een van die nummers die EOB schreef zonder tekst destijds, als antwoord op de bankencrisis van toen. Het nummer steekt wat onhandig (maar niet onaangenaam) uit, alsof je “The Times They Are A-Changin’” zou horen op een fuif.

Verderop de tracklist is “Sail On” eerder een wat vergeetbaar nummer met weinig omhanden buiten het zoveelste zweverige, akoestische intermezzo dat uiteindelijk een beetje doodloopt. “Olympik” vormt dan weer een hoogtepunt: de combinatie van de elektronische invloeden, speelse gitaar en stevige bas komt hier pas echt volledig tot zijn recht. Het lijkt of O’Brien die Braziliaanse spirit na acht jaar stevig te pakken heeft. Stilzitten is moeilijk. De wisselwerking tussen levendig en zacht zet zich verder tot het einde op “Cloak of the Night”, met Laura Marling als gaststem om u tegen te zeggen. Het duo vervolledigt elkaar perfect en eigenlijk doen die dikke twee minuten dat het nummer duurt het paar geen eer aan. Een fragiel einde na het intense “Olympik”.

De teksten van O’Brien zijn nauwelijks complex of zelfs gevarieerd te noemen. Ze schijnen meer uit te zijn op het creëren van een sfeer dan het overbrengen van een boodschap, al loopt milieubewustzijn weliswaar als rode draad doorheen het album. Het instrumentale is echter wel wat complexer: fijntjes zonder dat het te proper is, gelaagd zonder dat het overvol klinkt. O’Brien kiest met precisie wat op de voorgrond komt op elke moment. Vooral de prominente plaats die de bas krijgt in de eerste helft van de plaat was een goede keuze, net zoals de minimalistische, maar aangename vignettes uit de wereld van de elektronische en de dancemuziek dat zijn. Ze vormen een soort van collage aan geluid zonder verloren te geraken in een overvloed aan genres.

Als er ergens beperkingen te vinden zijn, liggen die vooral bij O’Briens durf. Het is wat afgemeten, wat braaf soms. Er wordt wat te veel tussen de lijntjes gekleurd, het ruikt allemaal naar meer. O’Brien schijnt niet gehaast te zijn te experimenteren, hij lijkt beter te zijn in het creëren van sfeer dan het aanbrengen van substantie. Toch geeft Earth blijk van een hoop ervaring en maturiteit. Een meditatie in chaotische tijden.

Earth is opgewekt, iets wat je van een Radiohead-afgezant niet zou verwachten, maar bovenal vol leven en vertrouwen. De ambitie is klein, de persoonlijkheid groot. Het verbaast niet zozeer dan dat het bevestigt. Soms is het geheel beter dan de delen, maar soms ook niet.

YouTubeTwitterInstagramFacebook

Ontdek nog meer muziek op onze Spotify.

21 april 2020

About Author

Sam Nassiri


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief