Albums, Recensies

Algiers – There Is No Year (★★★½): Temperament in retrospect

Algiers There Is No Year


De Algerijnse hoofdstad Algiers is een stad met een bewogen geschiedenis. Een half dozijn grote rijken onderwierpen de regio en vele opstanden volgden, met de laatste in de jaren negentig. Deze verwijzing naar radicalisme en antikolonialisme verklaart de naamkeuze van postpunk act Algiers uit Atlanta, Georgia. De band is ongezouten en origineel. Ze brengen voor de derde keer een uitdagende cocktail die tegelijkertijd doet denken aan no wave en afrobeat. Dat is ook meteen de zwakte van dit album: het experiment leidt niet tot één conclusie.

Hun meest consequente invloed is de punk revival van begin 2000, met drummer Matt Tong als duidelijkste afschrift. Hij speelde immers in de originele bezetting van het Britse Bloc Party. De gemeenschappelijke deler is de idee dat de VS te vergelijken is het rijk van de late Romeinen, dat in de knoop zit met zichzelf en op instorten staat. Dit vertaalt zich in dystopische teksten over misdaad, armoede, en haat. Fisher schreef eerst een impressionistisch gedicht waaruit de lyrics vloeiden. Ze verhalen een existentiële dreiging, alsof op ieder moment het doemgeschal van de zevende trompet kan weerklinken. Deze Angelsaksische multi-instrumentalisten nemen het juk op zich om het westen te zuiveren middels een razend exorcisme.

Doorgedreven christelijke metaforen terzijde, de muziek is een stuk minder consistent en van een manifeste totaalvisie is al zeker geen sprake. Elk nummer heeft iets dat nergens anders in terugkomt, zodat de band een pastiche van een halve platenwinkel samenspeelt. Op zich geen probleem, bij hun twee vorige platen was dat zelfs een pluspunt. Echter lijkt Algiers vrede genomen te hebben met de richting die ze op The Underside of Power uit 2017 uitging en doet ze geen poging meer om haar coherentie te perfectioneren. Het nijdige gospel steekt de lont in een kruitvat van gitaarfeedback, drummachines en atonale texturen.

De titelsong van There Is No Year begint stevig met wat electro- en synthpop. De anticipatie vloeit voort in “Dispossession“, zij het hier met klassieke piano. De meeste nummers ruisen door zonder hoogtepunt te bereiken. Gitaarnoise en weer electro mengen zich in het gewoel, zonder dat één van hen zich aan een solo wil wagen. Het album valt beter te beschouwen als geheel dan via de singles. Industriële invloeden zijn te horen op “Hours Of The Furnaces” en “Nothing Bloomed”, we missen hier enkel beelden van een nieuwe Blade Runner om de soundtrack aan te vullen. “Losing is Ours” bevat dat weer ingetogen, ballade-achtige pianostrofes en bongo’s, wat voor een zoveelste ‘aha!’-moment zorgt. Deze maken een plaat zonder noemenswaardige pieken toch interessant.

Soms herkennen we de soul van Nina Simone, wat later denken we aan Nick Cave’s eerste werk met The Birthday Party. “Unoccupied” is eerder darkwave, en “Void” sluit af met old school punk riffs. “Chaka” doet denken aan Depeche Mode, de band waarmee ze vorig jaar op tour gingen. Met synthchaos en gemixte saxofoonsolo’s is dit één van de beste nummers, hoewel de ingeslagen route ook hier nog wat uitgebreider mocht zijn. Met 39 minuten voor elf tracks lijkt Algiers op veilig te willen spelen.

Met Donald Trump en brexit in het achterhoofd zou je verwachten dat de animo de spuitgaten uitloopt. De polyglottische speeltuin van free-jazz tot gothic levert genoeg mogelijkheden op om grenzen te blijven verleggen. Dit was de kans voor de oceaanoverbruggende groep om het neofascisme een pittige vuistslag te geven, maar de band raakt niet verder dan waar ze al geweest zijn. Door hun bizarre stijlcombinaties is er nog geen niche voorhanden waar Algiers in thuis hoort. Dit verklaart wellicht het uitblijvende succes van de band. Ze zet zich af van rechttoe rechtaan politieke rock zoals Manic Street Preachers, maar mist het genie van Swans of Radiohead om een genre op zich te scheppen. Het is dan ook duidelijk dat ze in een niemandsland opereert, tussen hoop en cynisme.

Frontman Franklin Fisher hekelt de stereotype vergelijking met Lenny Kravitz, maar die maakte er geen probleem van om zijn identiteit van anderen te ontlenen. “Of the times when you found love that it let you know you’ll never be alone” zingt Fisher in “We Can’t Be Found”. Het minste was je kan zeggen is dat Algiers de apathie blijft doorbreken met alweer een turbulent album.

Website – FacebookInstagram

Ontdek meer muziek op onze Spotify.

25 januari 2020

About Author

Renaat Senechal


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief