Albums, Recensies

Wolfmother – Rock’n’roll Baby (★½): En nog eens gitaarriffs

Alles begint met een opzwepende, maar niet zo originele gitaarriff die schreeuwt: ‘Dit wordt een hardrocknummer en we gaan er een feestje van maken.’ De riff heb je mogelijks ooit al eens gehoord, je weet alleen niet waar. Dan volgen eventueel een paar accenten van de drummer en de bassist, om de spanning op te bouwen. Na ongeveer tien seconden vallen die twee en een extra gitaar in en is het nummer ongeveer vertrokken. Wanneer frontman Andrew Stockdale dan zijn stembanden begint warm te gillen, zitten we weer vast in de formule die de Australische rockband Wolfmother misschien al een keertje té veel heeft gebruikt. Het was nog leuk in de tijd van de bands debuutalbum met de grote hits “Joker and the Thief” en “Woman”. Als je tegenwoordig op zoek bent naar Led Zeppelin-imitaties, hou het dan maar bij Greta Van Fleet.

Over subtiel of minder subtiel lenen van oude hardrockgrootheden gesproken. De eerste single van het album “Rock’n’roll Survivor” zou gerust het prototype van een Black Sabbath-nummer kunnen zijn. “Kick Ass” is heel even leuk door de afwisseling tussen de main riff en wat accenten van orgel in het refrein. Voor experimenteler werk of veel variatie moeten we toch niet op dit album van Wolfmother zijn. Volgens de filosofie van het nummer “Freedom Is Mine” heeft Andrew Stockdale zeker al het recht om te blijven doorvaren op dit oude recept. Maar dan hebben wij ook de vrijheid om te zeggen dat we we die formule ondertussen wat beu gehoord zijn.

Op “Higher” vraagt Andrew Stockdale met zijn hoge stemgeluid om hem nog hoger te tillen, dat is meteen ook de essentie die we uit dat nummer kunnen halen. Bij elke uitgemolken riff past wel een voorspelbaar thema waar al eens graag over gezongen wordt in de hardrock. Dat gaat dan van een ‘gypsy girl with long black hair’ op “Spanish Rose” tot een hete nacht waarop Stockdale naar liefde zoekt op “Hot Night”. Dat laatste nummer valt wel op door een nogal eigenaardige productie. De lead vocals zijn bijzonder luid in de mix en bijna niet bijgewerkt. Andrew lijk op “Hot Night” ook voor een nasaal stemkleur te gaan die nogal lijkt op wat David Bowie in zijn vroegste werk deed.

Met slechts zeven nummers ben je snel door Rock’n’roll Baby heen, wat op zich niet erg is. De afsluiter “Special Lady” kan gezien worden als een nummer waar Wolfmother toch een paar keer experimenteel uit de hoek probeert te komen. De sfeer van de strofes klinkt nu al lang niet meer als Led Zeppelin of Black Sabbath maar zit te varen in het terrein van jaren tachtig bands zoals Rainbow, Survivor of zelfs Europe. Het korte intermezzo van de vocoder maakt dat niet beter. Het is moeilijk te zeggen welke richting Andrew Stockdale uit wil met nummers zoals deze.

Misschien had Wolfmother een deadline te halen om een nieuw album af te werken. De band kon dit jaar al zijn vijftiende verjaardag vieren en wilde daar wellicht nog absoluut een nieuwe plaat voor hebben. Spijtig dat zo’n jubileum dan gevierd moet worden met een korte plaat die enkel ‘inspiratieloos’ gedoopt kan worden. We hebben de harde bluesrockriffs nu wel stilaan gehoord. Als Wolfmother hun publiek wil blijven interesseren zullen ze toch een keer anders uit de hoek mogen komen.

31 december 2019

About Author

Felix Vloeberghs


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief