Albums, Recensies

Africa Express – Egoli (★★½): Eén voor allen, maar soms beter alleen

Africa Express zag voor het eerst het licht in 2005. De Britse non-profitorganisatie ontstond als reactie op de benefietconcerten van Live 8. Daar reageerde Damon Albarn verbouwereerd op het feit dat slechts één Afrikaanse artiest – Youssou N’Dour – werd geprogrammeerd op een benefiet ten voordele van Afrika. De frontman van Blur en Gorillaz besliste daarop een collectief op te richten met als missie Westerse artiesten te overtuigen om Afrikaanse muziek niet langer te herleiden tot ‘wereldmuziek’. Daarbij zouden samenwerkingen met Westerse artiesten voortaan ook evidenter worden door de gevestigde organisatie. Die gaat dan op zoek naar talent in de verste hoeken van de aardbol.

Ondanks de features van vele Westerse artiesten op het platform is de belangrijkste bouwsteen van Africa Express uiteraard het Afrikaans talent dat aan bod komt. Voor jongste studiotelg Egoli tufte de Express helemaal naar het zuidelijkste puntje van de bewoonde wereld. De plaat is in slechts zeven dagen opgenomen in de grootste stad van Zuid-Afrika, Johannesburg. Naar die stad is tevens de leadsingle vernoemd. Of het talent tot zijn recht komt op dit bonte allegaartje van genres staat open voor discussie.

Het album trapt af met de zeemzoete gitaardeun “Welcome” onder begeleiding van Phuzekhemisi. Op productioneel vlak blijft het echter mager. Het blijkt dan ook een gewaagde keuze om zo’n prototypische streep wereldmuziek vooraan te zetten op wat een stigmabrekende plaat zou moeten zijn. Op track twee, “City in Lights”, hoor je onder andere gitarist Nick Zinner van Yeah Yeah Yeahs. De spotlight staat vooral op de Britse zangeres Georgia – bekend van hits als “Started Out” en “About Work the Dancefloor”. De Afrikaanse invloeden in het nummer komen van het Zuid-Afrikaanse mbaqanga-trio The Mahotella Queens en de Oegandese Otim Alpha. Die laatste spit enkele bars in zijn moedertaal, het Acholi.

“Johannesburg” is veruit een van de meest veelbelovende nummers van het album. Het ritme is strak en zowel de dromerige trompetten als de Afrikaanse gezangen op de achtergrond maken van het nummer de perfect roadtriptrack. “Become the Tiger” is synths, strakke beats en een afkooksel van de melodie van Fedde Le Grand’s “Put Your Hands Up for Detroit”. Damon Albarn’s stem weerklinkt in een landschap van repetitieve lyrics. Het is een modern dansnummer, maar een klassieker zal het nooit worden. “Africa to the World” blinkt dan weer uit dankzij het prachtige gebruik van Afrikaanse talen in functie van het ritme. Het bevat het grootste aantal features van het hele album met toevoegingen van Dominowe, Infamous Boyz en Remi Kabaka. Opnieuw niet de grootste hoogvlieger.

“Absolutely Everything Is Pointing Towards the Light” grijpt terug naar het begin van de plaat met een zachte gitaardeun. Wat er gezegd wordt blijft voor deze wereldvreemde beer een mysterie, maar de zachte stemmen van Zolani Mahola en Gruff Rhys stralen pure rust uit. De harmonie tussen de twee stemmen doet lichtjes Keltisch aan en zorgt voor een fijn moment van rust temidden de chaos. Het ritme komt er terug in bij “Mama”. De tiende track van het album bevat features van Radio 123, Georgie en Otim Alpha. Opnieuw is die drive te horen van Africa Express zonder dat de muziek zichzelf verliest in een weergaloze experimentele sfeer.

De track “No Games” was reeds te horen op de ep Molo die Africa Express eerder dit jaar dropte. De features van Sho Madjozi, Poté, Moonchild Sanelly, Ghetts en Muzi zijn nog steeds te horen, maar klonken puur auditief beter op de originele ep. De albumversie lijkt dus vreemd genoeg minder goed gemixt dan de versie die enkele maanden geleden uitkwam. Desondanks zou de track zelf perfect de geboorte van Zuid-Afrikaanse grime kunnen betekenen. De Zoeloe-klikklanken zijn een perfect fit voor de droge beats en mogen gerust aan de kribbe liggen van een nieuw subgenre.

Er is nooit genoeg funk, moet Damon Albarn gedacht hebben, wanneer hij, Sibot, Mr Jukes, Moonchild Sanelly en Blue May “I Can’t Move” leven inbliezen. De voorlaatste track van de plaat leunt vooral terug op de baslijn en Damon Albarns stem. De laatste track van het album “See the World” is een perfecte uitwuiver voor het geluidsavontuur. Zachtjes zoals ze tevoorschijn kwam, deint de muziek terug weg. Geen franjes of prulletjes, gewoon een telkens zachter wordend deuntje.

De jongste studiotelg van Africa Express vertoont iets meer samenhang dan diens voorgangers Maison des jeunes en The Orchestra of Syrian Musicians. Desalniettemin blijft de eclectische sound iets te onsamenhangend. De plaat had in drie delen kunnen opgesplitst worden. Uitstekers van het album zijn “Johannesburg”, “Become the Tiger” en “No Games”. Aan de authenticiteit van muziek valt alleszins niet te twijfelen. Het geluk en werkplezier van de artiesten, die samen een week aan deze langspeler gewerkt hebben, spat van de plaat af. Het eindresultaat komt echter nog niet tot de enkels van het niveau van de individuele artiesten uit het collectief. Nu de wereld van al dit Afrikaans talent notie heeft gekregen, hoopt deze beer echter dat ze op eigen benen verder het Westen kunnen veroveren.

17 juli 2019

About Author

Lukas De Cock


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief