Albums, Recensies

Possum – Space Grade Assembly (★★★★): Licht-ontvlambaar debuut

Elke dag lanceren handen vol garagebands hun debuutplaat. Gemaakt met liefde en een paar pintjes in hun thuisstudio, zonder duur materiaal, maar met bakken aanstekelijke goesting. Is het resultaat vaak de moeite? Neen. Maar soms wel. Soms passeert er een band die zoveel lawaai kan maken dat het je verstomt, die de sweet spots van het fuzzpedaal zo goed kent dat het je kippenvel bezorgt, en die de vettige riffs aan elkaar rijgt als kralen aan een eindeloze ketting. Combineer dat met een sterk staaltje songwriting en je krijgt het Canadese Possum. De vierkoppige band uit Toronto brengt een mengeling van kraut-, garage- en psychrock en combineert het met een verpletterend ritmische insteek op hun debuutplaat Space Grade Assembly. Een plaat waar CAN, Ty Segall en The Grateful Dead alledrie wel eens een kopie van zouden kunnen kopen.

Openen doet Possum met “The Hills”, en het is meteen een schot in de roos. Het doet wat denken aan “Love Fuzz” van hierboven genoemde Ty Segall, en fuzz lijkt dan ook de mantra te zijn alvorens de spanningsboog steil de hoogte in gaat tijdens een opzwepend percussief stuk naar het einde van het nummer toe. De opgebouwde spanning ontsnapt als een steekvlam op het furieuze “I Am The Tiger” en zindert nog na op “Party Jam”. Dat laatste nummer is naast catchy ook gewoon bakken fun. Het klinkt niet als iets waar enorm veel productie tegenaan gegooid is, waardoor het enthousiasme ongecensureerd overkomt.

Op “Tusk” gaat de riffstorm even liggen en wordt er plaats gemaakt voor een meer laid-back, maar desalniettemin ritmisch nummer dat drijft op warme Rhodes-akkoorden en reverb. De bas krijgt vrij spel en dartelt erop los als een vlinder in een bloemenweide. Ook “Ice Cream” neemt zijn tijd om op gang te komen, als een verlengstukje van “Tusk”, maar barst meer dan eens onvermijdelijk uit. Als een vulkaan die niet weet wat ze wil. Het is misschien niet het beste nummer op de plaat, maar wel een oorwurm.

Over wormen gesproken: “Worms Hollow” start verlegen en stil, met een echoënde gitaar wiens distortion inluidt dat er weer wat actie aankomt. De vulkaan die eerst wat smeulde, komt hier volledig tot uitbarsting naar het einde toe, alvorens “Invisible Man” de fakkel naadloos overneemt. Wat beschouwd mag worden als een hoogtepunt van het album, is tevens één van de meest ritmische uitgediepte van de negen. De krautrock-attitude neemt hier af en toe de bovenhand en maakt het nummer opwindend en onvoorspelbaar.

Wie hier was voor de rauwe, onversneden garagerock komt gelukkig ook nog aan zijn trekken met het allesverslindende “Control”. Het fuzzpedaal wordt hier hardhandig misbruikt, maar voor we in staat zijn de politie te bellen, sust de intro van “Wizard Beard / Slight Gradient” ons alweer. Niet voor lang echter. ‘Een eerste indruk maak je maar één keer’ moet Possum gedacht hebben, terwijl het halverwege de rode lantaarn nog eens alle registers open trekt en je daarbij volledig verbouwereerd achterlaat.

Possum maakt indruk met hun debuut. Niet alleen wat hun vermogen tot het combineren van krautrock, psych, en soms zelfs een likje jazz betreft, maar bovenal het sprekend gemak waarmee ze dit op een jam-achtige manier op je afvuren. Het is een potentieel adembenemende live-band, en een naam om in de gaten te houden.

Facebook / Instagram

Ontdek nog meer muziek op onze Spotify!

23 juni 2019

About Author

Jonas Rombout


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter