Albums, Recensies

Jamie Cullum – (I Wish I Was) Taller (★★★): Nieuwe perspectieven

Groter. En anders. Britse zanger-pianist Jamie Cullum die de grenzen tussen pop en jazz opzoekt, vaart op zijn achtste release deels een nieuwe koers. Zo lijkt hij I Wish I Was) Taller te willen presenteren als ware het een debuutalbum. Niet eens zo gek van de Britse popster die door de jaren heen miljoenen albums wist te verkopen (als onder meer Twentysomething en Catching Tales) en ook op talloze festivals een graag geziene gast is.

Cullum blijft op (I Wish I Was) Taller een rasmuzikant, die zijn heel eigen koers uitzet. Het vergt immers best veel om het grote succes helemaal weg te denken en de zoektocht naar een goed liedje centraal te plaatsen. Want dat is net hetgeen hij hier bewerkstelligt. Een tabula rasa, een heruitvinding van zichzelf. Althans, tot op zekere hoogte. Want ook al neemt Cullum op zijn nieuwste album duidelijk enige afstand van zijn op jazz geënt profiel, de muzikant brengt op (I Wish I Was) Taller een hybride mix van sexy pop (o.a. via de verleidelijke titeltrack), hitsige p-funk, gospel en lichte, maar aanstekelijke r&b.

Vijf jaar na voorganger Interlude brengt hij nieuw werk dat onmiskenbaar de Jamie Cullum stempel draagt. De tegenstelling klein-groot neemt hij als motief om alles in perspectief en proportie te kunnen zien. Hij is nu eenmaal getrouwd met een vrouw die wat groter is. Dus in die zin is je album (I Wish I Was) Taller dopen, een leuke en zelfs fijnzinnige geste. Dit album is op die manier beschouwd zeer duidelijk een ode aan Cullums vrouw –schrijfster Sophie Dahl– maar vormt tezelfdertijd ook een viering van ‘s mans grote talent om een liedje zoals het verstillende “Life Is Grey” te schrijven, waarin Cullum teer en zachtjes over de notenbalk schuifelt.

Soms denk je hier al eens aan Prince en Jamiroquai (zo is het bruisende, extraverte “Usher” een heerlijk feest voor partybeluste dj’s), maar evengoed zijn er ook introvertere passages zoals de erg sobere en aandoenlijke pianoballad “The Age Of Anxiety”, waarin Cullum, net als tijdens het met handgeklap ondersteund “Mankind”, een wat maatschappijkritischere attitude aanneemt. Toch slaagt de Britse pianist erin om universele thema’s zoals de oneindige zoektocht naar liefde te vatten in een vaak erg radiovriendelijk liedje. Neem bijvoorbeeld het op suikerzoet sentiment gestoelde “For The Love”, waarin Cullum net als met “Demons” heel even richting Coldplay hint, of ook het gemakzuchtige “Love In The Picture” dat duidelijk maakt dat liefde voor Cullum een quasi onuitputtelijke bron van inspiratie blijft.

(I Wish I Was) Taller is Cullum die tevredenheid neemt met wat hem gegund is. Mooi is bijvoorbeeld ook de hartverwarmende eenvoud van “You Can’t Hideaway From Love”. Het type song dat in de zalen ongetwijfeld voor een krop in de keel zorgt. Een toegeving aan de fans die houden van jazz en stokoude films in zwart-wit. Fraai zakdoekmoment. Ook elders merk je dat de Britse pianist helemaal in zijn muziek opgaat. Zoals tijdens “Drink” (dat zich halfweg het album haast als een toegift presenteert) of het met fraaie gospeltoetsen versterkte “Monster”, waarin hij een al te grote noodzaak tot dialoog communiceert (‘sing it back to me’).

Kenmerkend voor het album is misschien wel “Endings Are Beginnings”. Alweer zo’n spontaan en organisch tot stand gekomen song die de ambacht van de songschrijverij helemaal centraal stelt. ‘Press play and record.’ Meer niet. En soms is meer niet echt nodig. Het is zo een van die momenten waarop je als luisteraar bedenkt: wat is dit toch ongelooflijk mooi. Wat is het heerlijk om gewaar te worden dat je niet veel meer nodig hebt dan een piano en een stem om indruk te maken.

Dat verhult niet dat Cullum het zich af en toe wel héél erg gemakkelijk maakt. Zo bedient hij zich soms van al te gekende thema’s en motieven (typevoorbeeld: “The Man From King Of Thieves” waarin Cullum o zo schatplichtig blijkt aan pakweg Jamiroquai (en indirect dus Stevie Wonder), zelfs in die mate dat de Brit voor de kopie van Jay Kay’s feelgood retrofunk best een royale portie royalties voorziet). Bovendien is er de wel erg grote hang naar nostalgie, die bijvoorbeeld via afsluiter “Show Me The Magic” (een auditieve variant van het ‘That’s All Folks!’ motief) prominent aanwezig tekent. Ook het eraan voorafgaande “Marlon Brando”– amper meer dan een weinig geïnspireerd B-kantje– maakt duidelijk dat het album als geheel te inconsistent en onevenwichtig aanvoelt, ondanks al de inspanningen. In een uurtje tijd passeren er maar liefst zestien songs. (I Wish I Was) Taller is onder meer om die reden naar ons aanvoelen net iets te veel ‘hit & miss’.

17 juni 2019

About Author

Philippe De Cleen


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter