Albums, Recensies

Donder – Keukenpraat (★★★★½): Op de wip tussen intieme pianojazz en explorerende improvisatie

De Belgische jazz blijft het uitstékend doen. Dat bewijst ook Keukenpraat, de nieuwe boreling van Donder. Een release die ze onlangs presenteerden tijdens het ‘crossing cultures’ festival van Jazz Brugge (KAAP). Mogelijk komen daar nog wat mooie speellokaties bij, want deze band verdient onmiskenbaar uw aandacht. Na albums als Still en het slechts gelimiteerd uitgegeven Donder ligt er eindelijk nieuw werk van hen op de plank.

Zo voelt het nieuwe Donder album Keukenpraat meteen aan als vertrouwd. Zeker ook omdat het trio met pianist Harrison Steingueldoir, bassist Stan Callewaert en drummer Casper Van De Velde (Schntzl) een heel eigen pad bewandelt. Een pad van lang zoeken en experimenteren, met als resultaat iets dat door die bijzondere titel aanvoelt als een vluggertje of terloops tussendoortje, maar daar in de muziek helemaal en voluit het tegengestelde van is.

Het filmische aspect is overduidelijk, net als de vrije attitude. Dat merk je onder meer aan de verstillende piano die zoals in de aandoenlijk mooie titeltrack “Keukenpraat” fragiel en breekbaar, haast op zijn minimaalst, bespeeld wordt. Waardoor het maximale gehaald wordt uit elke noot of wending en die er dubbel en dik toe doet. Zo voel je beklijvende pianopoëzie die ook echt blijft hangen, vaak maar niet altijd geruggesteund door zachte bas en percussie.

Donder is een groep van warmte en ingetogen intimiteit. Aan de basis flarden van herinneringen (de weemoed die uit “I Remember Oranges” spreekt) of nog nasluimerende nostalgie (“Nostalghia”). Geen echte, buitensporige uitspattingen bij hen, al komt de meer dan stevige pandoering van “Don’t Stop, It Feels Like Paradise” misschien wel dicht in de buurt. Neem ook de onbevreesdheid in acht waarmee de groep soms richting stilte en duistere, experimentelere ambient neigt, hetgeen het besef versterkt dat Donder die durft toe te laten. Ze laten enorm veel open, waardoor je als luisteraar zelf kan gaan invullen.

Her en der openbaart er zich iets als een structuur of motiefje dat aan populaire pianomuziek herinnert. Meest uitgesproken voorbeeld daarvan is wellicht hun bijzondere en zelfs bevreemdende herwerking van “Alphabet Town”, een compositie oorspronkelijk geschreven door de immer betreurde Elliot Smith. Een donkere en sobere compositie waarin het onzegbare verdriet zijn heel eigen weg gaat. Daarmee geeft de groep te kennen dat het ook als jazztrio soms heel onverwachte richtingen uit kan gaan. Op die manier beklemtoont de band verrassing.

Elders word je vooral gewaar dat Donder ook aansluit bij de sound van hedendaagse moderne componisten als Wim Mertens of de tederheid en kwetsbaarheid van een Jan Swerts. Het zijn maar enkele bronnen (o.a. ook een pianomirakelman als Keith Jarrett of Brad Mehldau) die verwant zijn aan de vrije, onderzoekende improvisatiedrang die Donder zo kenmerkt.

Het levert Donder een uitstékende plaat op, met fijne klankexperimentjes zoals het korte, fragmentarische “Tuimelen” of “Alpeis”. Het zijn die passages die het geheel verder mee helpen te structureren. Gaandeweg ervaar je dat deze jongens een heel eigen persoonlijkheid en identiteit beet hebben. En dat is echt al héél wat in een industrie die vaak veel meer aandacht schenkt aan oppervlakkigheden dan dat ze de echte inhoudelijke scherpte of diepte durft op te zoeken. Donder gaat voluit voor verhaal, met schilderachtige klanken (het zachte strijken van de bas of de haast onhoorbare percussieve tikjes) en vooral met grandioos effect.

22 november 2018

About Author

Philippe De Cleen


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief