Live, Recensies

Het Grote Pukkelpop 2017 Verslag Deel 1 (met o.a. Moderat, Solange, Nicolas Jaar, Perfume Genius …)

Het voorbije weekend kon je Dansende Beren terugvinden op de weide of in één van de vele tenten op het terrein van Pukkelpop. We zagen veel, heel veel. Zo veel dat het moeilijk allemaal in één post te vatten is. Daarom delen we onze meningen en recensies op en lossen we een eerste deel vandaag. Beginnen doen we al meteen met een act die we liever snel zouden vergeten.

Op de openingsdag van Pukkelpop 2017 kwam de Nederlandse rapper Soufianne Boussaadi beter bekend als Boef, de show stelen. Onze twijfels en scepcis kon hij wel niet wegnemen. Ook al was er veel sfeer en was zowat heel jong pkp naar de dance hall afgezakt, met zijn flinterdunne beats en onverstaanbare teksten werkte hij vooral op onze lachspieren ipv onze dansspieren. Als je moeite hebt om een set van 30min boeiend te houden, dan val je als artiest toch zwaar door de mand. Boef probeerde het jonge publiek wat op te jutten en kreeg wel de eerste rijen gewillig mee. De rest van de tent zong wel wat mee met de hitjes, maar stond er bij en keek er naar voor de rest van het optreden. “Habiba” zorgde wel voor een opflakkering, maar daarna liep de tent leeg als een vuur dat snel geblust werd. Een mooie metafoor voor het concert.

Terwijl het buiten regende, liet Petit Biscuit de Dance Hall baden in zomerse temperaturen en zonlicht. De zeventien jarige (17!!) DJ en producer uit Rouen is de nieuwe chouchou in de dancewereld en kon op Pukkelpop rekenen op een aardig volgelopen tent. Zoek echter geen vernieuwende songstructuren of geluiden, want Mehdi Benjelloun doet exact hetzelfde als zowat de hele populaire elektronische muziekscene vandaag doet. Live kregen zijn vederlichte beats de tent wel aan het dansen en baadde het publiek in een gelukzalige sfeer. Maar de veel voorgeprogrammeerde drops en het lullige gitaarspel toonden toch wel dat Petit Biscuit nog een lange weg te gaan heeft. Of zoals het spreekwoord zegt: goed begonnen, is half gewonnen. Wie kan er immers zeggen dat hij voor zijn achttiende op Pukkelpop heeft gespeeld?

Met haar lange haren en boomlange verschijning leek Mykki Blanco net weggelopen uit een WWE worstelwedstrijd. Dat ze halverwege haar show ook echt stoelen begon kapot te slaan,  overtuigde ons helemaal dat ze beter in een cagefight thuis hoort dan op een Pukkelpoppodium. De transgenderartieste mengde rap met electro, stond vaker op de dj-tafel te dansen in een kamerjas dan er naast en riep iedereen op om naar elkaar te luisteren. Intrigerend dat zeker, maar dan niet echt door de muziek en meer dankzij de wervelwind die Mykki Blanco is als performer.

Terwijl het jonge grut zich de benen van het lijf danste in de Boiler Room of Dance Hall, konden de al wat oudere festival gangers hun oude rockersziel laven aan de muziek van Ryan Adams. Knalde hij meteen “Do You Still Love Me”, “To Be Young (Is To Be Sad, Is To Be High)” en “Gimme Something Good” na elkaar de weide in. Van een stevig begin gesproken. Adams zelf keek vanachter zijn zonnebril vol zelfvertrouwen de weide in. Er kunnen maar weinig frontmannen zo onironisch een t-shirt uit hun eigen merchandising dragen en er mee wegkomen. Adams was goed, zonder meer. Nummers als “To Be Without You”, “Come Pick Me Up” of eender welk nummer uit het onvolprezen Love is Hell haalden de set niet en hadden het optreden naar een nog hoger niveau kunnen tillen. Het wordt tijd dat Adams eens een zaal in België onveilig komt maken.

Déjà vu: de indruk dat je iets al eerder hebt meegemaakt. Dat was exact ons gevoel bij de set van PJ Harvey op Pukkelpop. Hadden we dat decor niet al eens eerder gezien? En leek de setlist niet verdacht veel op een exacte kopie van haar show op Rock Werchter en Down The Rabbit Hole meer dan een jaar geleden? Ook al is het antwoord op beide vragen affirmatief, toch wist bosnimf Polly Jean ons opnieuw te betoveren en sleurde ze ons mee naar de achterbuurten van Washington D.C.. Met de hulp van haar indrukwekkende backing band (met o.a. Alain Johannes en John Parish) drenkte ze de volle Marquee een uur lang in donkere rock. De blazersectie gaf de nummers soms een soulvolle toets, dan weer klonken ze dreigend en onheilspellend. Mooi dat op een festival met een redelijk jong publiek deze Britse legende een tent kan vol krijgen. PJ Harvey plukte vooral uit haar laatste twee platen The Hope Six Demolotion Project en Let England Shake, maar helemaal op het einde liet ze de fans nog eens likkebaarden van klassiekers als “To Bring You My Love” en “Down By The Water”.

Zoals het een ster betaamt, begon Solange met enkele minuten vertraging aan haar show. De show die ze nota bene eigenlijk op Dour had moeten brengen, maar toen gooide oververmoeidheid roet in het eten. Alles was deze keer wel tot in de puntjes geperfectioneerd. De rode kostuumpjes zaten strak, de podiumopstelling zag er steriel en clean uit en Solange zelf was uitzonderlijk goed bij stem. Toch moeten we meer van een performance spreken dan een concert. Want met al die ingestudeerde dansjes leek het vaak meer op een schooldansje dan een doorleefde concertervaring. Zeg nu zelf, zie je liever een bassist loos gaan en zichzelf verliezen in de muziek, dan dat hij zijn danspasjes moet afstemmen op de gitarist en achtergrondzangeressen? Ja, “Rise” en “Cranes In The Sky” waren goeie openers. Ja, “F.U.B.U.” en “Mad” waren heerlijke brokjes soulpop, maar eerlijk was alles veel te beredeneerd en gechoreografeerd. Soms moet een show gewoon een show zijn en leiden de danspasjes en gimmicks af van de muziek. Volgende keer niet denken en gewoon doen, mevrouw Knowles.

Een lesje afscheid nemen in stijl. Dat is hoe je de laatste show van Moderat op Belgische bodem kon noemen. Na deze tournee houden de mannen van Apparat en Modselektor er mee op en gaan ze weer elk hun eigen weg. Toch kon je tijdens het extatische slotapplaus haast van hun glunderende blikken aflezen dat stoppen misschien toch niet de beste keuze was. Die overenthousiaste reactie hadden ze helemaal zelf uitgelokt. Maakten ze het publiek eerst nog langzaam warm met “Running” en “Reminder”, dan brachten ze de Marquee aan het koken met het epische “Milk” en het nog steeds actuele “Bad Kingdom”. De indrukwekkende visuals stonden steeds in dienst van de muziek en zorgden ervoor dat je voor één keer liever met je ogen open stond te dansen. Sterk van de elektrokoningen om te stoppen op een echt hoogtepunt. Moderat is dood, lang leve Moderat!

Met indrukwekkende projecties over drie schermen leek het concert van Forest Swords meer op een live soundtrack bij een of andere art house horrorfilm uit Japan, dan op een dansbare elektroset. Het project van producer/muzikant Matthew Barnes is er eentje voor de liefhebbers en fijnproevers die hun electro graag abstract, intens en doorspekt met gitaren hebben. Helemaal onbezorgd dansen lukte niet, want zijn nummers kropen steeds onder je huid en gaven je het gevoel dat er iets om de hoek zat te gluren. Ongemakkelijk dansen, het is eens een nieuwe ervaring.

Aan drama en pathetiek geen gebrek bij Perfume Genius, de nom de plume van Mike Hadreas. Al van bij opener “Otherside” werd duidelijk wat voor concert het ging worden. Een emotionele piano werd in het refrein brutaal aan diggelen gegooid door overstuurde synths terwijl Hadreas zich helemaal liet gaan in de muziek. Wat technische problemen met zijn microfoon weerhielden hem niet om de hoge noten in “Valley” feiloos te zingen. Hij wisselde gevoelige luisterliedjes af met kitscherige synth pop, raakte verstrikt in zijn modieuze broek en danste zijn innerlijke demonen uit zijn lichaam. Dat hij op zijn breekbaarst moeiteloos overheid blijft als op zijn meest uitbundige (“Slip Away”) is niet meer dan een bewijs van zijn meesterlijke songwritertalenten. Afsluiter “Queen” was dan nog eens een mooi statement waarin boodschap, vorm en muziek als een perfecte puzzel in elkaar passen.

Het werd aangekondigd als de band van Ben Howard, maar toch duurde het eventjes voor we hem ook echt gevonden hadden. Verscholen naast de drum en zich wat wegdraaiend van het publiek, was Howard gewoon deel van de band. De schijnwerpers stonden bij A Blaze of Feather vooral gericht op Mickey Smith en India Bourne, die voorheen zelf het mooie weer maakten in de band van Ben Howard. Die positionswitch pakte niet alleen op plaat, maar ook live heel goed uit al blijft A Blaze of Feather zijn sound toch schatplichtig aan Howard. Zelfs de stem en het gitaarspel van Mickey Smith hadden wat weg van zijn voormalige frontman. Die trage sferische opbouw met pingelende gitaren en die melodische climax hoorden we ook al op Howards laatste plaat I Forgot Where We Were. Hoe lang dit project zal bestaan, is voorlopig nog niet duidelijk, maar sferische nummers als “Six Weeks”, “Winter” en “Carrousel” blijven ook live overeind en smaken naar meer.

Aan eigenzinnige acts dit jaar geen gebrek op Pukkelpop. Hoort ook thuis in het rijtje van artiesten die gewoon hun zin doen: Nicolas Jaar. Wie kwam om zich de ziel uit het lijf te dansen, zat lang op zijn honger te wachten. Jaar toonde zich een meester in het opbouwen en plagen. Zijn eerste dansbare beat gooide hij pas na welgeteld vijf minuten in het publiek om die daarna weer een tijdje op te bergen. Gehuld in een dik rookgordijn knutselde Jaar met ruis, krakende electro en vervormde stemmen nummers in elkaar. Vooral de nummers van zijn laatste album Sirens kregen de benen weer aan het dansen. Een experimenteel stuk op saxofoon Op “Three Sides of Nazareth” en hoogtepunt “No” diende Jaars neuzelende stem als leidraad doorheen de brakke en stompende beats. De Chileen koos nooit voor de makkelijke weg en dus waren de meningen ook wat verdeeld. Geniaal grenzen verleggen volgens de ene, makke en weinig dansbare beats volgens de andere. De waarheid ligt ergens in het midden.

De Britse band Elbow is als een verre vriend. Je kan ze soms jaren uit het oog verliezen, laatste album Little Fictions vloog overal wat onder de radar, maar toch is ieder weerzien enorm hartelijk en intens. “Magnificent (She Says)” mikte recht op het hart en trof ook met “Mirrorball” raak. Teddybeer/frontman Guy Garvey liet tussendoor het publiek meezingen en vertelde hen (tot vervelens toe) dat we ‘beautiful’ waren. De enorme respons van het publiek maakte duidelijk dat ze Elbow ook nog niet vergeten waren en deze kans grepen om ze nog eens stevig tegen het hart te drukken. En dan moesten absolute pareltjes en meezingers als “Lippy Kids” en “One Day Like This” nog komen. Wie nu nog zegt dat Elbow een saaie band is, heeft ze duidelijk nog nooit live aan het werk gezien.

20 augustus 2017

About Author

Jasper Verfaillie


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief