Live, Recensies

Fleet Foxes @ L’ Aeronef, Lille: De streken nog niet verleerd

Voor een zaalshow in ons Belgenland is het jammergenoeg nog wachten tot 17 en 18 november. Dan speelt Fleet Foxes niet één maar twee keer in de Ancienne Belgique om hun terugkeer te vieren. Wie niet zo lang kan wachten, kon ook een bezoekje aan de nabije buurlanden brengen. Zo staan de vossen vandaag op Down The Rabbit Hole in Nijmegen, en trokken wij vrijdagavond naar L’ Aeronef in Lille om al eens te proeven van de herboren Fleet Foxes.

Opwarmen deed voorprogramma November Polaroid allerminst. Integendeel, hun muziek deed het spontaan winteren en zou veel beter tot zijn recht komen in, welja, november. Twee jonge vrouwen uit Rijsel met enkel hun stem, mistroostige gitaren en een kickdrum pakten ons van bij het begin bij ons nekvel. Hun slaapkamermuziek werd duidelijk beïnvloed door Daughter, The xx en andere London Grammars. Met de ogen dicht leken hun stemmen zelfs verdacht veel op die van Romy Madley Croft van The XX. Toch kon je kon je bij ieder nummer duidelijk de referentie horen. Nu eens Keaton Henson, dan weer Eddie Vedder of zelfs Kansas (u weet wel, die van “Dust in The Wind”). Ze speelden slechts vijf nummers, maar het publiek wou duidelijk nog meer. Bakken talent en potentieel hebben ze al, nu nog een eigen stem en sound vinden.

Een kleine zaal, niet volledig uitverkocht en een publiek dat uit veel verschillende nationaliteiten bestond: dat was wat Fleet Foxes te wachten stond in Rijsel. Het verhaal is ondertussen ook al bekend. Na Helplessness Blues en de daaropvolgende tour vond frontman Robin Pecknold het welletjes en besloot hij zijn vossen in de vriezer te steken. Hij ging naar college, reisde de wereld rond en deed eigenlijk toen al inspiratie op voor wat de nieuwe plaat van Fleet Foxes zou worden. Crack-Up is een sterke comebackplaat en het zou een hele uitdaging worden om die even sterk live te brengen. Maar de laatste twijfelaars kunnen we gerust stellen. De vossen zijn nog steeds zo fluks en vinnig als ooit te voren.

La photo interdite … #fleetfoxes #aeronef #aerolille #livemusic #rockfolk #folkrock #lillemaville

Een bericht gedeeld door Jimmy_jazzzz (@jimmy_jazzzzz) op

Terwijl de band het podium opkwam en de gitaren nog eens stemde, hoorden we de intro van “I Am All That I Need/Arroyo Seco/Thumbprint Scar” op tape. Zacht klotsend water en de brommende stem van frontman Robin Pecknold begroetten ons bij het fijne weerzien, tot daarna de kletterende akoestische gitaren het concert echt op gang trappen. Het eerste nummer van de nieuwe plaat Crack-Up was dan ook een perfecte opener om terug aan te knopen met de band. Eigenlijk is het, zoals de titel doet vermoeden, drie nummers in één en live plakten Pecknold en de zijnen er nog eens “Cassius, -” en “- Naiads, Cassadies” achteraan. Zo kregen we een openingskwartier waar nummers schipperden tussen hard en zacht, tussen furie en kalmte, en met Pecknold als gids. Met de ogen dicht leidde hij ons van rustige riviertjes naar weidse oceanen.

Het nieuwe Crack-Up mag dan wel zijn voet naast het ouder werk zetten, live moest het toch nog wat los komen. De reactie van het publiek tijdens het trio “White Winter Hymnal”, “Ragged Wood” en “Your Protector” sprak boekdelen. Een tripje down memory lane, want ondertussen is het ook al negen jaar geleden sinds hun debuut furore maakte. Maar hun gouden harmonieën en herkenbare melodieën staan nog steeds in ons geheugen gegrift. Fleet Foxes nam haast geen pauze tussen de nummers. Elk einde betekende een nieuw begin van een ander nummer. Veel meer dan wat bedankingen en de vaststelling dat dit hun eerste (Europese) show was sinds het verschijnen van hun nieuwe plaat, kreeg het Franse publiek. Meer hoefde dat ook niet te zijn.

#fleetfoxes #concert

Een bericht gedeeld door Nico (@nico_m_insta) op

Fleet Foxes is een band van eenvoud. Hoewel hun nummers soms complex in elkaar zitten en barsten van de tempo- en kleurwisselingen, worden ze nooit academisch of ontoegankelijk. Ook de abstracte maar eenvoudige visuals versterkten dat alleen maar. Gemaakt door Sean Pecknold, broer van, zagen we afwisselend bewegende geometrische figuren, spiralen, verfvlekken, een sterrenhemel of een brandend vlammetje. Het leidde nooit af en bracht telkens de juiste mood bij het juiste nummer. “The Cascades” fungeerde dan weer mooi als instrumentaal tussendoortje en opstapje naar meer nieuwe nummers. “Mearcstapa” toonde duidelijk dat de band tijdens hun winterslaap wat spierballen gekweekt had en veel venijniger voor de dag kon komen. De schattige vossen konden ook flink van zich af bijten. Live werd het verschil tussen oud en nieuw nog duidelijker. Waar het debuut en Helplessness Blues nog heel hoopvol en kleurrijk klinken, moet Crack-Up het hebben van zijn onderhuidse spanning en melancholie. Ironisch genoeg maakte Robin Pecknold’s tijd op de schoolbanken hem volwassener, mysterieuzer en donkerder.

Meestal gaat een eerste touroptreden nog gepaard met kinderziektes of kleine mankementjes, maar niets van dat bij Fleet Foxes. De band speelde strak, hield het tempo hoog en voegde op tijd en stond wat subtiele details toe. Een stukje dwarsfluit, mandoline of contrabas gaven de nummers nog meer kleur en de heerlijke samenzang waar de band zo bekend mee werd, klonk zuiver en toonvast als altijd. De vossen kwamen fris en uitgeslapen uit hun winterslaap en bleven niet bij de pakken zitten. Met “He Doesn’t Know Why” en vooral “Mykonos” dat eindigde in een prachtige driestemmige samenzang, bleek dat het ouder werk nog steeds op de meest uitzinnige reacties kan rekenen.

Toch waren wij het meest onder de indruk van het duo “Third of May/Ōdaigahara” en ‘The Shrine/An Argument”. Beide nummers hebben een wat gelijkaardige structuur, maar blonken vooral uit in de vele tempowissels. Pecknold begon “The Shrine” op een akoestische gitaar met twee capo’s en eindigde “An Argument” op een elektrische gitaar. Elke overgang was soms abrupt, soms vloeiend maar altijd logisch. Het laatste woord was echter voor de blazers. Op “Crack-Up” kregen we een hoekige saxofoonsolo en “Blue Ridge Mountains” werd uitgewuifd door een impromptu blazerssectie met de pianist op dwarsfluit, drummer op trompet en de extra percussionist/multi-instumentalist op hoorn.

Solo op een akoestische gitaar opende Pecknold de bissen met het aangrijpend en emotionele “Tiger Mountain Peasant Song”. Moeiteloos creëerde hij een intieme sfeer en kreeg hij het publiek muisstil. Daarna schoof de pianist aan voor “If You Need To, Keep Time On Me” dat al even breekbaar klonk. Ook “Drops In The River” starte klein en groeide gestaag sterker. Een perfect opstapje naar afsluiter “Helplessness Blues”, nog steeds hun meest melodieuze, hoopgevende en beste nummer. Zo sloten Fleet Foxes een met hoogtepunten bezaaide set af met nog maar een hoogtepunt.

Op 17 en 18 november speelt Fleet Foxes in de Ancienne Belgique, tickets zijn wonder boven wonder nog beschikbaar. Deze recensie werd in samenwerking met Musiczine.net geschreven.

Setlist:
I Am All That I Need/Arroyo Seco/Thumbprint Scar
Cassius, –
– Naiads, Cassidies
Grown Ocean
White Winter Hymnal
Ragged Wood
Your Protector
The Cascades
Mearcstapa
On Another Ocean (January/June)
Fool’s Errand
He Doesn’t Know Why
Mykonos
Third of May/Odagaihara
The Shrine/An Argument
Crack-Up
Blue Ridge Mountains

Bis:
Tiger Mountain Peasant Song
If You Need To, Keep Time On Me
Drops In The River
Helplessness Blues

24 juni 2017

About Author

Jasper Verfaillie


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief