Een album hoeft niet altijd een duidelijke bestemming te hebben om interessant te zijn. Soms is het net de omweg die de luisterervaring uiteindelijk de moeite een beetje waard maakt. Dat lijkt ook het uitgangspunt van Wilder Maker, de experimentele indieband uit Brooklyn rond Gabriel Birnbaum. Met Smoking the Bunny verschijnt het tweede deel van een geplande trilogie, die vorig jaar startte met The Streets Like Beds Still Warm. Daarin volgen we een personage dat zich door de nacht beweegt, maar op de opvolger wordt het allemaal een stuk waziger. Drank, herinneringen en hotelkamers vormen het decor voor een muzikale zoektocht naar identiteit, ouder worden en de beperkingen van het menselijk bestaan. Birnbaum omschrijft het zelf als een album over de middelbare leeftijd, waarin zowel het verleden als de toekomst een plaats krijgen. Dat klinkt misschien behoorlijk zwaar, maar muzikaal levert het een eigenzinnige plaat vol interessante ideeën op. Toch raakt de band onderweg wat te veel verstrikt in zijn eigen experimenten, waardoor het vaart verliest.
Voor Smoking the Bunny vertrok Birnbaum grotendeels vanuit improvisaties met zijn bandleden en een uitgebreide groep gastmuzikanten. Die opnames werden vervolgens verknipt, bewerkt en opnieuw samengevoegd tot ze de gewenste sfeer opriepen. Jazz, psychedelische rock, folk en experimentele indie lopen voortdurend door elkaar, zonder dat de band zich ergens volledig aan overgeeft. Opener “Hands Off the Suit, Creep” vormt alvast een aangename kennismaking met die werkwijze. Een eenvoudige drumbeat ondersteunt Birnbaums zachte, ietwat diepe stem. Ondertussen duiken flarden saxofoon, keys en gitaar afwisselend op, terwijl vrouwelijke achtergrondzang voor extra warmte zorgt. De oosterse klanken geven het geheel bovendien een suf karakter. “Last Call at the Star’s Ascent” sluit daar goed op aan, al wordt het tempo voorzichtig opgedreven en krijgt de zang wat meer ruimte. Die subtiele veranderingen houden de muziek voorlopig boeiend, maar het verschil tussen beide blijft beperkt.
Op “You Get the Face You Deserve” zorgen stevigere drums en een nadrukkelijkere baslijn voor wat meer beweging, terwijl de keys de muziek een speels karakter geven. De instrumentale titeltrack “Smoking the Bunny” neemt die energie gedeeltelijk over, al is het een merkwaardige keuze om net dit korte muzikale tussendoortje als naamgever te gebruiken. Het vertegenwoordigt niet wat de rest van de plaat te bieden heeft eigenlijk. Veel typerender is “Lone Firefly Over the Domino Game”, waarin blaasinstrumenten een bijna sinistere circussfeer oproepen. De psychedelische klanken lijken voortdurend van richting te veranderen en bezorgen het iets bevreemdends, zonder dat het zijn aantrekkingskracht verliest. Het is een van de weinige momenten waarop Wilder Maker laat horen hoe interessant het kan zijn om de gebruikelijke structuren volledig los te laten.
Daartegenover staan de meer ingetogen passages, waarin vooral Birnbaums stem indruk maakt. “City of Gold (Room 23)” krijgt dankzij zijn melancholische zang een zekere zachtheid, die tegen het einde nog wordt versterkt door de achtergrondstemmen. Ook “Crawler (Room 15)” weet met weinig middelen een acceptabele sfeer neer te zetten. De saxofoon speelt hier een subtiele rol, zonder ooit de aandacht naar zich toe te trekken. Dat maakt het nummer slaapverwekkend, maar dan in de meest aangename betekenis van het woord. Op de meeste momenten verliest diezelfde zachtheid echter haar kracht, waardoor de muziek eerder passeert dan betovert. Wat wel nog een moment plakkend is, is “No Lark (Room 9)”, waarop de emoties nadrukkelijker naar voren komt. De melancholische bas en gitaar ondersteunen Birnbaums hogere zangregister, terwijl de saxofoon zijn stem volgt in plaats van er voortdurend omheen te bewegen. Net daardoor krijgen ook de teksten meer gewicht.
Het probleem is alleen dat de plaat tussen die enkele sterke momenten door heel wat geduld vraagt. Met zeventien nummers lijkt Smoking the Bunny op papier al een flinke boterham, maar vooral de aanhoudend trage sfeer doet het album nog langer aanvoelen dan het werkelijk is. “Dim Bars, Delusions of Grandeur (Room 17)” klinkt als een oosters getinte lsd-trip, waarbij de zang ons langzaam laat wegzweven en de instrumentale passages eerder aan een vreemde koortsdroom doen denken. Op zichzelf is dat best fascinerend, maar na verloop van tijd verliezen zulke experimenten wat van hun verrassingseffect. Bij “Bachelor Garbage (Room 12)” begint de aandacht dan ook stilaan te verslappen. De voortdurende wisselingen in instrumentatie kunnen niet langer verbergen dat de muziek zich op hetzelfde tempo voortbeweegt. Ook het instrumentale “Gin & Chthonic” en “Birnbaum Is a Name Not a Fate” weten minder te overtuigen. Dat laatste bouwt op eenvoudige drums en gitaar, maar mist que zang en melodie de aantrekkingskracht om echt te blijven hangen.
Na die lange muzikale reis voelt “Ballad of Total Control” als een welgekomen eindpunt. Het begint met kleine geluiden en ingetogen zang, waarna halverwege steeds meer instrumenten hun intrede maken. De zang verdwijnt dan naar de achtergrond en de instrumentatie krijgt alle ruimte om zich te ontwikkelen. De opbouw is geslaagd, zeker wanneer het geheel uitmondt in een levendige jazzpassage die vervolgens bijna onverwacht weer tot rust komt. Daarmee sluit Wilder Maker een album af dat evenveel bewondering als vermoeidheid oproept.
Smoking the Bunny bevat prachtige muzikale vondsten en laat horen hoe ver Birnbaums verbeelding reikt, maar weet die rijkdom niet om te zetten in even boeiende nummers. De losse structuren en het gebrek aan tempowisselingen maken het moeilijk om de aandacht erbij te houden na een tijd. Toch schuilt er iets aantrekkelijks in die vreemde, half slapende wereld. Misschien is het dan ook vooral een plaat voor een luie zondag, wanneer de tijd geen rol speelt en je zonder al te veel verwachtingen in de muziek kunt verdwijnen.
Facebook / Instagram / Website
Ontdek “City of Gold (Room 23)”, ons favoriete nummer van Smoking The Bunny in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.







