Ierland, Ierland, Ierland. Alle goede muziek lijkt tegenwoordig wel van daar te komen! Meestal hebben we het dan over bands met een flinke portie gitaren, van rock tot postpunk die je trommelvliezen geen seconde rust gunt. Maar het eiland heeft natuurlijk meer te bieden dan dat. Wat dacht je bijvoorbeeld van r&b, hiphop of een flinke scheut neo-soul? Bij de naam Ciarán ging niet meteen een belletje bij ons rinkelen, maar toen we “Houston” hoorden, klonk er toch iets verdacht bekend. Het nummer deed sterk denken aan BROCKHAMPTON en na wat opzoekwerk bleek dat geen toeval. Achter Ciarán schuilt namelijk niemand minder dan Bearface, de Noord-Ierse muzikant die de albums van het Amerikaanse hiphopcollectief geregeld afsloot met hemelse ballades. Na het uiteenvallen van de groep in 2022 bleef het muisstil rond de zanger, tot hij afgelopen juli onder zijn eigen naam terugkeerde. Met Róisín presenteert hij nu zijn eerste soloplaat, en die klinkt minstens even verleidelijk als zijn vroegere werk in de groep.
Dat Ciarán de afgelopen vier jaar niet heeft stilgezeten, wordt al snel duidelijk. Róisín, het Ierse woord voor ‘kleine roos’, verwijst naar de naam die hij ooit als tweede voornaam zou krijgen en vormt tegelijk een eerbetoon aan zijn afkomst. Voor de dertien nummers liet de multi-instrumentalist zich niet beperken door één genre, waardoor zachte gitaarballades, diepe hiphopbeats en vervormde zang moeiteloos naast elkaar bestaan. Vooral de aandacht voor kleine details valt op. Achtergrondgeluiden duiken soms pas na meerdere luisterbeurten op, terwijl de verschillende zanglagen zo zorgvuldig in elkaar overvloeien dat je nauwelijks merkt hoeveel er eigenlijk gebeurt. Opener “Crown” houdt het eerst eenvoudig met een akoestische gitaar en ingetogen zang, maar na een korte stilte schakelt Ciarán over naar een hoger register. Een tamboerijn en een licht schurende gitaar geven het vervolgens wat meer karakter. Het is een bescheiden begin, maar eentje dat meteen de warme sfeer van de plaat vastlegt.
Op “Loom” krijgen de beats wat meer ruimte, terwijl op de achtergrond een ritmische ademhaling te horen is. Ciaráns stem klinkt soepel en wordt tegen het einde op een speelse manier verknipt, waarbij verschillende woorden over elkaar heen schuiven tot een elektronische pieptoon het geheel afsluit. Het zijn zulke kleine productiekeuzes die Róisín enorm aangenaam maken. “K-Bar” doet met zijn rumoerige opening denken aan een druk huisfeest. Die uitbundigheid maakt echter al snel plaats voor een zachte, zwoele sfeer waarin de gitaar en het melodieuze refrein elkaar goed aanvullen. Opvallend is hoe Ciarán een gevoel van warmte en verlangen weet op te roepen zonder zijn emoties voortdurend expliciet te benoemen. Zijn muziek klinkt intiem en liefdevol, maar laat voldoende ruimte om er zelf betekenis aan te geven.
Dat geldt misschien nog het meest voor “Houston”, het lied waarin zijn verleden bij BROCKHAMPTON wel het duidelijkst doorklinkt. De eenvoudige instrumentatie, eigenaardige vocalen en het verlangen om dicht bij iemand te zijn, zorgen voor een heerlijke combinatie. Alles beweegt zo soepel dat je na een tijdje vanzelf begint mee te wiegen. Tegen het einde vertraagt het, waardoor de warme sfeer nog wat langer blijft hangen. Ook “Chevy” toont hoe sterk Ciarán met zijn stem kan experimenteren. De geleidelijke opbouw wordt ondersteund door subtiele vervormingen, zonder dat de zang zachtheid verliest. Toch blijft de muzikant niet uitsluitend in die vertrouwde, romantische sfeer hangen. “White Leather” kiest met zijn diepe beat voor een donkerder hiphopgeluid, terwijl een dreigende klank aan het einde voor een onverwachte wending zorgt. Wie goed luistert, hoort bovendien opnieuw de naam Róisín voorbijkomen, een van de kleine verwijzingen waarmee Ciarán alles met elkaar verbindt.
Met “Galvarino” krijgen we vervolgens een van de interessantste composities van het album voorgeschoteld. Het lied begint met een eenvoudige akoestische gitaar en een heldere zanglijn, die een melancholischer karakter heeft dan het voorgaande werk. Gaandeweg wordt de instrumentatie voller en neemt ook de intensiteit van Ciaráns stem toe. Halverwege duiken stevigere hiphop-invloeden op, terwijl vocale fragmenten en hogere zangregisters de compositie steeds verder openbreken. De verschillende delen volgen elkaar op zonder geforceerd aan te voelen, waardoor het ondanks zijn lengte van vijf minuten voortdurend blijft boeien. Op “RED 99” keert de muzikant terug naar zijn geliefde ballades, ditmaal met subtiele viool en een indrukwekkende hoeveelheid achtergrondstemmen die hij grotendeels zelf creëert.
Voor de afsluiter “Waterslide” neemt Ciarán uitgebreid de tijd. De eerste minuten voelen bijna hemels aan, met een eenvoudige akoestische gitaar als houvast voor zijn zachte, soms licht schurende stem. Vervolgens verschijnt er onverwacht een doedelzak, die het nummer een heel eigen karakter geeft. Steeds meer instrumentale lagen komen erbij, waaronder die viool, terwijl ergens op de achtergrond ook een stem lijkt te spreken. Na die uitbarsting wordt het opnieuw stiller en zorgen enkele subtiele pianonoten en die stem voor een bijzonder teder einde. Het is een prachtige afsluiter die nog eens onderstreept hoeveel gevoel Ciarán in zijn muziek weet te leggen. Róisín is een solodebuut waarin de kleinste details minstens even belangrijk zijn als de grote melodieën. De plaat klinkt zwoel, warm en bij momenten ronduit hemels, maar verliest zich nergens in overdreven sentiment. Bovendien bewijst Ciarán dat zijn talent veel verder reikt dan de ballades waarmee hij BROCKHAMPTON ooit bekend heeft gemaakt. Vier jaar wachten is lang, maar met deze dertien nummers maakt hij dat geduld meer dan goed.
Ontdek “Houston”, ons favoriete nummer van Róisín in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.







