
© Anneke D’Hollander
Een hattrick scoren van muziekwedstrijden, de Marquee vullen op Pukkelpop, links rijden, BLUAI kan het allemaal. Twee jaar na hun debuutalbum Safe It For Later zijn ze terug met een nieuwe plaat, die ambitieuzer, maar nog even persoonlijk klinkt. Catherine Smet, Mo Govaerts en Caitlin Talbut trokken hiervoor naar Londen, waar ze elf nummers op een kleine week inblikten. Rauw en tastbaar was het doel, een liveplaat het resultaat. The Way You Talk Reminds Me Of Home gaat over familie, verlies en ouder worden, maar even goed over hardlopen en paarden.
Jullie zijn net terug van een paar dagen te spelen in de UK, als voorprogramma van The Clockworks. Hoe is dat verlopen?
Caitlin: Dat was superleuk.
Cath: Dat was de eerste keer dat we vrij lang weg waren, zo’n tien dagen. We zijn ook echt goed bevriend geraakt met de band. Ik had wel gehoopt dat dat zou gebeuren.
Was het anders dan hier in België?
Caitlin: Sowieso, maar we hebben wel chance gehad. Ze zijn daar iets minder vrijgevig backstage met drankjes en eten. Maar het viel eigenlijk goed mee.
Cath: Ja, we mochten in clubs spelen, in venues.
Caitlin: Ervoor hadden we in de UK enkel in cafés gespeeld en dat was vaak wel een beetje pover. ‘Hier is een pint’ en dat is het enige dat je krijgt.
Mo: ‘Onze backstage is een bezemkast.’
Cath: ‘En hier is een sixpack bier.’
Jullie zijn vorige herfst ook naar Londen getrokken om daar de plaat op te nemen, samen met producer Isabel Gracefield. Hoe zijn jullie bij haar terechtgekomen?
Mo: Wij waren al een tijdje op zoek naar een producer. De tijd begon wel echt te dringen, want wij hadden gepland om in september de plaat op te nemen. Die zomer had ik op het vliegtuig het meest recente album van Kae Tempest geluisterd, en ik was daar helemaal ondersteboven van. Ik ben gaan kijken in de credits wie dit meesterwerk heeft gemaakt, en zo kwam ik uit bij Isabel Gracefield. Wij kenden haar niet, maar die heeft echt met hele grote namen samengewerkt. Ook het feit dat dat een vrouw is, sprak ons wel aan. Op goed geluk hebben we dan een mailtje gestuurd: ‘Hallo, wilt gij eens luisteren naar onze demo’s?’ En dan opnieuw chance gehad dat zij heel snel en enthousiast reageerde.
Caitlin: En dat ze beschikbaar was ook.
Mo: We hadden een zoomcall en dan (knipt met vingers) wisten we het meteen.
Jullie proberen altijd om zo veel mogelijk met vrouwen samen te werken. Hebben jullie het gevoel dat dat nu makkelijker gaat dan een paar jaar geleden, of is het opnieuw een mannenwereld aan het worden?
Caitlin: Zo lang zijn we nu ook nog niet bezig.
Mo: Maar er valt wel iets over te zeggen. Ik blijf daar op terugkomen, maar you can’t be what you can’t see. Hoe meer vrouwen je aan het werk ziet in badass posities, zoals een producer, zoals een engineer, hoe meer dat dat ook andere generaties inspireert. Zoals Izzy, voor mij persoonlijk is dat een van de meest getalenteerde personen die ik ooit in mijn leven heb ontmoet. Een onwaarschijnlijk goeie engineer en een onwaarschijnlijk goeie producer, ‘who happens to be a woman’. Wat tof is op een persoonlijk level, omdat wij met haar op een andere manier kunnen communiceren.
Cath: Ik vind wel dat er meer female-fronted bands aan het opkomen zijn. Maar in de spotlights op vlak van behind the scenes, dat is echt megamoeilijk te vinden.
Mo: Wij hebben de plaat opgenomen in de RAK Studios. Dat is echt een legendarische studio en heel veel van die engineers waren vrouwen. En wij wisten dat ook niet. Op een gegeven moment zei Izzy: ‘De baas is hier, mag die eens komen luisteren?’ Komt daar ook een vrouw binnengewandeld.
Cath: En die baas had waar wij logeerden een doos cupcakes achtergelaten, met een briefje dat ze het leuk vond dat ze had mogen luisteren. Dat is ook weer zoiets: ‘only a woman’.
Mo: Ze zijn er en ze zitten in heel coole posities, maar toch. Misschien omdat ze minder luid zijn dan de mannen in de sector?
Hoe verliep zo’n dag in de RAK Studios? Hadden jullie een strak schema: op dat uur staan we op, op dat uur opnames?
Caitlin: Ja, eigenlijk wel. Een beetje een 9-to-6, normale werkdagen. Wij zijn ook totaal geen nachtraven, wij werken niet graag ’s avonds. Buiten als we een show geven. (lacht)
Cath: Maar zo een nacht doorploeteren hoeft echt niet voor mij.
Caitlin: Wij hebben onze slaap nodig.
Mo: Dat hielp ook voor productiviteit. Dat je weet: dan beginnen we, knallen, en dan ’s avonds genieten van in Londen zijn en van elkaar.
Caitlin: Dat was ook dankzij Isabel. Zij zei dat we het allemaal zo snel mogelijk moesten doen en er zo weinig mogelijk over moesten nadenken, dan zou het natuurlijk komen. En dat werkte.
Is er daar nog iets nieuws ontstaan, of had elk nummer al een basis?
Caitlin: Alles had wel al een basis, maar er zijn daar nog wat dingetjes ontstaan. Vooral instrumentaal. Juyane (Kaya) en Willem (Ardui) waren daar ook, die hebben dan meegespeeld in de studio.
Mo: Daar houden wij bewust altijd ruimte voor, om in het moment nog te kunnen experimenteren. Elke song is al zo’n zeventig, tachtig procent afgewerkt en die laatste ‘chonk’ is de magie van de studio.
Jullie hebben alles live opgenomen. Heb je het gevoel dat je dat de volgende keer weer zo gaat doen?
Cath: Eigenlijk wel. Bij de vorige plaat was alles apart opgenomen, de instrumenten apart, de vocals ook. Nu was dat gewoon vlam alles in één keer tracken. Ik zou dat opnieuw zo doen, honderd percent.
En heeft er iets de plaat niet gehaald?
Mo: “Closing Curtain”.
Caitlin: Wij hebben wel op een dag gezegd dat we het nog een kans gingen geven.
Cath: Maar de magie was er niet.
Mo: Dat was zo een nummer waar wij heel hard mee sukkelden en dachten, we pakken het mee, daar gaan we het licht zien. (droog) We hebben het licht niet gezien. ’t Is terug mee naar huis. (gelach)
Jullie vermeldden daarnet al Juyane Kaya. Hoe zijn jullie bij haar uitgekomen om samen te werken?
Mo: Juyane speelt in een Amsterdamse band, Sarah Julia, en op een gegeven moment heb ik een keer een hele dag muziek gespeeld met hen. En Juyane is echt een beetje virtuoos op gitaar, zij kan heel goed improviseren. Dat paste heel goed binnen ons idee om live in de studio te spelen. Normaal zingt Cath terwijl ze gitaar speelt, maar we wilden dat uit elkaar trekken zodat ze zich volledig kon focussen op vocals. Dan hadden we natuurlijk iemand nodig om die gitaar over te pakken, en dan ging bij mij het belletje van Juyane rinkelen.
Was er andere muziek die jullie als inspiratie hebben gebruikt?
Cath: Ik weet dat wij met “When I’m Old Enough” veel naar Feist refereren op het vlak van drumklank. En de beat ook eigenlijk. (lacht) Voor de algemene sound van de plaat vermelden we heel vaak Pinegrove.
Mo: Big Thief.
Cath: Dat klinkt allemaal organisch, zonder te veel poespas. Het klinkt ook allemaal niet te duur… Of wel duur, maar niet te afgelikt.
De plaat heet The Way You Talk Reminds Me Of Home, een lyric uit “Sober“. Wist je direct bij het schrijven ervan, ik wil dit als titel van het album? Of is het achteraf gekomen: nu ga ik een titel kiezen en dit past perfect?
Cath: Dat tweede. We hebben er lang over nagedacht. Het was lang When I’m Old Enough, maar we vonden dat dat niet echt de lading dekte. Dat was ook niet uniek genoeg. Lizzy McAlpine heeft een album, Older, supermooie plaat, maar dan deed het me te veel daaraan denken.
Mo: En dat was misschien ook een te open einde.
Cath: Help Is On The Way was ook een werktitel, omdat dat het laatste nummer is zoals op Safe It For Later. Maar dat was dan weer te… (zoekt woord) negatief.
Ik ging te therapeutisch zeggen. (gelach)
Caitlin: Dat dekte ook niet helemaal de lading.
Ik vond tijdens het luisteren dat een terugkerend thema lopen was, maar ook weglopen.
Cath: (verbaasd) Hm. Waarom voel je dat?
Caitlin: Dat zit wel in verschillende songs: “The Long Run”, “Runner Up”. En in “Alive“: ‘I’ll run every extra mile.’
Cath: Godverdoeme. Ja, dat sluipt er wel in, blijkbaar. Maar toen helemaal niet, toen liep ik niet. Goeie observatie. Zo wat als Cameron Winter, die zingt in bijna elke liedje: ‘Taking off my pants.’ (gelach)
Een logischere rode draad doorheen het album is dat veel liedjes persoonlijk gaan over mensen uit jouw leven, Cath. Komen ze dan achteraf vragen over wie het gaat?
Cath: Bij Safe It For Later was dat al niet, dus ik ben benieuwd of dat nu wel zo zal zijn. Ik ga het niet op voorhand zeggen. En ik ga er misschien ook niet eerlijk over zijn.
In een aantal nummers worden jouw onzekerheden aangehaald. Is schrijven dan een soort acceptatie ervan, of hoe ligt dat?
Cath: Het is proberen verdergaan, maar ook terugblikken. En daarin zit dan die acceptatie, het proberen leren uit wat je verkeerd hebt gedaan om zo een beter persoon te worden. Het is dus een mix van acceptatie en zelfkritiek eigenlijk.
Caitlin: Constructieve zelfkritiek.
Want je zet dat op een plaat, je deelt die muziek met mensen, je speelt dat voor mensen. Is het dan niet raar om zo’n persoonlijke dingen te brengen?
Cath: Ja. (gelach) Ik zou dat denk ik niet kunnen, gewoon over banale dingen zingen. Dan zing ik liever over banaliteit uit mijn eigen leven. Dat zit er ook veel in, maar die zijn dan zo persoonlijk dat het niet meer banaal is.
Mo: Ik denk dat dat ook wel de kracht is van BLUAI, dat Cath zo eerlijk durft zijn. Dat is echt de kern van deze band. En Isabel en wij voelen dan oké, Cath zit op een verhaal. Hoe kunnen wij dat vertellen, dat als je de tekst weghaalt, het verhaal nog steeds overeind blijft.
Hebben jullie het gevoel dat mensen BLUAI nu serieuzer nemen, en minder als een hobby zien? In “Make A Living” zing je daar ook over: ‘I never saw it in ya.’
Cath: Dat is letterlijk wat iemand vorig jaar tegen mij heeft gezegd, dus nee. (gelach) Dat is nog altijd zo. Ik stond in het publiek bij de laatste show van The Clockworks en dan was er zo ene die zei tegen mij: (Brits accent) ‘So uh, is this you full-time thing or, what’s like your real job?’
Mo: Maak er maar eens een real job van.
Caitlin: Bij The Clockworks was dat ook allemaal niet hun ‘echte werk’.
Mo: Ik denk wel dat ik met deze plaat het zelf een beetje serieuzer neem. Ik heb heel lang het gevoel gehad dat wij een soort underdog-positie hadden. Wij kenden elkaar helemaal niet zo goed, en ineens hadden wij aandacht en dan moesten wij live gaan spelen. We zijn ook wel goed op onze bek gegaan, wat nodig was. Met deze plaat hadden we de ambitie het muzikantschap te omarmen, en dat was heel spannend, maar ik vind wel dat dat écht is gelukt. Dus ik ben benieuwd naar hoe het gaat ontvangen worden en of mensen dat gaan horen, dat wij qua spelen gegroeid zijn.
Het zou jammer zijn als het hoogtepunt al bereikt was.
Cath: Dat zou sneu zijn. Maar je gaat mensen hebben die dat liever horen, de eerste plaat. Niet ons probleem.
Iets anders. Zit er een betekenis achter de drie paardjes vanop jouw T-shirt?
Cath: Ja, ik heb een tattoo van drie paardjes, die was eerst. En dan hebben we dat in de visuele wereld van de plaat gestoken. Dat staat symbool voor ik en mijn twee broers, maar dat staat ook symbool voor ons drie (wijst naar Mo en Caitlin). Dat zijn de belangrijkste formaties in mijn leven, dus heb ik dat als drie paardjes op mijn lijf gezet.
Caitlin: Ik wou nog vertellen over de diertjes. (gelach)
Ik wou net vragen naar de diertjes.
Caitlin: Ik denk dat het begonnen was met dat ik in de studio een diertje had getekend, een poezeke met een banjo.
Mo: Dat was Izzy, en je hebt ook Izzy aan de knoppen getekend.
Cath: Je had heel die tafel getekend.
Caitlin: Ik verveelde mij precies een beetje. (lacht) We hebben als afscheid voor Izzy en Alice (Western), haar assistent, een kaartje gegeven en iedereen die mee had gewerkt was een diertje. En dan zijn we zo tot het idee gekomen om per lied er eentje te kiezen. En het paardje is dan zeg maar het hoofdthema geworden.
Wist je direct dat je de dieren wou borduren?
Caitlin: Ik was daar op dat moment net veel mee bezig. Het sluit ook mooi aan bij het gegeven dat we het zo veel mogelijk live en tastbaar wilden laten klinken.
Mo: Dat is echt megacool, als mensen zeggen dat ze het een tof concept vinden en dan vragen: ‘Wie heeft dat gemaakt?’ (wijst trots naar Caitlin)
Was het moeilijk om de singles een dier toe te wijzen?
Caitlin: We hebben dat echt op vijf minuten besloten. “Alive”, een paardje? En dan “Greta’s Couch”, mm, een slak? (gelach) Dat had allemaal geen aanleiding, het was gewoon zo.
Mo: Achteraf kan je daar dan wel over nadenken. (dramatisch) Een paard voor “Alive” want dat nummer is in galop en je voelt de wind als je luistert — nee, dus.
Hebben jullie een favoriet nummer van de plaat?
Caitlin: We hebben die nog niet echt gerepeteerd, maar ik vind “Runner Up” supertof. Maar da’s vooral omdat ik mijn eigen partij heel leuk vind. (lacht)
Mo: Ik vind “Killing Time” zalig, ook om te spelen.
Cath: Het eerste dat in mijn hoofd popte was ook “Killing Time”, en dan “Runner Up”. Omdat “Killing Time” heel anders is dan wat wij ooit al hebben gedaan.
Mo: Ik blijf dat echt een goeie tekst vinden. Het is tof als je fan kunt zijn van je eigen nummer. (tegen Cath) Dat is handig dat jij dat hebt geschreven, want dan kan ik fan zijn.
Nog een laatste vraag. Op 29 oktober is er een release event voor de plaat in Bar Lucy in Antwerpen. Willen jullie daar nog iets over kwijt?
Cath: Oh. Ja, we gaan vieren wat we hebben gemaakt.
Caitlin: We gaan een klein setje spelen.
Cath: En de plaat is te koop.
Caitlin: Ik heb handgemaakte dingetjes die ik ga verkopen als merch.
Cath: Gewoon gezellig samen zijn met de fans, en de vrienden en familie. Allez, dat zijn ook fans.
Mo: De belangrijkste boodschap is dat iedereen welkom is.
29 oktober kan je de plaat ontdekken in Bar Lucy. 30 oktober verschijnt The Way You Talk Reminds Me Of Home bij Unday Records. BLUAI speelt in Nederland Nieuwe Nor op 21/03, Paradiso op 24/03, Rotown op 25/03, en in België De Roma op 26/03.






