
© CPU – Jitte Davidson
Een rij tieners naast een rij veertigers die exact dezelfde tekst uit het hoofd kennen op de eerste rij: Vorst Nationaal was al voor het licht uitging een vreemd soort klasreünie. Toen Simple Plan de laatste keer als afsluiter in België langskwam, verkochten de Canadezen De Roma in geen tempo uit. Twee jaar later deden ze net hetzelfde kunstje met de Ancienne Belgique, waardoor een verhuis naar de grote Brusselse zaal in Vorst zich opdrong. Geen slechte keuze, want Vorst liep aardig vol voor de eerste Europese etappe van de Bigger Than You Think! tour. Die houdt halt in eenentwintig steden in vijftien landen waarmee het viertal zijn vijfentwintigste verjaardag viert. De populariteit van de band blijft maar groeien. De titel van de tour liegt dus niet.

© CPU – Jitte Davidson
Uit het niets verscheen Charlotte Sands, blauwe haren wapperend in de ventilatoren, geflankeerd door twee lichtzuilen die om de haverklap van kleur wisselden. Bizar genoeg had de Amerikaanse enkel een drummer meegebracht, en wat die precies deed vragen we ons nog steeds af, want veel meer dan wat meetikken op de meelopende tapes was het niet. Vorst Nationaal staat nu niet bepaald bekend om zijn goede akoestiek, en de beats en de bas zaten zo zwaar in de mix dat we de helft van de tijd overvallen werden door een stortvloed van geluid waar we weinig uit op konden maken. Bij “Back To You” nam ze zelf een gitaar ter hand; de meerwaarde was welgeteld nul. Toch verdient ze krediet voor haar podiumpresentie, en voor de eerlijkste zin van de avond, toen ze het publiek bedankte om zo vroeg af te zakken: ‘jullie zouden op dit moment zoveel andere dingen kunnen doen.’ Daar hebben wij niks op terug te zeggen, Charlotte.

© CPU – Jitte Davidson
Tot Rob McElhenney en Ryan Reynolds voetbalclub Wrexham overnamen, was Neck Deep het bekendste exportproduct van het Welshe stadje. Het vijftal vulde eerder al Vooruit en Trix, maar Vorst is natuurlijk van een andere grootorde, en het was meteen hun eerste show van deze tour. “Motion Sickness” was een lekkere binnenkomer en het geluid zat deze keer meteen goed. Het enige dat je Ben Barlow en zijn bende kon aanwrijven, was dat ze er naar hun eigen normen vrij statisch bijstonden. Gelukkig veranderde dat gaandeweg. Met “Lime St.” werd al vroeg een oud lied van het schap gehaald, goed voor een crowdsurfer en handen die op elkaar gingen. Barlow verspilde weinig woorden tussen de nummers door, en als hij toch iets zei sloeg het nergens op: “Take Me With You” kreeg een bizarre inleiding over aliens, die hij verstandig afrondde met ‘just play the song’. Een circlepit, daarna wuivende handjes bij “STFU”, en afsluiten met hitjes “December” en “In Bloom”. Weinig verrassends, maar exact waarvoor ze ingehuurd waren.

© CPU – Jitte Davidson
De dj van dienst surfte op het elan van Neck Deep verder door de juiste plaatjes van ondermeer Green Day en Good Charlotte te spelen. Toen Simple Plan eindelijk verscheen, hoefde er aan het opwarmen niks meer te gebeuren. Een verschroeiende “I’d Do Anything” moest alleen nog het vuur aan de lont steken: iedereen de lucht in, alle kelen meteen schor, en tegen het einde al een eerste salvo confetti. Wie dacht dat die bewaard bleef voor het slot, kwam bedrogen uit. De recente single “Nothing Changes” volgde, waarna “Shut Up!” de opening mooi afwerkte met een uitbarsting van poppunkgeweld. De visuals waren op maat gemaakt, met Chuck Comeau en zijn drums een rij hoger zodat het ledscherm in twee delen opsplitste. Er was over nagedacht: niet alleen de oren kregen klappen, ook de ogen kregen de kost. Het geluid zat de hele avond overdonderend in de mix, steeds op het randje, zelden of nooit erover.
Wie nog twijfelde of deze band een zaal van dit formaat aankon, kreeg song na song het bewijs. Bij “Jump” sprong letterlijk iedereen op en neer, en voor “Jet Lag” mocht Charlotte Sands de plaats van Natasha Bedingfield innemen aan de zijde van Pierre Bouvier. Volgens ons meteen haar sterkste vocale prestatie van de avond. Simple Plan komt uit die gouden generatie poppunkbands die net na de eeuwwisseling furore maakte, en dat een groot deel van de zaal zich eventjes weer zestien waande, bleek bij “Addicted”. De tekst zat ergens diep verstopt in het brein, maar kwam er bijzonder vlot uit eens de song op gang was. Pas bij “Your Love Is a Lie” werd er gas teruggenomen. Die ballade zoekt net iets meer de popkant op, maar in Vorst leek alles te werken. “Welcome To My Life” werkte nog beter, woord voor woord meegebruld.

© CPU – Jitte Davidson
“Farewell”, normaal met Jordan Pundik van New Found Glory, was het eerste moment dat de show in een putje zakte. Grote strandballen en wuivende handen zoals de palmbomen op de schermen brachten bij “Summer Paradise” soelaas, en de strandtaferelen waren nog niet verdwenen of Bouvier haastte zich richting geluidsman om “Untitled” vanop de piano te begeleiden. Op de terugweg, met een flinke ommetoer, volgde “Take My Hand”. Het waren net de songs met iets minder hitgehalte die zulke extraatjes nodig hadden. Met “Astronaut” kwam er nog een ballad bij, en door die opeenvolging van zachte nummers zakte de set wat in; het poeier zat duidelijk vooraan. Gelukkig pompte de medley van “All Star”, “Sk8er Boi” en “Mr. Brightside” het feestgehalte meteen weer de lucht in, met het halve parterre rechtstaand op de banken. Na een rondje Scooby-Doo liet “Where I Belong” de confetti nog eens poppen. Die heeft zich in sneltempo tot publieksfavoriet opgewerkt, en terecht, want het echte Simple Plan-dna zit erin gebakken.
Wie goed opgelet had, wist wat de bisronde bracht. De intro van “I’m Just a Kid” sneed door de stilte en werd ontvangen op ritmisch handgeklap, terwijl Bouvier de gitaarriedel uitrekte en volpraatte. Misschien is die viraal gegane hit wel de reden waarom deze heren intussen in zalen van dit kaliber spelen? Het viel alleszins op dat de helft van de fans het moment met de gsm in de aanslag vastlegde. Comeau nam plaats achter de micro, Bouvier verdween achter de drums, leuk als entertainment, maar het tempo zakte wel weg. De grootste tranentrekker werd opgespaard om de show neer te leggen: “Perfect”, eerst enkel begeleid door Bouvier op akoestische gitaar, met Jeff Stinco en Sébastien Lefebvre die het nadien lieten ontploffen met volle gitaren en bombastische drums. Nog één keer woord voor woord meekwelen. Simple Plan zette in Vorst een stap hogerop. Het showgehalte was top, de sound blies bijna anderhalf uur lang alles omver, en de band bewees dat ze een grote zaal niet alleen gevuld krijgt, maar ook aankan. Was alles top? Neen. Maar met een lach en een traan liet dit viertal niemand gevoelloos naar huis gaan.
Setlist:
I’d Do Anything
Nothing Changes
Shut Up!
Jump
Jet Lag
Addicted
Your Love Is a Lie
Welcome to My Life
Farewell
Summer Paradise
Untitled (How Could This Happen to Me?)
Take My Hand
Astronaut
All Star / Sk8er Boi / Mr. Brightside
What’s New Scooby Doo?
Where I Belong
I’m Just a Kid
Perfect





