Eli Paperboy Reed brengt deze week met Getting There zijn tiende album uit. Omwille van zijn indrukwekkende vocale kunnen is hij een graag geziene gast in onze contreien. Vraag bezoekers van Blues Peer of Roots & Roses of ze de intussen 43-jarige zanger kennen, en je krijgt vast een lovend relaas over ‘s mans strot die zo met de allerbesten mee kan. Vergelijkingen met Otis Redding, Sam Cooke en Wilson Pickett zullen je om de oren vliegen. Sinds hij twintig jaar geleden voor het eerst op de radar verscheen, lijkt zijn stem zelfs nog beter te worden. Ook op Getting There is het weer smullen en brouwt Eli Paperboy Reed met zijn band een eigen sound die bestaat uit een cocktail van soul, funk, country en rhythm and blues. Dat leest op papier als een unieke crossover van stijlen, maar in de praktijk is dit door stomende blazers gedragen geluid zo vintage als bloemetjesbehang.
Mag Reed met deze tiende worp dan hopen op een vergroting van zijn fanbase? Komt hij bijvoorbeeld in de buurt van een James Hunter of een Curtis Harding? Wat ons betreft mag het zeker, want tussen de dertien songs op Getting There zit er geen enkele zwakkeling. Het plaatje werd dan ook opgenomen onder supervisie van Swamp Dogg, de intussen tachtigjarige legende binnen de soulmuziek die zichzelf omschrijft als de originele D-O-double-G. Op “One Man’s Trash Is Another Man’s Treasure” komt de kranige man een funky eindje meedoen, en het moet gezegd: de twee vullen elkaar perfect aan. Roerloos blijven zitten kan niet, wat bij menig song op Getting There het geval is.
Wat te denken van “Love You More”, het andere duet op deze plaat? We overdrijven niet als we dit op gelijke hoogte plaatsen van wat Marvin Gaye en Tammi Terrell in de sixties samen op band pleurden. Luister dit met je ogen dicht, en je waant je een vlieg op de muur in de Motown studio’s. Van hetzelfde laken krijgen we een broek met het heerlijke “Like We Used To”, waarin de rode draad van deze plaat opvalt. Uiteraard gaat het over de liefde met een grote L, maar dan wel vooral over de zoektocht naar een duurzame vorm daarvan. Nu hij al even op tram 4 zit, heeft Eli Paperboy Reed naar eigen zeggen ‘geen zin meer om platen te maken die klinken alsof hij 25 is’.
Ook als hij gas terugneemt, gaat het eerder om manieren te vinden om de madame te blijven pleasen. En als dat niets meer helpt, dan gooi je je figuurlijk voor haar voeten: ‘I can’t stand up for falling down. My whole world feels upside down. Without you here I’m just half a man. I can’t even walk without you holding my hand’ gaat het letterlijk in “I Can’t Even Walk (Without You Holding My Hand)”. Of luister eens aandachtig naar de lyrics op “Sore Loser” en besef dat onze Eli af en toe toch echt een onnozelaar in de liefde moet zijn.
Het titelnummer neemt even afstand van de thematiek van de plaat. Een beetje vreemd, maar het maakt de song er niet minder lekker op. “Getting There” houdt een spiegel op naar iedereen met een gelukkige jeugd. Papa was klusjesman en nam de jonge Eli Husock – dat is zijn echte naam – regelmatig mee naar opdrachten. Tussen het timmeren door gaf hij deze levensles mee: ‘Watch where you’re going, not where you been. Keep one eye on your enemies, and one eye on your friends. Always look ‘em in the eye but it’s impolite to stare. That’s it son, you’re getting there.’ De aandachtige luisteraar zal merken dat het nog succes oplevert bij het andere geslacht ook.
Nu we toch al een beetje de Trivial Pursuit toer opgegaan zijn, geven we graag mee waar Eli Paperboy Reed die koddige, in de blues niet geheel ongebruikelijke, middle name vandaan heeft. De bijnaam Paperboy kreeg hij door de platte pet die hij altijd droeg, een oude ‘newsboy cap’ van zijn grootvader. Al vroeg retro, dus. En die levensstijl scherpte de jongeman uit de buurt van Boston nog aan: als jonge gast trok hij naar Clarksdale, Mississippi, het hart van de delta blues. Speelde in juke joints tussen oude bluesmuzikanten, werkte later in gospelkerken in Chicago en leerde zichzelf piano, gitaar en harmonica spelen.
Windeieren heeft het Eli Paperboy Reed niet gelegd, want hij wordt alsmaar beter. Voor we nog eens onze heup uit de kom gaan dansen, te beginnen met opener “Every Once In A While”, geven we graag mee dat de man begin november driemaal in Nederland kan gaan bewonderen. Als ie op 8 november Mezz in Breda aandoet, kan hij de grens met België bijna tikken!
Facebook / Instagram / Website
Ontdek “One Man’s Trash Is Another Man’s Treasure”, ons favoriete nummer van Getting There, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






