Sommige platen stellen een vraag die wij onszelf zelden stellen: wie ben je als je niet meer weet waar je thuishoort? Voor Natacha Simões is dat alvast geen vaste plek. Ze is geboren in Lissabon en woonachtig in Londen, maar geen van beide steden voelt helemaal als thuis. Als tiener kon ze niet wachten om Lissabon te verlaten: ze was toen achttien en de stad voelde eerder als een last dan als een thuis. Onder de naam Maripool schrijft ze ondertussen al enkele jaren aangrijpende, gitaargedreven indierock, met invloeden van Alex G en Dinosaur Jr., al klinkt haar muziek er zelf weinig naar. Na haar debuutsingle “Blindness” (2021) en de ep’s It All Comes at Once (2022) en A Day That Feels Like Nothing at All (2024) is het nu tijd voor haar debuutalbum.
Voor Rotten Luck trok Simões voor een maand terug naar haar heimat in Lissabon. Ze verbleef er in een vervallen vissershuisje, zonder wifi, met een kapot raam en een lekkend plafond. Die isolatie was bewust: ze schrijft beter weg van de overprikkeling van Londen. Wat volgde was een confrontatie met alles wat ze ooit probeerde te ontvluchten. Ze vond er niet enkel rust, maar ook verzoening met een stad en een versie van zichzelf die ze lang had proberen achter te laten. Het resultaat is een authentieke plaat over een zoektocht naar identiteit, die nooit navelstaarderig aanvoelt, maar juist heel herkenbaar wordt.
Rotten Luck valt uiteen in twee helften, maar de vraag naar wie Simões nog is als ze niet weet waar ze thuishoort, doortrekt beide. De eerste vier nummers zijn energieker en volgen een herkenbaar patroon: een ingetogen begin dat gestaag aan kracht wint tot het uitmondt in een energiek hoogtepunt. Dat horen we meteen op opener “Glue”. Een instrumentale intro met een herkenbaar gitaarrifje wordt er langzaam opgebouwd met meerdere melodische lijnen, tot het stuwende ritme uiteindelijk losbarst. Muzikaal weerspiegelt die opbouw de tekst zelf: Simões verscheurt zichzelf en de ander, om vervolgens weer te lijmen, alsof ze zichzelf steeds opnieuw moet samenrapen.
Die onzekerheid over wie ze precies is, duikt telkens weer op, ingevuld met een ander verhaal. Op “Real Me” wil Simões zich sterk voelen en het leven grijpen. Toch voelt ze zich te klein voor de stad waarin ze woont. Het herhaalde ’this is the real me’ klinkt daardoor minder als een vaststaand feit en meer als een verwoede poging om zichzelf ergens te plaatsen. Op “Favourite”, de tweede single van het album, verglijdt een aanvankelijke liefdesverklaring naar het uiteenvallen van een relatie en de onmacht om nooit echt gehoord te zijn geweest. Op “Crossing” bezingt ze dan weer een façade die ze koste wat kost overeind houdt: een nette glimlach, een gladgestreken gezicht, terwijl ze vanbinnen doodmoe is. Ook dat is een vorm van jezelf niet kunnen tonen zoals je bent.
“Lucky Stars” lijkt de vreemde eend in de bijt te zijn, maar fungeert net als het scharnierpunt tussen beide helften. Dit volledig instrumentale nummer opent rustig en legt na een minuut een meeslepende, jangly gitaarlijn neer waarop verder gebouwd wordt. Richting het einde barst het weer open. Wie had gedacht dat net het nummer zonder tekst het meest zou vertellen? Melancholisch, maar met tegelijk een gevoel van bevrijding en groeiende kracht: precies het gevoel van iemand die stilaan dichter bij een antwoord komt.
De tweede helft van de plaat vertraagt merkbaar en wordt er ook kwetsbaarder door. “Close” opent met een baslijn en gitaarlijn die van bij het begin met elkaar verweven zijn, gedragen door een stuwend ritme, tot een herkenbaar gitaarriffje het refrein inluidt. Nog kwetsbaarder wordt het op “Little Bones”, onze persoonlijke favoriet van de plaat. Het nummer opent meteen met zang, enkel begeleid door gitaar en een piano-melodielijn die er losjes overheen zweeft. Pas helemaal op het einde komen er voorzichtig wat drums bij, net wanneer ook de piano meer op de voorgrond treedt. Toch straalt het nummer ook een vorm van kracht uit: Simões heeft niemand nodig om haar gerust te stellen of te missen, ze redt zich ook op haar eentje.
De plaat sluit af met twee nummers die de zoektocht naar zichzelf een laatste keer bezingen. “Alone Tonight” is misschien wel het meest ontroerende moment van de plaat: Simões schreef het vlak na een etentje met haar familie. Zoals gewoonlijk vermeed iedereen te praten over wat er ooit fout ging, alsof praten over het verleden ook een vorm van jezelf kennen in de weg staat. Op slotnummer “Stuck” stelt Simões zich ten slotte de vraag waarmee deze plaat eigenlijk begon: wie ben je nog als je niet meer weet waar je thuishoort? Ze is bang om vast te blijven zitten in wie ze altijd al was en toch net zo bang om alles wat vertrouwd is te verliezen. Een pasklaar antwoord biedt Rotten Luck niet en dat is misschien wel de eerlijkste conclusie die deze plaat kon trekken.
Ontdek “Little Bones”, ons favoriete nummer van Rotten Luck, in onze Plaatje van de plaat-playlist op Spotify.






