Wie overtuigd was dat Alabama Shakes, de band van zangeres Brittany Howard, er mee had opgehouden, komt alsnog bedrogen uit. Want elf jaar na hun succesvolle tweede album Sound & Color (2015) is er plots een onverhoopte derde worp. De groep besliste immers in 2017 dat hun pijp leeg was. Het constante toeren en de daarbij horende emotionele catharsis bleken als zodanig niet meer te rijmen met zowel hun privéleven als hun creatieve ambities. De enerverende nasleep van die beslissing ging niet zonder slag of stoot. Howard trouwde in 2019 met haar vriendin Jesse Lafser, maar dat huwelijk duurde amper een jaar. Bovendien werd drummer Steve Johnson gearresteerd in 2020. Hij kreeg uiteindelijk een voorwaardelijke straf voor huiselijk geweld en dat betekende meteen ook het einde van zijn muzikale loopbaan. De blijmoedigheid van hun soulvolle debuut Boys & Girls (2012) leek plots heel ver weg. De kentering ontsproot in december 2024 in Tuscaloosa tijdens een intiem benefietoptreden van Howard voor hun vriend en bierbrouwer Bo Hicks. Gitarist Heath Fogg en bassist Zac Cockrell sprongen onaangekondigd mee het podium op en Alabama Shakes beleefde terug de verloren gewaande euforie van hun beginperiode.
Niet lang daarna doken ze als trio terug de studio in en samen met hun Canadese producer Shawn Everett (die voorheen al had meegeholpen als assistent van Blake Mills op Sound & Color) opteerden ze op I Must Be Dreaming voor een intens gelaagd geluid. Soms etherisch en complex, dan weer bewust chaotisch en mystiek mistig. Het levert een fascinerende en surrealistische luisterervaring op. Opener “Tea Time” klinkt bijvoorbeeld als een verwarde gebedsoproep met als bonus een dosis knoestige afrobeatgitaar. Op “Another Life” gaat Howard voor de eerste keer voluit. Gelardeerd met een haast Hendrixiaanse gitaarsolo zou het nummer niet misstaan op de volgende plaat van Sault of Curtis Harding. Gitaren spelen ook een hoofdrol op het sterk psychedelische “Time”. Een spacerocker die gaandeweg ontspoort door het fenomenale drumwerk van neofiet Noah Bond en waarin de geest van David Gilmour (Pink Floyd) naargeestig rondspookt.
Er wordt wel meer schaamteloos en gulzig gerefereerd naar de sixties en seventies. Het poppy “Friends” proeft als een bitterzoet snoepje en doet onverwijld denken aan Alex Chilton tijdens zijn hoogdagen in Big Star. In “Easy” zingt Howard dan weer als een overstuurde Aretha Franklin. Puur persoonlijk genoten we vooral van “Waist Deep” waarin de melancholieke modder van de Muscle Shoals-sound bluesy doorsijpelt in een kokette combi van Drive-By Truckers en Otis Redding. Een absoluut sleutelnummer op de plaat is “American Dream”. Met een magisch basloopje gejat van Geezer Butler (Black Sabbath), gekoppeld aan een melodielijn die Curtis Mayfield in zijn slaap zou hebben bedacht, profileert Alabama Shakes zich eens te meer als het Amerikaanse geweten dat de huidige politieke onzekerheid vertaalt in een parmantig pamflet. Niet toevallig deelt het nummer een titel met het controversiële boek An American Dream van Norman Mailer uit 1965. Toen geschreven als een aanklacht tegen de spirituele verrotting in de Amerikaanse samenleving kan je niet ontkennen dat er anno 2026 nog niet veel is veranderd. Howard declameert ontgoocheld en onrustig de teloorgang van verworven burgerrechten en de nietsontziende, verwoestende consumptiedrang die ons allen in zijn macht heeft gekregen. ‘Peace, love, happiness. The impossible dream’. ‘Got the big TV to show you what you didn’t even know you wanted’. Wat een krachtige en relevante tekst.
Maar niet getreurd. In de wereld van Alabama Shakes floreert altijd ook hoop en een romantisch, vaak naiëf optimisme. De smachtende liefdesverklaring “Garden” deint jazzy en sensueel op een bedje van eersteklas Erykah Badu en tijdloze Marvin Gaye. Gedragen door het prominente pianospel van Llyod Buchanan, zwijmelen we gelukzalig weg, gevlijd op een bloemrijk grasveld aan de hand van een engelachtige kalverliefde. Derde single “I Feel Hope Coming” is nog evidenter. Met een warme, intieme vibe à la Nina Simone en verankerd door een gouden refrein, worden we gerustgesteld dat het allemaal wel goed komt. ‘Whatever’s coming, let it come. There’s no man that can make me run. All the hell that we put through each other can make us so strong’. Afsluiten doen we met het kwestbare”Tied To You”. Een wat wazige en introspectieve mix van Childish Gambino en late Radiohead die ons doet ontwaken uit een vervreemde droom.
I Must Be Dreaming is geen inkopper. Het is een ware groeiplaat die concentratie, inlevingsvermogen en een diepgaande interesse vereist. De band is er duidelijk in geslaagd de experimentele teneur van Brittany Howards soloplaten (Jaime (2019) en What Now (2024)) te koppelen aan hun oorspronkelijke, tradionelere geluid. Het luidt bovendien een creatieve wederopstanding in van een band waar we niets meer van hadden verwacht. Na meermaals beluisteren worden we er subtiel doch beduusd en onlosmakelijk verliefd op. Bijna vijftig minuten lang is het een verslavende trip geworden met een sonisch kleurenpalet zonder weerga. Na hun korte passage op het Gent Jazz Festival in juli van dit jaar is het nu hopen op een zaaloptreden in de nabije toekomst.
Ontdek “Waist Deep”, ons favoriete nummer van I Must Be Dreaming, in onze Plaatje van de plaat-playlist op Spotify.






