Onder het motto ‘Turning Cities Into Stages’ is de Brusselse organisatie Hangar de laatste jaren aan een steile opmars bezig. Grote namen uit de elektronische wereld als Anyma, Tiësto en Solomun worden voor unieke locaties zoals het Atomium of het Justitiepaleis geposteerd en mogen daar hun ding doen. Een concept dat sterk blijkt aan te slaan én waarbij muziek en beleving hand in hand gaan. Ook gisteren had Hangar weer een primeur in petto, want voor het eerst stonden grootheden Eric Prydz en Boris Brejcha samen achter de decks aan het Koninklijk Paleis.
Op een zonovergoten locatie pikten we allereerst de set mee van Yet More. De Frans-Iranese dj releaste in het verleden al ep’s op de labels van onder andere Adriatique en Camelphat en kan dus al enkele mooie adelbrieven voorleggen. In het begin van de set speelde de man vooral gretig in op de zomerse vibe die er heerste, maar halfweg de set namen diepere housebeats toch meer bovenhand. Hierdoor ging na verloop van tijd de variatie in de set wat zoek, maar waren er in de vorm van eigen song “Flight Mode” wel wat opflakkeringen. Yet More maakte geen grootse indruk, maar deed ook maar weinig verkeerd. Na twee uur werd hij afgelost door de Belgische Nathalie Duchene die meteen het tempo de hoogte injoeg bij haar eerste songs. De handjes gingen vooraan een eerste keer voorzichtig de lucht in en de zon kroop ook regelmatig eens achter de wolken wat zeker welgekomen was. Duchene gaf veel energie en kreeg dit ook wel terug van het publiek. Ze koos voor een minder subtiele aanpak door veel samples en remixen te gebruiken en die vervolgens te overgieten met een stevige technosaus. Zo passeerden “Natural Blues” van Moby en “Work” van Masters At Work de revue, maar gaandeweg begon dit recept een beetje te voorspelbaar te worden. Zeker leuk om af en toe een iets bekender nummer te horen, maar dit maakt daarom een set niet memorabel. Met “Nightcall” gaf ze nog een eerbetoon aan de recent overleden Kandinsky voor ze plaats maakte voor haar opvolger.
Terug naar Frankrijk voor de passage van Joris Delacroix en of die man er zin in had. Van in het begin kregen we een muzikale portie zweverige electro op ons bord geserveerd en dit viel ook meteen in goede aarde bij het publiek. Op de juiste momenten werden er stevigere, pompende beats tussen gesmeten, maar het was vooral door de gevarieerde breaks en minder voorspelbare drops dat deze man indruk maakte. Intussen viel de avond over het Paleizenplein en kwamen de visuals steeds beter tot hun recht. Flitsende stroboscopen werden afgewisseld met voornamelijk blauwe en rode lichteffecten die ook het koninklijk paleis mee verlichtten. Uniek toch hoe dit in hartje Brussel georganiseerd kan worden. Delacroix bewees dat je ook zonder grote hits een boeiend verhaal kan schrijven, maar uitschieters in de set waren nummers zoals “Criminal” van Linska & Duss en het pompende “London’s on Fire”. Een kwartier voor het einde van zijn settijd werd er door de twee headliners al over zijn schouder meegekeken, waarop hij prompt al plaats maakte voor een vervroegd begin van hun tijdsslot. Joris Delacroix overtuigde moeiteloos en bracht het publiek in de juiste stemming voorafgaand aan het hoofdgerecht.
Hoe zo’n back 2 back set vooraf wordt voorbereid, daar hebben we het raden naar. Het duurde echter maar een paar nummers om in de gaten te krijgen dat hier niet zomaar twee dj’s aan het werk waren, maar dat er twee ervaren rotten achter de decks stonden. Waar Boris Brejcha – de man met het kenmerkende Venetiaanse masker – zich onderscheidt door zijn mix van techno, minimal techno en de juiste melodische elementen, staat Eric Prydz eerder bekend om zijn melodische house. Natuurlijk is de Zweed ook niet vies van een dikke streep techno en dat is hetgeen we voornamelijk het eerste uur voor de kiezen kregen. De duistere kant van Brejcha overheerste zonder al te grote uitspattingen tot dusver. Hoe verder in de set, hoe duidelijk het werd dat deze twee stijlen perfect hand in hand konden gaan. De overgangen waren naadloos gemixt en Prydz bracht met zijn melodische kant enkele rustpunten in de set waarop de fans elkaar op de schouders hesen en de smartphones massaal de lucht in gingen.
Wie gekomen was voor een best of-rondje van beide heren was eraan voor de moeite, maar in het laatste halfuur werd er wel iets meer naar de hand van het publiek gespeeld. Het begon met de remix van Prydz van Daft Punk en New Order en vervolgens haalde Brejcha met “Purple Noise” nog eens zijn diepste, goorste bassen uit de kast. De kasseien op het Paleizenplein daverden net niet uit de grond en we hebben zo’n donkerbruin vermoeden dat de koninklijke familie deze avond eerder andere oorden had opgezocht. Wat vooraf werd gezien als een unieke samenwerking, kwam op het podium ook volledig tot zijn recht. De symbiose tussen de sound van Prydz en Brejcha zorgde voor een uiterst sterke en gevarieerde set waarbij de organisatie van Hangar nog maar eens een dikke pluim op zijn eigen hoed mag steken.
Vandaag staat Black Coffee op diezelfde locatie en Hangar wist eveneens legende Solomun te strikken voor een set op zaterdag 19 september. Meer info vind je hier.






