
© CPU – Joost Van Hoey
Water en brood. Het klassieke gevangenisdieet is ondertussen hopeloos achterhaald, maar op Alcatraz leek men gisteren toch een eigen variant klaar te hebben staan. Water kregen we tot zeven uur ’s avonds gratis voorgeschoteld en het brood was vervangen door stof, dat dankzij iedere moshpit opnieuw rijkelijk doorheen de lucht vloog. Gelukkig stond er muzikaal een iets voedzamer en vooral ook een gevarieerder menu op de planning, met Terror, Alcest, Ronker en een afsluitende Arch Enemy als belangrijkste voedingsbronnen.
Divided @ Helldorado

© CPU – Joost Van Hoey
Onze derde dag begon bij Mushroomhead. Maar er staat Divided als tussenkop? Klopt! Doordat de gemaskerde Amerikanen iets te laat in Kortrijk aankwamen, dreigde er een gat te ontstaan. Dat wil niemand, ook Divided niet, en zo switchte de band op het laatste moment van La Morgue naar Helldorado. Probleem was wel dat de communicatie daar beter kon, waardoor de groep bij opkomst toch een behoorlijk aantal mensen zag vertrekken. Wij bleven en dat kwam vooral doordat we na de eerste paar noten eigenlijk weinig reden zagen om hetzelfde te doen. Divided klonk namelijk verrassend stevig en liet zich door de vreemde omstandigheden nauwelijks van de wijs brengen. De groep stond dan misschien bijna een uur eerder en op een ander podium dan gepland, maar maakte van die onverwachte promotie naar Helldorado gewoon het beste. ‘Nu we er toch zijn’, leek zowat het motto, en dat werkte een set lang als een tierelier.
Mushroomhead @ La Morgue

© CPU – Joost Van Hoey
De rollen waren daarmee volledig omgedraaid, want aansluitend konden we alsnog richting La Morgue voor de band waarmee onze dag eigenlijk had moeten beginnen. Mushroomhead had de vertraging ondertussen ingehaald en stond uiteindelijk gewoon klaar om het kleinste podium van Alcatraz onder handen te nemen. Misschien wel iets te klein, want met acht man in de band liepen de leden elkaar vaker in de weg dan ze waarschijnlijk lief was. Vooral rond de twee percussionisten vooraan werd het bij momenten behoorlijk dringen, al droeg die overvolle podiumbezetting tegelijkertijd ook bij aan de chaotische uitstraling waar Mushroomhead al jaren om bekendstaat. De chaos werd compleet toen zangeres Jackie LaPonza besloot om tijdens “Fall in Line” een stuk van het publiek als menselijke vloer te gebruiken en vanaf daar haar lijnen te zingen, terwijl de rest van haar band op de planken de boel op stelten zette. Veel volk, veel chaos en zelfs ook nog best wat spektakel voor zo’n kleine oppervlakte, maar Mushroomhead hield het geheel met straffe tracks als “Qwerty”, “The Heresy” en “Seen It All” wonderwel bij elkaar.
Midnight @ Helldorado
Gehuld in zwarte kappen die hun gezichten volledig verborgen, betraden drie incognito mannen het podium van de Helldorado. Tegen de al even zwarte backdrop zagen we de drie heren amper staan. Horen deden we hen daarentegen maar al te goed. Hun mix van death, speed en punk drumde meteen door de tent. De geur van zweet hing ondertussen al stevig in de lucht, waardoor we ons een klein beetje konden voorstellen hoe het er onder die maskers aan toe moest gaan. Chapeau voor de mannen dat ze überhaupt nog recht stonden! Midnight bleek een bom energie en wist met slechts drie personen verrassend veel teweeg te brengen. Zonder oproep werden er massaal, zonder aarzelen, vuisten de lucht in geslagen. Ons oprechte medeleven aan de bezoekers die op dat moment over het publiek surften. Nog relatief vroeg op de dag was dit een leuke ontdekking en blijkbaar dachten heel wat anderen daar hetzelfde over. Of het nu voor de muziek was of simpelweg omdat iedereen de schaduw opzocht, de Helldorado stond vol.
Mantah @ Helldorado

© CPU – Joost Van Hoey
De volgende mannen die de Helldorado betraden, hadden zich duidelijk voorbereid en het weerbericht gelezen. Twee gigantische ventilatoren vervolledigden het podium naast de opgestapelde boxen. Of wij een trend gemist hadden, of er nieuwe voorwaarden verbonden waren aan optreden op Alcatraz, weten we niet, maar opnieuw kregen we een veel te lange, onverwachte hiphopintro. Misschien probeerden ze bewust voor een duidelijk contrast te zorgen en meteen punten te scoren na die middelmatige intro. Slim gezien, in dat geval. Opnieuw stond de tent goed vol, al hadden de mannen een nummer of drie nodig om zowel de menigte als zichzelf volledig mee te krijgen. Opener “Going Down”, “Rise Up” en “Phenomenal” misten ondanks de vuureffecten wat peper, maar dat maakten ze later meer dan goed. Niet meteen het achterste van je tong laten zien; daar kunnen we inkomen. Bij het tweede nummer kregen ze een harem aan sexy bewakers als gezelschap op het podium, die de aandacht misschien wat konden afleiden van de momenten waarop het nummer zelf wat suf werd gespeeld. Wanneer “Phenomenal” door de tent weerklonk, werden we door zanger Sven Herssens aangesproken op ons gebrek aan energie. Meer was er voor de Helldorado niet nodig om erin te komen. ‘Communication is key’ zeggen ze toch altijd? Het was ook voor ons warm, maar toegegeven: het zag er inderdaad wat povertjes uit, zeker in vergelijking met de West-Vlamingen die al volledig ingespeeld leken. De vraag naar crowdsurfers lokte vervolgens een hele hoop extra volk naar voren en daarmee was het hek van de dam.
De screams stonden als een bus in vergelijking met de clean vocals, die niet altijd even zuiver klonken. Toch hadden de mannen hun plaats in de Helldorado meer dan terecht verdiend en bewezen ze waarom ze vanuit de Morgue waren opgeklommen tot dit podium. Op een gegeven moment stal een jonge fan van dertien de show. De eerste nummers zat hij nog rustig zijn jetski op te blazen, om daarna doodleuk de zee van Mantah-fans te overmeesteren. Over de woeste zee van metalheads voer plots een dertienjarige cowboy in zijn jetski. Nee, wij hadden niets gepakt. Je leest het goed. De jeugd blijft ons verbazen. Eén ding is zeker: de opvolging is verzekerd. Het komt allemaal goed met de volgende generatie. Mantah speelde vandaag misschien niet hun beste optreden, maar aan enthousiasme en show ontbrak het zeker niet. Bij “Fire” hoorde uiteraard vuur, een van de showelementen waar de band gretig gebruik van maakt. De eerste nummers hadden wat tijd nodig om op temperatuur te komen, maar eens de motor aansloeg, liet Mantah zien waarom ze hun plek op de Helldorado verdienden.
Ronker @ Morgue
De Morgue stond stampvol en de drukte droop zelfs tot ver buiten de tent. Na zes jaar mochten ze eindelijk eens op Alcatraz staan en dat werd hier meteen goedgemaakt. Een podium zonder barrières, crowdsurfers en stagedivers: het staat allemaal op het lijf van Ronker geschreven. Met “Respect the Hustle” brachten ze een ode aan Alcatraz en aan de manier waarop het festival de Belgische metalscene blijft steunen. ‘Fucking respect the hustle’ klonk het. De groep gooide een vleugje thrashmetal door de set, terwijl een hoop zweterige en plakkerige mensen voor het podium voor één grote chaos zorgden. En eerlijk, veel meer Ronker dan dit kon het eigenlijk niet worden. Nadien was het tijd om de emotionele tour op te gaan. Over drugsverslaving gaf de band maar één duidelijke boodschap mee: ‘Begin er nooit aan!’, waarna “Snuff” werd ingezet. Het nummer bouwde fantastisch op en net doordat het in het begin wat meer ruimte kreeg, kwam de emotionele lading alleen maar harder binnen wanneer het steeds zwaarder klonk. Zelfs in deze zweterige chaos was er dus nog plaats voor een klein momentje bezinning.
We moeten het ze toch geven: zoveel energie hadden we gisteren nog niet gezien, noch voor, noch op het podium. De zes jaar wachten leek dan ook meteen vergeten. Eigenlijk was er maar één probleem: de Morgue was veel te klein voor dit Belgische talent. De tent puilde uit en toch voelde het alsof er nog een paar honderd mensen extra bij hadden mogen staan. Alcatraz kreeg ondertussen ook nog de twijfelachtige eer om door De Petter uitgeroepen te worden tot het beste metalfestival van de Benelux, hoewel wij daar onze bedenkingen bij hebben. Misschien wordt het dan toch eens tijd om Graspop te doen? Tegen het einde bleef De Petter trouw aan een ondertussen bijna traditionele afsluiter: een korte “Wonderwall”-cover, uiteraard gespeeld van bovenop drie opgestapelde boxen. Want waarom zou je gewoon van een podium afgaan als je ook eerst nog even Oasis kunt spelen op een stapel speakers? Na zes jaar wachten heeft Ronker in ieder geval duidelijk gemaakt dat ze hier thuishoren. Als de Morgue de maatstaf is, dan was dit podium simpelweg te klein voor de hoeveelheid energie die ze erop hebben gesmeten.
Biohazard @ Prison

© CPU – Joost Van Hoey
Op dag drie van Alcatraz stond een leger aan hardcoreveteranen op de planning, waarvan Biohazard de eerste was. De New Yorkers draaiden al genoeg rondjes om de felschijnende zon om ondertussen haast op automatische piloot te kunnen spelen en ergens voelde dat ook zo, maar gelukkig wel in de positieve betekenis. De set stond als een huis en muzikaal viel er weinig op af te dingen, terwijl Billy Graziadei vooraan met een flinke dosis gebrul en licht machogedrag de Prison probeerde op te jutten. Voor de Biohazard-fans voelde het als thuiskomen, met als gevolg dat de mensen al snel in grote getale over het publiek surften. We gaan er niet over liegen: tracks als “Urban Discipline”, “Shades of Grey” en de cover van Bad Religion’s “We’re Only Gonna Die” hebben we stiekem al te vaak gehoord, maar zodra die riffs opnieuw over de wei van de Prison denderden, konden we niet anders dan toegeven dat ze nog altijd verdomd lekker binnenkomen. Tussen al die klassiekers zat er trouwens verrassend weinig materiaal van het vorig jaar verschenen Divided We Fall. Slechts twee stuks, “Eyes on Six” en “Fuck the System”, haalden de vleeskeuring. Dat hadden er misschien toch net iets meer mogen zijn.
Psychonaut @ Helldorado

© CPU – Joost Van Hoey
Een klein spurtje van de Morgue naar de Helldorado – al een geluk dat die twee naast elkaar liggen – want daar stond onze volgende Belgische trots al klaar. Het leek wel alsof Psychonaut gewoon verderging waar Ronker gestopt was en de energie meteen meenam naar de volgende tent. Geen tijd nodig om erin te komen, ze gooiden er vanaf seconde één een bom tegenaan. Hun recent uitgebrachte album bracht een mooie mix op de been van oude bekenden die zichzelf ondertussen al meer dan bewezen hebben en een paar jonkies die hier op Alcatraz minstens even goed worden onthaald. Bestaat er eigenlijk een betere en oprechtere review dan dit? Jullie kunnen op beide oren slapen, mannen: het nieuwe album is meer dan goedgekeurd. De tonen sleurden ons volledig mee naar een andere dimensie, bijna richting trance. Net wanneer we dreigden helemaal weg te zijn, kwam er hier en daar gelukkig op tijd wat ruig geweld door. Een perfecte afwisseling die ervoor zorgde dat we nooit volledig wegzakten. Wat deze mannen met drie puur instrumentaal op het podium weten te brengen, blijft ons verbazen. Het is uniek, meeslepend en strak afgelijnd. Elk instrument kreeg zijn eigen cruciale rol en nam op zijn moment de hoofdrol over. De samenspraak tussen de drie was zo perfect verdeeld dat alles op zijn plaats leek te vallen. Een samenspel dat we eerlijk gezegd niet vaak op deze manier zien.

© CPU – Joost Van Hoey
Het duurde dan ook niet lang voor bassist Thomas Michiels zich aan de barricade waagde. We kregen Psychonaut zoals we ze kennen: boenk erop. En hoewel het bijna onmogelijk lijkt, voelt het toch iedere keer alsof ze weer een stuk beter zijn geworden. Het zou pas echt uniek zijn als we deze mannen ooit betrappen op een optreden waarvan we achteraf geen ‘u’ tegen kunnen zeggen. Na een klein technisch mankementje werd dan hun nummer één ingezet: “The Fall of Consciousness”. Van de eerste tot de laatste rij weerklonk de tekst door de Helldorado: instant kippenvelmoment. De overgave waarmee het nummer gebracht werd, gaf het geheel nog een extra dimensie. Ieder van hen had duidelijk zijn eigen manier om een show te geven, maar samen vormden ze één geheel dat verdomd moeilijk te evenaren is. Psychonaut bewees nog maar eens waarom ze tot de Belgische top behoren. Ze namen ons eerst mee naar een andere dimensie om ons vervolgens zonder pardon terug op de grond te smijten. En eerlijk? Wij waren met plezier mee.
Castle Rat @ La Morgue

© CPU – Joost Van Hoey
Sommige boekingen op het kleine La Morgue snappen we niet. Neem Castle Rat bijvoorbeeld, die qua volgers met gemak twee keer het festival kon uitverkopen. Toch stond de groep op het kleinste podium van allemaal en dat had zo zijn gevolgen. Nog voor de eerste noten van “Dagger Dragger” door de speakers weerklonken, puilde de tent al aan alle kanten uit en was het dringen om een glimp van Riley ‘The Rat Queen’ Pinkerton op te vangen. We hadden geluk en konden die glimp dan ook opvangen. Al snel waren het niet ogen die we de kost gaven, maar onze oren, want de groep bracht met de juiste precisie zijn ‘middeleeuwse-fantasie-doommetal’ doorheen de met stof gehulde luidsprekers. Nummers als “WOLF 1” en “Fresh Fur” rolden daardoor heerlijk doorheen de tent, terwijl Pinkerton er met haar bijna bezwerende zang een haast sprookjesachtige sfeer overheen legde. Wanneer we dan weer onze ogen de kost gaven zagen we waarom Castle Rat live nog net wat meer tot leven kwam. Kostuums, zwaarden, een hoop theater en zelfs nog een waar gevecht tussen ‘The Rat Queen’ en haar aartsvijand ‘The Rat Reaperess’. Wat een spektakel!
Alcest @ Swamp

© CPU – Joost Van Hoey
De Swamp-stage. Het is een ware broedplaats voor fantastische sets. Op dag twee zagen we daar al Igorrr de tent compleet naar zijn hand zetten met een fantastische show en een dag later mocht Alcest hetzelfde doen. De Fransen hadden daar alvast het perfecte decor voor meegebracht, want een grote maan torende boven de band uit en zette meteen de toon voor wat een behoorlijk dromerige bedoening zou worden. “Protection” en “Sapphire” waaierden haast gewichtloos door de tent, met Neiges ijle zang die zich tussen de vele gitaarlagen nestelde. Toch bleef Alcest gelukkig niet voortdurend met het hoofd tussen de wolken hangen, want wanneer de screams en venijnigere riffs de kop opstaken, werd die droomwereld plots een heel stuk grimmiger. Sereniteit maakte plaats voor venijnigheid en net die continue omschakeling zorgde ervoor dat Alcest ons geen seconde uit zijn greep verloor. Maar goed ook, want van deze show wilden we eigenlijk geen seconde missen.
Terror @ Helldorado

© CPU – Joost Van Hoey
Er zijn maar weinig mensen in de muziekwereld die bij ons een bredere lach op het gezicht toveren dan Scott Vogel. De frontman van Terror is dan ook een wandelende energiebom en denderde gisteren opnieuw alsof hij door een wesp gestoken was over het podium van Helldorado. Die energie sloeg vanzelfsprekend over op het publiek, want crowdsurfers kwamen à volonté voorbij terwijl in het midden van de tent door het vele moshen op tracks als “One With the Underdogs” en “Always the Hard Way” zelfs een flinke stofwolk ontstond. Vogel hoefde ondertussen maar met zijn armen te zwaaien of de volgende lading lichamen kwam alweer over de hoofden richting podium gevlogen, al kwam het meeste enthousiasme wel net voor het einde toen voormalig Terror-bassist en huidig Hatebreed-bassist Carl Schwartz het podium op kwam om “Keep Your Mouth Shut” mee te brullen. Dat mondjes snoeren ging het geheel niet echt goed af, want de track werd van voor tot achter vakkundig meegebruld en vormde daarmee meteen een van de luidste momenten van de hele set. Daarna mocht “Keepers of the Faith” de boel nog één laatste keer volledig los trekken, waarna we Helldorado verlieten met exact hetzelfde gevoel als waarmee we waren binnengekomen: Scott Vogel blijft simpelweg een van de leukste frontmannen om aan het werk te zien.
Primus @ Helldorado
Het was gisteren ‘kiezen is verliezen’ voor de bezoekers van Alcatraz. Terwijl Arch Enemy op de Prison aan zijn headlineset begon, stond op Helldorado namelijk doodleuk Primus geprogrammeerd. Niet bepaald een evidente tegenzet, zeker niet omdat Les Claypool en co. al bijna tien jaar niet meer op Belgische bodem te zien waren. Toch zagen we nog genoeg mensen afzakken naar de grote tent in het midden van het terrein, waar die dan vervolgens de abstracte gitaarkunsten van Larry LaLonde en het haast buitenaardse zangwerk van Claypool over zich heen kregen. Als gevolg klonk Primus vanaf “Those Damned Blue-Collar Tweekers” meteen geheel als zichzelf. Vreemd, hoekig, speels en op momenten haast onmogelijk te voorspellen. Maar ook vooral als een solide liveact die nummers als “Too Many Puppies”, “My Name Is Mud” en “Jerry Was a Race Car Driver” met opvallend veel schwung door de Helldorado joeg. Luid applaus volgde continu en ergens was dat niet heel gek, want gedurende het weekend zagen we al vele fans van Primus over het terrein lopen. Of ja, het biermerk Primus dan, al was het gisterenavond toch vooral de Amerikaanse variant die, volledig terecht, met alle aandacht ging lopen.
Arch Enemy @ Prison

© CPU – Joost Van Hoey
Arch Enemy trapte af met “Yesterday Is Dead and Gone”, gevolgd door “The World Is Yours” en “Ravenous”, en bouwde de set geleidelijk op. Kersverse zangeres Lauren Hart bewees daarbij van de eerste tot de laatste noot dat ze binnen Arch Enemy volledig op haar plaats zat. Haar komst bracht een nieuwe wind door de band en deed hen verrassend goed. De sound leek opnieuw wat meer richting die van hun oorspronkelijke zangeres te gaan, zonder dat het als een simpele herhaling voelde. Het geheel werd ondersteund door een sterke lichtshow, af en toe aangevuld met vlammen. Tijdens “Ravenous” deed Hart even een stap achteruit, waardoor er ruimte ontstond voor een gitaarsolo van de band. Schurende gitaren en epische riffs eisten onze aandacht op en sleurden ons mee in de muzikale wervelwind die Arch Enemy over de Prison Stage liet razen. Toch was het niet de sterkste headliner die we dit weekend op dit podium zagen. Het plein voor de Prison Stage stond slechts halfvol, mede doordat Arch Enemy tegelijk met Primus in de Helldorado speelde.

© CPU – Joost Van Hoey
Opvallend genoeg zagen we opnieuw een fenomeen dat zich al drie dagen lijkt te herhalen: na een nummer of vier begonnen heel wat mensen de Prison Stage alweer te verlaten. Of dat aan de bands lag of aan de gemiddelde leeftijd van de Alcatraz-ganger laten we in het midden, al kunnen we ons voorstellen dat die hier wat hoger ligt dan op pakweg Graspop. De vele lichtjes die de lucht in gingen, konden onze theorie alvast bevestigen. Zoveel aanstekers in plaats van gsm lichtjes hebben we in tijden niet meer gezien. Halverwege kregen we een kant van Hart te horen die we niet meteen hadden verwacht. Een lief, zacht stemmetje stelde zichzelf voor en, geloof het of niet, zo kon onze screamsensatie dus óók klinken. Mochten we het niet met eigen ogen gezien hebben, zouden we het waarschijnlijk niet geloven. Met “To the Last Breath” zette ze vervolgens het eerste nummer van de set in die ze zelf opnam. Een slecht getimede pauze, net toen Amorphis in de Swamp begon, zorgde er opnieuw voor dat een deel van de overgebleven toeschouwers vertrok. Arch Enemy bleef sterk spelen, maar naarmate de set vorderde, begon het geheel wat in herhaling te vallen. De band had duidelijk nog voldoende power in huis, maar wist het publiek niet de hele set lang even stevig vast te houden. Een sterke passage met een indrukwekkende nieuwe frontvrouw, maar als headliner bleef er toch het gevoel hangen dat we Arch Enemy net te hoog ingeschat werd.
Deze recensies werden geschreven door Bryan Boomaars en Jody Beyne.
Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!
Lees hier onze recensie van festivaldag 1
Lees hier onze recensie van festivaldag 2






Geven jullie ook feedback op de manier waarop bezoekers van het festival worden gesmeten op einde van de avond? Dit is ongezien en onvriendelijk. Geen laatste pipi of pint is mogelijk op het moment dat de laatste noot gespeeld is. Graspop communiceert over goeie en slechte zaken. Alcatraz houdt flink mondje dicht. Mag ook gezegd zijn