Ah, Zakk Wylde. Hij fascineert ons. In 1987 werd hij als twintigjarige plots tot rechterhand van Ozzy Osbourne gekatapulteerd. Zeven jaar lang maakten ze platina platen alsof het niks was. Tot Zakk plots de southern rocktoer opging met Pride&Glory. Nog altijd een van de meest ondergewaarde platen uit de geschiedenis van de hardrock. Daarna volgde met Book of Shadows een akoestisch album. En toen, in ’98, werd Zakk Wylde plots een cartoonfiguur met Black Label Society. Opgepompte spieren, een bikerlook met leer, jeans en een lange, lange baard – het contrasteerde sterk met alles wat ervoor kwam. En we hebben eigenlijk nooit goed begrepen waarom. Als we kijken naar de kwaliteit van zijn songs voor Ozzy (“No More Tears“, “Miracle Man“, “Perry Mason“) heeft de man echt geen clichés nodig. Met of zonder knipoog.
Maar goed, ondertussen heeft Black Label Society elf albums, drie liveplaten en zes compilaties uitgebracht. Engines of Demolition is het eerste nieuwe studioalbum sinds 2011. In de voorbije jaren heeft Wylde heel wat meegemaakt (een tour met Pantera, het afscheidsconcert van Black Sabbath, de ziekte en uiteindelijk de dood van Ozzy), en dat heeft zijn effect gehad op het materiaal dat hij schreef.
Opener “Name In Blood” begint voorzichtig met een riffje gespeeld met de vingers, een bijna fluisterende Wylde, feedback van de gitaar en dan… Boem! Een vrij basic, maar vette distorted riff knalt binnen, het midtempo ritme van de drums bonkt als een sloophamer. De solo is agressief en toch melodieus. Zo kan alleen Zakk Wylde ze spelen. Kan het nog minder fijnzinnig? Natuurlijk. “Gatherer of Souls” is inventiever qua riff, en nog zwaarder qua drums: bijna tribaal met veel mokerslagen op de cymbalen. ‘There’ll be no salvation’, verzekert Zakk ons nog. Bedankt om dat even mee te geven.
Hiermee is de toon gezet: bluesy grooves, hard rockende riffs en het loodzware van Black Sabbath, keurig samengehouden door de stem van Wylde die klinkt alsof hij permanent tegen een zenuwinzinking vecht. Interessante toevoeging aan deze mix van elementen is de twingitaarsolo in “The Hand of Tomorrow’s Grave”: dat lijkt plots wel Iron Maiden, maar dan in slow motion.
“Broken and Blind” klinkt met zijn tribale ritme even vrolijk als de titel doet vermoeden. Voor misschien wel de strafste solo op het album moet je dan weer bij “Above and Below” zijn. Dat wisselt ook mooi af tussen een loeizware riff en stukjes akoestische gitaar met strijkers. Positieve vibes vinden we in “Pedal To The Floor”: een bijna vrolijke hairmetalriff en levenslustige teksten zoals ‘Death knocking on my door, ain’t gonna give him what he wants today’. Zakk Wylde als motivatiecoach, dat we dat nog mogen meemaken.
Van de slows op het album heeft afsluiter “Ozzy’s Song” de grootste impact. We horen eerst eenvoudige piano-akkoorden en spookachtige vocals voor Wylde echt begint te zingen. De lijn ‘Although we knew, we chose not to know’ komt staalhard binnen. We voelen plots hoe het moet geweest zijn om een in principe onsterfelijk icoon als Ozzy Osbourne te zien aftakelen en het tegelijk niet te willen zien. De solo van het nummer begint nog heel beheersd, maar al snel trekt hij alle registers open en mikt hij ongegeneerd op ons gemoed met hoge uithalen.
Conclusie? Zakk is helemaal back. De riffs zijn soms misschien wat basic, maar altijd ruig. De drums donderen erop los. De solo’s zijn Zakk Wylde-solo’s, waarmee je meteen alles weet over wat je mag verwachten. Qua gevoelige snaar komt niets in de buurt van “Mama, I’m Coming Home”, maar “Ozzy’s Song”… ja, dat doet toch wat met een mens.
Black Label Society komt naar Graspop Metal Meeting op zondag 20 juni 2026. Breng zeker wat zakdoekjes mee.
Facebook / Instagram / Website
Ontdek “Gatherer of Souls”, ons favoriete nummer van Engines of Demolition, in onze Plaatje van de plaat-playlist op Spotify.






