
© CPU – Nathan Dobbelaere (archieffoto)
De wintermaanden. Hoewel we de vroeg donker wordende straten, het overvloed aan feestdagen en zo nu en dan een witte bui allemaal aardig kunnen waarderen, is het gemis van de zomer bij ons als festivalliefhebbers toch altijd sterk aanwezig. We kunnen niet wachten tot de festivalmaanden weer aanbreken en we tellen zowat iedere dag af naar het moment dat we weer over de weides kunnen galopperen, al weten we ook wel dat dat voor nu een verre stip op de horizon is. Gelukkig zijn er de poppodia die ons door de lege festivalmaanden begeleiden en zo ook het Leidense Nobel, want met Out of the Ordinary werden we gisteren een volledige dag ondergedompeld in rauwe gitaren, zweet en het soort energie dat normaal pas ergens in juni loskomt.
We waren duidelijk niet de enigen met festivalknaldrang, want toen we rond de klok van vier het terrein opkwamen was het al behoorlijk druk te noemen. Met flink wat horten en stoten kwamen we uiteindelijk in de overvolle Scheltema terecht, waar Grote Geelstaart net aan zijn Van Reijnst-drietrapsraket begon. De motor begon te pruttelen bij “Muurvast”, de eerste pluimen werden zichtbaar tijdens “Beton” en met “Spookrijder” ging het geheel pijlsnel de lucht in waarna het met een eindknal de lancering definitief bezegelde. Grote Geelstaart belandde op een hoogte waar een mede-papegaai nog nooit gevlogen had, maar wist daar op een klein technisch mankement na perfect te gedijen. Met volle kracht vooruit gooide het de ene na de andere noiserockknaller eruit en zo volgden “Vracht 7”, “Drie Harige Ratten” en “Kickbokser” elkaar in rap tempo op, waarbij die laatste zo stevig was dat het zelfs zanger Luuk Bosma het publiek in liet kukelen. Het was duidelijk precies zoals van te voren was ingestudeerd, net als het plan om de Scheltema stevig te openen. Missie meer dan geslaagd. En die raket? Die zweeft inmiddels al ver voorbij de sterren.
Die drukte bleek geen incident. Integendeel zelfs, want overvolle zalen en meterslange rijen leken het thema van de dag te zijn. Zo was het bij The Klittens in de kleine zaal dermate propvol dat we amper iets van hun optreden meekregen. We hoorden vanaf de gang wat van haar indiefuzz aan en dat klonk zeker niet slecht, maar we besloten het verlies te dragen en meteen door te trekken naar de zaal ernaast. Daar begon Mood Bored aan haar set, waarbij het Tilburgse indierock-trio vooral nieuw, onuitgebracht materiaal ten gehore bracht. Qua intensiteit was het een stapje terug ten opzichte van hun voorgangers in de Scheltema, al maakte dat de muziek zeker niet minder. De dromerige vocals van Myrte Driesenaar, ondersteund door punky baslijnen, grauwe gitaren en dreunende drums, creëerden een sfeer die ergens tussen introspectieve loomheid en onderhuidse onrust hing. Er waren geen echte explosies te bekennen en dat moest ook niet, want met hun ‘rustig-aan-muziek’ wist het ook al indruk te maken.
Naast overvolle zalen en meterslange rijen was ook een overlappende planning het thema, want terwijl Mood Bored halverwege was, begon Kaat van Stralen in de Scheltema al aan haar set. We kwamen dan ook pas binnen toen ze aan haar conditietrainingen tijdens “Aerobics” bezig was, maar die trainingen waren eigenlijk onnodig. Kaat en co. was namelijk in uiterste topvorm en dat stak ook het publiek aan. Op de tonen van “Hannah”, “Vieze Vlinder” en “Ik Weet Hoe Het Werkt” kreeg ze de menigte al licht in beweging, maar bij afsluiter “Stop Met Wenen” ging het dak er pas echt van af. Waar de toeschouwers hun energie tijdens de set liever opspaarden, zorgde de aanstekelijkheid van die laatste track ervoor dat alles loskwam en de zaal na een heuse sit-down zelfs ontplofte.
Na een ultrakorte stop bij Oproer, die toen in de kleine zaal al bezig was aan het slot van zijn set, trokken we door naar het grote podium waar Heavy Lungs zijn opwachting maakte. In het dierenrijk heeft de blauwe vinvis de eer om de zwaarste longen te hebben, maar ook frontman Danny Nedelko beschikt over aardig wat zwaar geschut. Het was al snel “All Gas No Brakes”, een track die er ook vrijwel meteen werd ingegooid, en de Britse post-punkband gooide zichzelf er vervolgens met volle kracht tegenaan. Met een snauwende Nedelko voorop veranderde de groep de zaal binnen no-time in een chaotische moshpit. Vanaf dat moment was er geen weg meer terug en ging het publiek bijna kopje onder in de chaos die Heavy Lungs over hen uitstortte. Als klapper kregen we “Life’s A Buffet” en “(A Bit of a) Birthday” voorgeschoteld, waarbij Nedelko nog één keer alles uit zijn zware longen perste. Sterke set!
Bij de buren in de kleine zaal was er ook een sterke set te bespeuren en wel van L.A. Sagne. De groep had de kortste set van de dag, maar haalde daar wel alles uit de kast en compenseerde dat ruimschoots met intensiteit. Want hoewel hun naam doet denken aan een Italiaanse pastaschotel, serveerden ze allesbehalve zachte kost. In recordtempo knalde de Amsterdamse punkband door hun set, waarbij de snelheid en rauwe energie amper bij te benen waren. Ook in de hoofdzaal werden recordtijden neergezet, want met SNAYX kwam daar een band die minstens even gejaagd tekeer ging. Het driekoppig punkmonster uit de U.K. had duidelijk maar één versnelling: vol gas. Dat begon bij “Work”, waar Charlie Herridge en Ollie Horner als twee stuiterballen over het podium denderden terwijl Lainey Loops achterop het podium een meedogenloze oorlog voerde tegen haar drumstel. De intensiteit was niet alleen voelbaar op het podium, ook in de zaal ging het hard tegen hard. Zo hard zelfs dat iemand uit de moshpit getild moest worden. Logischerwijs werd er een korte ademhalingspauze ingelast, maar toen de schade niet al te groot leek hield SNAYX zijn gaspedaal weer tot het maximale ingedrukt. De rest van de set was één grote explosie van rauwe punkenergie die geen moment vertraagde, inclusief een dikke middelvinger naar de ijsblokjes in Amerika.
Hadden het eerder op de dag al over de overlap in programmatie, was dat op het einde van de avond nog steeds een thema. Zowel Bug als Tape Toy speelde op hetzelfde moment, maar om ze toch beide mee te kunnen pakken, besloten we een nette fifty-fifty methode in het leven te roepen. Als eerst was Bug aan de beurt, die in de Scheltema bewees waarom het een van de hoogtepunten van de 2024 PopRonde was. De Amsterdamse hiphop-rave-punkact liet met beukende tracks als “iK” en “Probleem” de dakpannen trillen en transformeerde de Scheltema binnen no-time in een zwetende undergroundclub. Aan de andere kant van het “festivalterrein” (lees steegje) kregen we in de kleine zaal met Tape Toy een compleet andere vibe. Waar Bug rauw en chaotisch was, bracht het Amsterdamse bubble grunge-kwartet juist kleur aan de avond. Vrolijke hooks, vrolijke zang en vrolijke gitaren zorgden voor een luchtig tegengewicht, maar doordat er hier en daar nog iets van venijn in zat boette het geheel nergens aan pit in.
Rond de klok van half twaalf was het tijd voor de afsluiter van de avond en die eer was voor John Coffey. Wie in de agenda keek van de Utrechters zag dat hun show op Out of the Ordinary de laatste in een zeer lange tijd is, maar al snel werd duidelijk waarom. Want waar de band het eerste kwart vooral vulde met klassiekers als “Featherless Redheads”, “Dirt & Stones” en de cover van Nirvana’s “Breed”, kregen we uit het niets ook nieuw materiaal voor onze kar geworpen. Wat blijkt, John Coffey is bezig aan een nieuwe plaat en met onder meer “Wavy” en “Rise & Shine” kregen we daar al de eerste voorproefjes van voorgeschoteld. Frontman David Achter de Molen grapte op voorhand nog dat de groep enkel nog radiovriendelijke muziek te gaan maken om eindelijk flink te gaan cashen, maar gelukkig verdwenen die zorgen al snel als sneeuw voor de zon. Voor de laatste nieuwe, “Rise & Shine”, was er eentje die het plakkaat ‘hardcorepunk’ met trots mag dragen en liet horen dat de groep nog lang niet de mainstream-kaart gaat trekken. Of ze echt voet bij stuk gaan houden weten we nog niet, al zijn de eerste voortekenen in ieder geval bemoedigend. Nee, die gouden bergen zullen nog even moeten wachten.
Wie ooit bij een John Coffey show is geweest, weet dat chaos altijd op de loer ligt. Dat was uiteraard ook gisteren het geval. De tweelingbroertjes Alfred en Richard van Luttikhuizen bleken een jaartje ouder te zijn geworden, er was een onnavolgbare discussie over bittergarnituur op of naast het podium en tijdens “Relief” werd een podiumbestorming met brede glimlachen toegezien. Met afsluiter “Broke Neck” ging het dak nog eenmaal er volledig vanaf, inclusief de gigantische discobal in het midden van de zaal. Zwetend en uitgeput wierpen de toeschouwers zich voor de laatste keer op elkaar, terwijl de band met volle overtuiging de allerlaatste noten van het festival eruit hamerde.
En daarmee hield ook Out of the Ordinary er voor dit jaar mee op. De festivalweides laten voorlopig nog op zich wachten en zijn een verre stip aan de horizon, maar het Leidense festival heeft in ieder geval het gemis een klein beetje verzacht. En dat, dat maakt het wachten op de zomer toch wel net iets gemakkelijker.






