Het is als met de olifant waar je niet aan mag denken. Wanneer een songwriter heel hard probeert om over een bepaald onderwerp géén liedjes te schrijven, dan levert dat natuurlijk een heel album over dat onderwerp op. In het geval van Stella Donnelly was het verboden woord: vriendschap. In zekere zin gebeurde voor haar hetzelfde met muziek maken. Na twee albums, Beware of the Dogs (2019) en Flood (2022), vol dromerige en sympathieke indiepop die veel waardering kregen, en na jaren van touren, nam de Australische zangeres twee jaar geleden afstand van de muziek. Ze besloot zelfs om in een broodjeszaak te gaan werken. Maar ja, die bakkerij bleek al gauw een verzamelplek van jonge muzikanten. Zul je altijd zien. Voordat ze het wist, praatte en speelde ze mee. De vlucht voor de muziek en de poging om niet aan de verloren vriendschap te denken, leverden een nieuwe plaat op: Love and Fortune.
De vriendschap dus. Er zijn veel klassieke break-upalbums. Hartepijn haalt regelmatig het beste in kunstenaars naar boven. Het verliezen van een vriendschap kan ook inspireren. Zo is “Year of Trouble” een echte break-upsong, vol verlangen naar de ander en zelfverwijt. ‘If I forgive myself / Will history tell it twice? / Your beautiful face to read / I never read it right.’ Donnelly heeft de gave van het woord. Ze wisselt dagelijkse observaties af met scherpzinnigheden. ‘Dad picks me up from the train / Travelling back adolescence again / I take his time to complain.’
Het album heeft een duidelijke opbouw. Het begint met twee drieluiken. De openingsnummers zijn steengoed. Na een poëtische, bijna klassieke eerste minuut komt de vaart erin. We herkennen haar liefde voor landgenoot Courtney Barnett in “Being Nice”. “Feel it Change” zal lege dansvloeren niet plotseling vullen, maar een knappe luisteraar die stil kan blijven staan. De heupen en knieën hebben geen commando van hogerhand nodig.
In “Baths” gaat de voet van het gaspedaal. Het is vrijwel a capella gezongen. Op de achtergrond klinkt alleen zacht en continu het akkoord gevangen in één toon. Het is de start van het tweede drieluik. Hierin staan de verstilling en de bezinning centraal. We wanen ons in een kathedraal, horen een koor van jonge geoefende stemmen.
Vanaf “W.A.L.K”. keert de gitaar terug. Het arrangement is opnieuw eenvoudig, maar in tegenstelling tot de sereniteit van voorgaande nummers bouwt het lied hier heel langzaam, op z’n Damien Rice’s, op tot een groots en vol geluid. De piano doet zijn intrede, achtergrondzang, gevolgd door de drums. Op dit laatste deel van het album wisselen de verstilde en iets meer aangeklede nummers elkaar af. De muziek van Donnelly heeft weinig poespas nodig. Zang. Gitaar. Piano. Alles klinkt zoals het achter in de bakkerij geklonken moet hebben of straks in de Botanique zal klinken. Het geeft ruimte aan Donnelly’s voornaamste wapen: haar stem. Die is fluweelzacht, een beetje hees. Zelfs als ze voorzichtig een keel opzet, blijft het eenvoudigweg prachtig.
Het gevaar ligt op de loer dat een album als dit wat begint te kabbelen. Dat gebeurt dan ook. In tegenstelling tot haar eerste twee albums ontbreken nu liedjes die direct in je hoofd kruipen om daar weken te blijven zitten. Wat verder opvalt, is dat drie van de elf nummers onder de twee minuten blijven. Bondigheid is troef. De boodschap en melodie staan centraal. Het levert wel een zachtzinnig, ontwapenend en gewoon echt mooi half uur op.
Op 29 maart staat de zangeres in de Witloof Bar van de Botanique. Op 1 april treedt ze op in Tolhuistuin in Amsterdam.
Facebook / Instagram / Website
Ontdek “Feel it Change”, ons favoriete nummer van Love and Fortune, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.







