Toen we in de studentenstad Leuven onze broeken versleten in grote aula’s was er een platenzaakje met de naam Pumpkin Records. Er werkte een sympathieke man die ons ooit zelfs een cd van Nick Drake gratis meegaf, gewoon omdat we er als jonge snaak naar vroegen. Die man was een muziekbibliotheek op zichzelf en we namen zijn tips steeds zonder twijfel, zonder aarzelen en zonder spijt achteraf in ontvangst. Zo herinneren we ons nog dat hij ons de totaal onbekende, maar fantastische plaat Pony Express Record uit 1994 van Shudder To Think overhandigde aan aankoopprijs, maar vooral dat hij ons On The Mouth van Superchunk uit 1993 aanraadde. En die lp sloeg bij ons in als een bom! Het was het decennium van de grunge van de welbekende bands en de grote rockjaren van groepen zoals The Afghan Whigs, Buffalo Tom, The Lemonheads, Sugar enzovoort enzoverder. Superchunk heeft nooit in dat rijtje van bands gestaan dat regelmatig op Studio Brussel te horen was, op MTV te zien was of in de middenmoot stond op de grote festivals. We blijven dat nog steeds vreemd vinden, want de band had werkelijk alle potentieel om op bijvoorbeeld Pukkelpop of Torhout/Werchter te staan. Het had enkel en alleen te maken met bekendheid! Superchunk is nooit echt ‘doorgebroken’ zoals dat dan benoemd wordt, maar is in de nevelen van de cult blijven steken.
Het had en heeft er zeker ook mee te maken dat Mac McCaughan en Laura Ballance, de hoofdrolspelers van het in 1989 opgerichte Superchunk, hun platen zelf verdeelden bij Merge Records, het label dat ze zelf hebben opgericht. Geen gehijg in de nek dus van bobo’s die dollartekens hebben in de oogkassen en aan de hardhouten vergadertafel een ‘hit’ eisen van een band. Nog een tip uit die ene plaat die ons in de handen werd geduwd in Leuven toen we nog maagdelijk, helder en zonder zonden rondliepen op deze stip is “The Question Is How Fast“. Dat is volgens ons toch een van de beste rocknummers aller tijden! De vier Amerikanen die de band bevolken zijn heel productief en brengen elke twee jaar minstens een plaat uit en daar zijn we gewoon altijd blij mee, niet meer, maar zeker ook niet minder. En ziezo, vandaag is het tijd om Songs in the Key of Yikes uit te pakken, een kakelverse lp uit North-Carolina. Er heeft zich na bijna vier decennia wel een personeelswissel voorgedaan: drummer Jon Wurster heeft de stokjes aan de dennenboom gehangen en die werden opgepikt door Laura King. Opeens twee keer Laura dus. En dan nu het album, voorwaarts!
We hebben de tien nummers net een derde keer beluisterd en we kunnen concluderen dat het viertal weer zijn uiterste best heeft gedaan om een goede, solide, degelijke rockplaat te maken. Het lijkt al op een eindconclusie voor de laatste alinea, maar we willen onszelf gewoon even op weg zetten. “Is It Making You Feel Something” geeft het startschot en het is bassiste en bandlid van het eerste uur Laura Ballance die de zang voor haar rekening neemt. Meestal is het McCaughan die de zanghonneurs waarneemt, maar de rockmuziek van de groep laat perfect toe om alle soorten stemmen er op los te laten. “Bruised Lung” heeft hetzelfde gitaargeluid als het nummer “The Question Is How Fast” dat we zonet hebben aangeraden. Het fijne aan muzikanten zoals Bob Mould, Evan Dando en Greg Dulli en dus ook McCaughan en Ballance is dat je op voorhand eigenlijk best weet wat je kan verwachten: soepele rocknummers die goed in het oor liggen en gemaakt zijn zonder al te veel poespas van hoogtechnologische djingel djangel. ‘What you hear, is what you get!’
Er zullen vermaledijden zijn die Superchunk afschilderen als een ‘one trick pony’ en we gaan die dwalers zelfs geen ongelijk geven. Het viertal uit de ‘Tar Heel State’ zal zelden of nooit op de proppen komen met een ballade of punknummer dat gedrumd wordt met twee maten. Synths en allerhande autotuneprutsen zijn al helemaal uit den boze waardoor de sound van de band altijd gewoon rechttoe rechtaan rock is. Eerlijk, het maakt het langs de ene kant wel iets moeilijker om er een review over te schrijven omdat we niet opeens kunnen uitpakken met een hele alinea over ‘vernieuwing’ en ‘muzikale verbreding’ of ‘een nieuw pad dat wordt gevolgd’. Langs de andere kant uiteraard is het daardoor ook eenvoudig om een recensie te schrijven over platen van Superchunk. Voordelen en nadelen: ze zijn er in alle maten en gewichten.
De rocknummers van de vier Amerikanen zijn eigenlijk het equivalent van een T-shirt van een dollar en een jeansbroek van vijf dollar. Dit is zeker niet neerbuigend bedoeld, integendeel, we willen er mee zeggen dat het allemaal best oké is zoals het op tape wordt gezet. Het is geen bombastische stadionrock of grunge die door tientallen miljoenen mensen beluisterd wordt. Het is geen afgemeten, door platenbonzen mee bedachte marketingstunt waardoor artiesten als Kurt Cobain opeens in versleten hemden gingen rondlopen, maar dan wel peperdure versies die ontworpen werden door Franse luxedesigners, met alle gevolgen van dien. Dat je nu van deze plaat “No Hope”, “Care Less” “Cue” of “Everybody Dies” oplegt, het is gewoon altijd van een ontwapenende eenvoud en oprechtheid.
Op het moment dat we deze zinnen op ons klavier typen, vinden we de laatste song op de plaat, “Some Green” de mooiste. De drums blijven elke paar seconden even steken en we worden getrakteerd op een fijne gitaarriff van McCaughan. Er wordt een heel klein beetje gas teruggenomen, maar op zich niet al te veel. Na de derde minuut komen de stemmen van de bandleden samen, alsof ze afscheid willen nemen van het welwillende publiek. Superchunk schenkt ons een dik half uur mooi muziekgenot en daar blijft het ons om te doen; goede rocktunes die we kunnen opleggen tijdens de dagelijkse beslommeringen, een ritje met de fiets of de auto of tijdens het joggen dat we nooit doen. Zo maakte Superchunk zijn platen vroeger, zo maakt de band zijn platen nu en zo zullen ze platen blijven maken. En wij, wij zagen en hoorden dat het goed is!
Ontdek “Some Green”, ons favoriete nummer van Songs in the Key of Yikes, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.







