
© CPU – Jonas Demeulemeester
Donderdag was een extraatje, vrijdag begon het echte werk. Alcatraz opende opnieuw de grote gevangenispoorten voor een weekend vol met de zwaardere genres. Dat deed het met een ferme line-up, waarbij over de gehele linie klappers van formaat aanwezig waren. Zo vonden we op de eerste officiële dag legendes op het hoofdpodium, talenten in de tenten en zowat het volledige metallandschap samengeperst op enkele vierkante kilometers. In de avond werden we zelfs getrakteerd op een hoogstaand viergangenmenu, waarbij het Duitse Kreator diende als voortreffelijk hoofdgerecht. Maar voordat het zo ver was, begon onze dag eerst een stuk lokaler.
Coffin Feeder @ Helldorado

© CPU – Jonas Demeulemeester
Jeroen Camerlynck staat in zijn hedendaagse podiumbestaan vooral bekend als Fleddy Melculy, maar wanneer Fleddy Melculy gewoon weer als Jeroen Camerlynck door het leven gaat, dan is hij onderdeel van de deathmetalband Coffin Feeder. Hij niet alleen trouwens, want met onder meer leden van Aborted en Leng Tch’e stond er behoorlijk wat kapitaal op de planken van de Helldorado. Dat merkte je ook in de kwaliteit die de band bracht, want nergens zakte het door zijn hoeven. We werden begroet met een bak herrie die zijn weerga niet kende en kregen het zo vroeg op de dag stevig te verduren. Geen tijd om rustig wakker te worden, want Coffin Feeder ramde er meteen vol op en stopte pas met slaan toen de drie kwartier om waren.
Wednesday 13 @ Prison

© CPU – Jonas Demeulemeester
Als we onze agenda moeten geloven, is het pas volgende week woensdag de dertiende, maar toch kregen we er gisteren al mee te maken. Wednesday 13, het inmiddels niet meer zo soloproject van Joseph Poole, streek namelijk rond de klok van drie neer op de Prison Stage en trok daar de deur van het horrorpaleis wagenwijd open. Voor ons meteen de uitgelezen kans om het vernieuwde hoofdpodium eens te checken en dan vooral de soundinstallatie, die met vlag en wimpel slaagde voor het examen. Met tracks als “Good Day to be A Bad Guy” en “I Walked With a Zombie” kreeg het systeem het aardig te verduren en werd de ene na de andere strakke riff doorheen de boxen gejaagd. Op het einde kregen we ook nog te horen dat Poole en co. echte Amerikanen zijn, want een Amerikaan zou een Amerikaan niet zijn als ze tijdens hun Europese bezoek niet gaan roepen en tieren met de nodige scheldwoorden. De middelvingers gingen omhoog en de nodige fucks vlogen bij afsluiter “I Love to Say Fuck” dan ook lustig in de rondte. Heel christelijk was het niet, maar we hadden ook niks anders verwacht van deze horrorrocker.
Phil Campbell and the Bastard Sons @ Prison

© CPU – Jonas Demeulemeester
Alcatraz heeft dit jaar veel legendes op de poster staan, maar Phil Campbell steekt daar toch wel met kop en schouders bovenuit. Jarenlang was hij gitarist naast Lemmy in Motörhead, waarmee hij meer strepen heeft verdiend dan wie dan ook op het festival. Helaas weten we allemaal dat Lemmy al even niet meer onder ons is en dat Motörhead daarmee ook verleden tijd is, maar toch ging Phil Campbell niet bij de pakken neerzitten. Samen met zijn drie zonen, het ‘Bastard Sons’-deel in de naam van de rockformatie, tourt hij de wereld rond om het DNA van zijn oude band toch nog levend te houden. Met een set vol Motörhead-covers bracht de groep een ode aan het legendarische trio en vooral aan zijn overleden maat, ondanks dat het gemis van Lemmy tijdens de uitvoeringen van “Born to Raise Hell”, “(We Are) The Road Crew” en “Ace of Spades” voelbaar was over de volledige weide. Wel waren dit de nummers waar de band het publiek meekreeg, want toen de groep besloot om eigen werk te brengen, koelde die eerst zo hete sfeer redelijk snel af tot het niveau aangenaam warm. Toch deed dat niks af van de heldenstatus van Campbell, want hij was ongetwijfeld de koning van het festivalterrein en zal dat nog wel even blijven ook.
Wind Rose @ Prison

© CPU – Jonas Demeulemeester
Wie ons een beetje kent, weet dat wij niet zo veel van gimmickbands moeten hebben en dat we er liever met een boog omheen lopen dan dat we ons in het publiek mengen. Toch maakten we voor Wind Rose een uitzondering en dat komt vooral om de hype die eromheen hangt. De Italiaanse powermetalformatie harkt namelijk met hun dwergenthema bakken vol succes binnen en hebben al op menig festival zijn waarde bewezen, dus zou je denken dat ze dat op Alcatraz ook wel zouden doen. En ja, dat deden ze, alleen niet bij ons. De muziek die de groep bracht was sterk en met momenten zelfs opvallend catchy voor het genre, maar de extreem kazige podiumprésence blijft voor ons een doorn in het oog. Muziek hoeft niet altijd serieus te zijn en dat willen we ook zeker niet veranderen, maar bij Wind Rose ging het er wel heel ver over. Het theatrale gedoe, de overdreven battle cries om te gaan steenhouwen en de outfits die zo uit een Nederlands sprookjespark gehobbeld lijken, zorgden ervoor dat het optreden met momenten meer op een LARP-musical dan een daadwerkelijk metaloptreden leek. Maar goed, het merendeel van het veld stond stevig mee te hakken op de tonen van deze dwergen en de crowdsurfers kwamen met tientallen over de hekken, dus de groep had zeker zijn waarde. Alleen helaas niet bij ons.
Crystal Lake @ Helldorado

© CPU – Jonas Demeulemeester
Gelukkig stond er in de tent ernaast iets dat meer spekkie voor ons bekkie was en dan hebben we het niet over het aardappelpuree-kraam. Nee, Crystal Lake kwam naar de Helldorado af om deze vervolgens flink te verbouwen. De Japanners hadden namelijk een aardig arsenaal herrie meegenomen uit het land van de rijzende zon en waren niet van plan om daar ook maar één moment mee af te zwakken. Opener “Mephisto” legde de lat direct torenhoog en vuurde een lading pure agressie de tent in, om er vervolgens met tracks als “Disobey” en “Six Feet Under” nog een schep bovenop te doen. De energie waarmee Crystal Lake het podium bestormde, sloeg meteen over op het publiek, dat zonder aarzelen de ene na de andere moshpit op gang trok. Crowdsurfers vonden hun weg naar voren op het geroep van frontman John Robert Centorrino, die er eveneens geen probleem mee had om datzelfde publiek nog eens flink op te jutten. Een gemis was wel de nieuwe aanwinst “Crossing Nails”, al is de kans groot dat we die gewoon gemist hebben terwijl we druk bezig waren met vuisten ontwijken.
Year Of No Light @ La Morgue

© CPU – Jonas Demeulemeester
We weten het nog goed, Desert Fest 2023, een half uurtje voorafgaand aan de set van Year Of No Light. We mochten op voorhand al de zaal wat verkennen en daar was de band in vol ornaat aan het soundchecken. Een donkere zaal, op een handje vol mensen na helemaal alleen en dan de overrompelende kracht van het Franse doomgezelschap, het was een ervaring om niet snel meer te vergeten. Helaas kwam het op Alcatraz niet zo ver. De band speelde aan het begin van de avond in een nog best lichte tent voor een publiek dat in grote getalen het verloop van het weekend aan het bespreken was. Nee, de externe omstandigheden om ons zo weg te blazen als twee jaar geleden waren er niet. Dan maar bij de band zelf zoeken en gelukkig vonden we daar wel een hoop pluspunten. De manschappen van Jérôme Alban speelden net als meneer Alban zelf retestrak en tracks als “Hiérophante” en “Alètheia” klonken voortreffelijk. De voorzichtige opbouw, de solide gelaagdheid en het geduld waarmee elk nummer zich ontvouwde vormden de sterke ruggengraat van het optreden, terwijl de totale ontlading die volgde ons telkens weer achterover deed slaan. Het was dan niet zo speciaal als toen in Trix, maar muzikaal viel er nauwelijks iets te bekritiseren. En dat is voor een muziekliefhebber misschien nog het belangrijkste.
Mastodon @ Prison

© CPU – Jonas Demeulemeester
In de avond werden we getrakteerd op een viergangenmenu waar we na afloop van de dag nog steeds onze vingers van aflikken. Dat begon bij het voorgerecht en dat was meteen een stevige basis, want de Amerikanen van Mastodon betraden de mainstage. Wel zonder Brent Hinds, de gitarist die al vanaf de start in 2000 bij de club zat maar enkele maanden terug besloot dat het na een kwart eeuw wel welletjes was. Nick Johnston dient zo sinds kort als vaste vervanger. De Canadees heeft inmiddels wel bewezen dat hij met een pakket snaren overweg kan en live was er gisteren dan ook amper iets van verschil te merken, met uitzondering van het feit dat Brann Dailor en Troy Sanders nu een stuk meer moesten zingen. De Amerikaanse band speelde nog altijd met dezelfde power, groove en bravoure als voorheen, zij het wel dat het grotendeels op de automatische piloot leek te gaan. Toch waren er enkele kleine verrassingen: “Ember City” werd opgedragen aan een superfan die de band al tientallen keren zag, Ozzy werd geëerd met een stevige cover van “Supernaut” en Mastodon liet bovendien vallen dat er volgend jaar een nieuwe plaat aankomt. Toch nog wat nieuws dus in een verder voorspelbare, maar superdegelijke show.
Dool @ La Morgue

© CPU – Jonas Demeulemeester
Vol zaten we nog allesbehalve van het voorgerecht, dus was het rond half elf tijd voor een klein tussengerechtje. Of ja, klein… de sound die Dool doorheen de boxen van La Morgue joeg, viel zeker niet klein te noemen. Met loodzware, maar sfeervolle gitaarpartijen zette Dool de zogenaamde ‘Bassie en Adriaan’-tent in lichterlaaie, waarna de bezwerende stem van Raven van Dorst als een donkere nevel eroverheen dwarrelde en iedere aanwezige in de ban hield. Achter ieder woord zat kracht, maar werd netjes tussen intens en subtiel gebracht. Dat alles terwijl de rest van de leden alles uit hun apparatuur persten en zich volledig in de rondte smeten. En dan moet je je bedenken dat de groep slechts enkele uren voor het optreden op Alcatraz te vinden was op een podium tweehonderd kilometer verder.
Kreator @ Prison

© CPU – Jonas Demeulemeester
Tijd voor het hoofdgerecht, een bord vol knalerwten en harde noten. Kreator mocht namelijk dienen als hoofdmaaltijd en dat was qua show een flinke kluif, want de Duitsers brachten werkelijk alle mogelijke podiumfoefjes mee naar de Kortrijkse weide. Vlammen, vuurwerk en ferme knallen vlogen met een sneltreinvaart aan ons voorbij, terwijl onze Oosterbuur ook muzikaal uitpakte met een reeks thrashklassiekers waar je u tegen zegt.
Aan publieksinteractie was er geen gebrek. Frontman Mille Petrozza stond er als een generaal bij die zijn troepen voor zich zag. Voortdurend zweepte hij het publiek op met strijdkreten en aanwijzingen voor de volgende circlepit, wall of death of andere frats. De moshpitgolf bleef dan ook de hele set rondgaan, met geregeld een vloed aan crowdsurfers die richting het podium dreef. Bekende publieksfavorieten als “Enemy of God” en “Pleasure to Kill” werden onthaald alsof het nationale volksliederen waren, compleet met luidkeels meebrullende fans en een leger aan vuisten in de lucht. Intussen zorgden de metershoge vlammen, pyro’s en de demonische decorstukken aan weerszijden van het podium voor een extra dreigende sfeer, waardoor de show als een grote krachttoer aanvoelde. Een soort spektakelmusical, maar dan zonder dwergen die zingen over het graven van kuilen. Of Niels Destadsbader en dat is in ons kleine landje toch een behoorlijke prestatie.
Abbath Doom Occulta @ Swamp

© CPU – Jonas Demeulemeester
Een wijs familiegenoot van ons vertelde ooit dat er altijd plek is voor een toetje, dus ook op Alcatraz. Het toetje dat we op dag één kregen voorgeschoteld was misschien een op het eerste gezicht niet heel smakelijke hap, mede door de hoeveelheid zwart en witte verf die erop zat, maar als je daar doorheen beet, kreeg je een uiterst lekkere mix van black- en deathmetal, met hier en daar een snuifje thrash. De naam die het had? Abbath Doom Occulta! De Noor serveerde zijn duistere dessert met een gezonde portie theatrale flair: van zijn iconische, pinguïnachtige pasjes tot aan de bijna demonische grimassen die je zelfs vanaf de achterste rij kon zien. Muzikaal nam hij alles uiterst serieus, maar om het toch net iets luchtiger te houden, hield hij de humor tussen de nummers door er stevig in. Dat corpsepaint is en blijft een beetje een gimmick en we hadden eerder in dit verslag onze afkeer richting dat soort bands uitgesproken, maar Abbath wist het toch nog leuk te verpakken zonder er dik op te zitten. Zo kan het dus ook!
Onze buik zat na dat viergangenmenu tot de nok vol, dus wij zochten ons bedje op. Vandaag op dag twee gaan we echter weer voor een metalbuffet, want de zaterdag belooft opnieuw een stevige lap herrie te serveren!
Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!
Ons verslag van dag 0 kan je hier lezen.






