InstagramLiveRecensies

Jera On Air 2025 (Festivaldag 2): Veel geschoten, weinig gemist

© CPU – Karen Van Lierde

Na een korte eerste dag, beloofde dag twee in Ysselsteyn een pakje drukker te worden. Met een goeie mix van poppunk, hardcore, metalcore en skatepunk was er voor elk wat wils. Met Sex Pistols stond er aan het einde van de avond zelfs een van de grootste namen uit de punkgeschiedenis op affiche. Doe daar nog Yellowcard, Lagwagon, Frank Turner en Hot Water Music bij, en je kan wel raden dat onze honger gestild was. We zagen tussendoor veel, heel veel, bands waarvan we slechts een stukje konden meepikken. De ene natuurlijk al wat beter dan de andere, maar een gemeenschappelijke factor was steeds de aanwezigheid van sfeer; ieder liep er vrolijk bij en was blij op Jera On Air te zijn.

©CPU – Karen Van Lierde

Toen we binnenliepen, was House of Protection zijn set aan het afronden. Het duo, bestaande uit Stephen Harrison op gitaar en zang, en Aric Improta achter de drums, ontstond vorig jaar uit de restanten van FEVER 333. En Harrison heeft zijn ogen de kost gegeven toen. Muzikaal is House of Protection op dit moment nog een mager beestje, maar het showelement zat wel goed. “Learn to Forget” werkte hij af te midden van de moshpit tussen het publiek en bij “Fire” klom hij tot in de nok van de tent. Wie hebben we dat nog zien doen? Ondertussen begon Northlane net aan zijn set aan de Eagle. Zanger Marcus Bridge verscheen in een iets te klein kostuum en ook de geluidsmix zat niet top. Als binnenkomer mocht het voor ons net dat tikkeltje steviger zijn. Op weg naar de Hawk greep Driveways onze aandacht. Ook hier zat het geluid iets te scherp in de mix, maar dat loste het trio makkelijk op met zijn enthousiasme en aanstekelijke skatepunk. Veel nieuws bracht de groep niet, maar zulke bandjes zorgen ervoor dat we steeds graag terugkeren naar Jera On Air.

Bij Hawk, Vulture en Buzzard stonden de gitaren op scherp en klonken de drums genadeloos. Doodseskader trapte af met een dreigende storm die hiphop, grunge, hardcore en metal tot één broeierige cocktail mengde. Ondanks het vroege uur en visuals die wat verloren vielen in het daglicht, bliezen Tim De Gieter en Sigfried Burroughs hun publiek wakker met niets minder dan pure rauwheid. Even verderop was het slot van Caskets aan de Vulture een emotionele uppercut. De posthardcoreband uit Leeds wist ondanks een halfvolle tent de voorste rijen volledig mee te slepen. Fans zongen woord voor woord mee, terwijl de groep laveerde tussen brute gitaren, cleane zang en elektronische accenten die aan Bring Me The Horizon deden denken. Zanger Matthew Floor liet zich meermaals van zijn dankbare kant zien. Ondertussen brak bij Buzzard de pleuris uit met Sunami. De band haalde met veel goesting het hardcorehandboek boven, en het publiek ging er blind in mee. De moshpit bleef kolken en de vuisten scheerden als molens door de lucht. Drie tenten, drie totaal verschillende stijlen, maar allemaal even intens.

©CPU – Karen Van Lierde

Ook in Sparrow, een kleine schuur achterin het terrein, werd er met vol geweld erin gevlogen. Net als ieder jaar had dj en vriend van het festival De Rooie Jager behoorlijk wat vriendjes uitgenodigd op toch wel zijn podium, waarvan op dag twee Spare Kid de eerste was. We volgen onze landgenoten al vanaf hun eerste stapjes en het was dan ook mooi om te zien dat ze op een festival van dit kaliber mochten staan. Veel zenuwen leek zo’n voordoop niet te veroorzaken, want zanger Quinten Pas en zijn kameraden gingen er doorheen als een mes door warme boter. Om half twee werd er dan op zijn buurt een trio aan Nederlands herrie aangesneden. St. Plaster was de eerste van de drie. Door overvolle agenda’s was het even geleden dat de heren samen op de planken stonden, maar vanaf de start voelde het meteen vertrouwd aan. Hier en daar kroop er een klein foutje in, maar de mannen hadden er lol in dus waren die al heel snel vergeven.

Wie er ook lol in had was BRACES. Net als voor Spare Kid was het voor de Tilburgers het eerste grote festival dat ze mochten doen, maar ook hier zag je al snel dat ze zich als een vis in het water voelde. Met een bruut hardcoregeluid liet het de kleine schuur denderen op zijn houten platen, waarbij “Paradise Denied” en “Dog & Bone” als grote wapenfeiten de boel deden verbouwen. Als laatste van het Nederlandse trio was For I Am King aan de beurt, die rond de klok van kwart voor vijf mocht aantreden. Afgeladen vol stond het in de schuur en dat deed frontvrouw Alma zichtbaar deugt. Met haar Dragon Balls Z shirt en feloranje zonnebril schreeuwde ze alles bij elkaar. Moshpits gingen open op de tonen van “Liars” en “Sinners”, terwijl “Disciples” voor een vurig slot zorgde. Waren de tenten al intens, dan ging de schuur daar nog meerdere malen over!

Donots @ Vulture

© CPU – Karen Van Lierde

We gaan het niet onder stoelen of banken steken: sinds we Donots enkele jaren geleden op Rock Am Ring zagen, zijn we fan. Dat was toen een thuismatch; Jera beloofde een wedstrijd op verplaatsing te worden. De bende rond broers Ingo en Guido Knollmann smeet zich echter vanaf de eerste noot. Ingo is het soort frontman dat alle kneepjes van het vak kent als zijn broekzak, en ook al stond de Vulture-tent maar halfvol, hij zweepte iedereen in het publiek stuk voor stuk op. Met resultaat! “Calling” werd luidkeels meegebruld en de circlepit met Ingo in het midden tijdens “Kaputt” was een van de grootste die we tot dan toe zagen. Wie zich niet waagde aan het moshen, kreeg de kans om uit volle borst mee te zingen met oldie “Whatever Happened to the 80’s” en de Twisted Sister-cover “We’re Not Gonna Take It”. De set ging alleen maar crescendo. Toen vriend des huizes Frank Turner voor het slotnummer “So Long” op het podium werd geroepen, gingen alle handen synchroon de lucht in en alle kelen wagenwijd open.

Street Dogs @ Hawk

© CPU – Karen Van Lierde

Net toen we uit de Vulture stapten, hoorden we Keltische klanken uit de Hawk opstijgen. Daar stond Street Dogs op scherp. Het viel meteen op dat de stem van zanger Mike McColgan veel te luid in de mix zat, maar dat leek de fans allerminst te deren. “Punk Rock and Roll” stak het vuur echt aan de lont, al bleef de fluitende feedback af en toe storend in de oren snijden. De voormalige Dropkick Murphys-frontman verkeerde nochtans in uitstekende vorm: goed bij stem, energiek en vol overgave joeg hij het publiek op. De hele set lang hield hij iedereen bij de les: meebrullen, klappen in de handen, vuisten in de lucht… hij kreeg het moeiteloos voor elkaar. Af en toe flitste een glimp van de oude Murphys voorbij, zoals tijdens “Strike a Blow” of “Tobe’s Got a Drinking Problem”, al bleven covers van zijn voormalige band deze keer op zak. Echt missen deden we die niet. De band balanceerde soms gevaarlijk dicht tegen het randje van streetpunk en carnavaleske feestmuziek, maar het muntje viel gelukkig steeds aan de juiste kant.

Frank Turner & The Sleeping Souls @ Vulture

© CPU – Karen Van Lierde

Stipt om 20 u. verschenen Frank Turner & The Sleeping Souls aan de Vulture. Alle vijf de heren gehuld in zwart, met als blikvanger het immer charismatische opperhoofd. Met een haast perfect geluid trapte Turner de show op gang met “If Ever I Stray”. Veel aansporing had het publiek niet nodig om er een feestje van te maken. Halfweg het tweede nummer, “Try This at Home”, riep hij spontaan een kleine wall of death in het leven; iedereen at uit zijn hand. Wat volgde was een snedige rit door zijn discografie, met de nadruk op de stevigere songs. De akoestische gitaar maakte zelfs plaats voor een elektrische tijdens “No Thank You for the Music”. Wie op dat moment nog een stem had, verloor die onherroepelijk bij “I Still Believe”. Er werd gedanst, gezongen en gelachen – vooral toen Ingo van Donots het podium op kwam met een mondharmonica, volledig uit de maat én de toon. Turner haalde op geen enkel moment zijn voet van het gaspedaal en zo vloog de set voorbij nog voor we het goed en wel beseften. “Four Simple Words” sloot de set vurig af en zette iedereen letterlijk aan het dansen. Frank Turner beheerst zijn ambacht tot in de perfectie en etaleerde dat met verve op Jera.

Nasty @ Buzzard

Waar in de Vulture Frank Turner & The Sleeping Souls langskwam, was het aan de andere kant van het terrein tijd om een beetje vies te worden. Nasty streek namelijk neer in de Buzzard stage en bracht daar een kar vol vies klinkende hardcore mee. Vanaf opener “Reality Check” werd het publiek overladen met smerige riffs en beukende breakdowns, wat meteen genoeg was om de toeschouwers het podium op te jagen. De vloer voor het podium smolt samen met het podium zelf en al snel veranderde de hele tent in één zwetende, kolkende massa. Een exacte setlist was door die constante stroom aan geweld en chaos nog amper bij te houden, maar ondanks het gebrek aan overzicht kunnen we wel zeggen dat de groep geen seconde gas terugnam. Was dat nou “Slaves to the Rich” die we tussen het ontwijken van vuistslagen hoorden? Of was het “666AM” die ergens halverwege het slagveld voorbijkwam? Niemand plus onszelf weet het, maar goed was het wel.

While She Sleeps @ Eagle

© CPU – Karen Van Lierde

Vuur, lampjes en heel veel harde noten: zo kunnen we de set van While She Sleeps samenvatten. De Britten kwamen namelijk naar Ysselsteyn met een gelikte productie, maar hadden ook nog eens een kar vol gitarenherrie mee. Wat het ook mee had, was een ietwat haperende microfoon, want frontman Lawrence Taylor klonk soms wel iets te stotterend. Gelukkig werd dat na de eerste paar nummers aangepakt en al snel klonk de zanger als zijn vertrouwde zelve toen hij als een brulboei de tent vulde met zijn screams. Muzikaal zat het goed en gitarist Mat Welsh perste de ene na de andere riff eruit, waarbij hij tijdens de emotionele afsluiter “TO THE FLOWERS” pas echt volledig losging op zijn snaren. Wie ook losging, was het publiek, want na een gehele show te hebben gemosht en de security vooraan extra werk te hebben gegeven door massaal te crowdsurfen, ging het hek op het einde volledig van de dam en liet iedereen alles gaan. Mietersmooi was dat om te aanschouwen, maar wij bleven met twee benen op de grond, want er was immers nog genoeg ander moois te vinden.

Hot Water Music @ Buzzard

© CPU – Karen Van Lierde

Elke keer we Hot Water Music zien, lijkt zanger Chuck Ragan er jonger uit te zien. Maar zodra hij opener “Remedy” inzette, klonk zijn stem nog steeds alsof ze met grof schuurpapier bewerkt was. Waar we eerder op de dag overal circlepits en crowdsurfers zagen, had de meerwaardezoeker zich verzameld aan de Buzzard voor een strakke punkrockshow zonder franjes. En die kregen exact wat ze verwachtten. Het kwartet speelde loepzuiver en zonder foutjes, terwijl jonkie van de bende Chris Cresswell het nodige vuur toevoegde aan de vertrouwde formule. Hij zong “Turn the Dial” met zoveel gif dat het meteen oversloeg op het publiek. De wisselwerking tussen beide zangers vormde de rode draad van de show. Echte inzakkingen vielen er nergens te bespeuren, al bleven de absolute uitschieters ook wat uit. Toch eindigde de band met een serieuze knal: het slottrio “Drag My Body”, “Wayfarer” en vooral “Trusty Chords” zette een vet uitroepteken achter de set.

Sex Pistols feat. Frank Carter @ Eagle

© CPU – Karen Van Lierde

Geen band die meer stof deed opwaaien op voorhand dan Sex Pistols. Voor de ene blijft het de ultieme punkband, voor de andere was het ronduit heiligschennis dat Johnny Rotten werd ingeruild voor Duracell-konijn Frank Carter. Wat begon als een fundraiser voor een Londense club, is intussen uitgegroeid tot een volwaardige tour. En ja, wij wilden met eigen ogen en oren ontdekken wat daar nu van aan was. Dat Frank Carter een frontman is die van aanpakken weet, staat buiten kijf; het noordelijk halfrond is daar al langer van overtuigd. Toch blijft het vreemd om hem aan het hoofd van de Sex Pistols te zien. “Holiday in the Sun” beet de spits af, maar meteen viel op hoe statisch het geheel aanvoelde. De anarchie die de band ooit definieerde was nergens te bekennen. “Seventeen” en “New York” deden het begin helemaal inzakken. Pas toen Carter zich letterlijk in de moshpit gooide en daar “Pretty Vacant” afwerkte, kwam er eindelijk wat leven in de brouwerij. Mooi moment ook toen hij zich omdraaide naar de band en zei: ‘Look people, those guys are the Sex Pistols.’ Alleen: zonder Johnny Rotten, en dat voelde je in elke vezel.

Echt pijnlijk werd het toen de visuals meer aandacht begonnen op te eisen dan de muziek. Veel archiefmateriaal uit de begindagen, maar amper een spoor van Rotten of Sid Vicious. De boodschap was helder: dit is een veredelde versie van wat ooit was. Sex Pistols hoorde thuis in Londen, eind jaren zeventig – niet in Ysselsteyn anno 2025. “God Save the Queen” blijft een anthem, maar de context waarin het nu gebracht wordt, is hol. “No Fun” deed zijn naam alle eer aan: langdradig en zielloos. De set kabbelde verder, met als dieptepunt de draak van een cover van “My Way” – Claude François-style, zonder ook maar één spoortje Sid Vicious. “Anarchy in the UK” mocht de set afsluiten en werd nog luidkeels meegebruld, maar zelfs dat voelde als een echo van iets dat allang is weggeëbd. Als tributeband zouden we dit een degelijke show genoemd hebben, maar als incarnatie van een punklegende stond dit mijlenver af van de rauwe energie van weleer. Misschien moeten we Johnny Rotten uiteindelijk toch gelijk geven.

Wie het zelf wil meemaken, kan op maandag 4 augustus terecht op de Lokerse Feesten.

Yellowcard @ Vulture

© CPU – Karen Van Lierde

Met een bombastische intro en een indrukwekkend lichtspektakel maakte Yellowcard zijn intrede aan de Vulture, enkel om genadeloos doorbroken te worden door de riff van “Way Away”. Meer had het publiek niet nodig om te ontbranden. Het refrein weerklonk als een koor door de tent. “Lights and Sounds” gooide enkel olie op het vuur en zette de Vulture definitief in lichterlaaie. Dat vuur doofde pas bij “honestly i”, een van de twee nieuwe singles die recent verschenen. Die klonk wat rommelig en miste de punch van de klassiekers. De andere nieuwe track, “Better Days”, kwam later in de set aan bod en kon op iets meer bijval rekenen.

Gelukkig pikten “Breathing” en “Rough Landing, Holly” de draad weer op en stuwden ze de show in rotvaart richting afsluiter “Ocean Avenue”. Vijfenveertig minuten, meer had Yellowcard als headliner van de Vulture op dag twee niet nodig om de boel volledig plat te spelen. Zanger Ryan Key zei het zelf halverwege de set: de leden begrijpen zelf niet goed waarom hun succes nu plots zo groot is, maar ze zijn hun fans intens dankbaar. Dat bedankje kwam vergezeld van een piekfijne poppunkshow die exact leverde wat het publiek kwam halen.

Lagwagon @ Buzzard

© CPU – Karen Van Lierde

Er was een tijd dat Fat Wreck en Epitaph de heerschappij voerden over elke punkrockaffiche, met Lagwagon steevast bovenaan. Ook op Jera On Air mochten de veteranen uit Santa Barbara afsluiten, zij het op de iets kleinere Hawk. De tent liep aardig vol en van meet af aan werd er diep in de klassiekerkelder getapt. “Violins” en “Wind In Your Sail” kriebelden de stembanden en zorgden voor de eerste lading crowdsurfers die over het publiek gleden.

De sfeer zat snor, de band speelde strak en het publiek gaf die liefde rijkelijk terug. Lagwagon moet het vooral van zijn ouder werk hebben, dat werd snel duidelijk. Tussen de brok nostalgie nestelde zich ook “Surviving California”, een van de meer recente nummers, maar de impact bleef schraal in vergelijking met rammers als “Give It Back” en “Razorburn”. Net daar wringt het schoentje: niemand komt voor de nieuwe plaat, iedereen wil de hits. En die kregen we. “May 16th” werd als laatste troef uitgespeeld, luidkeels meegezongen en breed omarmd. Een set zonder verrassingen, maar wel eentje die deed wat ze moest doen: herinneren aan de tijd dat Lagwagon nog op het hoofdpodium stond.

Terwijl Pendelum aan de Eagle de dansbenen deed losgooien, kozen wij ervoor om dag twee af te sluiten. Vandaag staat er wederom weer heel wat lekkers op het programma.

Onze recensie van de eerste festivaldag lees je hier.

Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!

Related posts
LiveRecensies

saturdays at your place @ Kavka Oudaan: Geen blauwtje gelopen

Ieder zo z’n blauwe maandag. Als we de verschillende online kanalen mogen geloven, is de derde maandag van januari de meest deprimerende…
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single Doodseskader - "Weaponizing My Failures"

Doodseskader blijft stap voor stap toewerken naar The Change Is Me, dat nog altijd een bijzonder verhaal blijft. Het toekomstige album ontstond…
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single Doodseskader - "No Laughter Left In Me"

Wil je eens een kijkje nemen hoe een album in elkaar gezet wordt? Dan raden we je de nieuwe documentaire van Doodseskader…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *